• ‘Alleen de bomen, dromen, hoog boven ‘t verkeer’

    ‘Alleen de bomen, dromen, hoog boven ‘t verkeer’

    Een verdwaalde bioloog, verstrikt in cultuur en verloren in het leven, hervindt zichzelf in gesprekken en diepe vriendschappen met bomen. Dat is de korte samenvatting van De vriendschap van bomen. Heropvoeding van een bioloog van Arjen Mulder. Maar die samenvatting is te kort door de bocht en miskent de dwalingen die je als lezer krijgt te verstouwen en die je geregeld zullen doen afvragen wat zin en wat onzin is, en of je het boek het beste terzijde kunt leggen of toch maar moet verder lezen.

    Mulders zoektocht naar een betere band met zichzelf ontrolt zich ogenschijnlijk natuurlijk. Als hij zich tot bomen wendt en met ze begint te praten reageren ze meteen. Ze vertellen hem hoe ze heten (Perel, De Amsterdammer, Filibert) en adviseren hem welke stappen hij zou kunnen zetten. Vaker en vaker trekt hij er alleen op uit. Weg van zijn vrouw. Weg van de samenleving. Naar het bos om zichzelf te vinden.

    Wat bomen vermogen

    De bomen helpen hem zijn innerlijke onrust te verdrijven. ‘Wat de bomen met me uithaalden en wat ik ze liet doen, zonder me daar erg bewust van te zijn, was het kanaal zuiveren waardoor ik met hen en mijzelf contact kon maken. Ze schrobden mijn ziel schoon, al kostte het maanden voordat ik begreep welk vul ze op welk moment hadden weggespoeld.’

    Mulder ontmoet een druïde, een ‘bomendeskundige’, die hem wegwijs maakt in de leefwereld van bomen. Hij bemachtigt een ‘krachthoutje’, een takje van een zomereik, waarmee hij zijn contact met bomen verder verdiept, zodat hij zich nog vollediger en op haast sektarische wijze kan overgeven aan de kracht van bomen. ‘Alles wat onecht en negatief aan me was heeft het krachthoutje uitgedreven. […] Jarenlang was ik verdwaasd en verdwaald. Nu hoor ik weer bij degenen die het weten. Ik zal het nooit meer vergeten.’ 

    Over zin en onzin

    Is Mulders relaas over zijn groeiende vriendschap met bomen een getuigenis van hoe de auteur zichzelf hervindt of van hoe hij de weg kwijtraakt? Dat is de vraag die aan de orde komt in een duo-interview bij Vroege Vogels (BNN Vara, 18 augustus 2024), waarbij Mulder en zijn bomenlerares en druïde Maja Kooistra worden bevraagd over de zin en onzin van het communiceren met bomen. ‘Als bioloog’, zo zegt Mulder, ‘heb je een biologische manier van denken. Je maakt iets mee en daar probeer je dan een verklaring voor te vinden. In het begin heb ik de beslissing genomen om geen verklaringen te zoeken, maar het gewoon mee te maken.’ Een meemaken dat je, zo stelt Kooistra, dichter bij de kern van het leven brengt, waardoor je zelf ook meer gaat leven.

    In het interview wordt ook bosecoloog Jan den Ouden van de Universiteit Wageningen aangehaald. Volgens hem hoeft de subjectieve (niet wetenschappelijke) aanpak die Mulder en Kooistra volgen geen probleem te zijn. Zolang de communicatie met bomen maar niet verder gaat dan hoe iemand zich persoonlijk tot bomen verhoudt, en bijvoorbeeld niet leidt tot ander bosbeheer. Want dat baseert hij liever op wetenschappelijk bewijs dan op subjectieve waarneming. En wetenschappelijk bewijs voor wat Mulder en Kooistra beweren heeft Den Ouden niet gezien.

    Wereldbeeld van de verteller

    Geen wetenschappelijk bewijs. Is dat een probleem als je een boek leest? Als dat boek non-fictie is? Nee natuurlijk. Non-fictie hoeft niet wetenschappelijk verantwoord te zijn. Wel ‘subjectief verantwoord’, dat wil zeggen dat het vertelde consistent is met het wereldbeeld van de verteller. Want anders zou het alsnog fictie worden. 

    En subjectief verantwoord is Vriendschap van bomen zeker. Maar het verslag van hoe Mulders communicatie met bomen groeit en zich verdiept is integer. Ook al zullen veel lezers misschien moeite hebben alles te geloven wat hij boekstaaft. Hij had het zeker beknopter kunnen doen. In puntiger taal. Mulder is de eerste om toe te geven dat woorden hier misschien altijd te kort zullen schieten. ‘Ik weet dat ik nooit zal kunnen beschrijven wat hier gebeurde. Mensentaal is niet geschikt om boomgevoelens te verwoorden.’

    Hij weet dat bomen en mensen zich – ondanks de communicatie tussen hen – in een andere dimensie bewegen. Wat uiteindelijk het sterkst naar voren komt uit dat overbekende lied, waaruit Mulder tot tweemaal toe een zin citeert. Dat lied over doodgewone mensen, die aan de Amsterdamse grachten hun leven leiden ver van de natuur. Dat lied met die ene zin die volgens Mulder de kern van het lied is. En van het leven. ‘Alleen de bomen, dromen, hoog boven ’t verkeer.’

     

     

  • Oogst week 36 – 2024

    In den vreemde – Kronieken

    Frida Vogels (1930) is bekend geworden met het driedelige De harde kern (1992) en vooral door het tweede deel waarvoor ze in 1994 de Libris Literatuur Prijs ontving. Tussen 2005 en 2014 zijn elf delen van haar dagboeken gepubliceerd, over de jaren 1954-1978. Vogels schreef meerdere boeken, en vertaalde uit het Italiaans. Haar onderwerp is haar eigen leven, altijd in relatie tot familieleden en vrienden die dan ook uitgebreid beschreven worden, soms als hoofdpersoon. Zichzelf en anderen doorgronden is wat haar drijft, en verantwoording afleggen – aan de onbekende lezer. Ze wil kennen en gekend worden.

    In de proloog van In den vreemde schrijft ze: ‘Ik schrijf woorden op het papier. De lezer zit op mijn schouder en leest mee. (…) Hij heeft me door. Dat is trouwens precies wat ik verlang. Ik stel me voor dat hij me ongenadig zal ontmaskeren, (…) dat ik woorden op papier schrijf is geen gekkenwerk; ik heb me te verantwoorden.’ Het is een veel directere stijl dan de meer omfloerste van haar vroegere boeken. In den vreemde beslaat haar jeugd in Bloemendaal en Laren, de oorlog, haar studietijd in Parijs en Milaan, haar huwelijk met de Italiaanse Ennio, haar leven in Bologna en de jaarlijkse gang van enkele maanden naar Amsterdam om er te schrijven.

    ‘Pappa en mammie hielden een Levensboek bij,’ zo begint ze, ‘over mijn eerste levensjaren en dat boek heb ik pas nu, nu ik tweeënnegentig ben, voor het eerst in handen gekregen. Dat ik ooit die bedrijvige, zorgzame kleine Frida ben geweest waar zij twee toen over schreven, “al zo echt een vrouwtje” zoals pappa tevreden constateerde, kan ik nauwelijks geloven, maar zo is het dus geweest.’

     

    In den vreemde - Kronieken
    Auteur: Frida Vogels
    Uitgeverij: Van Oorschot 2024

    Boven aarde, beneden hemel

    Kodokushi is een Japans woord voor mensen wier eenzame overlijden voor langere tijd door niemand wordt opgemerkt. Gespecialiseerde schoonmaakdiensten halen de lijken weg en maken de woning schoon. In Boven aarde, beneden hemel van de Oostenrijkse schrijfster Milena Michiko Flašar (1980, Japanse moeder, Oostenrijkse vader) is Suzu nieuw in het werk, waarvoor behalve eerbied en zorg vooral geduld en een sterke maag vereist zijn. In steden met een toenemend aantal mensen en een kleiner en duurder aanbod van woningen groeien de problemen. Mensen zijn afstandelijk, de grens tussen desinteresse en discretie vervaagt, kodokushi komen vaker voor. Suzu, die thuis haar eenzaamheid deelt met een goudhamster, vindt het moeilijk om met mensen om te gaan, inclusief haar eenzelvige collega die net als zij een gebruiksaanwijzing heeft. Toch leert ze in haar werk iedereen snel kennen. Ook de doden, waarvoor ze groot respect toont. Door hen en hun voorbije leven ontdekt ze de waarde van omkijken naar een ander mens. Ook de kleurrijke collega’s van de schoonmaakdienst helpen Suzu zich te ontwikkelen tot iemand die het belang van contact met andere mensen leert kennen en waarderen.

    Net als in Flašars Een bijna volmaakte vriendschap (2015), waarin een jongeman, een hikikomori, twee jaar het huis van zijn ouders niet uit is geweest, zijn de hoofdpersonages sociaal onhandige, geïsoleerde individuen. Langzaamaan laten ze anderen toe, durven ze toenadering te zoeken en de verbinding met een ander mens aan te gaan.
    Ondanks de zwaarte van de onderwerpen weet Milena Michiko Flašar haar verhalen op droogkomische toon lichtvoetig te vertellen.

     

    Boven aarde, beneden hemel
    Auteur: Milena Michiko Flašar
    Uitgeverij: Cossee 2024

    De vriendschap van bomen – Heropvoeding van een bioloog

    Bioloog Arjen Mulder leerde met bomen communiceren en schreef erover in De vriendschap met bomen. Eerder al schreef hij Vanuit de plant gezien (2019) waarin hij zich in planten verplaatste. Voor meer bomenkennis volgde hij een cursus bij fysisch geograaf en boomdruïde Maja Kooistra die in veel werelddelen onderzoek naar bomen deed. Mulder had al ontdekt dat hij met bomen kon communiceren. In De vriendschap met bomen legt hij uit dat bomen onder- en bovengrondse netwerken hebben waarmee ze met elkaar communiceren en ook met dieren en mensen. Bomen kunnen een stemming oproepen, of actief de menselijke somberheid doen verdwijnen en op vragen reageren, schrijft Mulder. Maar of het allemaal echt zo is weet hij niet. Wel heeft hij ontdekt dat je deze wereld alleen kunt kennen via gevoel, intuïtie en zelfkennis. Als je met bomen wilt communiceren moet je de aannames van het psychologisch model loslaten.

    In het radioprogramma Vroege vogels vertelt hij over zijn ervaringen. Hij merkte dat bomen op hem reageren. Of een boom werkelijk zijn onbewuste kan lezen weet hij niet. ‘Ik heb geen flauw idee. (…) Misschien klopt het idee van hoe wij in elkaar zitten wel niet en kunnen wij met ons lichaam veel meer registreren zonder dat we er erg in hebben, maar leren we onszelf om dat niet te doen.’ In het begin nam hij de beslissing om geen verklaringen te zoeken maar het gewoon mee te maken. Hij ontdekte dat er meer mensen waren met dezelfde ervaring. ‘Toen wist ik zeker dat ik niet gek aan het worden was.’

     

    De vriendschap van bomen – Heropvoeding van een bioloog
    Auteur: Arjen Mulder
    Uitgeverij: De Arbeiderspers 2024
  • De Derde Jongen

    De Derde Jongen

     

    In Bozen, Zuid-Tirol, wordt op een nacht een man, Franz, door een groep mannen uit het doorgangskamp gehaald en met een boot naar een onbekende bestemming gebracht. Ontvoerd, zou je kunnen zeggen. Hij wordt naar een vrouw, Clara, gebracht, die de eerste dagen, weken voor hem zorgt. Het is 1945, de oorlog is nog niet afgelopen, dit weet Franz niet, maar Clara wel en om veiligheidsredenen brengt zij hem naar een oude dame, waar hij nog een aantal weken onder de vloer moet leven. Wanneer de oorlog voorbij is, kan hij terug naar Clara. Hij heeft een portefeuille met enkele papieren, onder andere een Hongaars paspoort, met zijn naam Franz Laschke. Clara zegt, dat zij hem nog kent, uit een tijd in Berlijn. Maar hij herkent haar in eerste instantie niet. Pas later, wanneer ze verhalen gaat vertellen, komen de herinneringen terug. Zijn tijd in Berlijn, waar hij met zijn eerste vrouw en zijn zoontje woonde. Zijn tijd in Boedapest, waar hij een cursus handelscorrespondentie volgde en daar Sophie leert kennen, zij wordt zijn derde vrouw. In die tijd kreeg hij een reispas met een valse naam. Laschke. In Berlijn was hij echter bekend onder de naam Franz Müll. Hij was actief in communistische kringen, sprak op bijeenkomsten, schreef boeken en toneelstukken. Maar hij vluchtte voor het opkomende nazisme. Zo komt hij in de jaren ’30 in Boedapest, vanwaar hij in 1943 met zijn valse pas, enkele reis Boedapest ? Wenen, moet vluchten. Onderweg wordt hij opgepakt en in een doorgangskamp ondergebracht.

    ‘Zwart op zwart voer de boot door de nacht’. Dit is de beginzin van de roman van Arjen Mulder. En als beginzinnen inderdaad veelzeggend zijn, dan deze ook: zwart op zwart ? er is weinig te zien. Zo kwam het boek ook bij mij binnen: er is weinig te begrijpen: wie is Franz Laschke nu eigenlijk, waarom wil hij niet onder zijn echte naam Franz Müll herkend worden, voor wie is hij ? nog steeds ? op de vlucht? Misschien wel voor zijn eigen geschiedenis? Wie was Clara ? was ze nu wel of niet de in Berlijn bekende danseres Fanny Schickele-, en hoe komt zij aan de schilderijen van Matisse, Macke en Georg Grosz op zolder? Is het toeval, dat hij een van zijn eigen boeken in haar huis vindt? Hij weet nog, dat hij dit boek rond 1919 heeft geschreven, hij was op weg naar Londen, zou in Breda of Rotterdam kameraad Gorter ontmoeten… Wiens kind was Arnoud, waarom zorgt Clara voor hem?

    Er zijn mooie scènes in dit boek. De nacht waarin Franz bij Clara gebracht wordt en de manier waarop zij voor hem zorgt. De momenten, dat Franz Arnoud ontdekt, het voor hem opneemt en alles in het werk stelt om goed voor hem te zorgen. Arnoud kan niet leven zonder de zorg van een volwassene en op een bepaald moment beslist Franz, dat hij voor dit kind zal zorgen. Wanneer Clara overlijdt wordt dit alleen maar duidelijker. Boeiend is het idee van de ijstent op het strand, de saamhorigheid en vriendschap met buren en bekenden uit de omgeving. Die scènes zijn plezierig om te lezen. En toch, en toch, ervaar je het boek niet als een spannend, doorleesverhaal. Ik moest mezelf regelmatig dwingen om door te lezen, of om terug te bladeren: hoe zat het nu eigenlijk?

    Van alle personages zijn er maar weinig in mijn hoofd blijven hangen, alleen de hoofdfiguren Franz, Clara, Arnoud. De anderen, vrienden, buren, politieke lotgenoten komen nauwelijks uit de verf. De onbekende familie Weingold, welke rol speelden zij in het dorp of de man in het linnen kostuum, die Franz herkent als Franz Müll.

    Het meest troostend in deze roman is de onvoorwaardelijke liefde, die Franz opvat voor de gehandicapte jongen Arnoud. Dit lijkt ingegeven door de eerdere ervaringen in zijn leven, waar hij door omstandigheden, eigen fouten en verkeerde keuzes zich niet kon inzetten voor zijn eigen kinderen. Met deze jongen wil hij ogenschijnlijk alles goedmaken en daarin is hij trouw en consequent. Wanneer zij samen aan het eind van de roman naar Amerika gaan en eigenlijk alles open ligt, vraag je je als lezer af: hoe zou het hen daar vergaan? Het lijkt erop of Franz Müll, weliswaar deze keer samen met zijn beschermeling, wederom een nieuw leven wil beginnen. Niet de eerste keer in zijn bestaan.

    In de verantwoording achter in het boek vertelt de schrijver, dat deze roman is gebaseerd op het levensverhaal van Franz Jung, ex-revolutionair, ex-dadaïst, ex-antifascist, ex-spion en ex-schrijver. Deze man heeft zoveel verschillende wegen bewandeld in zijn leven, dat het voor een biograaf moeilijk was om een samenhangend verhaal te schrijven. Net zoals Franz Jung, probeert de hoofdpersoon in deze roman, Franz Müll, alias Laschke, zijn sporen uit te wissen. Dat maakt de roman raadselachtig. En ook intrigerend.