• Een basketballer aan de verliezende hand

    Een basketballer aan de verliezende hand

    Het is weinig gebruikelijk om de bespreking van een novelle of roman te beginnen met opmerkingen over de stoffelijke drager van het verhaal. Afscheid van Juan Carlos Onetti geeft daar door enkele opvallende details aanleiding toe. Zo valt op dat de ontwerper van de boekomslag en de maker van de afbeelding daarop in het colofon een verwijzing krijgen naar ander werk van hen, wat op een bijzondere manier recht doet aan de presentatie van het boek. Daarnaast valt op dat het papier een robuustheid heeft die je de pagina’s traag doet omslaan. Alsof je gedwongen wordt je eerst te realiseren wat de zojuist gelezen tekst te zeggen heeft voor je verder bladert in deze al uit 1954 stammende, maar niet eerder in het Nederlands vertaalde novelle.
    De jonge uitgeverij Kievenaar uit Heveadorp nodigt op haar site lezers uit haar boeken te ervaren als ‘moeilijk veroverbare geliefden’. Het werk van de Urugyaan Onetti is daar een fraai voorbeeld van. Na Afscheid verschijnt daar van hem ook nog De dood en het meisje. Wie Afscheid heeft geproefd wordt meteen benieuwd naar die volgende uitgave.

    Brieven

    Afscheid is inderdaad een novelle waarop je verliefd raakt zonder dat je direct kunt verklaren waarom. In elk geval dragen daar aan bij de mysterieuze sfeer en de ambigue stem van de verteller, de uitbater van een winkel, annex café en postkantoor. Hij woont al vijftien jaar in het dorp. Zijn verhaalstem suggereert dat er gaat gebeuren wat hij voorvoeld heeft, maar wat dat is blijft tot het eind duister. Dan claimt de winkelier enigszins verrassend zijn gelijk, maar is dat terecht? Bovendien incorporeert deze verteller in zijn verhaal opvattingen en beweringen van anderen, zoals een verpleger – de roddelaar in deze geschiedenis – en een kamermeisje, waarbij de lezer zich steeds afvraagt of hij ze wel correct weergeeft.

    De centrale figuur in Afscheid is een beroemde Argentijnse basketballer (de center van een internationaal team) die het dorp van de winkelier bezoekt omdat hij lijdt aan tuberculose en een opname in het sanatorium hem misschien kan redden. Hij verblijft er afwisselend in een hotel en een chalet van Portugese zussen op een berg, blinkt vooral uit in zwijgen en wekt bevreemding omdat zijn lievelingsplek de vuilnisbelt van het hotel is. Hij komt in de winkel om er een biertje te drinken terwijl hij naar de bergen kijkt, en om de post op te halen van twee vrouwen die hem regelmatig schrijven. De ene vrouw doet dat in blauw handschrift, de andere in getypte bruine enveloppen. De brievenstroom stopt als de twee vrouwen zelf vrijwel tegelijkertijd de basketballer bezoeken.

    Wie geloof je?

    Zowel de winkelier als de basketballer, de verpleger en de twee vrouwen krijgen in de novelle geen naam, terwijl de auteur kwistig met namen strooit van inwoners die er in veel mindere mate toe doen en soms zelfs maar een enkele keer figureren: een serveerster, de Portugese eigenaressen van het chalet, het kamermeisje of een postbode. Onetti is daarnaast behoorlijk precies in de beschrijving van hotels en het stratenplan van het dorp. Op die manier geeft hij de achtergrond van de personages een realistische gedaante terwijl het overige in raadselen en dromerigheid gehuld blijft.

    Het boeiende aan de manier waarop het verhaal verteld wordt is dat we als lezer aanvankelijk geneigd zijn de winkelier te geloven, maar daaraan beginnen te twijfelen als hij te nadrukkelijk de andere stemmen als roddelaars wegzet. Wat mogen we geloven? Onetti daagt de lezer uit zijn eigen verhaal samen te stellen. Om tot zijn verrassing aan het einde te merken dat hij (althans bovengetekende, maar waarschijnlijk vele anderen) er toch ingetuind is. Je voelt je na lezing gedwongen je af te vragen waardoor je je laat leiden, niet alleen in dit verhaal, maar ook in het verhaal dat je dagelijkse leven is en, ja, ook: de dagelijkse nieuwsvoorziening.

    Verleden

    Naast dit alles zijn er de door Onetti prachtig verwoorde observaties van de winkelier die allerlei psychologische betekenissen toekent aan gebaren en houdingen van personages en hun zwijgen: ‘Zonder vreugde, maar opgewonden, kon ik nu de breedte van zijn schouders verklaren en de overdreven nederigheid waarmee hij ze kromde, die opgekropte wrok in zijn ogen, die niet alleen voortkwam uit het verlies van zijn gezondheid, van een manier van leven, van een vrouw, maar vooral uit het verlies van een overtuiging, van het recht om trots te zijn’.
    Fraaie zinnen zijn het vaak, ook in de Nederlandse vertaling van Arie van der Wal, zoals deze: ‘Ik stelde me voor hoe de man na de omhelzing op een drafje naar het hotel liep, zich bewust van zijn postuur, van zijn vermoeidheid, van het feit dat het bestaan van het verleden afhangt van de hoeveelheid heden die we eraan geven’.

    Juan Carlos Onetti werd in 1909 in Montevideo (Uruguay) geboren, woonde een tijd lang in Buenos Aires (Argentinië) en stierf in 1994 in zelfgekozen ballingschap in Madrid. In de Latijns-Amerikaanse literatuur werd en wordt hij als een grootheid gewaardeerd door schrijvers als Vargos Llosa, Bolaño en Córtazar, maar in Europa is hij veel minder bekend dan die bewonderaars. Hij schijnt nauwelijks pretenties te hebben uitgestraald, zo lezen we in een uitvoerige Engelstalige biografische schets van J. Blitzer die op de site van uitgever Kievenaar te vinden is: ‘Woorden verschijnen bij Onetti in vreemde en onwaarschijnlijke combinaties, altijd op zoek naar mogelijkheden terwijl hij de zekerheid beperkt. Zijn ficties en correspondentie getuigen van zijn onoverkomelijke afstandelijkheid. In interviews was hij net zo: hij sprak langzaam, onderbrak zijn opmerkingen met lange pauzes, nam midden in een zin een eindeloze trek aan een sigaret en verviel in een verdwaasde monotone toon. Zoals de Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina ooit zei [naar aanleiding van een interview met Onetti]: “Ik had nog nooit iemand met zo weinig nadruk over literatuur horen spreken.”’

     

     

  • Zomerlezen- España

    Aan de oever

    Op nummer drie in de lijst van populaire vakantiebestemmingen voor Nederlanders prijkt Spanje, na Frankrijk en Duitsland. Het is er nu toch veel te heet om iets anders te doen dan de schaduw op te zoeken met een goed boek, dus hierbij drie tips waarvoor u vast nog wel een plekje vindt in uw koffer, naast de zonnecrème.

    Kenners van de Spaanse literatuur weten dat Rafael Chirbes (1949-2015) niet de bekendste, maar misschien wel de grootste van zijn generatie was. Als u iets wilt begrijpen van het moderne Spanje, mag u hem niet missen. Misschien is het u wel eens opgevallen dat er sinds de instorting van de Spaanse vastgoedmarkt overal aan de Spaanse costa’s half afgewerkte bouwprojecten staan te verkommeren? Welkom in de wereld van Esteban, hoofdpersonage van Chirbes’ Aan de oever, die het geld van zijn vaders bescheiden meubelmakerij investeert in een bouwonderneming in de hoop mee te profiteren van de vastgoedhausse die aan de verwoestende crisis voorafging. Uiteindelijk wordt de meubelmakerij meegesleurd in de ondergang van Estebans vastgoedproject, staat het personeel op straat en kan hij de verpleegster die voor zijn dementerende vader zorgt, niet langer betalen. Chirbes geeft u een kijkje achter de schermen van de Spaanse bouw- en toerismesector, waar louche zakenlui, corrupte politici en andere onfrisse figuren rijk proberen te worden over de rug van de Spanjaarden onder aan de sociale ladder. Geef de ober die uw paella opdient straks dus maar een mooie fooi, want hij/zij moet rondkomen van een hongerloon.

     

    Aan de oever
    Auteur: Rafael Chirbes
    Uitgeverij: Meridiaan

    De nacht der tijden

    Een andere sterkhouder van de Spaanse letteren is de Andalusiër Antonio Muñoz Molina. Een van zijn mooiste boeken is ongetwijfeld De nacht der tijden, over een onmogelijke liefde tussen een Spaanse architect en een Amerikaanse schrijfster aan de vooravond van de Spaanse Burgeroorlog. Dat klinkt sentimenteel, maar niets is minder waar. Slechts weinigen verstaan de kunst om over liefde te schrijven zonder te vervallen in stereotypen of melodramatische clichés, maar Muñoz Molina draait zijn hand er niet voor om en toont met succes hoe lastig en tegelijkertijd hoe mooi el amor kan zijn.

    De nacht der tijden
    Auteur: Antonio Muñoz Molina
    Uitgeverij: De Geus

    Andalusisch logboek

    Over de derde Spanje-tip hebben ik nog even getwijfeld. Andrés Barba, die met Republiek van licht een verbluffende roman schreef, was zeker een goede kandidaat, maar het boek speelt eigenlijk meer in een fictieve Latijns-Amerikaanse stad. Bovendien stellen ik u graag voor aan een Vlaming die al jaren in Spanje woont: Stefan Brijs. Misschien kent u hem als romancier, maar zijn Andalusisch logboek is zeker niet te versmaden. Brijs woont in een afgelegen dorp in de bergen bij Málaga en beschrijft in zijn logboek over het leven aldaar, van de cultuur tot de mensen, maar ook de natuur. Wist u bijvoorbeeld dat er een dramatisch watertekort dreigt in Andalusië omdat de lokale boeren massaal zijn overgeschakeld op het telen van aardbeien en avocado’s? Vroeger verbouwden ze gewassen die minder moesten worden besproeid en beter waren bestand tegen de droogte. Reken daar nog bij dat de Spaanse costa’s in de zomer worden overspoeld door toeristen die de schaarse watervoorraad nog meer uitputten, en er dreigt echt een milieuramp. Geniet van uw vakantie, maar sta daar misschien toch even bij stil voordat u het zwembad induikt.

    Andalusisch logboek
    Auteur: Stefan Brijs
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Momenten van wraak, woede en (voorbije) liefde

    Momenten van wraak, woede en (voorbije) liefde

    Joan-Marc Miró-Puig, hoofdpersoon in Echtscheiding in de lucht, is een wat zware veertigjarige man van goede komaf. Zijn tweede vrouw heeft hem onlangs verlaten, hij zit in een financiële crisis en heeft net van de dokter te horen gekregen dat hij zich moet onthouden van allerlei koolhydraat-rijke producten die zijn leven nog iets draaglijk maakten. Joan-Marc probeert zijn problemen te boven te komen door op Facebook op zoek te gaan naar oude klasgenoten om de goede oude tijd te kunnen herbeleven. Pedro Maria, de enige die hem wil helpen, blijkt echter net zo’n hopeloos geval te zijn als hijzelf is en Joan-Marc gaat op zoek naar een andere manier om uit zijn depressie te komen.

    In plaats van naar een psychiater te gaan besluit Joan-Marc zijn lief en leed op papier te delen met nota bene zijn tweede vrouw. Vanuit zijn kleine appartement in Barcelona bekijkt hij de situatie waarin hij verkeert, en vertelt vol zelfmedelijden over de erbarmelijke staat waarin zij hem heeft achtergelaten. Eigenlijk is het niet eens haar schuld dat zijn leven zo slecht is. Hij wijt zijn geestelijke, lichamelijke en financiële achteruitgang aan zijn eerste vrouw.

    Zijn eerste vrouw, Helen, was een Amerikaanse die met een sportbeurs naar Spanje was gekomen. Ze leerden elkaar kennen op een feestje en hij nam haar mee naar een hotel. De seks was goed, haar beurs liep af en hij vroeg haar ten huwelijk. Niet snel daarna komt hij achter de ware aard van haar karakter. Ze is veeleisend, onrustig en raakt snel verveeld. Bovendien laat ze zich inpalmen door zijn zus, waardoor zij hem dwingt een huis te zoeken in Barcelona. Haar zoektocht naar een baan loopt op niets uit en ze stort zich op de alcohol. Tot overmaat van ramp trekt ze haar zelfwaarde omlaag door herinneringen op te halen aan haar vader, die nooit van haar heeft gehouden. Haar neerslachtigheid maakt Joan-Marc radeloos en hij stuurt haar het huis uit. Met het ticket dat hij voor haar gekocht heeft gaat ze echter niet naar Amerika zoals hij gehoopt had. Op een feestje brengt een gemeenschappelijke vriend hen weer samen om het bij te leggen. Maar een opmerking van Joan Marc valt totaal verkeerd bij Helen en wanneer hij haar de rug toekeert, steekt zij hem met een mes. Tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis, komt Helen langs en vraagt hem om een laatste kans. In een staat van verwarring gaat hij in op haar aanbod om naar een kuuroord te gaan en het uit te praten. Daar aangekomen begaat Joan- Marc al snel een enorme fout, waardoor zijn eerste huwelijk definitief mislukt.

    Echtscheiding in de lucht bespreekt het eerste huwelijk van Joan-Marc van begin tot eind en geeft bovendien aan wat de impact op een leven kan zijn wanneer een huwelijk slecht afloopt. Het is vooral de bitterheid en de verwarring waar Joan- Marc mee achterblijft. Hij spuugt zijn donkere gedachtes, pijnlijke herinneringen en rauwe gevoelens uit. Een gedachte over een bepaalde episode in zijn leven doet hem terugdenken aan een ander moment en zo wordt zijn verhaal een aaneenschakeling van sprongen door heden en verleden. Een verhaal zonder adempauzes, zonder hoofdstukken. Ellenlange alinea’s zonder komma’s of punten, die het lastig maken dit werk te lezen, maar des te meer bijdragen aan het effect van verwarring, radeloosheid, pijn, verdriet en woede. Joan-Marc is zich wel degelijk bewust van dit hink-stap-sprong verhaal en legt uit: En dus is dit niet een verslag van het heden, het is alleen een geschiedenis: mijn geschiedenis met Helen, mijn geschiedenis zonder jou’.

    Niets en niemand laat hij heel, hij is extreem openhartig en kent schaamte noch schande wanneer hij praat over de mensen die deel uitmaakten van zijn leven. Over Helen doet hij graag een boekje open: ‘Dat hele met siliconen volgestopte lijf (betaald door wie?) dat de hysterische en paranoïde stem van Helen omhulde, en mijn landschap van pillen, aangevreten sokken, siësta’s, sjaals en onvaste scheerbeurten beheerste’. Maar ook zijn zus wordt door de mangel gehaald: ‘Onder een bepaald soort licht kon je haar verwarren met een mens, dat geef ik toe, maar dat was een optisch effect, een trompe-l’oeil’.

    Al lijkt Echtscheiding in de lucht vanwege de thematiek een bittere pil, de Catalaanse auteur Gonzalo Torné weet de huwelijksproblematiek een zekere luchtige toon te geven. De manier waarop Torné Joan-Marc neerzet is fantastisch. Joan-Marc is een prachtig, vol karakter die door zijn acties en gedachten als een pathetisch persoon overkomt. De schuld voor zijn mislukte huwelijken legt hij bij anderen en hij ziet zichzelf vol medelijden als onschuldig. Hij geeft spottend commentaar op alles en iedereen, zelfs degenen die hem proberen te helpen, zoals Pedro María. Hoewel Joan-Marc zijn jeugdvriend ziet als een mislukkeling, is hij zelf niet veel meer. Dit zal hij echter nooit erkennen, want daar is Joan-Marc simpelweg nog te zelfvoldaan en te egocentrisch voor.

    Betiteld in Spanje als één van de beste boeken in 2013 is Echtscheiding in de lucht een werk om eens goed voor te gaan zitten. Wanneer je gewend bent aan de stijl en de structuur kun je genieten van mooie, diepe psychologische observaties aangevuld met interessante beschrijvingen over de werking van het lichaam en heerlijke momenten van wraak, woede maar ook van liefde.

     

    Echtscheiding in de lucht

    Auteur: Gonzalo Torné
    Vertaald door: Arie van der Wal
    Verschenen bij: Uitgeverij Atlas/Contact
    Aantal pagina’s:  384 pagina’s
    Prijs: € 24,99

  • Oogst week 6

    Door Carolien Lohmeijer

    Eind vorige maand droeg Antjie Krog tijdens Gedichtendag zelf voor uit haar nieuwe bundel Medeweten. De Zuid-Afrikaanse wordt geroemd om haar poëzie, ‘een ‘oordonderende leeservaring, met sagte en kragtige gedigte’, maar ook om haar voordrachtskunsten. Bent u daarbij geweest en zou u daar op Literair Nederland verslag van willen doen? Kijk dan elders op deze site, en maak uw belangstelling kenbaar aan Ingrid van der Graaf of Menno Hartman. Wij zoeken mensen met kennis van en liefde voor poëzie. Of misschien bent u wel diegene die voor ons een recensie gaat schrijven over deze tweetalige nieuwe bundel?

    Medeweten, Antjie Krog, Uitgeverij Podium, vertaling: Robert Dorsman, Jan van der Haar en Alfred Schaffer, 260 pagina’s, € 25,-

    RaadselwaterOf zou u liever schrijven over de personages die de nieuwe bundel van dichter Juliën Holtrigter bevolken: een jutter, een bloemist, een rouwbegeleider, een astronoom, een trucker, een houthakker en de nodige kelners.
    Raadselwater is de zesde bundel van de dichter die onder zijn eigen naam, Henk van Loenen schildert en fotografeert. Over zijn bundel Snijderseiland uit 2012 schreef Ingrid van der Graaf op deze site een aankondiging.

    Raadselwater, Juliën Holtrigter, 55 pagina’s, Uitgeverij Harmonie, € 15,90

    WeerwaterDrie maanden lang heeft Renate Dorrestein op uitnodiging van de gemeente Almere in die stad gewoond om zich te laten inspireren tot het schrijven van een roman in de literaire serie ‘De Almere Verhalen’.

    Het resultaat daarvan heet Weerwater. Op Almere na is de wereld vergaan. Vooral vrouwen zijn er over. De schaarse overlevende mannen zijn ontsnapte gevangenen.

    Weerwater, Renate Dorrestein, uitgeverij Podium, 272 pagina’s, € 19,50

    Echtscheiding in de luchtOok het leven van de hoofdpersoon in Echtscheiding in de lucht, Joan-Marc, staat op instorten. In een van zelfspot doordrenkte klaagzang laat hij zien hoe hij en zijn ex-vrouw elkaars leven tot een emotionele hel maakten.
    Echtscheiding in de lucht is de derde roman van Gonzalo Torné (1976) en werd, samen met De vlucht van Jesús Carrasco, in Spanje onthaald als een van de beste boeken van 2013.

    Echtscheiding in de lucht,  Gonzalo Torné, vertaald door Arie van der Wal, Uitgeverij Atlas/Contact, 384 pagina’s, € 24,99

    Mocht u nou liever over proza dan over poëzie schrijven, dan kunt u contact opnemen met Carolien Lohmeijer. De voorwaarden en mogelijkheden zijn hetzelfde als voor poëzierecensenten.

  • Lezen zonder te denken

    Lezen zonder te denken

    Het wordt weer zomer en de vakantieganger wil een boek mee op vakantie. Aan het strand of zwembad moet in de zon of onder de parasol af en toe gelezen worden. Bruin worden kost nu eenmaal tijd en voor lichamelijke inspanning is het te warm. Zo af en toe lezen aan de waterkant ontspant ook. Eindelijk is er de tijd voor een boek.

    Wat wil de vakantielezer lezen? Het liefst iets lichts, iets luchtigs, iets met spanning, een vleugje seks ? niet teveel want het is al zo warm. Zo’n lezer wil geen dikke, historische roman, poëzie of moeilijke beschouwingen. Bewaar die maar voor de herfst, de winter. Zulke genres associeert men met een knapperend haardvuur en een glas port, niet met witte stranden en brandende zon.

    Als je de vakantielezer heel eerlijk is wil hij misschien helemaal niet lezen. Het liefst zou hij op het strand een film zien, een DVD-tje kijken. Zo’n film die gedachteloos amuseert en je toch het gevoel geeft dat je naar iets met inhoud hebt zitten kijken. Maar op een scherm kijken is in de felle zon veel te lastig. Dan toch maar een boek. Het liefst een boek dat leest als een film.

    Razernij van de Argentijnse schrijver Sergio Bizzio (1956) is precies zo’n boek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er plannen zijn om het ook daadwerkelijk te verfilmen. Het heeft spanning, een vleugje romantiek en voordat je echt verbrand bent, heb je het uit. Wat dat betreft doet het denken aan de boeken van die andere bestsellerauteur Nicolo Ammaniti (1966).

    De strandlezer wordt met een gesprek over seks het boek ingetrokken. In de eerste zin is het meteen raak. ‘Toen jij geboren werd, kwam ik net klaar.’ Rosa is vijfentwintig, Jose María bijna veertig en ze zijn verliefd op elkaar. De openingsscène draait om de vraag van Jose María, die later alleen María genoemd wordt, aan Rosa: Mag ik je in je kontje neuken?

    Zo’n provocerende openingsscène herken je uit de film. Bijvoorbeeld, Reservoir Dogs (1992) van Quentin Tarantino opent met een discussie over een pornografische interpretatie van Madonna’s Like a Virgin. Het is prikkelend, plat en in Tarantino’s film ook grappig en origineel. Bij Bizzio komt het over als een slecht gelukte imitatie.

    Het verhaal van Razernij laat zich kort samenvatten. Het begin is fel realistisch. María is bouwvakker en migrant, Rosa dienstmeisje bij een rijke familie. De twee worden verliefd en krijgen ruzie met een portier. María slaat er vrij snel en hard op los. Zijn baas ontslaat hem om die ruzie, waarop María hem vermoordt. Dan, na zo’n 40 bladzijden slaat de toon van het boek om.
    María verstopt zich op de bovenste verdieping van het immens grote huis waar Rosa dienstmeisje is. Hij houdt zich daar verborgen voor de politie, maar ook voor Rosa. Hij hoort en ziet veel wat zich in het huis afspeelt, waaronder een verkrachting en een moord. Het enige contact dat hij met Rosa heeft is telefonisch. Hij belt haar af en toe, maar verraadt nooit zijn verblijfplaats. Het einde zal ik niet verklappen, wel dat de Spaanse titel van het boek Rabia is, wat in het Spaans behalve ‘razernij’ ook ‘bezeten’ betekend.

    Het deel in het boek waarin María zich verbergt en naakt rondloopt, kan opgevat worden als een parabel van de eenzame emigrant die geen bestaan heeft in de moderne maatschappij. Zo schijnt het in Argentinië geduid te worden en het boek is er om geprezen. Heel geloofwaardig vind ik die interpretatie niet. María kiest, weliswaar noodgedwongen, voor zijn isolement, maar zijn voormalig werkgever had hij toch echt niet hoeven doodslaan. Bovendien legt Bizzio erg de nadruk op spanning en actie. De spanning zit vooral in de mogelijkheid dat María ontdekt wordt of dat Rosa in gevaar is. Van een stille, claustrofobische opsluiting is geen sprake, er gebeurt genoeg in het huis. Tijd voor bespiegelingen is er dan ook niet.

    Literair heeft Razernij bar weinig te bieden. De taal is eenvoudig, onopgesmukt. Dat hoeft zeker niet bezwaarlijk te zijn, maar hier illustreert het de nadruk op de verhalende actie. Heel soms probeert Bizzio een ‘mooie’ zin te maken: ‘de witmarmeren trap van de hoofdingang spreidde zich zo plastisch uit over de tuin dat het wel leek alsof hij was gemaakt met een slagroomspuit.’ Gelukkig blijft het bij enkele van dergelijke zinnen.

    Thematisch is het verhaal erg dun. De problemen van de laaggeschoolde buitenstaander is al heel vaak, en veel beter beschreven. Denk bijvoorbeeld aan Döblin’s Berlin Alexander Platz, Naipaul’s A House for Mr Biswas of White Tiger van Aravind Adiga. Deze boeken zijn veel rijker, subtieler en ook beter geschreven dan Razernij. En het isolement, het niet deelnemen aan de wereld, het alleen maar toekijken is onlangs nog uitgewerkt door Peter Terrin in De Bewaker, om maar een recent voorbeeld te noemen. Waar Terrin zijn thema op de vierkante centimeter uitwerkt staat bij Bizzio vooral de thrillerachtige spanning centraal. Met het uitdoven daarvan blijft er maar heel weinig over.

    Bizzio doet wel een poging literair te zijn en dat blijkt met name uit een aantal ironische passages en fragmenten. Zo opent het boek met een citaat van Wayne. W. Dyer, een Amerikaanse schrijver van bestsellers als Manifest Your Destiny, Incredible You! en Making Your Thoughts Work for You. Kortom, Dyer is een positief denker, een self help-guru en produceert het soort wijsheden waar de ‘echte’intellectueel zijn fijne neus voor ophaalt. Voor María, echter, is hij een held, hij weet niet beter, lijkt Bizzio te willen zeggen. Tijdens zijn isolement leest María veel, waaronder Readers Digest en Dyer’s Niet Morgen maar Nu! María en Rosa zijn geen intellectuelen en hebben ook niet de ambitie het te worden. Bizzio maakt dat vooral in het eerste deel van het boek duidelijk. De uitgeschreven dialogen tussen het stel hebben expres geen inhoud. Die nadrukkelijke platheid vormt naar mijn idee, het enige, redelijk geslaagde element van het boek. Maar ook hier ligt een vergelijking met Tarantino voor de hand. In zijn films kom je die nadruk op hele gewone, platte, niet verheven dialogen bijna voortdurend tegen en ook hij citeert het liefst uit B-films.

    Bizzio heeft echter geen Tarantino script geschreven. De ironie van de leeg- en platheid is te weinig aanwezig om het boek te redden. Het is wel een boek dat María waarschijnlijk graag gelezen zou hebben. In een dialoog met Rosa vraagt hij haar waarom ze alleen TV kijkt en nooit leest.
    ‘Dat komt omdat lezen meer moeite kost dan televisiekijken.’
    ‘Waarom? Om te lezen hoef je alleen maar te zitten of te liggen, net als bij tv-kijken.’
    ‘Maar je moet je hoofd gebruiken.’
    ‘Niet waar! Je kunt heel goed lezen zonder te denken.’
    En dat is precies de ervaring die dit boek achterlaat. De vakantielezer zit gebakken.