• In memoriam Arend Jan Heerma van Voss 1942-2022

    ‘Is er een apart hoekje voor ex-schrijvers, dat zou wel helpen?’ schreef Arend Jan Heerma van Voss me na een uitnodiging voor een schrijversborrel bij Van Oorschot. Arend Jan meende dat je voor een uitnodiging voor een diner of borrel liefst recent of heel veel boeken had moeten schrijven, voor ons was dat ene meer dan voldoende. Want wat een boek! De ‘retro-reportage’ zoals hij het noemde met de titel Dokie. Een familiebericht is een voorbeeldige familiegeschiedenis, memoires ook zoals we graag meer zouden uitgeven. Ook van Arend Jan, we hebben er dikwijls naar gevraagd. ‘De kale feiten werden wel gekend, maar die konden lang onopgetuigd blijven; als de betekenis ervan eindelijk doordringt, is meestal goed te begrijpen waarom dat zo lang moest duren’ analyseert de gewezen hoofdredacteur van het Maandblad voor geestelijke volksgezondheid, de zaak zelf maar even voor ons.

    Dokie vertelt het verhaal van zijn in de oorlog gestorven zusje, ze werd aangereden door een motor. Lang was ze afwezig in zijn leven en dat van de familie, Dokie was iemand over wie nadrukkelijk gezwegen werd. Volgens het procedé van de ‘associatieve logica’ ontsluiert de auteur de schrijnende geschiedenis. Maar in de 100 geserreerde paragrafen die hij daarvoor maar nodig had ontwaren we ook zijn leven, en zijn fascinaties. Het is een boek dat je kunt blijven lezen, in een stijl die is zoals de auteur was: precies, geestig, bescheiden, intelligent en volstrekt origineel.

    Het portret hiernaast door Stefan Heijendael is mooi en typerend. De altijd aanwezige tas, de blik waarin een zekere afzijdige melancholie en ironie om voorrang strijden.

    Dokie staat ook vol muziek, Elmore James bijvoorbeeld, ‘de ideale man om de aversie tegen alles wat “grof, ruw en lawaaierig’ is in de naoorlogse blues aan te wakkeren’, zoals HvV schreef in Jazzwereld 10, 1967. De overeenkomst tussen dit type musicus en HvV is dat in een gestileerd en gentlemen like voorkomen een zekere paniek schuil kan gaan die een uitweg zoekt. Deze muziek ‘moet zeer hard gedraaid worden, en alle buren vluchten.’ Dan ontstaat ‘een zekere ontspanning: eindelijk werd hij de buitenstaander van zijn eigen bestaan.’

    Hieronder James’ prachtige uitvoering van ‘But when things go wrong, go wrong with you, it hurts me too.’

    Wat evengoed een motto van Dokie had kunnen zijn.

     

     

    Foto: Stefan Heijendael

    Dit in memoriam verscheen eerder op Tirade blog.

     

  • Altijd in verbinding met die ene dag

    Altijd in verbinding met die ene dag

    Op 26 september 1945 verongelukt het vier jaar oudere zusje van Arend Jan Heerma van Voss, Dokie. Ze mocht eerder van tafel, stak de weg over en werd doodgereden door een motorrijder. Hij was drie jaar. In Dokie. Een familiebericht  heeft Heerma van Voss (1942) een prachtige vorm gevonden voor een verslag van de reconstructie van zijn familieverleden.

    Rouw
    Als peuter van drie kreeg hij niet meteen te horen wat er werkelijk gebeurd was. Hij gaf zijn de moeder de schrik van haar leven toen hij een paar dagen na het ongeluk zei: ‘Dokie is helemaal niet ziek. Die is dood’, wat hij van buurkinderen gehoord had. Tijdens de begrafenis wordt hij ergens anders ondergebracht. Niet lang na het ongeluk verhuist het gezin van Brabant naar het westen. In hun nieuwe huis in Bentveld hangen de foto’s van Dokie wel aan de muur, maar er wordt niet over haar gesproken:

    Waarom hang je foto’s aan de muur van iemand over wie je het niet meer hebt?
    Om altijd herinnerd te worden aan degene over wie je het niet meer hebt.
    Om een goed weerwoord te hebben voor iedereen die zou durven beweren dat je het niet meer over haar wilt hebben.
    Om de afgebeelde te bevriezen in die leeftijd, en te vergeten dat zij ouder had kunnen worden (…).

    Aan rouwen doen zijn ouders niet: ‘Rouw was niks voor haar, daarvoor was ze te flink. […] Rouw was ook niets voor hem, want daar kon je niks mee doen.’ Zijn moeder gaat wel jaarlijks met hem naar het graf, maar de verhoudingen waren duidelijk: ‘Het was haar verlies, niet het mijne. Maak nooit de beginnersfout je in een bij voorbaat verloren rouwwedstrijd te storten.’ Ook later wordt er nauwelijks over Dokie gepraat. ‘De mogelijkheid om het verleden tot iets gemeenschappelijks te maken, kwam bij niemand op. (…) Iedereen koesterde zijn eigen verliesvariant.’

    Heerma van Voss heeft weinig eigen herinneringen aan zijn zusje, om precies te zijn drie. Ze is niet meer dan twee data op de verjaardagskalender. Pas in zijn studententijd, als hij in zijn dagboeken op zoek is ‘naar een verklaring van het onverklaarbare verlies’ van een geliefde, duikt de naam Dokie weer op. Daar begint de zoektocht.

    Portret van drie mensen
    Die zoektocht levert een portret op van zijn moeder, zijn vader, zichzelf en de relaties tussen hen. Zijn eigen positie binnen het gezin verandert snel: van de jongste, wordt hij enig kind en niet snel daarna de oudste als hij een zusje krijgt. Op verschillende manieren wordt een kijkje gegeven in de familieverhoudingen. Naast de beschrijvingen lezen we bijvoorbeeld nooit gestuurde brieven aan zijn moeder en zijn zusje uit zijn dagboek, een verhaal gepubliceerd in Propria Cures en de weergave van een telefoongesprek met zijn moeder. En zo wordt aangetoond dat één dialoog soms meer kan zeggen dan uitgebreide beschrijvingen.

    Toeval
    Een hoofdstuk heeft de titel ‘Toeval’ gekregen. In dit boek komen meer toevalligheden voor dan wij in een roman zouden accepteren. Zijn moeder is de eerste vrouw die in Roosendaal op een Harley Davidson reed. Zijn vader is een ‘deskundige verkeerswezen’ en wijst er tijdens een van zijn verkeerslessen – al jaren voor het ongeluk – op ‘Dat vele malen de schuld aan de slachtoffers zelf ligt.’ Later maakt hij voor de politie foto’s van verkeersongelukken in de regio. ‘God, ik wou dat er weer eens een ongeluk gebeurde’, roept zijn moeder regelmatig uit als er te lang een opdracht uitblijft.

    Retroreportage
    Heerma van Voss heeft zijn familiegeschiedenis niet in de vorm gegoten van een autobiografische roman, zoals Nicolaas Matsier in Gesloten huis. Hij koos voor non-fictie, een ‘retro-reportage’. Als inspiratie diende Jantje (2005) van Philip Freriks, over diens omgekomen negenjarig broertje. Een van de grote verschillen met de uitgave van dat autobiografische familieverhaal is de afwezigheid van beeld. In Dokie zijn allerlei soorten teksten opgenomen: citaten uit dagboeken, radio-interviews, krantenartikelen, briefkaarten, e-mails en een politieverslag, om maar wat voorbeelden te noemen. Maar bij van geen van deze documenten zijn afbeeldingen geplaatst. Ook vinden we in het boek – naast die op de omslag – maar één foto van het overleden zusje, op de laatste pagina. Die keuze geeft ruimte voor de verbeelding van de lezer, waardoor dit verhaal de kans krijgt meer te worden dan een particuliere familiegeschiedenis.

    Documenteren
    Als kind legde Heerma van Voss allerlei documentatiesystemen aan, bijvoorbeeld een voetbalarchief met de volledige gegevens van alle semiprofclubs, alle films die hij gezien had inclusief een recensie, en de Amerikaanse en Engelse hitparade met een eigen top dertig. Minutieus werd alles bijgehouden: ‘mijn greep op de realiteit. Alles was controleerbaar juist’. Diezelfde drang naar nauwkeurige feiten zie je in zijn onderzoek naar Dokie terug. Maar gelukkig wijkt de auteur af van de strikte regels van het archiveren. Door niet chronologisch te werk te gaan wordt er spanning opgebouwd. Het tijdsverloop in dit boek doet denken aan het spel waarbij een tennisbal aan een elastiek vastzit. Je kunt alle kanten opslaan, maar de bal komt niet los van dat middelpunt. In Dokie is dat middelpunt 26 september 1945.

    Via het ‘principe van de Associatieve Logica’ springt de schrijver in de korte paragrafen alle kanten op: van zijn eigen jeugd in Brabant, naar die van zijn ouders, van zijn Amsterdamse studententijd, naar zijn tijd als redacteur bij de Haagse Post, en van zijn grootouders naar zijn eigen kleinkinderen. Maar welke kant hij ook opgaat, er is altijd een verbinding met die septemberdag. Stap voor stap komen we steeds dichter bij het ongeluk. Uiteindelijk krijgen we het dagrapport van de politie te lezen. Doordat Heerma van Voss erin slaagt je deelgenoot te maken van zijn zoektocht, ervaar je dezelfde lichte huivering die hij aangeeft bij het overtypen ervan te voelen. Je hebt als lezer zijn ontwikkeling mogen meemaken van een onwetend kind, naar een wanhopige student tot uiteindelijk de schrijver die over zijn zusje Dokie kan zeggen: ‘We waren onafscheidelijk, en dat heb ik lang zo gehouden’.

     

    Dokie
    Een familiebericht

    Auteur: Arend Jan Heerma van Voss
    Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot
    Prijs: € 17,50