• Onbereikbare vaders

    Onbereikbare vaders

    Om het vuur onder het lezen aan te wakkeren is het soms goed kennis te nemen van de teksten van de gedreven lezer en criticus Anthony Mertens. Voor Mertens was lezen ‘verleid worden’. En verdomd, nadat ik een week niet wist waar ik het (als lezende) zoeken moest, kreeg ik De atlas van overal in handen. Werd ik, die dagenlang verschillende boeken vruchteloos opensloeg, overgehaald tot verder lezen. Over een zoon die zijn vader zoekt in de verhalen die hij over hem kent. De schrijver woont sinds zijn twintigste in Amerika. Aan zijn Turkse vader denkt hij met enige wrok, heeft geen contact meer met hem. Als hij zelf kinderen krijgt wordt hij onrustig. Wat voor vader zal hij zijn? Zal hij zijn kinderen kunnen liefhebben, ze verdragen? Zijn vader is een zeer gepreoccupeerd mens. Als enige uit zijn boerenfamilie had zijn vader ambities. Hij wilde schrijver worden. Als hij wordt aangesteld als onderwijzer in een dorpje, lijkt het er even op dat hij het verschil gaat maken. Dan, door ongelukkige omstandigheden, een gedwongen huwelijk, wegen die elkaar kruisen die elkaar beter niet hadden kunnen kruisen, doodt hij een jongen.

    Na zijn gevangenisstraf vertrekt hij als gastarbeider naar Duitsland. Eind jaren zeventig wordt hij leraar Turks op een school in Twente. Daar ontmoet hij de toekomstige moeder van de schrijver. Ze krijgen twee kinderen. Zij weet dat hij in Turkije een gezin heeft, dat hij elk jaar bezoekt. Gespletenheid van levens, niet te overbruggen. De vader is een autoritair man. Wie hem in de weg zit, wordt hardhandig aangepakt. Zat zijn vrouw eens achterna met een hamer, wurgde bijna zijn dochter omdat ze niet gehoorzaamde.

    De schrijver reconstrueert het leven van zijn vader in Turkije. Als vierjarig kind hazelnoten rapend, in bomen klimt voor de laatste noten. Als jonge man, verliefd op de dochter van de hoofdredacteur van een krant. De armoede, opdringerige geiten, de stank, het schrale eten, de ongeïnspireerde levens, het Turkse platteland, de woede van de vader om dit alles. Niets geen fraai gebouwde zinnen maar eerlijke taal, met een grote, aansprekende kracht. Ik heb mij een beeld gevormd.

    De overwegingen van de schrijver hoe hij het verhaal van zijn vader vorm zal geven in een boek, een roman. Stromeningen, bronnen komen samen in een waarachtig geheel. Zeer on-Nederlands ook, ik moet denken aan John Fante, de sfeer in Wacht tot het voorjaar Bandini. Ongekend mooie literatuur.

    Hoewel de zoon niet werkelijk nader tot zijn vader komt, eindigt zijn zoektocht met een innerlijke toenadering. Waarin eenzelfde ontroering te voelen is als in Een goede vader van Jean Paul Franssens. Had ook zo’n onbereikbare vader, tijdens de oorlog collaborerend met de Duitsers, zijn vrouw eens opsloot in een koelcel. Hij besefte dat zijn vader hem nooit zal zoeken, dus zoekt hij hem. Aan zijn sterfbed fluistert hij herhaaldelijk, als om zichzelf te overtuigen: ‘Je bent een goede vader.’ Dan opent zijn vader zijn ogen. ‘Hij staart me aan of hij vreselijk van me schrikt. Alsof hij heel erg bang voor me is. Hij komt even overeind, rukt zijn hand los en slaat me in mijn gezicht.’
    De schrijver van De atlas van overal brengt zijn vader in een denkbeeldige belofte thuis. ‘Ergens in de kosmos, op een verre dag, zal ik mijn vaders boeken naar zijn geboortedorp brengen.’ Mooi boek.

     

     

    De  atlas van overal / Deniz Kuypers / Atlas Contact (2021)
    Een goede vader / Jean Paul Franssens / De Harmonie (1993)


    Inge Meijer is een pseudoniem, wordt geregeld verliefd op een verhaal, zoekt de verleiding.

  • Waanzin

    Waanzin

    In ieder van ons schuilen ongewenste verlangens die de grens van het betamelijke overschrijden. In een flits (als ik nu een duw geef aan degene die voor me de stationstrap afloopt hoe wordt er dan gevallen?) kunnen bevreemdende gedachten de geest binnensluipen. Die je natuurlijk negeert, want je bent niet gek. In het boek Gevallen engelen – een titel die terecht ‘hoogmoed komt voor de val’ oproept – worden zulke verlangens tot uitvoer gebracht, waarmee ik niet teveel verklap. Vijf studenten, drie jongens, twee meisjes wonen eind jaren tachtig antikraak in een oud landhuis aan de Kromme Rijn in Amelisweerd. Ze hebben het goed met elkaar, maken afspraken (geen gebruikelijke corvee afspraken) over de omgang met elkaar: geen ongevraagde bemoeienissen, geen seks onderling, altijd zoeken naar de waarheid.

    De bijna vijftiger, ooit gesjeesd filosofiestudent, Michel van Bourbon Wittelsbach woont in een huisje naast het landhuis en hangt de leer van filosoof Foucault aan. De studenten in hun onbekommerde manier van omgang en Michel met de uitstraling van een kluizenaar, voelen zich tot elkaar aangetrokken. Er wordt gekookt en samen gegeten. Het landhuis heeft een gevulde wijnkelder waar gretig gebruik van wordt gemaakt. Onder invloed van Michel ontstaan er vijf opdrachten voor Paul, Breteler, Kim, Djoera en Hubert die hen zullen helpen hun waarheidsbevindingen te toetsen en elkaar beter te leren kennen. Michel observeert wanneer ze samen zijn, geniet en stelt dingen als: ‘De waarheid is de naakte waanzin van de mens.’

    Wanneer elk van de studenten hun diepste verlangen onder aanmoediging van Michel als wens opschrijft, is dit de laatste opdracht en luidt het einde van hun vriendschap in. Ook dit is geen spoiler, want het geheim van Gevallen engelen zit in de constructie en hoe het leest, als een verleiding. De man zonder eigenschappen van Robert Musil komt er in voor. Niet enkel als terloops genoemde titel wanneer Paul en Hubert dit boek in de bibliotheek zoeken. Het standpunt van Musil – dat het voldoen aan maatschappelijke verwachtingen je allerlei eigenschappen verleent maar tot vervreemding van jezelf leidt –  voert in Gevallen engelen de ondertoon. Een geweldig verhaal, met intrigerende karakters. En nee, we gaan het niet vergelijken met een ander geweldig  boek. Dit boek is zichzelf genoeg.

    John Cheever opent zijn boek Bijna een paradijs met een leesadvies: ‘Dit is een verhaal om in bed te lezen, op een regenachtige avond in een oud huis.’ Voor Gevallen engelen wil ik voorstellen het boek in tijdloze ruimten te lezen, zo gauw de kinderen naar school zijn of de baas het pand verlaat. Maar bij voorkeur in de ochtend trein van 06:17 uur richting Berlijn. Heb dan weet van het ritme en de trillingen van de trein alsook van de stopmomenten op tussenliggende stations waar de ochtendzon nog net onder de overkapping van het station doorschijnt. Wanneer je aankomt ben je een ander mens. En kun je, zoals de personages in Gevallen engelen nooit meer terug naar wie we waren. Anthony Mertens zou zeggen: ‘Lezen, man!’

     

    Gevallen engelen/ Almar Otten/ 414 pagina’s/ AFdH Uitgevers


    Inge Meijer is een pseudoniem, leest de godganse dag en schrijft daarover.

     

  • Kus me

    Kus me

    De zonovergoten dagen, de picknicks, zwemmen in het meer, een terrasje en ’s avonds tot laat bij de vuurpot met stukken overgebleven pizza en bietensalade (ja, de combinatie zie ik ook nu pas) kon de oorzaak zijn geweest. Ook waren er hier ten huize  drie verjaardagen in één week te vieren. Oh, we deden ons best maar wat verlangde ik naar gewone dagen waarin de enige verleiding bestond uit de wijn bij het avondeten. Steeds zei ik tegen beter weten in ‘ja’ waar ik ‘nee’ dacht. Daar kon geen hoofdpijn, die ik niet nader wil benoemen, omheen. Geen migraine, dat legt de boel maar vast en ontneemt me het geloof dat ik er niet aan lijd. Hoofdpijn dus.

     
    In een verduisterd kamertje onttrok ik me aan de dag – ijscompressen zouden helpen maar er was niemand die eraan dacht – met een hoofd dat voor het komende etmaal even nergens bij aan zou schuiven. Het enige wat ik nog kon was lezen. Als niemand het zag. Anders zou het lijken of ik simuleerde; want hoe leg je iemand uit, die geen ervaring heeft met een zichzelf misdragend hoofd dat scheef staat van het bonzen en gonzen, dat lezen de enige redding is die je voor het wegzakken naar de diepste regionen in jezelf behoedt? Als ik de trap hoorde kraken lag ik amechtig achterover, Kus me, Straf me van Marja Pruis samenzweerderig op het tafeltje naast mijn bed. Ik wilde niet eten, niets drinken, geen mensen zien. Na ‘alle dagen feest’ vond ik mezelf weer terug met het lezen van Marja Pruis’ teksten over fictie en non-fictie en over haarzelf en daar weer een menging van. Verhalen ook, karakterschetsen ter illustratie van haar beschouwende stukken. Ik las en hoefde niets te begrijpen. Ik las om me met belangrijker materie bezig te houden dan gekraakt te worden door een hoofdpijn; voorbij gaan aan de dingen. Dat is ook wat Pruis deed op een dinsdag in 2001.

     
    Ze had een afspraak met Anthony Mertens in café Scheltema, 16.00 uur in de middag. Er was iets met die dag. Er zaten een jongen en een meisje, ‘als een stel zombies’, onafgebroken naar de tv te kijken.
    ‘Ik was de hele week nerveus. (…) Ik was te vroeg, (…). Wat zich op het scherm afspeelde zag ik wel en niet. (…) hoe ik ook krantenkoppen wel en niet kan zien. Hoe groter de kop, hoe minder ik ‘m zie. (…) Gehaast en een beetje krom kwam hij binnen (…). bestelden de eerste lading bier en bitterballen (…) Af en toe werden we lastig gevallen door de ober die een uiterst somber wereldbeeld ontvouwde. (…)  knikten instemmend en bogen ons weer over belangrijker materie.

    Ze worden steeds gestoord door die ober, door een paar studenten die hun mening willen over het wereldgebeuren. Ze geven beiden niet thuis, wimpelen af en steken de kop in de literatuur waardoor de wereldschokkende gebeurtenis op 11 september 2001 finaal aan hen voorbijging. Dat bracht herkenning. De dingen voorbij laten gaan.