• Zomerlezen – drie topboeken

    De jaren

    Sommige boeken maken een onuitwisbare indruk wanneer je ze leest als tiener of jongvolwassene. Klassiek werk van schrijvers als Dostojevski, Tolstoj, Kafka en Camus. Later wordt het lezen van een boek dat een blijvend stempel drukt op je literaire ervaring zeldzamer. Het is dan ook extra bijzonder om nog eens zo’n boek te ontdekken dat een onuitwisbare induk op me maakte, zoals De jaren van Virginia Woolf, recent opnieuw in het Nederlands vertaald.  De lezer volgt de Engelse familie Pargiter vanaf het einde van de negentiende eeuw tot in het interbellum, maar een traditionele familiehistorie is dit niet. Elk hoofdstuk speelt zich af in een ander jaar en beslaat slechts één of enkele dagen terwijl ondertussen de geschiedenis op de achtergrond verstrijkt en de meeste mijlpalen uit het leven van de personage resoluut overgeslagen worden. In het verglijdende perspectief en de weergave van de inwendige belevingswereld van de karakters toont de auteur haar absolute meesterschap. Ze maakt zo de zoektocht van de telgen Pargiter in het doolhof van hun eigen bewustzijn op ongeëvenaarde wijze inzichtelijk. Sommige scènes zijn hartverscheurend mooi, bijvoorbeeld in het slotdeel. Woolf slaagt er in het gerijpte De jaren optimaal in om het menselijke en het experimentele van haar proza tot een eenheid te smeden, waarmee ze zich bewijst als een van de grootste romanschrijvers van alle tijden.

     

    De jaren
    Auteur: Virginia Woolf
    Uitgeverij: Athenaeum – Polak & van Gennep

    Wij houden van Tsjernobyl

    Door de populaire HBO-serie Chernobyl die op dit moment speelt, neemt het toerisme in de streek die door het rampzaligste kernongeluk uit de geschiedenis werd getroffen sterk toe, maar Aleksijevitsj drijft er al de spot mee in haar schitterende boek Wij houden van Tsjernobyl, dat in een eerste versie verscheen in 1997. Later volgde uitbreiding van het materiaal. Balancerend op het snijvlak tussen geschiedschrijving, journalistiek en literatuur, laat Svetlana Aleksijevitsj een stoet van ooggetuigen aan het woord komen. Dit levert een veelstemmig document op dat de huiveringwekkende reikwijdte laat zien van de Tsjernobyl-ramp. Het boek geeft niet alleen inzicht maar eert tegelijkertijd de rampenbestrijders en hun nabestaanden: elk levensverhaal is een novelle bij deze Nobelprijswinnaar. Je weet niet wat je leest.

     

    Wij houden van Tsjernobyl
    Auteur: Svetlana Alexijevitsj
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Pereira verklaart

    Na het zware literaire geschut tot slot een fijnzinnige roman gesitueerd in het Portugal onder dictator Salazar, opvallend genoeg geschreven door een Italiaan. Protagonist Pereira, apolitiek redacteur van de literatuurbijlage in de krant, leidt een onopvallend bestaat totdat hij in contact komt met een mysterieuze student die rebelleert tegen het regime. Om hem van enig werk te voorzien laat Pereira de jongeman necrologieën schrijven van nog levende schrijvers, die stuk voor stuk onbruikbaar blijken door hun sterk politieke toon (maar daarin wel heel grappig zijn). Geleidelijk dringt de vraag zich op hoelang hij zich nog afzijdig kan houden van het leven zoals dat zich onder zijn neus afspeelt. Tabucchi brengt een fraaie samenhang aan in deze compacte roman door een handvol motieven en stijlelementen, waaronder die van de opzet als ‘verklaring’. Una testimonianza, is de ondertitel dan ook. Een parel van een boek, veel beter kom je ze in een leesjaar doorgaans niet tegen.

    Pereira verklaart
    Auteur: Antonio Tabucchi
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Zomerboeken 2018 – Lezen is ontsnappen

    Zomerboeken 2018 – Lezen is ontsnappen

     

     

     

     

    De welwillenden

    Uw vakantieboeken hoeven zich niet af te spelen op de vakantiebestemming, ga liever voor contrast, zodat u een dubbele ontsnapping creëert. Lees tijdens een lamlendige strandvakantie boeken die bol staan van vaart en spanning en de hele wereld bestrijken. Ludlumachtige boeken dus of de literair verantwoorde versie ervan: De ontdekking van de hemel van Mulisch of De welwillenden van Litell waarin vanuit het perspectief van een SS’er een enorm scala een oorlogsgruwelen de revue passeert.

    De welwillenden
    Auteur: Jonathan Littell
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Als u tot een actieve vakantie besluit, hiken in Noorwegen bijvoorbeeld, lees dan niet Grip van Enter of Nooit meer slapen van Hermans, maar een lekker landerig boek: Carson McCullers’ De balade van het treurige café (over een zeer broeierig Georgia) of juist een grote-stadsroman zoals het hilarische Geld van Martin Amis over een Londense reclameman die in New York de voorbereidingen treft voor zijn eerste speelfilm.

    De waterman

    Gaat u op een vakantie van lichte zeden, lees dan niet Platform van Houellebecq of de sublieme memoires van Casanova, maar het vrijwel vergeten juweel De waterman van Van Schendel, over een negentiende-eeuwse binnenvaartschipper die met ijzeren discipline en een loodzwaar moreel regime tegenslag na tegenslag doorstaat.

    De waterman
    Auteur: Arthur van Schendel
    Uitgeverij: Athenaeum (alleen als e-boek)

    De tijgerkat

    Lees hoe dan ook een monumentaal werk- daar heeft u nu de tijd voor-, zoals De Radetzkymars van Joseph Roth over het Habsburgse rijk van keizer Franz Joseph of De tijgerkat van Tomasi di Lampedusa over het negentiende-eeuwse Sicilië waar een revolutie ervoor zorgt dat alles bij het oude blijft.

    De tijgerkat
    Auteur: G. Tomasi di Lampedusa
    Uitgeverij: Atheneaeum – Polak & van Gennep
  • Verzet voor een vrije pers

    Verzet voor een vrije pers

    Hoe lang kun je zwijgen? Hoe lang kun je je afzijdig houden en wanneer besef je dat je in actie moet komen, verantwoordelijkheid moet nemen? In Sostiene Pereira vertelt Antonio Tabucchi (1943 – 2012) het verhaal van de eenling die zich staande probeert te houden te midden van de politieke krachten die de geschiedenis bepalen. De roman verscheen voor het eerst in 1994 en is nu opnieuw uitgegeven door De Bezige Bij, vertaald als Pereira verklaart. En verklaren doet Pereira veel in deze roman. Deze woorden, ‘…verklaart Pereira’ komen talloze malen terug in de roman. De vraagt rijst tijdens het lezen waar die formaliteit vandaan komt. Wordt Pereira verhoord? Of probeert hij met zijn stelligheid greep te krijgen op de onzekere tijden waarin hij leeft?

    Het is augustus 1938. Mussolini is in Italië aan de macht, in Spanje woedt de burgeroorlog en Portugal gaat gebukt onder de dictatuur van António de Oliveira Salazar. Pereira, een journalist op leeftijd die tobt met zijn gezondheid, houdt zich echter afzijdig van de politiek. Hij is chef van de cultuurpagina van de Lisboa, een kleine middagkrant in de Portugese hoofdstad. Hij vult de kolommen met vertaalde verhalen en necrologieën van schrijvers. Voor het nieuws gaat hij te rade bij de kelner in zijn vaste restaurant.

    Saudade
    Sinds de dood van zijn vrouw is Pereira zich aan het leven van alledag gaan onttrekken. ‘[I]k ben journalist en houd me bezig met cultuur, ik heb net een verhaal van Balzac vertaald, van uw toestanden ben ik liever niet op de hoogte, ik ben geen verslaggever,’ zegt hij ergens. Hij is de belichaming van de saudade, het typisch Portugese bitterzoete gevoel van gemis en liefde, in dit geval voor zijn overleden vrouw. Alsof ze er nog is, praat hij tegen haar portret, dat hij ook meeneemt wanneer hij naar een kuuroord gaat.

    Als hij een assistent voor zijn cultuurpagina aanneemt komt daarmee ook de politiek zijn leven binnen. Deze jongen, Monteiro Rossi geheten, krijgt de taak om alvast necrologieën te schrijven voor auteurs die elk moment kunnen sterven. Tot ongenoegen van Pereira levert hij alleen maar stukken in die ongeschikt zijn voor publicatie. Het zijn herdenkingsartikelen over linkse schrijvers als Federico García Lorca en Majakovski. Om voor hemzelf onverklaarbare redenen ontslaat Pereira Monteiro Rossi niet en betaalt hij hem zelfs. Een toevallige ontmoeting met een joodse vrouw die Duitsland ontvlucht is, doet hem voor het eerst beseffen dat hij zich niet meer afzijdig kan houden. Subtiel beschrijft Antonio Tabucchi de verandering in het leven van zijn held – al lijkt dit lange tijd een onterecht predicaat voor Pereira.

    Censuur
    De intellectuele Pereira begint te twijfelen aan het belang van de literatuur in de politiek roerige tijden waarin hij leeft. Hij vindt een manier om via zijn cultuurpagina een boodschap uit te dragen. Geheel in de sfeer van het verstilde Lissabon in deze zomermaand, klinkt het verzet van Pereira aanvankelijk net luid genoeg voor wie het wil verstaan. Maar is Pereira echt zo naïef om te denken dat zijn directeur dit zonder gevolgen laat passeren? En dat de politie hem niet in de gaten houdt? De kracht van deze roman zit in de manier waarop Tabucchi er een verzetsroman van maakt. Zonder overdreven actie toe te laten wordt Pereira verklaart het verhaal van een journalist die vecht voor een vrije pers zonder censuur.

    Pereira verklaart verscheen in 1994 en werd enthousiast ontvangen door critici van Silvio Berlusconi. De mediamagnaat gebruikte zijn netwerken voor zijn politieke ambities en als toenmalig premier hield hij een wet tegen om zijn macht over de Italiaanse media terug te dringen. Tabucchi’s personage werd destijds het symbool van de strijd voor vrijheid van informatie. Het zal geen toeval zijn dat Pereira verklaart juist nu weer opnieuw wordt uitgegeven.

     

  • Oogst week 26

    Kort proza

    Zeven teksten telt Kort proza van Samuel Beckett. De kortste tekst – noch het een nog het ander – is tien zinnen lang, zou poëzie kunnen zijn, als Beckett het geen verhaal gevonden had. Genoeg – de langste, ruim elf bladzijden – oogt van de zeven het meest als een verhaal met een kop en een staart, maar is goed beschouwd net zo plotloos en suggestief als alle andere – Bing, Zonder, Roerloos, Op een avond en De klif.

    Puur van taal zijn de uitzichten die Samuel Beckett biedt. Hij cirkelt, repeteert, komt terug op een punt waar hij al eerder was. Concreet wordt zijn proza pas als de lezer zich er iets bij voorstelt. Een beeld projecteert.
    In de vertaling van Anneke Brassinga klinkt, klatert en resoneert het korte proza van Beckett.

    Kort proza
    Auteur: Samuel Beckett
    Uitgeverij: Vleugels

    Pereira verklaart

    Portugal, 1938. Salazar maakt de dienst uit, en onder zijn bewind moet Pereira journalist zijn. Zelfs op de kunstpagina is stelling nemen uit den boze. Door stelselmatig de bijdragen – necrologieën en herdenkingsartikelen – van een talentvolle jonge collega (en beschermeling), wegens te links en te subversief, te weigeren, draagt Pereira bij aan het levend begraven van kritische geesten. Maar er komt een moment dat het regime te ver gaat, Pereira zijn geweten laat spreken en zich niet langer afzijdig houdt.

    In elk hoofdstuk van de roman komt minstens een keer de zin ‘Pereira verklaart’ voor, alsof Pereira verklaart het verslag van een verhoor is. De zin suggereert een objectieve, officiële en feitelijke weergave van de werkelijkheid. Niets is natuurlijk minder waar: Pereira laveert en geeft mee en geeft toe.
    Eigenlijk is Pereira net als Hanta in de novelle Al te luide eenzaamheid van Bohumil Hrabal een hoeder van machthebbers van niet welgezind cultureel kapitaal. In Pereira verklaart wemelt het van de literaire en politieke verwijzingen.

    Behalve dat Sostiene Pereira werd bekroond met belangrijke literaire prijzen en de naam van Antonio Tabucchi definitief op de kaart zette, werd het in 1995 verfilmd door Roberto Faenza. Marcello Mastroianni was Pereira.
    Eerste druk van de Nederlandse vertaling verscheen in 1995.

    Pereira verklaart
    Auteur: Antonio Tabucchi
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Buster Kafka

    Waar vereenzelviging van een schrijver met zijn personage(s) toe kan leiden, beschrijft Martin Schouten in zijn roman Buster Kafka. Over de Duitse leraar Enzo Krijgsman die  een roman heeft geschreven waarin de Hollandsche Schouwburg prominent aanwezig is en de belangrijke personages joods zijn. Omdat hij tijdens een televisie-interview de suggestie dat hij zelf ook joods is niet weerlegt, is hij vanaf dat moment voor de buitenwereld een joods auteur.

    Zijn wereld(beeld) verandert daardoor essentieel. Hij ondervindt aan de lijve wat het betekent als identiteiten gaan schuiven en raakt verzeild in situaties die lijken op de spreekwoordelijke omstandigheden waar komiek Buster Keaton en schrijver Franz Kafka – Krijgsman is een expert als het gaat om het wijzen op de overeenkomsten op tragikomisch vlak tussen Keaton en Kafka – het patent op leken te hebben.

    Buster Kafka
    Auteur: Martin Schouten
    Uitgeverij: Gibbon Uitgeefagentschap
  • ‘En allemaal hadden ze hetzelfde gezicht’

    ‘En allemaal hadden ze hetzelfde gezicht’

    ‘En allemaal hadden ze hetzelfde gezicht’

    Na achttien pagina’s hebben we bijna uitsluitend dialogen gelezen. Bedrieglijk naïeve dialogen. En toch is de essentie van Mens of niet al aangeroerd: de roman opent in poëtische sfeer met de herontmoeting van partizaan N-2 en Berta in een winter die de zachtste is sinds haar geboorte in 1908. En Selva, bewoonster van het huis waar N-2 en Berta elkaar treffen, heeft hem dan al één van de vragen gesteld waar het in deze roman om draait: ‘Jullie verbeelden je nogal wat. Jullie werken voor het geluk van de mensen, maar wat de mensen nodig hebben om gelukkig te zijn weet je niet. Kunnen jullie werken zonder zelf gelukkig te zijn?’. En verder in het gesprek: ‘Alles heeft alleen maar zin als de mensen er gelukkig door kunnen worden. Is dat niet de enige zin van de dingen?’
    Op pagina 78 is het weer Selva die het thema tegenover Berta aanroert. Sprekend over N-2 zegt ze: ‘Een man moet een vriendin hebben. En zeker als hij één van ons is. Hij moet gelukkig zijn. Hoe kan iemand weten wat de mensen nodig hebben als hij zelf niet gelukkig is? Daar vechten wij voor. Dat de mensen gelukkig zijn.’

    Het is 1944. N-2 is de tweede man van een partizaneneenheid genoemd naar de wijk Naviglio in Milaan. Zijn groep heeft juist een aanslag gepleegd die door de Duitsers en de in hun opdracht werkende fascistische brigade wordt vergolden.

    Elio Vittorini, de auteur van Mens of niet, schrijft uit eigen ervaring. Hij was aanvankelijk zelf fascist, maar toen hij zag wat er tijdens de Spaanse burgeroorlog gebeurde verliet hij die partij. In de oorlog zat hij korte tijd gevangen. Hij sloot zich aan bij de communisten en nam actief deel aan het Milanese verzet tegen de nazi’s en de volgelingen van Mussolini. Al vroeg in zijn leven had hij een grote literaire belangstelling, in het bijzonder voor moderne Amerikaanse schrijvers.
    Dat is te merken in Mens of niet. De lezer herkent elementen uit Vittorio’s eigen leven (de gevangenisstraf, de aanslagen, de stad Milaan), terwijl in de stijl en de filosofie van de roman echo’s zijn te vinden van vooral het werk van Hemingway.

    Allereerst die stijl. Die vergt van de lezer aanvankelijk overgave aan de staccato zinnen die als een repeterend geweervuur worden afgeschoten. Meer dan de helft van de roman bestaat uit kinderlijk ogende gesprekken vol herhalingen. Maar als je bereid bent er in op te gaan werken ze bedwelmend. Vittorini weet er een sfeer mee op te roepen waarin de filosofie die hij wil overbrengen de lezer des te meer aangrijpt.

    Daarbij komt de poëtische kracht van zijn verhaal, waarin hij op een magistrale manier vragen over liefde en de zin van verzet in elkaar vlecht. N-2 en Berta zijn tien jaar geleden verliefd geworden op elkaar, maar hij heeft steeds te belangrijke zaken aan zijn hoofd om zich eraan over te geven. Al die tien jaar lang hangt achter zijn kamerdeur een mantelpak van Berta, dat daar na de eerste ontmoeting is achtergebleven; het blijft hem spookachtig de vraag stellen wat hij eigenlijk met haar wil.

    En dan is er Milaan, de grotendeels in puin gegooide stad, met zijn dagelijkse aanslagen en vergeldingsacties. Niet voor niets gebruikt Vittorini zowel voor dit Milaan als voor de niet doorleefde liefde hetzelfde beeld. Herhaaldelijk noemt hij de stad een woestijn en als het spook van Berta’s mantel achter de deur hem aanstaart na een vrijpartij met een andere vrouw waarin het hem erom te doen was zijn mannelijkheid te bewijzen, lezen we: ‘Een man zonder vrouw, ík weet wat het betekent, in een vrouw geloven, een vrouw toebehoren, en haar toch niet hebben, jaren doorbrengen zelfs zonder dat je man bent bij een vrouw, en er dan een nemen die niet de jouwe is en ja, in een hotelkamer vind je dan, in plaats van de liefde, de woestijn van de liefde.’

    Vittorini stelt grote vragen over de zin van geweld, het verzet en menselijkheid. Hij kiest niet voor een feitelijke beschrijving van gruwelijkheden, maar maakt die voelbaar in de dialogen en de reacties van daders, slachtoffers en omstanders. De kilheid van de moordmachine dringt zich bijvoorbeeld op in een gesprek waarin een een SS-er aantoont dat de Duitsers altijd zullen winnen omdat ze elke vermoorde landgenoot vergelden door tien vijanden te doden: ‘Wij zijn met negentig miljoen Duitsers. Voor wij alle negentig miljoen dood zijn zouden we negenhonderd miljoen personen gedood moeten hebben. Zijn er negenhonderd miljoen personen op de wereld? Die zijn er niet. Duitsland kan niet sterven.’ Het helpt voor dat standpunt bovendien dat de SS ook voor elke moord op een Duitse hond een Italiaan vermoordt. Ook zo’n geval beschrijft Vittorini des te krachtiger door de pesterijen te beschrijven die voorafgaan aan de wraak op een oude man die een Duitse hond heeft neergestoken; hij wordt levend verscheurd door andere honden. Van die geweldsdaad zelf geeft Vittorini geen enkel detail, maar hij is o zo voelbaar.

    Ontroerend, beklemmend, diepzinnig en daardoor prachtig zijn de hoofdstukken volgend op een executie van Milanezen, waaronder kinderen, vrouwen en een oude man, als vergelding van de aanslag door de partizanen. Ook hier wordt niet de executie zelf beschreven, maar wat die doet met de overlevenden. Omstanders die van de plek waar de lijken liggen weglopen reageren op vragen van anderen met: ‘Ik heb niets bijzonders gezien’. Aan de partizanen dringt zich de vraag op waarom zij als plegers van de aanslag zijn blijven leven, terwijl hier onschuldige burgers liggen als vergelding. De kracht van de voortdurende herhaling maakt de waarom-vraag steeds urgenter, bijvoorbeeld als de partizanen naast een geëxecuteerd meisje de eveneens doodgeschoten verzetsman Foppa aantreffen:

    Hij was een vreedzaam man geweest, een eenvoudig man. Waarom was hij dood?

    Hij had ook níét kunnen gaan vechten: alleen van de film houden, en van de Chinezen. Maar hij had zich gedwongen gevoeld te gaan vechten, en hij was als het meisje dat van haar bed was gelicht en gefusilleerd. Hij was net zo. Niet minder onschuldig dan zij, en zijn dood was net als die van haar. Niet minder ongerechtvaardigd.

    (…) Alle doden zeiden dag. En allemaal hadden ze hetzelfde gezicht.

    Niets in dat gezicht was nog open en goed; of standvastig en goed, scherpzinnig en goed, nadenkend en goed; zoals ook niets nog kinderlijk was of fout.

    Vittorini velt geen moreel oordeel. Er zijn geen goede en kwade mensen. Er is het kwaad. En dat kan in elk mens huizen:

    Ergens wordt er gekrenkt en dadelijk staan wij achter degene die gekrenkt wordt, en we zeggen dat hij de mens is. Bloed? Zie de mens. Tranen? Zie de mens.

    Maar hij die krenkte, wat is hij?

    Nooit overwegen we dat ook hij de mens zou zijn. Wat anders kan hij zijn? Werkelijk de wolf?

    Vandaag de dag zeggen we: het is het fascisme. Of het nazisme. Maar dat het het fascisme zou zijn, wat betekent dat dan? Ik zou het fascisme wel eens los van de mens willen zien. Wat zou dat dan zijn?  Wat zou het doen? Zou het kunnen doen wat het doet als de mogelijkheid het te doen niet bij de mens zou horen?

    Laat als lezer Mens of niet van Vittorini binnenkomen. Vouw het boek respectvol dicht. En laat de sporen ervan zijn werk doen.

    De roman werd in 1984 en in 1995 ook al in het Nederlands vertaald. Hij kreeg lovende kritieken, maar vond nauwelijks zijn weg onder lezers. Het is goed dat Uitgeverij Schokland de lezer nu een nieuwe kans geeft.

    Mens of niet moet gelezen worden.

     

    Mens of niet

    Auteur: Elio Vittorini
    Vertaald door: Anthonie Kee
    Aantal pagina’s: 196
    Verschenen bij: Uitgeverij Schokland (2013, 3e druk)
    Prijs: € 23,90