• Het leven als IKEA-vestiging

    Het leven als IKEA-vestiging

    ‘Ik bedacht dat het even goed was. Dat het zo moest zijn. Lachende baby’s en vriendelijke mensen. Ik zou mijn best doen daarbij te horen.’ Aldus Hannah, het hoofdpersonage in Annelies Verbekes tweede roman Reus. En haar best doet ze ook, maar feit is dat er in de boeken van Verbeke weinig vriendelijke mensen en lachende baby’s voorkomen. Evenals Slaap!, haar goed ontvangen debuut, lijkt ook Reus soms op een schilderij van Hiëronymus Bosch waarop vervormde wezens uit hemel en hel langs en over elkaar heen buitelen. Een bijtgrage albinomuis, die een aanval met een toiletdeksel zonder moeite overleeft, Véronique, de verlaten vrouw met ‘twee onbestemde vleesdraaisels’ op de plaats van haar borsten en natuurlijk de reus met het witte haar, die gaandeweg het boek steeds groter lijkt te worden.

    Tussen al deze absurdistische spelingen van de verbeelding probeert Hannah wanhopig haar leven vorm te geven. Ze tracht de leegte die ze om zich heen en in zichzelf ervaart in te vullen door haar eigen grenzen te overschrijden. Niet alleen door haar vriend ontrouw te zijn ? ‘Konden wij het helpen dat we alles wilden? Er was steeds meer wereld buiten en onze lijven zouden niet lang meer zo stevig zijn’ ?, maar ook in haar werk. Hannah zoekt voor haar wekelijkse tijdschriftrubriek ‘Hannahs Freaks’ naar mensen die bereid zijn ‘zich van hun minst evenwichtige zijde te laten zien’. Al op de eerste bladzijden van Reus komt onvermijdelijk de gedachte op dat Hannah zelf niet had misstaan in haar eigen rubriek. Ze laat zich in haar handelen leiden door een nietsontziende willekeur, althans, zo lijkt het. Haar aan nihilisme grenzende instelling verhult echter teleurstelling en onmacht. Hannah is teleurgesteld in het leven, dat haar ooit zo rooskleurig en paradijselijk toescheen, als een wereld die ruikt ‘naar wasverzachter in flanellen lakens’. Als deze wereld uiteindelijk niets anders dan de voortkabbelende banaliteit van een IKEA-vestiging blijkt, rest Hannah alleen een stoïcijnse en cynische levenshouding. Maar ze wíl wel, o ja, ze wil heel graag: het geluk vinden, haar leven betekenis geven. ‘Ik zou meer van je houden als ik dat kon,’ zegt ze tegen haar slapende vriend. Maar wat moet je in een wereld waar ‘geluk in het algemeen eigenlijk’ maar onzinnig klinkt, en waar niets te hopen of te verwachten is?

    Samen met haar al even onevenwichtige zus vlucht Hannah naar het andere eind van de wereld. Deze poging zichzelf terug te vinden en de wereld onbelemmerd toe te laten mondt uit in een hedendaagse en meer bizarre versie van de film Thelma & Louise. Mede door het verwachtingspatroon dat deze gelijkenis schept, is de afloop van Reus verbazingwekkend. In plaats van onontkoombare destructie is er een geboorte: nieuw leven en wedergeboren hoop vol messianistische beloftes. Pure kitsch, zou je bijna zeggen.

    Alle sprankelende en glimmende hoop past niet bij de gebeurtenissen die er in Reus aan voorafgingen. Maar het onverbloemde optimisme valt vooral uit de toon bij de stijl van Annelies Verbeke. Haar toon is scherp, bijtend soms. In staccato zinnen schetst ze een bitter beeld van het individualistische leven van de mens, waarin altijd wordt verlangd naar wat ontbreekt. Naar wat ooit is geweest, en nooit meer zal zijn ? een reden waarom foto’s en hun melancholieke weemoedigheid een prominente rol is toebedeeld in de roman. Hannah voelt zich onweerstaanbaar aangetrokken tot deze foto’s: ‘Daar lag het album op mij te wachten. Ik kon niet anders. Het zoog. Het verpletterde mij met gelijkenissen. Het liet mij herinneren.’ En: ‘Véroniques fotoalbum kon mij maar beter troosten. Ik wilde dat het mij nog eens met haarscherpe betere tijden omarmde.’

    Een geboorte die een nieuwe poging tot geluk lijkt in te houden ? het is moeilijk om dit te geloven in een roman van Verbeke. Een ironische lezing lijkt hier eerder op zijn plaats. Want lachende baby’s, die komen in haar groteske en nachtmerrie-achtige verbeeldingswereld niet voor. Alle begin is tenslotte het begin van het einde. Dit mag dan wel het adagium zijn in de romans van Annelies Verbeke, voor de schrijfster zelf geldt het zeker niet. Haar debuut was een indringende, maar aangename verrassing, en Reus overtuigt opnieuw van Verbekes talent voor beklemmend schrijven. En het einde van dit schrijven is gelukkig nog niet in zicht.

     

     

     

  • Annelies Verbeke

    Annelies Verbeke werd in 1976 geboren in Dendermonde, België. Ze studeerde Germaanse Taal- en Letterkunde aan de universiteit van Gent en scenarioschrijven aan het Rits in Brussel. Haar scenario DOGDREAMING werd geselecteerd voor European Pitch Point 2003, een grote scenariowedstrijd tijdens het filmfestival van Berlijn. De Belgische Stichting Roeping overlaadde haar in prijzen. Eind 2003 werd haar debuutroman Slaap! uitgegeven bij uitgeverij De Geus. Ondertussen is het boek aan zijn tiende druk toe en ontving het lovende recensies en ontving ze de Vrouw & Kultuur Debuutprijs. Verder werd haar verhaal ‘Affaires’, een voorsmaakje van haar volgende roman, opgenomen in Magazijn, een uitgave van Uitgeverij 521 i.s.m. Literair Nederland die de nieuwe generatie schrijvers voorstelt. Annelies Verbeke werkt momenteel aan scenario’s en een nieuwe roman. Nu en dan schrijft zij filmrecensies en journalistieke artikels. In het tegendraadse maandblad Deng heeft zij een vaste column.

    ‘Mijn verhalen gaan meestal over de underdog, omdat die volgens mij dichter bij de essentie van het leven staat en interessanter is in zijn zoektocht naar een waarheid voor zichzelf. Ik wil mensen ontroeren, aan het lachen maken en een gevoel van verbondenheid meegeven, in de hoop dat ze daardoor, al was het maar heel even, wat dichter bij elkaar komen.’
    (bron: www.stichtingroeping.be)
    Na de Vrouw & Kultuur Debuutprijs 2004 en de Debuutprijs 2004 van het Vlaamse boekenvak heeft Annelies Verbeke voor het veelgeprezen Slaap! nu ook het Gouden Ezelsoor gewonnen. Tijdens Accolade 2005 in de Beurs van Berlage in Amsterdam heeft heeft Jan-Dirk Knol, directeur van papiergroothandel Proost en Brandt, vandaag deze jaarlijkse prijs van de Grafische Cultuurstichting aan haar uitgereikt.

    Van de roman werden in het eerste halfjaar na verschijnen 15.595 exemplaren verkocht. Inmiddels zijn dat er meer dan 40.000 en is het boek in negen landen uitgebracht. Het aantal verkochte exemplaren is echter niet het enige criterium bij het toekennen van de prijs. De jury, onder voorzitterschap van Marieke Bemelman, wordt geacht ook te beoordelen of een inzending als een literair werk kan worden beschouwd en of toekenning van de prijs in overeenstemming is met de doelstelling.
    De jury prees de compositie, de stijl en het taalgebruik van Slaap!, alsmede de fantasie van de schrijfster en haar vermogen de spanning te doseren. Aan de prijs zijn een oorkonde en een bedrag van 5000 euro verbonden.

    In Slaap! van Annelies Verbeke leidt Maya, de hoofdpersoon, aan slapeloosheid. Ze probeert alles om ervan af te komen. De wereld ziet er heel anders uit wanneer je bijna de hele nacht wakker ligt naast een heerlijk slapende partner. Niets helpt haar van haar slapeloosheid af. Wanneer haar vriend Remco zijn biezen pakt gaat Maya s nachts dwalen en maakt de slapende medemens wakker. Tot ze een andere slapeloze ontmoet. ‘Dat ik Benoit de Gieter in één nacht tot Vriend had uitverkoren vloeide niet alleen voort uit mijn behoefte aan een soortgenoot. Het was een verdrukte drang naar contact die mij dreef.’
    De slapeloosheid van beiden leidt tot een vorm van depressiviteit. Benoit, die een stuk ouder is dan Maya heeft al een psychiatrisch verleden. De doorwaakte uren en het overmatige drankgebruik moeten wel tot een ondergang leiden.
    Maya rijdt met haar fiets in de gleuf van de tramrails en komt onder een vrachtwagen terecht. Annelies Verbeke weet het zo te beschrijven dat het in het midden blijft of het een ongeluk is of een schreeuw om hulp. Benoit vergaat het even slecht. Hij lijdt aan waanvoorstellingen en wordt onder dwang opgenomen in een psychiatrische inrichting.
    Nadat Maya uit het ziekenhuis ontslagen is verkoopt ze al haar spullen en gaat zwerven om zichzelf te ontlopen en om Benoit te zoeken.

     

    Foto: Stephan Vanfleteren