• Onvergelijkbare Nacht van de Poëzie

    Onbehaaglijk koude rillingen die via de ruggengraat omhoog kruipen en kippenvel krijgen bij het horen van een gedicht. Dat kon je zomaar overkomen tijdens de 34e editie van Nacht van de Poëzie. In Tivoli/Vredenburg te Utrecht hingen zo’n 2000 bezoekers aan de lippen van een twintigtal opmerkelijke dichters. Een Nacht die overrompelde met dichterlijke bijdragen en enkele opzienbarende entr’actes.

    De Nacht opende glorieus met een beeldpresentatie van voorgaande Nachten, wervelende lichtbundels als sproeiende douchekoppen, openingswoorden van Piet Piryns en Ester Naomi Perquin en de Vlaamse dichter Charlotte Van Den Broeck die de spits afbeet. Haar dichtwerk over lijden en het doorbreken van sleur, was in tegenstelling tot het werk waar ze vorig jaar de Nacht mee afsloot, minder doordringbaar, maar evenwel met veelduidende strofen als: ‘geluk is geruisloos’. Of: ‘niemand strijkt de hemden meer of de man eronder’.

    ‘Spiegeling’
    Voor de geëngageerde Belgische dichter (voorheen Dichter des Vaderlands) Charles Ducal, is het socialisme nog zeer bruikbaar. Thema’s als arbeiders, Kongo, vluchtelingen op zee met een uitstapje voor een ode aan schrijver Emil Verharen (1855-1916) wist hij het publiek te boeien. Onze eigen Dichter des Vaderlands Anne Vegter is ook zeker geëngageerd maar bracht dit met zowel onontkoombare scherpte als luchtigheid. Zij was het die de luisteraars kippenvel en rillingen bezorgde met het indringende gedicht waarin ze zich afvraagt: ‘Wat nu, als de hele wereld kantelt’. Een fantastische omkeerbaarheid van de vluchteling. Heel Nederland valt uit elkaar en iedereen slaat op de vlucht maar nergens welkom. De opbouw was scherp en zonder pardon. Zo hebben we dat graag. Afsluitend klonk haar bekende: ‘Geschiedenis vindt evenwicht, maar niet vanzelf.’,werd in deze versie: ‘altijd’. Ook Joke van Leeuwen hield het publiek een spiegel voor met een karakteristiek beeld van de huidige Nederlander waarin, aan het geregeld opklinkende lachen te horen, velen zich herkenden.

    K. Michel veroverde de zaal met humor en mooie vondsten. Sterk opgebouwde, verhalende gedichten. Zoals het gedicht dat begint met het wachten op de accountant om zijn zaken op orde te brengen, is meesterlijk. Het gaat uiteindelijk over een verstoorde zus die er eigenlijk niet is omdat ze dood is. Dat een dichter niet altijd weet welke kant het gedicht op gaat, bewijst hij door de account er weer uit te schrijven en zo kwam de ‘boekhouding nooit op orde’.

    De jonge dichters van de Nacht onderscheidden zich door werk waarin nog veel werd ‘losgemaakt van ouders (vooral moeders) en werd geworsteld met verwachtingen die hen zijn opgelegd. Roos Rebergen eindigde een gedicht over moeder met; ‘Gelukkig zijn we geen vriendinnen.’ Wat veelal bij alle dichters de boventoon voerde was toch wel de op hol geslagen wereld, vluchtelingen, chaos en machteloosheid over hoe de dingen gaan. Er is geen beter voertuig, bleek deze Nacht maar weer eens, dan de poëzie om aan dit alles uitdrukking te kunnen geven.

    Ongemakkelijk samenspel
    Ester Naomi Perquin en Piet Piryns presenteerden als duo voor de derde maal op rij De Nacht. Dat de rolverdeling in die drie jaar zich duidelijk onderscheidde, gaven ze zelf al aan. Perquin, de empathische die een relatie met het publiek opbouwt, noemde het publiek vorig jaar om te zoenen en Piryns’, degene die de blik streng op het tijdschema houdt en het publiek er met de kop bijhoudt. Dat dit niet altijd voor een goede balans zorgde werd duidelijk toen Piryns de Zuid-Afrikaanse schrijver Marlene van Niekerk verzocht het podium te verlaten toen haar tijd om was terwijl zij op het punt stond haar slotgedicht voor te dragen. Onverkwikkelijk vooral omdat Perquin bij aankondiging van Van Niekerk het publiek vertelde dat zij slechts enkele uren geleden geland was en speciaal voor de Nacht naar hier was gekomen. Het was een wat gênante samenloop van aanpak. Ook omdat haar voordracht begeleid werd door verhalen over de schrijnende toestand in haar land, waar per jaar 21.000 mensen (waaronder 8000 kinderen) door geweld om het leven komen. Natuurlijk, De Nacht duurt lang. Maar enige consideratie was hier op zijn plaats geweest. Het boegeroep uit verschillende hoeken van de zaal was dan ook niet van de lucht.

    En dan kwam Hans Dorrestijn nog met zijn zwartgallige maar oh zo vertederende humor, die zichzelf als een mislukte Joost Zwagerman bestempelde. Hij zelf had immers vaak genoeg klappertandend op een stoel, met een touw om zijn nek gestaan, maar was er nog steeds. Een mislukte Joost Zwagerman, jaja.

    De twee debutanten van de Nacht waren Marieke Rijneveld en Jonathan Griffioen, waarvan vooral Rijneveld verraste met haar wijze van uitdrukken als: ‘Troosten is als inparkeren / het is weten en meten’, is natuurlijk prachtig. En van Griffioen is nu al zeker dat zijn opening van de 35e Nacht onvergetelijk zal zijn.

    Wandelgangen en entr’actes
    In de wandelgangen (waar kleine uitgevers achter hun tafeltjes zaten, literaire tijdschriften vertegenwoordigd waren en boeken en eetwaren te verkrijgen waren), kon je een dichter in afwachting van zijn optreden in ogenschijnlijk rustige tred zijn rondjes om de zaal heen zien draaien. Hier en daar een enkele pauzerende bezoeker minzaam groetend. Zoals het een dichter betaamt. Een van deze rondwandelende dichters, F. Starik besprong in grasgroenkostuum het podium om het dichterschap te vieren. Met een gretigheid die het publiek soms achteruit deed deinzen, bracht hij een dichterlijke tirade over ‘gras’ (dat zich overal en onophoudelijk vertoont), ten gehore. Hiermee schudde hij de ingedutte zaal voor de rest van de Nacht goed wakker.

    De entr’actes waren verrassend en ook zo verbluffend vreemd, dat de neiging om met voorgaande jaren te vergelijken er volledig bij inschoot. Al met al was het een feestje waar niets onder de maat bleef en het publiek zich welwillend naar schikte. Uitschieters waren Mondharmonicaspeler Tim Welvaars die een hommage bracht aan de onlangs overleden Toots Thielemans en waarvan je dacht toen je hem hoorde spelen: ‘Waarom heb ik nog nooit eerder van die man gehoord?’ Daar is De Nacht dan ook weer voor, om ontdekkingen te doen en nieuwe kunstenaars te leren kennen.

    Zoals de Israëlische Asaf Avidan, muzikaal fenomeen met een stem die ongekend is en nog het dichtst bij het stemgeluid van The Tallest Man on Earth komt, maar zoals gezegd ook ‘ongekend’ is. Zijn teksten en manier van zingen deden af aan toe aan Leonard Cohen denken. Vooral de ballade The Labyrinth song, waarin het repeterende refrein deze associatie nog versterkte:

    Oh Ariadne, let me sing you, and we’ll make each other last
    Oh Ariadne, I have failed you in this labyrinth of my past
    Oh Ariadne, let me sing you, and we’ll make each other last

    En tussendoor met een regelmaat ,die het begeleidende ritme van deze Nacht werd, het vrolijk gerinkel van brekende wijnglazen. Soms een enkel glas, soms bij drieën tegelijk. Daarbij lijkt het publiek elk jaar jonger te worden, als is er een soort verschuiving in leeftijd waarneembaar. Waarschijnlijk ook dat daarom deze zeer succesvolle Nacht tot aan het einde toe opvallend druk bezocht bleef.

     

     

    Foto: Anna van Kooij

     

  • Lees, lees, lees, poëzie! met Anne Vegter

    Dichter des Vaderlands Anne Vegter trekt dit voorjaar door het land om lezers in te wijden in het geheim van de poëzie. Nog altijd hebben veel lezers moeite met het lezen van moderne poëzie: Anne neemt de handschoen op en daagt alle lezers van Nederland uit om niet langer bang te zijn voor het gedicht. Gedichten willen gelezen worden en de Dichter des Vaderlands biedt daarbij de helpende hand.

    Weg met de angst voor het niet-begrijpen, weg met het idee ‘dat is niks voor mij’! Met steeds een andere collega-dichter gaat Vegter van provincie naar provincie: op zoek naar lezers die nog met een boog om de poëzie heen lopen.

    Met de Vlaamse Maud Vanhauwaert als haar poëziemusketier tijdens de Utrechtse halte van haar tournee leest ze gedichten voor van hedendaagse dichters en geeft ze tegelijkertijd een energieke masterclass poëzie lezen. Zoals Joost Zwagerman ons leerde te kijken naar het moeilijk toegankelijke werk van bijvoorbeeld Rothko en Malevich, zo leert Vegter ons de gedichten van Tonnus Oosterhof, K. Michel en vele anderen te lezen.

    ‘Een gedicht is een instrument waarmee je je blik op de wereld scherp kunt stellen. Het dwingt je tegelijk naar binnen en naar buiten te kijken. Daar heb je wat aan en dat moet iedereen weten. Lees, lees, lees, poëzie!’ –Anne Vegter

    Koop hier uw ticket!

    Foto: Rosa van Ederen

  • Boeken benefiet voor vluchtelingenkinderen

    Boeken benefiet voor vluchtelingenkinderen

    Onder de titel Een nieuw hoofdstuk wordt een grote literaire benefietavond gehouden voor vluchtelingenkinderen. Vele auteurs hebben zich hierbij aangesloten en treden die avond belangeloos op in een uniek programma dat in en samen met de Stadsschouwburg Amsterdam wordt georganiseerd. Naast initiatiefnemer Dimitri Verhulst geven onder anderen Tommy Wieringa, Connie Palmen, Jelle Brandt Corstius, Christine Otten, Anne Vegter, Kader Abdolah, Renate Dorrestein, Maartje Wortel en Esther Gerritsen acte de présence. Presentatie van de avond is in handen van onder meer Ruben Nicolai en er is muziek van Wende Snijders.

    De opbrengsten van de avond gaan naar My Book Buddy. Dit project voorziet alle kinderen in AZC’s van een eigen prentenwoordenboek Nederlands en zorgt ervoor dat AZC-scholen boekenkasten met geschikte leesboeken krijgen. In dit project wordt niet ingegaan op de oorzaken en gevolgen van het vluchtelingenvraagstuk, dat vele nuances kent. Het richt zich op een groep kwetsbare kinderen die de huidige crisis niet heeft veroorzaakt, maar er wel door wordt geraakt.

    2016 Jaar van het Boek
    Het benefiet wordt georganiseerd door de Leescoalitie* in het kader van 2016 Jaar van het Boek. Doel van dit jaar is om boeken dichter bij iedereen te brengen: bij jong en oud, rijk en arm, laaggeletterd en boekenwurm, bij hen die al generaties lang hier wonen en bij nieuwkomers. Taal en lezen als basisvaardigheden kunnen gevluchte kinderen op weg helpen in een nieuwe samenleving. Beschikbare en aantrekkelijke boeken helpen bij de taalontwikkeling, bieden inspiratie en (voor)leesplezier.

    De line up wordt nog steeds aangevuld, zie voor een actueel overzicht 2016jaarvanhetboek.nl. Tickets voor het benefiet zijn verkrijgbaar via de ticketshop van Stadsschouwburg Amsterdam. De opbrengsten uit de kaartverkoop gaan volledig naar My Book Buddy.

    De benefiet wordt mede mogelijk gemaakt door het Nationale Toneel.

     

  • Geen Daden Maar Woorden Festival doet Utrecht aan

    Agenda

    Literaire en muzikale primeurs tijdens één van de toonaangevende literaire festivals voor hedendaagse literatuur.

    Sinds 1997 wordt jaarlijks het Geen Daden Maar Woorden Festival gehouden dat inmiddels is uitgegroeid van een voorleesavond in de bibliotheek tot een tweedaags festival (2009) in Rotterdam met 1500 bezoekers.  En nu doet Geen Daden Maar Woorden Festival Utrecht aan. Bekend en aanstormend talent uit de literaire- en de muziek wereld  treden op in Het Huis Utrecht. Primeurs zijn er onder anderen van Tim Knol en Maartje Wortel die met nog niet eerder gepresenteerd werk op het podium staan. Ook de animatiefilm Gebed voor iedereen naar een gedicht van Dichter des Vaderlands Anne Vegter gaat op het festival in première.

    Later op de avond vertelt Vegter op de sofa bij interviewer en psychiater Bram Bakker alles over haar ontregelende gedichten vol humor, ontsporende zinnen, melodische taal en seks. Hanneke Hendrix draagt in de tuin van het festival hartverwarmende kachelverhalen voor. Ex-stadsdichter van Utrecht Ingmar Heytze en singer-songwriter Johan Borger delen een sterke liefde voor de lapsteel. Speciaal voor het festival maakten ze een ode aan dit instrument.

    Het festival wordt afgesloten met een swingende afterparty van Riddim met o.a. Boomshakalak Soundsystem, Dennis Gaens, Elfie Tromp en zes dansers! Bekijk de volledige line-up en koop hier je tickets.

    Geen Daden Maar Woorden Festival wordt georganiseerd door Passionate Bulkboek.

     

     

  • Gedicht van de dag van Anne Vegter 'Requiem'


    Gedicht van de dag ‘Requiem’ van Anne Vegter, Dichter Des Vaderlands.

  • Recensie: Eiland berg gletsjer – Anne Vegter

    Recensie door: Albert Hogeweij

    ‘Met deze ontroerende, soms adembenemende poëzie overtreft Anne Vegter haar eerdere werk.’ Aldus begint de flaptekst, die mij niet door de auteur zelf geschreven lijkt, gezien het gehalte aan inwisselbare adjectieven als ‘tedere’ en ‘onpeilbare’ die zich tegen niets vermoedende substantieven staan op te geilen. Skip dus de flaptekst en treed binnen in de wereld van Anne Vegter, om te zien wat zij ons voorschotelt in wat na haar lovend besproken Spamfighter (VSB-poëzieprijs nominatie 2008) haar vierde bundel is.

    Meten & wegen

    ‘Of het tijd kost Anne Vegter te zijn.
    De schotels in de lucht houden, probeer ik.

    Ik doe natuurlijk maar wat.
    Gisteren zei iemand het past of fluit ernaar.

    Iemand zei genen van belangstelling
    woekeren/denkers willen verspillen!

    Het kost niet per se tijd maar het hoofd
    (denken aan de liggende jaren, een tegen-

    stelling noemen van verlangen) puilt uit.
    Lezers zoeken iemand om in uit te rusten.’

    Of lezers in deze bundel voldoende rust zullen vinden, valt te betwijfelen. De dichteres biedt haar fantasie weliswaar gestructureerder aan dan in haar voorgaande dichtwerk, maar het blijft toch eerder aanzetten tot denken dat tot rusten. Fladderden in haar vorige werk haar eigengereide, speelse taalconstructies en woordcombinaties onbekommerd naar de verste uithoeken van haar fantasie, in deze bundel is de toon verontrustender, grimmiger en vileiner. ‘mijn moeder zei dat de man die zijn vrouw verraadt een moordenaar wil baren’. Over de frivoliteit is een schaduw gevallen. Weinig gedichten uit Eiland berg gletsjer lijken niet aan een woelige onderstroom van (meest erotisch getint) verlangen ontsproten te zijn. Om contact met een ander moet worden gesmeekt: ‘Wil nu godverdomme iemand opstaan en me vasthouden.’ Maar de liefde lijkt er intussen niet vanzelfsprekender op te worden. ‘We maakten droeve vogels na, een doodsmak ontwierp je op papier / had je wat napret van je verveling.’ De eenzaamheid wordt gedeeld met een, eh…hulpstuk: ‘Ook als haar XXL-geluksmaatje boven de grond komt ‘als een dode kompel’ (eerst tel ik / mijn vrouwen, daarna mijn dagen) weet ze weer de kleine methoden van zijn handen.’

    Anne Vegter streek bij voorkeur toch al tegen de vacht in, maar dit keer zie je meer dan voorheen, hoe kwetsbaar de huid onder die vacht is. De tekeningen van de hand van de auteur zelf, die hier en daar tussen de gedichten opduiken, tonen ons, in onbeholpen stijl, hulpeloze figuren en niet zelden slechts de geslachtsdelen ervan, die meer met hun lusten verlegen zitten, dan ermee gezegend lijken. Ze lijken eerder gekleid dan bezield. Maar in hun kwetsbare lijnvoering kunnen ze zich spiegelen aan de personages in de gedichten die zich vergeefs naar genegenheid toeschreeuwen. ‘Luister je eigenlijk nog.’ En hoe moeten we de doorgekraste, handgeschreven regels interpreteren, voorafgaand aan de reeks die dezelfde titel draagt als de bundel?

    De bundel kent drie afdelingen. De eerste heet Tramps. De middelste Eiland berg gletsjer en de laatste Dochter van. De titelreeks onderscheidt zich niet alleen doordat iedere strofe van deze gedichten begint met ‘Ook als’. Ook is het zo dat alle acht gedichten uit deze afdeling in de lengte van de pagina zijn afgedrukt, daar de zinnen stuk voor stuk te lang waren voor de volle breedte van de bladspiegel.  De bundel dient dus een kwartslag gedraaid. De combinatie van hetzelfde begin van de tweeregelige strofen, en dezelfde langgerekte zinnen in de lengte afgedrukt, geven de door een eender ritme bijeengehouden regels een cadans die je met recht en enige hulp van de flaptekst, nu ja, ‘adembenemend en overrompelend’ zou kunnen noemen.

    ‘Ook als je wakker wordt boven een sterfgebied en je gespt kinderen vast als gordels: laat mij
    eens door een raam kijken of het daar erg is, zie je er niets van want het is een diepteoorlog.

    Ook als een doelwit vanaf de grond toch naar je zwaait en je verlangt naar bleke sterren
    op zo’n voorhoofdje, taxie je over het oefenveldje van je grimassen en je speelt elk karakter.

    Ook als je naakt naar de kinderen loopt en guilty zegt guilty dat woord kennen jullie toch dat je
    niets gedaan hebt maar bekent en je geeft je huid, reep na reep, want het is een diepteoorlog.’

    Dit gedicht mag dan misschien gespeend ogen van erotisch verlangen, maar het volgende zet reeds in met: ‘Ook als haar schacht krimpt’. In de laatste strofe van deze afdeling wordt de titel verklaard:

    ‘Ook als jij ’n laatste atoom van je lichaam schraapt, zou je oplevend dood willen zijn
    als laatste hart (eiland), als laatste berg (buik) of gewoon schitterend als kut (gletsjer)’

    tja…en dan moet de uitsmijter nog komen! Want in de laatste afdeling Dochter van gaat de bundel pas echt los. Het is een 18 pagina’s lang volgehouden monoloog in de mond gelegd van de dochter van een gezin (‘de Noachsen’) dat uitverkoren was als enige de zondvloed te overleven. In het taalvuurwerk van deze monoloog, vol grimmigheid en rebellie, toont Anne Vegter dat ze ook terdege ervaring met toneelteksten heeft. Krachtige, muzikale zinnen. Ondanks hoekigheid van de woorden, rolt het zich in gezwinde vaart naar het wrange slot. Nadat de ‘ik’ zich in een prozaregel in eigen stijl heeft gepresenteerd ‘ik ben van net na de schepping’, vangt de eigenlijke monoloog van de dochter als volgt aan:

    ‘we hadden allerlei woorden
    voor zand hadden we
    zandstorm
    zandsteen
    zanddieren
    zandberg
    voor rood
    roodachtig
    roestrood
    roodgeaderd
    roodblind
    voor aarde ook woorden:
    aardappel hadden we
    aardappelakker
    aardig hadden we
    dat je van je aard aardig was
    of boosaardig
    we hadden droog
    droogvallen
    we hadden opdrogen met de armen wijd
    water
    we hadden droog voor water
    droogwater
    voor rood hadden we nog
    rood water
    en toen alles achter de rug was
    hadden we dood
    doodwater

    ik, mijn broers, mijn moeder en mijn vader
    ziehier mijn familie noach:
    de heer en mevrouw noach, de brave zoontjes noach en ik
    de noachsen
    met zijn vijven
    in shock
    verongelukt
    allemaal noachsen
    de verongelukten
    hadden gewoon pech gehad
    ik haat pech
    al kan ik ongeluk dat op me af komt
    beter aan
    dan ongeluk van binnen uit’

    Blijkt natuurlijk dat als enige familie overleven allerminst een aangenaam soort uitverkoren betekent. De vader ontpopt zich als een tiran, laat anderen het werk doen: ‘hij zit op de luie kont / die hij van god heeft afgekeken’.  Het loopt dan ook niet goed af, want de dochter pleegt een incestueuze vadermoord. Naverteld zou het gedicht wellicht een feministisch getint, antipaternalistisch manifest ogen, maar dat zou buiten de eigenzinnigheid van Vegter gerekend zijn. Die lijkt geen echt program te hebben. Haar regels gaan het liefst nergens heen, ze willen er gewoon graag zijn! De zinnen lijken soms liever te knarsen dan te zingen, maar raken doen ze je niet minder. Vegter laat haar fantasie niet ringeloren door wat bon ton is.

    Niet met ieder gedicht uit Eiland berg gletsjer heeft zij zichzelf overtroffen, maar de lange slotmonoloog mag zonder meer gelden als een hoogtepunt in haar werk. En zeker ook in deze bundel is zij er in geslaagd het genoegen dat zij aan het omspitten van de ommuurde taaltuin van de poëzie heeft beleefd, op de lezer over te brengen. De laatste wordt ook hier getrakteerd op tal van zinnen die het verdienen om niet meer uit het geheugen te verdwijnen.

    Eiland berg gletsjer

    Auteur – Anne Vegter
    Verschenen bij: Uitgeverij Querido
    Prijs: € 17,95

     

  • De dood schittert als het leven

    De dood schittert als het leven

    In een van de eerste decennia van de vorige eeuw verscheen bij uitgeverij De Wereldbibliotheek een Nederlandse vertaling van Leaves of Grass. Het was een wonderlijke – niet verantwoorde – keuze uit dit werk door Maurits Wagenvoort. Het duurde lang voordat in Nederland een nieuwe vertaling van dit boek verscheen. In juni was het zover.

    Walt Whitman publiceerde zijn eerste uitgave van Leaves of Grass in 1855. En bleef zijn leven lang hetzelfde boek opnieuw uitgeven, vermeerderd en verbeterd. Zo begint het:

    I Celebrate myself,
    And what I assume you shall assume,
    For every atom belonging to me as good belongs to you.

    I loafe and invite my soul,
    I lean and loaf at my ease… observing a spear of summer grass.

    En het loopt uit in een poging het heelal, de hele kenbare wereld in poëzie te vatten. Het mondt uit in een enorme opsomming van al het zijnde, een bejubeling van elke atoom die de dichter als zijn bezit ervaart en wil delen. Dit is poëzie van het grote gebaar. Het is eigenlijk wonderlijk dat in de jaren ’80 niet een goede vertaling van dit werk is verschenen. De dichters die zich Maximalen noemden en Nederland wilden bevrijden van poëzie waarin de betekenisvolle stilte van een dubbele witregel voor het hoogst haalbare stond – hebben zij Whitman als held op het schild getakeld?
    Het heeft iets geweldig naïefs dit gedicht, deze verbale waterval. Er was een periode dat een schrijver kennelijk nog kon proberen zijn Divina Commedia te scheppen, zijn Paradise Lost. Het Al omvattend kunstwerk is na zekere datum geproblematiseerd. Wanneer was dat? Na Mei van Gorter? Is er een ideologisch probleem?
    Whitman staat in New York en voelt de wereld door zich stromen, hij heeft het allemaal gezien, hij heeft Borges’ Aleph in de hand gehad, de lezer heeft hem in de hand. Of wat alledaagser: de ervaring van de Unox-worst reclame: de lezer krijgt in een enorm tempo een shot beelden toegediend.

    De verslaving van het noemen

    Heel de nacht dwaal ik door mijn droombeeld,
    Lichtvoetig stappend, snel en geruisloos stap ik en stop,
    Met ogen wijdopen buig ik over de gesloten ogen van de slapers;
    Verdwaald en verward, in mezelf verloren, niet op mijn plaats, ten prooi aan tegenstrijdige gevoelens,
    Ik houd stil en staar en buig voorover en stop.

    Dit droombeeld is een verslavend droombeeld. Het is niet makkelijk na te voelen waarom het werk door contemporaine critici vuig gevonden werd, naar de schok zoek je dus tevergeefs, maar Leaves of Grass verslaaft in zijn poging volledig te zijn, de maniakale opsomming die Whitman geeft, alles recht willen doen door het maar te noemen, de cadans van de oudtestamentische opsommingen, Abraham gewon Isaac om het allemaal maar niet te vergeten. Het grote hart voor al wat leeft. Het is deze ‘verzamelaarspoëzie’ deze drang aan het woord te blijven met het schuim op de lippen die een vertaler als Pfeiffer moet hebben aangetrokken, Dat wat een lezer aanspreekt in dit werk trekt hem ook door In de naam van de hond heen. Ook Arjen Duinker’s fascinatie – een van de 20 andere vertalers laat zich dan makkelijk raden. En die van Astrid Lampe. Maar Kopland? En Anne Vegter?

    Jacob Groot en Kees ’t Hart haalden 21 dichers bijeen voor dit project. ‘Zo is de Nederlandstalige primeur van deze pionier niet alleen een bevestiging van Whitman’s stemmentheater, ze versterkt het temperament van zijn verteller, de meervoudige acteur pur sang. Daarbij is het ook nog eens een volstrekt unieke bloemlezing uit het taalarsenaal van de moderne Nederlandse poëzie geworden.’

    Met deze claim zijn de samenstellers in elk geval zelf dicht bij de Pionier gebleven: ze willen teveel. Ze hadden er met een veel geruster hart aan kunnen toevoegen dat hiermee waarschijnlijk de eerste tweetalige uitgave in Nederland verschijnt waarin bijna op elke spread beide talen worden gelezen.
    Het idee is namelijk alleen productief in de zin dat het heel leuke voorleessessies oplevert, onlangs op Poetry. Verder moet het geweldig zijn als je Whitman al heel goed kent. Dan lees je vooral Nederlandse dichters.
    Onbekend met dit werk blijf je echter met een voor de vertaalwetenschap vast heel boeiend fenomeen zitten. Je bent zeer gefascineerd geraakt door een gedicht, en opeens is het weg, de aria waarnaar je op de radio luisterde is weggedraaid voor een smartlap. Niet omdat Whitman het zo wilde, maar omdat daar toevallig de samenstellers de schaar hadden gezet.

    Zo beland je opeens bij een dichter die

    Who need be afraid of the merge?
    Undrape… you are not guilty to me, nor stale nor discarded,
    I see through the broadcloth and gingham wether or no,
    And am around, tenacious, acquisitive, tireles… and can never be shaken away.

    vertaalt met:

    Wie durft zich niet over te geven?
    Toe, toon jezelf… het ligt echt niet allemaal aan jou, je make-up liep niet uit, je bent geen afdankertje,
    En door je katoentjes kijk ik toch wel heen,
    Hou er rekening mee dat ik hardnekkig ben, hebberig, onvermoeibaar… en dat je met me zit opgescheept.

    Dan begin ik al te denken dat het misschien 20 vertalers hadden moeten zijn. Dan maar wat minder bloemlezing uit het taalarsenaal van de moderne Nederlandse poëzie.
    Een mooi bijeffect is wel dat je na lezing denkt: nu wil ik een versie helemaal vertaald door Toon Tellegen, en een helemaal vertaald door Astrid Lampe, en ook maar een hele Pfeiffer, toch een van de weinige die een vertaling aflevert die zowel recht doet aan Whitman alsook zeer onmiskenbaar Pfeiffer is.

    Genoeg gezeurd. Dit is een heel mooi boek. Dit moet onmiddelijk aangekocht worden, vooral om Whitman. Alle eer aan het samenstellend duo, omdat het onbegrijpelijk hoog tijd werd dat de Nederlandse poëzie verrijkt werd met Whitman.
    Dat is natuurlijk de ware gedachte achter deze opzet: er zijn alvast 21 dichters geïnfecteerd.

     

    De vertalers zijn:
    Huub Beurskens, Anneke Brassinga, Tsead Bruinja, Geert Buelens, Maria van Daalen, Arjen Duinker, Jacob Groot, Kees ’t Hart, Judith Herzberg, Gerrit Komrij, Rutger Kopland, Jan Kuijper, Astrid Lampe, Hagar Peeters, Ilja Leonard Pfeijffer, Toon Tellegen, Anne Vegter, Hans Verhagen, Peter Verhelst, Simon Vinkenoog, Elly de Waard en Menno Wigman