• Golfjes

    Golfjes

    Ik verbleef een aantal dagen in een huisje in Amsterdam Noord. Ik paste er op Mio, de kat, hoewel hij best goed voor zichzelf kan zorgen. Ik hoefde alleen maar de tinnetjes voer te openen, zijn bakje te vullen, zo nu en dan een praatje, een aai. Mio is mijn missie, mijzelf uitvinden het doel. Woensdagmiddag  halfvijf stak ik met de pont het IJ over. Ik dacht aan Mercy uit de roman  Franse vlecht van Anne Tyler. Toen de kinderen de deur uit waren ging ze in haar atelier wonen zonder de indruk te wekken dat ze haar man verliet. Ik stelde me voor hoe ik een bestaan elders zou opbouwen, al wil ik mijn man niet verlaten. Mercy bracht elke dag wat spullen van haar huis naar het Atelier. ‘Op dinsdag bracht ze een badhanddoek, een washandje, een stel lakens en een wollen deken mee.’ Tyler schrijft vaker over vrouwen die zich losmaken van familie, er opeens de brui aangeven zoals Delia in Tijd van leven, man en kinderen achterlaat en zich een heel nieuw leven aanmeetOf Rebecca, die zich een vreemde voelt in haar eigen leven in Toen we volwassen waren. Dat begint met ‘Er was eens een vrouw en die ontdekte dat ze in de verkeerde was veranderd.’

    Vrijdagochtend ging ik naar het Waterlooplein. Liep er niet overheen uit vrees mijn broer tegen te komen in de mensen die hem kenden. Ik ging naar het Joods Historisch museum. Beluisterde interviews van bewoners die vertelden over armoede, oorlog, razzia’s, over toen het Waterlooplein nog ‘Het plein’ heette. De interviews die op het Waterlooplein waren opgenomen hadden mijn speciale aandacht. Ik had het eerst niet zo door, maar ik zocht achter de ruggen van de geïnterviewden naar een glimp van mijn broer. Het had gekund dat hij daar toen was. Er waren beelden van de broodjeszaak van Sal Meijer aan de Scheldestraat. Het was er een gezellige bedoening. De tafeltjes allemaal bezet. Je zag een vrouw achter een snijmachine flinters van een homp vlees afsnijden. De gasten zaten achter bordjes vol met vlees belegde broodjes. Ze sneden er met mes en vork stukken af, staken het in hun mond. Als de camera op hen gericht was, lachten ze. Ze zaten er een beetje gebogen bij, toegewijd aan de maaltijd. Ik kreeg ontzettend trek in zo’n broodje, al had ik meer dan veertig jaar geen vlees gegeten, was er de herinnering van vlees tussen een zacht kadetje in mijn mond. Ik zocht naar de Scheldestraat, wilde weten of die broodjeszaak nog bestond. Ik wilde het bestaan van alles zien.

    De dag daarop ging ik weer naar het Waterlooplein, kwam mijn broer tegen in de gedaante van de marktkoopman die ook op zijn begrafenis was. Terwijl ik mijn fiets wegzette, zag ik dat de man naar me keek, weer wegkeek. Keek en weer wegkeek. Ik stapte niet op hem af, vroeg niet naar verhalen over mijn broer, maar dook in een boekendoos een kraam verderop. Ik vond Het mooiste van alle dingen van Kees Verheul waar ik allang naar op zoek was, het moest zo zijn.

    De Franse vlecht gaat over een gezin zonder samenhang. Een kreeg er altijd het kleinste stukje taart, naar een werd nooit geluisterd, een hing er altijd de paljas uit. De zoon zegt: ‘We houden van elkaar, maar mogen elkaar niet.’ Ann Tyler maakt hier de vergelijking met een Franse vlecht. ‘Het begint met twee strengen die je vanaf de slapen heel strak invlecht en naarmate je lager gaat, komen er meer strengen bij en wordt het uiteindelijk een dikke vlecht. (…) En als je de vlecht losmaakt, zitten er golfjes in het haar (…). Zo zitten families ook in elkaar. Je denkt dat je er van verlost bent, maar je kunt je nooit helemaal losmaken; de golfjes zitten er voor altijd in gefixeerd.’ Familie krijg je er nooit meer uit.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over waar literatuur en het leven elkaar raken.

     

     

  • Een lege kamer

    Een lege kamer

    Boektitels van jaren her kunnen als een mantra door mijn hoofd resoneren. Wanneer mijn ruimte beperkt wordt door allerlei beslommeringen trekt er een repeterend A Room of One’s Own, A Room of One’s Own...door mijn hoofd. Het essay,  geschreven door Virginia Woolf in 1929 is nog steeds een waardevolle tekst voor wie van schrijven zijn werk wil maken. De behoefte aan een ruimte voor mezelf manifesteert zich in deze tijd van het jaar extremer dan anders. Ik heb een eigen kamer maar het is een betwistte plek. Als er logees zijn, en die zijn er altijd met de feestdagen en langer nog, wordt deze als eerste geofferd. Als iedereen vertrokken is, ligt mijn kamer nog dagen overhoop en is mijn werktafel bedolven onder achtergebleven kledingstukken. Woolf pleit in haar essay dan ook voor een kamer met een slot op de deur.

    Word ik overspoeld door de hectiek van de dag dan zoemt Tijd van levenTijd van leven… in mijn oren. Bang dat ik mijn tijd akelig zit te verknoeien maar evengoed verander ik er niets aan. Daarom bewonder ik Delia Ginstead, een personage in de roman Tijd van leven van de in Baltimore wonende schrijfster Anne Tyler. Tyler heeft een uitgesproken voorkeur, (evenals verhalenschrijver Alice Munro) voor het inzoomen op alledaagse familierelaties.

    Delia heeft een gezin met drie opgroeiende kinderen en assisteert haar man in zijn dokterspraktijk. Het soort huwelijk waarvan er dertien in een dozijn gaan.  Ze is haar leven als zodanig moe en wil niet langer de akelige kleine, mug zijn die zich ‘zoemend rondom de buitenkant van haar gezin’ beweegt.
    Op een dag in mei is ze met de hele familie aan het strand. Er ontstaat een woordenwisseling met haar man, het irriteert haar dat hij wegloopt voordat er echt ruzie van kan komen. Woedend ‘griste ze haar tas van de deken, draaide zich om op een blote hiel in het zand en stampte weg’. Pas na drie dagen wordt ze als vermist opgegeven.

    Ik weet dat ze in een badjas mee liftte met de onderhoudsmonteur van hun vakantiehuisje en uitstapte bij het eerste plaatsje dat ze tegenkomt. Ik stap met haar uit en kijk rond  op het lege plein. Zie hoe ze een jurk koopt en ondergoed. Ze komt langs een raam met het bordje ‘kamer vrij’ erachter en belt aan. Later die dag zit ze op de witte deken op het bed en heeft de deur op slot gedraaid. Ik denk aan Frida Vogels. Die huurde jaarlijks een bovenkamertje in Amsterdam om er te schrijven aan haar levenswerk De harde kern 1, 2 en 3. In gedachten loop ik de trap op, groet de hospita die om de hoek van haar deur kijkt om te controleren wie er binnenkomt. Ik zie een bed, een stoel, een muurkast, een tafel. En een raam waarlangs een zucht wind de gordijnen streelt, als ik het openzet.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

  • Twee verschillende landen

    Twee verschillende landen

    Het feit dat het dit jaar vierhonderd jaar is geleden dat William Shakespeare overleed, gaat niet ongemerkt voorbij. Naast de vele opvoeringen van zijn toneelstukken zitten er af en toe ook originele bijdragen tussen, zoals The Hogart Shakespeare Series van Penguin Random House. In deze serie komen maar liefst acht hedendaagse adaptaties uit van beroemde stukken van de grootmeester. Nederlandse vertalingen ervan worden op de markt gebracht door Nijgh & Van Ditmar.

    Tot nu toe zijn er drie boeken verschenen: van Jeanette Winterson (naar The Winter’s Tale), Howard Jacobson (The Merchant of Venice) en recent van Anne Tyler (The Taming of the Shrew). Drie totaal verschillende boeken zijn het, die één ding gemeen hebben: ze trekken Shakespeare naar het hier-en-nu en benadrukken daarmee zijn actualiteit.
    Er zijn uiteraard ook grote verschillen. Winterson schrijft minder tobberig dan we uit eerdere boeken van haar kennen (op het essay aan het slot na misschien) en Jacobsons boek valt wat tegen (is de Koopman van Venetië wel zo antisemitisch als hij beschrijft?). Eigenlijk spreekt het derde boek in de reeks, van Anne Tyler, tot nu toe het meest aan.

    Shakespeare en Tyler
    Tyler blijft van de drie auteurs het dichtst bij het originele stuk van Shakespeare. En toch weet ze, gelijk in het tragikomische origineel, een gelaagdheid in het verhaal aan te brengen die tot nadenken stemt. Ze transformeert het verhaal over seksisme tot een emancipatoir verhaal over etikettering van vrouwen én mannen.
    Het eigenlijke stuk van Shakespeare, The Taming of the Shrew, gaat over de vernedering van een kijvende vrouw (Katharina), die door echtgenoot Petruchio als het ware wordt getemd. In het pocketboek Engelse letterkunde van T.A. Birrell, dat als lesmateriaal wel op scholen werd en misschien nog wel wordt gebruikt, komt dit vroege stuk van Shakespeare er niet goed af: ‘Het is een uitgesproken onaangenaam stuk om te lezen of naar te luisteren.’ Nog los van de vraag of dit werkelijk zo is, geldt dat in ieder geval niet voor de bewerking van Anne Tyler, de Amerikaanse schrijfster die door haar aandacht voor wat buitenissige personages, tragiek en humor bij uitstek geschikt is om juist dit stuk te bewerken.

    Het verhaal
    Zelfs qua naamgeving van haar personages blijft Tyler dicht bij het origineel, zodat de intriges voor mensen die dit kennen makkelijk zijn te volgen: Katharina, de feeks, heet nu Kate. Haar vader, Baptista is Louis Battista geworden. Kates vrijer, Petruchino wordt Pjotr gedoopt, en haar zus Bianca wordt Bunny genoemd. De karaktertekeningen zijn zowel bij Shakespeare als Tyler raak. Petruchio/Pjotr is verre van de onbehouwen kinkel die men er meestal in wil zien en die er op het toneel vaak, soms nog wat dikker aangezet, van wordt gemaakt
    Het verhaal van Tyler is snel verteld. Vader Battista lokt zijn dochter Kate naar zijn laboratorium met de smoes dat hij zijn lunchpakket is vergeten. Hier laat hij haar kennismaken met Pjotr Tsjerbakov, door de vader consequent Pjoder genoemd. Battista roemt de huishoudelijke capaciteiten van Kate en het gemak waarmee zijn dochter volgens hem met kinderen omgaat. Omgekeerd roemt hij de capaciteiten van zijn Russische assistent, die met een speciaal visum zijn land heeft verlaten omdat hij over zeldzame, bijzondere capaciteiten beschikt. Maar dat visum is slechts drie jaar geldig, en het zou zonde zijn als die kennis verloren ging. Een huwelijk zou ervoor kunnen zorgen dat hij een definitieve verblijfsvergunning krijgt.

    De dagen van de week
    De eerste ontmoeting tussen Kate en Pjotr in het laboratorium vindt op zondag plaats. Op maandag doopt de aandachtszieke Bunny haar oudere zus, die haar uitbundige gedrag met jongens een beetje in toom moet houden, tot ‘una bitcha.’ En op dinsdag komt Pjotr al thuis bij de Battista’s eten. Pa maakt met zijn mobieltje alsmaar foto’s van Kate en Pjotr samen, die hij later als bewijs voor hun al enige tijd durende verliefdheid aan de Immigratiedienst wil laten zien. Bovendien is hij complimenteuzer dan anders tegen Kate.
    De structuur van de dagen wordt niet aangehouden, want het verhaal springt na dinsdag telkens met enkele dagen vooruit, zodat het moment van het huwelijk opeens daar is, net als het vertrek van Battista’s dochter uit het ouderlijk huis. Zij is volgens Battista opeens wel erg snel volwassen geworden.
    Aan het eind van het boek maakt het verhaal een verrassende wending, een techniek die Shakespeare zelf trouwens ook als geen ander beheerste. In het origineel houdt Katharine een monoloog waarin ze (in de vertaling van Willy Courteaux) zegt:

    Uw man is uw bewaker, heer en leven,
    Hij is uw hoofd, uw vorst, hij zorgt voor u
    En voor uw onderhoud. Zijn lichaam geeft
    Hij prijs aan hard labeur, op zee, te land;
    Bij nacht houdt storm hem wakker, kou bij dag,
    Terwijl u thuis u koestert, warm en veilig;
    In ruil vraagt hij van u geen andre tol
    Dan liefde, een blij gezicht en volgzaamheid:
    Te klein bedrag voor zulke grote schuld.

    Bij Tyler sluit Kate ook het boek af, op een Epiloog na. Zij zegt in de vertaling van Marijke Versluys:

    Het valt niet mee om een man te zijn. Heb je daar ooit over nagedacht? Als mannen ergens last van hebben, dan vinden ze dat ze dat moeten verbergen. Ze denken dat ze moeten doen alsof ze alles goed in de hand hebben, ze durven hun ware gevoelens niet te tonen. Of ze nou pijn hebben of wanhopig zijn of diep verdrietig, als ze liefdesverdriet of heimwee hebben of gebukt gaan onder een enorm duister schuldgevoel of ze dreigen faliekant te mislukken … “O, het gaat goed met me hoor,” zeggen ze. “Alles gaat prima.” Als je erover nadenkt hebben ze veel minder vrijheid dan vrouwen. Vrouwen bestuderen andermans gevoelens al van kleins af aan, ze perfectioneren hun radar, hun intuïtie en hun empathie of hun intermenselijk hoehetookmagheten. Zij weten wat er onderhuids speelt, terwijl de mannen vastzitten aan sportwedstrijden en oorlogen en roem en succes. Het lijkt wel of mannen en vrouwen in twee verschillende landen wonen! Ik kruip niet in mijn schulp, zoals jij het noemt, ik verleen hem toegang tot mijn land. Ik gun hem ruimte in een oord waar we allebei onszelf kunnen zijn. Grote genade, Bunny, snáp dat dan!’

    Plezier
    Het plezier waarmee Tyler dit boek moet hebben geschreven, en Versluys het heeft vertaald, spat van elke pagina af. Tyler is met de personages dan ook in haar element: een gezin bepaalt meestal haar boeken, de toon van haar verhalen is vaak humoristisch, en ze heeft aandacht voor de compositie van een verhaal. Kenmerkend, ook hier, is verder dat zij niet van een negatieve inborst houdt. Cultuurverschillen spelen ook in deze adaptatie van Shakespeare een rol, net zoals in Tylers boek Het heimweerestaurant. De auteur kent dit verschijnsel uit ervaring; ze was getrouwd met een Iraanse kinderpsycholoog, die in 1997 overleed.
    Met dit derde deel heeft The Hogart Shakespeare Series er een mooie bijdrage bij. Het volgende stuk dat zal worden bewerkt is The Tempest. Die bewerking komt op naam van Margaret Atwood, de grande dame van de Canadese literatuur. Benieuwd wat zij ervan maakt, net als wat het Shakespeare Theater Diever volgend jaar gaat doen met De getemde feeks. 

     

  • Baklava met Amerikaanse vlaggetjes

    Baklava met Amerikaanse vlaggetjes

    ‘Sprak ze met een accent? In haar eigen taal? Wat was haar eigen taal eigenlijk? Hád ze er wel een, op dit moment?’ Aan het eind van Anne Tylers nieuwste roman Thuiskomen worstelt de Iranese Maryam meer dan ooit met haar eigen identiteit. Ze is halverwege de zestig, woont ruim dertig jaar in de Verenigde Staten en via haar naaste familie en hun beste vrienden ervaart ze wat het dagelijks leven betekent voor de oost west verhoudingen.

    Jarenlang is haar leven aan haar voorbij gegleden. Ze heeft een overzichtelijk baantje, koestert een immer aanwezige liefde voor haar overleden echtgenoot en hoewel ze niet praktiserend islamitisch is, houdt ze zich graag aan de Iranese zeden en gebruiken. Als haar zoon en zijn vrouw hun gezin uitbreiden met een Koreaans adoptiekind, wordt Maryam gedwongen buiten haar eigen veilige kaders te treden.

    Dat begint al meteen op het vliegveld wanneer ze meegaat om baby Sooky (direct verwesterd tot Susan) op te halen. Binnen no time verdwijnen ze in de drukte van de lawaaiige Amerikaanse familie Donaldson die met hetzelfde doel de ontvangsthal bevolkt: het feestelijke onthaal van hun baby Jin-Ho. De eenvoud van de drie Iraniërs staat in schril contrast tot de uitbundigheid van het met buttons en heliumballonnen getooide Amerikaanse gezelschap.

    In de jaren die volgen, van 1997 tot 2004, worden alle feestdagen gezamenlijk gevierd. Aanvankelijk met alleen de jaarlijks terugkerende ‘Aankomstdag’, de dag waarop Susan en Jin-Ho voet zetten op Amerikaanse bodem, maar alras volgen alle feestdagen en zelfverzonnen evenementen zoals ‘Bladharkdag’. Deze momenten vormen de structuur van het boek: elk hoofdstuk behandelt een feestdag, steeds verteld vanuit een ander personage. Maryam krijgt echter de meeste aandacht en is hiermee de onbetwiste hoofdpersoon van het boek.

    Maryam neemt de lezer mee in haar twijfels en overpeinzingen. Ze is een onafhankelijke vrouw die door haar contact met de Donaldsons geconfronteerd wordt met de cultuurverschillen die na 11 september 2001 alleen maar sterker geworden zijn. Zeker als opa Donaldson als een blok voor haar valt, merkt ze hoe ze vast zit in haar eigen wereld en hoe moeilijk ze het vindt om haar conditioneringen los te laten.

    Een goede tegenhanger vormt Bitsy Donaldson, de moeder van Jin-Ho. Zij is het redderige Amerikaanse typetje dat het iedereen naar de zin wil maken met haar sojamelk en geroosterd lamsvlees en laat hiermee de multi-culturaliteit van het verhaal zien: Amerika meets Korea en Iran. Op ‘Aankomstdag’ versiert ze haar baklava met Amerikaanse vlaggetjes.

    Zoals Maryam haar best doet om zich na dertig jaar aan te passen aan het na 11 september steeds meer verward wordende Amerika, zo krampachtig probeert Bitsy de grenzen juist weg te poetsen. Tyler zelf is kritisch over haar thuisland Amerika. In een interview met Opzij (november 2006) zegt ze: ‘Ik verafschuw de Amerikaanse buitenlandse politiek, maar dat wilde ik met dit boek niet aan de orde stellen. Ik heb geprobeerd te laten zien dat iedereen dus ook de immigranten, eigen vooroordelen en misvattingen hebben over andere culturen.’

    Anne Tyler (1941) is een veel geprezen Amerikaanse schrijfster die in 1964 debuteerde. Thuiskomen (Digging to America) is haar zeventiende roman. De meeste van haar boeken zijn in het Nederlands vertaald en worden steeds opnieuw uitgegeven.

    Voor ‘Breathing Lessons’ (Ademlessen) won ze in 1989 de Pulitzer Prize. Haar roman ‘The Accidental Tourist’ (1985) is verfilmd met William Hurt, Geena Davis en Kathleen Turner in de hoofdrollen.

    Tyler heeft een duidelijke voorkeur voor het uitdiepen van familierelaties. Haar boeken worden bevolkt door buitenstaanders die hun draai proberen te vinden in de veelal misplaatste vanzelfsprekendheid van gezinsverwachtingen. Ze gaan confrontaties aan of vluchten er juist voor weg, maar komen altijd terug. Tyler houdt niet van negativiteit en open eindes.

    Haar roman ‘Het Heimweerestaurant’ (‘Dinner at the Homesickrestaurant, 1982) lijkt nog het meeste op Thuiskomen. Ook hier wordt via het meervoudige vertelperspectief veel uitgevochten boven de dis. Zelf bestempelt ze dit boek als haar beste. Groot verschil is echter, dat in haar nieuwste roman de cultuurverschillen extra aandacht krijgen. Zoals al haar romans spelen beide verhalen in Baltymore, Maryland.

    Anne Tyler was getrouwd met een Iranese kinderpsychiater en dat verklaart haar kennis van zaken waar het de Iraniërs aangaat. Toch is het Iranese element er pas later bijgekomen. Het oorspronkelijke idee voor dit boek was het adoptiethema. ‘That one of the families should be Iranian was a last-minute whim, just to make the writing more fun.’ Haar echtgenoot is in 1997 overleden.

    Tylers boeken lezen als een trein. Ze zijn toegankelijk en sfeervol, en worden door critici wel eens onder de noemer ‘feel good’ literatuur geschaard. Ik heb er persoonlijk niets op tegen om me tijdens en na het lezen van een mooie roman goed te voelen, dus ik weet niet hoe snel ik naar de boekwinkel moet rennen om haar nieuwste boek te bemachtigen.

    ‘Feel good’ of niet, er zit een gelaagdheid in haar boeken die de lezer niet kan ontgaan. De personages zijn stuk voor stuk complex en de situaties zijn, hoe alledaags in eerste instantie ook, reden voor diepe zelfreflectie. Zoals bij Maryam, die tijdens het zoveelste feest bij de Donaldsons de bladeren van het gazon harkt en zich afvraagt wat haar accent zegt over haar identiteit. Onbedoeld denk je met haar mee en besef je dat het móet kunnen: alle rassen en culturen samen. Natuurlijk moet dat kunnen.

     

    Meest recente romans van Anne Tyler:

    Toen we volwassen waren, Uitgeverij De Bezige Bij/Cargo (2001)
    Het huis met de klokken Uitgeverij De Bezige Bij/Cargo (2003)
    Het Amateurhuwelijk Uitgeverij De Bezige Bij/Cargo (2004)
    Jouw plaats is leeg (klein boekje uit speciale serie)Uitgeverij De Bezige Bij (2004)