• Etalage en aan de haak geslagen mannen

    Etalage en aan de haak geslagen mannen

    Powerfeministen. Zo noemen ze zichzelf, de hoofdpersoon (met dezelfde naam als de auteur) en haar vriendinnen. Boeken van de feministen uit de jaren zeventig sterken hen ‘in hun drang naar onafhankelijkheid’ en ook zij willen ‘hoeders’ zijn ‘van hun eigen vrijheid en genot’. Bovendien zijn mannen er om ‘met hun pikken het vrouwelijk brein te stimuleren’. De toon is gezet en die zal niet meer veranderen. ‘Wij wilden onze onderdrukker sufneuken, hulpeloos maken, zijn gezonde verstand ontnemen’ schrijft Samson en daar wordt in het boek op weinig subtiele wijze gehoor aan gegeven, al is van onderdrukkers geen sprake.

    Het intellect Anne-Marieke Samson, de ik-verteller, studeert af als taalwetenschapper en krijgt onmiddellijk een goede baan bij een ministerie. (Auteur Samson zelf werkt ook bij een ministerie.) Ondertussen heeft ze haar ‘grote liefde’ Iwan ontmoet, lid van een groep kunstenaars die zich de ‘Klootzakjes’ noemt. Dat Iwan haar grote liefde is moeten we op haar woord geloven, want het blijkt nergens uit. Voor bewijzen is het boek te oppervlakkig. Iwan noemt haar liefkozend ‘snolletje’, ‘snollekopje’ en meer variaties daarop en Anne-Marieke laat zich dat tevreden aanleunen. De relatie loopt spaak, Iwan vertrekt op laffe wijze en Samson treurt. In haar meegaande houding wat betreft Iwans mannelijk egocentrisme ziet ze geen reden om haar feministische ideeëngoed eens kritisch onder de loep te nemen.

    Seksuele impertinentie
    Behalve van onderdrukkers is er ook van onafhankelijkheid weinig te bespeuren, want uiteindelijk is het doel dat de vrouwen een man ‘aan de haak slaan’ – een term die voortdurend terugkomt – of ‘in haar webje vangen’, en een degelijke relatie krijgen. Alleen-zijn is beangstigend. Trouwen gaat de hoofdpersoon dan weer te ver, maar samenwonen is een hoog goed en geen relatie hebben iets waarvoor zowel vrouw als man zich eigenlijk moet schamen. Kortom, uitgaan, drank en seksuele ongegeneerdheid bepalen de dagen van de personages en zolang daar geen relatie uit voortkomt is het slechts tijdvulling. Om autonomie en feminisme, wat dat vandaag de dag ook mag betekenen, lijkt het in Klootzakjes juist niet echt te gaan.

    Die is echt leuk
    Tussentijds heeft de hoofdpersoon Iwans beste vriend Alex leren kennen en geregeld ontmoet. Alex is degene die van haar zei, toen Iwan en hij haar voor het eerst tegenkwamen in een kroeg: ‘Die is leuk, die is echt leuk.’ Dat soort complimenten, hoe slim, mooi, elegant, goedgekleed, begripvol, wijs en geweldig Anne-Marieke is, maken het hele boek door duidelijk dat Samson niet van de straat is, ondanks haar zelfbenoemde verlegenheid en schaamtegevoel. Wat overigens niets met de seks te maken heeft, daarvoor gelden andere maatstaven. Alex is in het begin nogal zwijgzaam, voor Samson reden om overmatig met de term autistisme te strooien. In het verdere verloop valt er bij Alex geen autisme meer te ontdekken.

    Ze brengen niets anders te berde
    Auteur Samson ontkomt niet aan tegenstrijdigheid. Ze beschrijft hoe het in de maatschappij nog altijd lijkt te gaan om de mooie, seksueel begeerlijke vrouw van wie volgzaamheid wordt verwacht en het hersenwerk er minder toe doet. Die kritiek snijdt zeker hout. Tegelijkertijd laat zij haar vrouwelijke personages, allemaal voorzien van prestigieuze, goed betaalde banen, vooral bezig zijn met zoals gezegd ‘een man aan de haak slaan’, liefst een knappe, terwijl ze zich daarbij zelf gedragen als seksobject. Over werk, maatschappij of politiek praten de vriendinnen niet, alleen over mannen en seks. Werk hoeft niet overgewaardeerd te worden en Samson spreekt wel over haar werk met Iwan – die het maar een suffe baan vindt op dat ministerie, al zegt hij trots te zijn op zijn ‘geleerd snolletje’ – maar dat de vrouwen niets anders te berde brengen dan het onderwerp mannen laat de vraag open of er überhaupt wel enige belangstelling is voor de rest van de wereld.

    Levendig
    Hoofdpersoon Samson schrijft ook een boek, waarin en waarbij vrienden, collega’s en bekenden worden betrokken. Zolang er – zoals bij Klootzakjesroman op een omslag staat is het zinloos je af te vragen wat autobiografisch is en wat niet maar in ieder geval wekt Samson sterk de indruk onbelemmerd te putten uit omstandigheden en mensen om zich heen. Levendig is het boek daardoor wel, met veel verschillende situaties, locaties en gebeurtenissen, en af en toe is het komisch. Op haar best is Samson als ze serieus over taalwetenschap schrijft – bij elkaar een paar pagina’s – en de beschrijvingen over kunst en tentoonstellingen of performances van de kunstenaars zijn haast satirisch.

    Tekortkomingen
    Aan de stijl kan nog veel verbeterd worden en slordigheden, waarvan er in Klootzakjes veel voorkomen, zou een serieus auteur zichzelf niet moeten toestaan. Oma ligt in het ziekenhuis en Anne-Marieke mag van haar moeder niet alleen bij oma waken, daar is ze te jong voor. Nog op dezelfde pagina wordt ze door haar moeder bij het waken afgelost. In acht opeenvolgende regels komt zes keer het woord ‘was’ voor. Ontelbare keren ‘iets dat, het enige dat, alles dat’ in plaats van ‘wat’. Storende ongerechtigheden zijn ook ‘Ik bedacht me’ en niet ‘Ik realiseerde me’ of ‘Ik dacht’ of ‘Ik meende’ (zich bedenken is iets heel anders), herhalingen van dezelfde formuleringen binnen enkele zinnen, tijdsverloop dat niet klopt, verschillende woorden waar op verwarrende wijze hetzelfde object wordt bedoeld (huis, appartement, flat, woning) enzovoort. Overigens zou ook een uitgever/redacteur zich dit soort tekortkomingen moeten aantrekken. Er zijn altijd nog handboeken, schrijf- en redactiewijzers en taaladviezen voorhanden.

    Koketterie
    Het is jammer dat Samson zichzelf niet wat meer in toom houdt. Het hele boek door stuiten we op een etalage met een door iedereen bewonderde en geliefde hoofdpersoon erin. De glorieuze apotheose daarvan vindt plaats als Samson op een podium een lied zingt, begeleid door een achtergrondkoor van mannen. Alleen mannen, inclusief ex-geliefden.
    Andere koketterie is dat Samson het vreselijk vindt om vijfentwintig te worden. Hoezo vreselijk? Wie de grofheden, het effectbejag, de slordigheden en de niet erg aantrekkelijke titel voor lief neemt, heeft aan Klootzakjes een verstrooiende chicklit die vlot wegleest.

     

  • Jakob, Disi en Jimi

    Jakob, Disi en Jimi

    Jakob Duikelman werkt als buitengewoon opsporingsambtenaar, afdeling Oorlogsmisdaden bij het OM. Op kantoor voert hij niets uit. Onder werktijd plaatst hij reacties op medische fora en op Facebook. Hij zoekt de scheidslijn tussen een reactie die mag blijven staan en een reactie die wordt verwijderd. Bij een pedofielenvereniging schrijft hij dat ze van hem allemaal de kogel kunnen krijgen.
    Bij lezingen vertelt hij over het verhoren van oorlogsmisdadigers en hij sluit vaak af met een opmerking over nazi’s. ‘Jakob weet dat vergelijkingen met nazi’s het altijd goed doen’.

    We leren Jakob kennen als hij als op de trein staat te wachten, op weg naar het ziekenhuis. Hij luistert naar ‘Hey Joe’ van Jimi Hendrix. ‘Wie hem daar ziet staan zou misschien niet denken dat er in Jakob weinig anders omgaat dan paniek. Want aan Jakobs uiterlijk valt meestal weinig af te lezen.’

    ‘Ik ben Jakob, ik hou van bier en vrouwen,’ zegt hij ’s ochtends tegen zijn spiegelbeeld. ‘Ik heb geen hobby’s en geen principes. Ik heb een mooie vrouw, beter kan ik niet krijgen. /…/ Ik heb een fijne baan met een keurig salaris, waarvoor ik maar weinig hoef te doen. Ik heb een mooie, slimme dochter, die het goed kan vinden met mijn nieuwe vrouw.’ Wat kan een mens zich nog wensen?

    Maar Jakob tobt al jaren met zijn gezondheid. Hij vertelt zijn vrouw dat hij met zijn vriend Sander een weekendje weg wil. In werkelijkheid moet de wildgroei in zijn darmen weggesneden worden. De bestralingen krijgt hij na werktijd. Het gaat alras slechter met hem – uitzaaiingen, stadium 4, geen behandelmogelijkheden.

    Uit zijn eerste huwelijk met een Nigeriaanse heeft Jakob een dochter, Disi. Hij heeft haar toen ze acht was achtergelaten bij zijn gestoorde boze ex-vrouw. Daarover heeft hij ‘een gevoel van schuld, dat rondzoemde als een hongerige mug in zijn gedachten’. Als Disi twaalf is, belt zijn ex op: ‘Ik hoef haar niet meer’. Disi: ‘Papa, ik kom bij jou wonen’. Jakob koopt een nieuw huis aan de Boterbloemkreek, met een kamer op zolder voor zijn verloren en teruggekeerde dochter.

    Disi Dunkelman houdt van de muziek van Kurt Cobain en Jimi Hendrix, muzikanten die stierven op hun zevenentwintigste. Van Cobain is bekend dat zijn ouders uit elkaar gingen toen hij een jaar of negen was, ongeveer net zo oud als Disi toen Jakob bij zijn eerste gezin vertrok. Disi zet op haar blog een quote van hem ‘I hate myself and want to die’. Jakob leest deze tekst in de blog van zijn dochter en interpreteert dat als zwartgallige humor. ‘Ze is een kind van haar vader’, denkt hij trots.
    Net als haar vader luistert Disi vooral naar de muziek van Jimi Hendrix. Jakob heeft al zijn platen en Disi vindt ‘Castles made of sand‘ zijn mooiste nummer. Ze zet zijn muziek hard aan als ze zich rot voelt (‘best wel vaak de laatste tijd’) en dan schrijft ze in haar dagboek over de dingen die haar dwarszitten.

    Op haar zestiende wordt ze obsessief verliefd op de Nigeriaanse asielzoeker ‘Be Free’, de schoonmaker op haar school. Ze denkt dat zij alles is voor hem, maar hij blijkt getrouwd. Disi zoekt zijn vrouw op en er volgt een heftige confrontatie. Op haar vlucht naar Oma treft ze haar vader, maar ze vertelt niet wat zij heeft gedaan. Samen reizen ze naar Barneveld. ‘Woont Oma hier echt?’ vraagt Disi. Het huis ligt grijzig voor hen, enigszins dreigend. ‘Ga niet, zwiepen de kale takken in de bomen. Ga weg, ruisen de bladeren van de hulststruik.’

    Beroepshalve krijgt Jakob te maken met Be Free: hij verhoort hem over zijn rol als ronselaar van kindsoldaten. Jakob laat zich provoceren en slaat de asielzoeker het ziekenhuis in. Hij wordt gearresteerd en krijgt huisarrest in afwachting van zijn ‘zaak’. Bij  het OM kan hij niet blijven werken. In het hoofdstuk ‘Handdruk’ wordt zijn afscheidsreceptie op een vrijdagmiddag beschreven, de standaardspeech, de schalen bittergarnituur. ‘Afscheidsreceptie 2, concludeert Jakob. Want met bittergarnituur én kaasblokjes. De luxe variant.’ Mooi ook is het gebruik van de typische kantoortaal. Jakobs afscheid valt onder ‘de plaatsmakingsregeling in het kader van het ‘overheid verjongt, Justitie 2017’ verandermanagementprogramma’.

    Er is veel media-aandacht voor de zaak Duikelman, de ambtenaar die een ‘onschuldige’ asielzoeker in elkaar heeft geslagen. De extreme reacties komen overeen met wat Jakob zelf ook altijd op fora plaatst. Hij kan ‘de kogel krijgen’. De pers noemt hem ‘Jakob D., de Boterbloemnazi‘. Veel ongenuanceerde reacties van ‘reaguurders’ die met haat en agressie reageren.

    Het boek heeft een motto van Epicurus, ‘De dood is niet voor ons’. Jakob denkt er na de diagnose zo over: ‘De dood, het is niets voor hem’. Hij wil nog een paar mooie jaren hebben, hij vreest de dood niet. Volgens Epicurus is het onzinnig de dood te vrezen – ‘zolang wij er zijn, is de dood er niet, en wanneer de dood gekomen is, zijn wij er niet meer’. Jimi Hendrix zou zingen ‘And so castles made of sand, fall in the sea, eventually’.

    Anne-Marieke Samson speelt met haar romanpersonages volgens het procedé dat W.F Hermans beschrijft in zijn essay Antipathieke romanpersonages. Ieder mens interpreteert de waargenomen werkelijkheid op zijn eigen wijze en legt eigen verbanden. Dit geldt ook voor de personages in dit boek. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van o.a. Jakob, Mai en Disi. Elk personage heeft een eigen kijk op de gebeurtenissen. Door het meervoudig perspectief weet de lezer meer dan de afzonderlijke figuren in het boek. Maar het zorgt ook voor afstand tot de personages. De lezer heeft weinig mededogen met Jakob. Ook omdat hij wordt neergezet als een bevooroordeelde, egoïstische man.

    ‘Duikelman’ doet qua naamgeving denken aan ‘Somberman’ van Remco Campert. Net als Somberman voert Duikelman de hele dag niks uit. De vergelijking met De val van Marga Minco dringt zich op. Niet alleen door de titel, maar ook door het gebruik van het meervoudig perspectief en de manier waarop de hoofdpersonen aan hun einde komen.

    Samson heeft oog voor detail en mooie beelden. Zo beschrijft ze het huis van Jakobs moeder: ‘De ramen op de begane grond zijn groot en donker, als de zwarte plekken in een gehavend gebit’. De huiskamer ligt vol met stapels kranten en dozen met bedorven spullen. Van buiten ziet het huis er ‘grijzig’ uit. Binnen is het ook grijs – op de vensterbank staan ‘bestofte vetplanten’ en in de hoeken liggen ‘stofwolken als kleine dode dieren’.
    Knap verwerkt in het boek zijn de directe en indirecte verwijzingen naar de songteksten van Jimi Hendrix.  ‘Hey Joe’, ‘Castles made of sand’, ‘Voodoo Child’.
    Samson beschrijft de soms karikaturale kanten van het werken op een kantoor en hoe extreem reacties in de (sociale) media kunnen zijn. Niet diepgravend allemaal, eerder vermakelijk en onderhoudend. Het boek heeft een lichte toon, met kenmerken van een sprookje. De gemene, boze ex-vrouw, de manier waarop het huis van Oma is beschreven.

    Een mooi debuut.

    Anne-Marieke Samson (1981) werkt als adviseur voor het ministerie van Veiligheid en Justitie.  Ze schrijft blogs voor Tirade.nu (met o.a. inkijkjes in de totstandkoming van het boek).

     

  • Oogst week 40

    door Carolien Lohmeijer

    ‘De schilder Isaac Israels heeft ooit een gouden plak op de Olympische Spelen gewonnen. Waar of niet waar?’

    Het zal u verbazen: het is waar. Want van 1912 tot 1948 dongen kunstenaars wereldwijd mee naar Olympische medailles op de wedstrijdonderdelen Architectuur, Beeldhouwen, Schilderkunst, Literatuur en Muziek. Daaronder ruim honderd Nederlanders, waaronder o.a. Isaac Israels en de architect Jan Wils die beiden goud wonnen.

    Hoewel deze kunstwedstrijden tegenwoordig weinig bekend zijn, zijn zij wel degelijk ontsproten aan het brein van Pierre de Coubertin. Op zijn aandringen zijn ze opgenomen in het programma van de Olympische Spelen van 1912. Er is maar weinig geschreven over deze kunstwedstrijden, die tegenwoordig doorgaan onder de noemer Culturele Olympiade en die een culturele omlijsting vormen van de sportwedstrijden. Het is de moderne versie van het oorspronkelijke idee dat De Coubertin voor ogen had.

    Hoe werden in ons land de kandidaten geselecteerd? Wie waren het? Waarom werden de wedstrijden afgevoerd? Welke pogingen werden door Nederland gedaan om ze te redden? Kunnen sport en kunst wel samengaan? In De Muzen op het schavot geeft Literair Nederland-recensent Adri Altink vanuit Nederlands perspectief een boeiend overzicht van de geschiedenis van de Olympische Kunstwedstrijden, een geschiedenis die nog niet eerder in boekvorm in Nederland werd beschreven.

    De Muzen op het schavot, Nederlanders op de Olympische Kunstwedstrijden, Adri Altink, Uitgeverij Brave New Books, 210 pagina’s geïllustreerd
    € 23,50.

    De val van Jakob DuikelmanVorig jaar stond ze in de finale van Manuscripting, een schrijfwedstrijd voor jong talent, inmiddels schrijft en blogt ze in Tirade, en onlangs heeft ze haar eerste roman gepubliceerd. Haar naam is Anne Marieke Samsom, haar debuut heet De val van Jakob Duikelman. Een tweede en derde roman heeft ze onderhanden.

    In De val van Jakob Duikelman gaat het over ‘de gewoonste man van de wereld’, die te horen krijgt dat hij niet lang meer te leven heeft en onverwacht in conflict komt met een met een Nigeriaanse ronselaar van kindsoldaten. Het boek is volgens uitgeverij De Arbeiderspers een ‘scherpe tragikomedie’.

    ‘Jakob luisterde maar half, terwijl de deuren van de lift zich achter hem sloten, en snelde opgelucht naar het station van Hoofddorp. Normaal gesproken rent Jakob niet, voor niemand niet, en al helemaal niet voor een trein. Maar vandaag is anders. Vandaag is geen dag om principieel te doen. Hij moet over anderhalf uur in het ziekenhuis zijn.’

    De val van Jakob Duikelman, Anne Marieke Samson, Uitgeverij De Arbeiderspers, 272 pagina’s, € 19,95

    Morgen komt LiesbethEr klinkt een hoop verwachting uit de titel: Morgen komt Liesbeth. Het is de debuutroman van Olivier Willemsen waarvan gezegd wordt dat het begint als een onschuldig verhaal, maar zich sluipenderwijs ontwikkelt  tot een luguber sprookje.

    In Kring Circulaire van deze maand zegt hij: ‘Ik ben gaan schrijven om de werkelijkheid een draai te kunnen geven. Om zelf aan het roer te kunnen staan. Uit ijdelheid misschien ook wel, omdat ik het leuk vind om mensen te vermaken. En het is onstilbaar – ik kan het niet meer tegenhouden.’ Wilt u vast kennismaken met de stijl en een aantal korte verhalen van Willemsen, dat kan dat via deze link.

    Morgen komt Liesbeth, Olivier Willemsen, Uitgeverij De Harmonie, 144 pagina’s, €16,90

    In tegenstelling tot bovenstaande drie auteurs is Kerstin Ekman een doorgewinterde De afrekeningauteur. Het meest bekend is zij door haar bekroonde roman Zwart water. In haar nieuwe roman De afrekening, wordt de beroemde Zweedse schrijfster Lillemor Troj uitgenodigd op de uitgeverij om haar nieuwste manuscript te bespreken. Voor Lillemor is de inhoud ervan echter totaal onbekend. Zonder een woord te zeggen sluipt Lillemor met de roman het pand uit. Tijdens het lezen wordt haar snel duidelijk dat een ghostwriter een boek over haar leven heeft geschreven waarin ze zeer vertrouwelijke informatie onthult. Het werk leidt tot een onvermijdelijke confrontatie tussen de vrouwen.

    De afrekening, Kerstin Ekman, Uitgeverij De Geus, 480 pagina’s, € 24,95