• Hoe ben ik eigenlijk overleden?

    Hoe ben ik eigenlijk overleden?

    De laatste dag van de veerman van de Noorse schrijver Frode Grytten vertelt het verhaal van de eenzame weduwnaar Nils Vik, die zijn leven lang op de fjord heeft gewerkt. Hij woont in het huis waar hij meer dan zeventig jaar geleden werd geboren, in een afgelegen dorp. De roman begint met zijn besluit om afscheid te nemen: ‘Om kwart over vijf in de ochtend opende Nils Vik zijn ogen en begon de laatste dag van zijn leven.’ Is hij ziek? Waarom heeft hij juist deze dag gekozen? Die vragen blijven onbeantwoord. We weten alleen dat hij zich kalm voorbereidt op zijn afscheid. Hij stapt in zijn veerboot en vaart de fjord op voor zijn laatste tocht. Onderweg ontmoet hij de mensen die hij heeft verloren: vrienden en familieleden van wie hij zich afvraagt hoe ze zijn gestorven.

    In korte fragmenten, anekdotes en alledaagse gesprekken schildert Grytten een gelaagd portret van de veerman, die een bewogen en pijnlijke levensreis achter zich heeft. Wat begint als een ogenschijnlijk eenvoudige schets, wint geleidelijk aan diepte. Met precisie en nuance onthult Grytten laag voor laag de complexiteit van Vik, totdat er uiteindelijk een volledig en genuanceerd beeld van de veerman ontstaat.

    Het innerlijke leven sluit aan bij de natuur

    Wat deze roman bijzonder maakt, is de manier waarop het innerlijke leven van Vik naadloos is verweven met de natuur om hem heen. Grytten kiest zijn woorden met precisie, waardoor hij subtiele nuances overbrengt die zowel de zware als de vreugdevolle momenten in Viks leven tastbaar maken. Vaak vergelijkt hij Viks emoties met de veranderlijke natuur: het water, het weer, de wind, de fjord: ‘Het weer binnen in mij verandert ook, heeft hij ergens in zijn logboeken geschreven. Ik ben net als de fjord, ik zwel op, ik kalmeer. Ja, een schipper is voortdurend in beweging, hij is betrouwbaar en komt wanneer hij moet komen, hij weerstaat de fjord, hij doorstaat de fjord, net zoals het water, dat opgeeft en omgeeft, dat alles aanvaardt en omsluit.’

    Vik heeft geworsteld met de onvermijdelijke veranderingen in het leven, die net zo onstuimig en onvoorspelbaar zijn als de natuur zelf. Als een schipper wiens koers wordt bepaald door de grillen van het weer, heeft hij geleerd tussen zijn eigen emoties en onzekerheden te laveren. De wisselvalligheid van de natuur – veranderend weer, onvoorspelbare fjorden – weerspiegelt zijn innerlijke strijd. In zijn teruggetrokkenheid is er rust, maar ook de constante dreiging van het onbekende. Net als de natuur kent Vik momenten van kalmte én van turbulentie en onrust.

    Geen sentimenteel verslag

    De veerman heeft heel wat meegemaakt. Hij moest de dood van zijn vrouw Marta verwerken, een verlies dat hem diep raakte. Daarnaast vond hij het lichaam van een vriend die zichzelf van het leven had beroofd, een traumatische ervaring die hem nog steeds achtervolgt. Er is ook de jongen die hij niet kon redden, die veel te vroeg stierf; een gebeurtenis waar hij jarenlang mee worstelde en zich schuldig over voelde. En dan zijn er de nare verhalen die hij hoorde van de mensen die hij over de fjord vervoerde, verhalen vol verdriet, verlies en pijn. Toch slaagt de auteur erin om het verhaal nooit te zwaar of te verdrietig te maken. De droge humor biedt telkens een welkome verlichting en houdt het geheel in balans, zodat het leed van de veerman nooit te overweldigend wordt.

    Die humor komt vooral naar voren in de dialogen tussen de veerman en zijn overleden hond Luna. Ondanks dat ze niet meer fysiek bij hem is, stelt de veerman zich haar zo levendig voor dat het lijkt alsof ze nog naast hem loopt. In hun gesprekken moedigt hij haar aan om samen met hem de laatste reis te maken. Luna zelf heeft ook haar vragen: ‘Hoe ben ik eigenlijk overleden?’ vraagt ze op een gegeven moment. ‘En hoe oud was ik eigenlijk in mensenjaren?’ Deze komische en ontroerende vragen zorgen voor een bizarre maar troostrijke sfeer, waarbij de veerman haar antwoordt alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

    De laatste dag van de veerman is een ingetogen roman die de lezer meevoert op de laatste reis van Nils Vik. Grytten balanceert meesterlijk tussen verdriet en humor. De verbinding tussen Viks innerlijk en de hem omringende natuur maakt de roman bijzonder. Dit is een eerlijke, onsentimentele en vaak verrassend lichte reflectie op het leven en afscheid nemen.

  • Al dwalende het spoor vinden

    Al dwalende het spoor vinden

    In IJsvogel, de debuutroman van beeldend kunstenares Lotta Blokker, raken drie verhaallijnen langzaam maar zeker met elkaar verweven. De eerste verhaallijn volgt Lieke en Vincent. Lieke wordt overweldigd door een bijna obsessieve liefde voor Vincent, terwijl hij zijn gevoelens voor haar probeert te plaatsen als een zijweg naast zijn huwelijk. De tweede verhaallijn volgt Erik, een vader die diep rouwt om zijn zoon en door een mysterieuze ontdekking herinneringen aan het verleden ophaalt. In de laatste verhaallijn volgen we Max, die een jonge vrouw en haar dochtertje vanuit zijn raam bespiedt en filmt—gevangen in een wereld van voyeurisme en geheimen.

    De verhalen raken elkaar zijdelings door enkele ogenschijnlijk toevallige gebeurtenissen. Zo vindt vader Erik een boek dat een belangrijke rol speelde in de relatie tussen Lieke en Vincent, en ontdekt Max al snel dat de vrouw die hij observeert niemand minder dan Lieke is. Gaandeweg wordt duidelijk dat de roman vooral om Lieke draait en dat haar innerlijk leven sterk in het verhaal doorklinkt. Ze beschrijft hoe ze mannen aantrekt, hoe ze sociale media verafschuwt en waarom ze zo bezig is met hoe ze op anderen overkomt. Blokker schetst dit alles op een beeldende manier, met lange zinnen die als een ononderbroken stroom voortdenderen: ‘Wat zou ze graag die hond willen zijn, zodat ze op elk gewenst moment onder het bureau van Vincent kan kruipen, om schaamteloos naar zijn aantrekkelijke gezicht te loeren, naar zijn prettige stem te luisteren en likjes te geven aan zijn ruige werkershanden aan die sterke, behaarde onderarmen.’

    Wankelende verhaallijnen

    Terwijl Liekes verhaal goed is uitgewerkt, blijven de andere verhaallijnen achter in ontwikkeling. Vincents perspectief is minder beeldend, wat de indruk wekt dat Blokker er minder nadruk op heeft gelegd. Bovendien vervalt het verhaal in verschillende clichés: een getrouwde man die verliefd wordt op een ander maar zich op het moment dat hij de sprong wil wagen toch terugtrekt, biedt weinig nieuws. Ook de manier waarop zijn vrouw, Emma, wordt neergezet, is stereotiep. Ze is ontrouw, maar het wordt niet duidelijk waarom ze vreemdgaat. Zonder nuance of diepgang wordt zij neergezet als de ‘boosdoener’ terwijl Vincent, die zich in weet te houden, de ‘goede’ man blijft. Dit is een te simplistische en weinig geloofwaardige weergave.

    Die ongeloofwaardigheid zet zich voort in de verhaallijnen van vader Erik en Max. Beiden krijgen te weinig ruimte om echt tot leven te komen. De complexe relatie tussen vader en zoon wordt pas op de laatste pagina’s aangestipt, wanneer blijkt dat de afwezige moeder hierin een grote rol speelde. Net op het moment dat je begint te begrijpen wat er met de zoon is gebeurd, eindigt de verhaallijn abrupt. Max’ verhaallijn blijft even oppervlakkig: hoewel we weten dat hij een voormalig alcoholist is, wordt er verder weinig over hem onthuld. Zijn verhaal lijkt vooral een middel om Liekes lot te verklaren, zodat zijn karakter onderbelicht blijft.

    Raakvlakken in thematiek

    De verhalen zijn wél met elkaar verbonden door de thematiek: ze draaien allemaal om mensen die door moeilijke tijden gaan. Blokker maakt hiervoor gebruik van een citaat van Vincent van Gogh: ‘Wat de rui is voor de vogels, de tijd waarin ze hun veren verliezen, dat zijn de tegenslag of het ongeluk, de moeilijke tijden voor ons mensen.’ In elk verhaal speelt rouw een belangrijke rol, en de personages gaan daar ieder op hun manier mee om. Voor Lieke uit rouw zich in obsessiviteit, zowel in haar werk als in de liefde. Vincent verwerkt zijn rouw door uiteindelijk voor de ‘juiste’ keuze te gaan. Vader Erik worstelt met zijn verlies door vast te blijven zitten in oude denkbeelden over zijn zoon.

    Toch vinden alle personages, al dwalende, uiteindelijk hun spoor. Blokker laat hiermee zien dat zelfs in de meest penibele situaties iets goeds op je pad kan komen. Ondanks de zwaarte van het thema is de toon van de roman niet somber. Met kleine details belicht Blokker ook de schoonheid van het leven, zoals in de scène van een kind dat speelt met haar moeder, in Max’ verhaal. Niet alleen worden de kleine details in de schoenen van het kind beschreven — om het speelse van het leven te benadrukken —, maar ook hoe de herhaling van dagelijkse speelse momenten tussen moeder en dochter juist betekenis geeft aan het leven.

    De ijsvogel als symbool

    De titel IJsvogel verwijst naar een vogel die in de literatuur vaak symbool staat voor geluk en voorspoed die onverwachts op je pad kunnen komen. Hoewel de ijsvogel slechts één keer expliciet in de roman voorkomt — op een verrassend onbeduidend moment — is hij toch een krachtig symbool. Zoals de vogel na de rui een nieuw verendek krijgt, zo krijgen ook de personages in het boek een nieuwe kans. Hun tegenslagen maken hen kwetsbaar en openen de deur naar verandering en hoop.

     IJsvogel is een roman over verlies, rouw en de zoektocht naar betekenis. Blokker verweeft verschillende verhaallijnen en schetst op een beeldende manier de innerlijke wereld van haar personages. Hoewel sommige verhaallijnen sterker uit de verf komen dan andere, biedt het boek een blik op hoe mensen omgaan met tegenslagen. De ijsvogel, als symbool van onverwachte voorspoed en nieuwe kansen, vormt een verbindend element in deze verhalen over verandering en veerkracht.

     

  • Wie ben jij van mij?

    Wie ben jij van mij?

    Op 19 december 2022 bood toenmalig premier Mark Rutte namens de Nederlandse regering excuses aan voor het slavernijverleden. Hij sprak de veelzeggende woorden: ‘We delen niet alleen een verleden, maar ook een toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt.’ Zo benadrukte hij het belang van erkenning en de gezamenlijke verantwoordelijkheid om een inclusieve toekomst op te bouwen. Zijn woorden waren een uitnodiging tot reflectie over de doorwerking van het koloniale verleden in het heden, en tot het voortzetten van een maatschappelijke dialoog.

    In haar voorwoord schrijft Shantie Singh dat de uitspraak van Mark Rutte haar inspireerde tot het schrijven van Na de komma. Hindostanen en de erfenis van het kolonialisme. Hierin onderzoekt Singh hoe de erfenis van kolonialisme en slavernij de Hindostaanse gemeenschap heeft gevormd en nog steeds doorwerkt in het heden. Met een combinatie van historische analyses en persoonlijke en collectieve verhalen schetst ze een indringend en genuanceerd beeld van deze complexe geschiedenis. In de inleiding stelt Singh dat haar boek niet alleen een oproep is tot dialoog en begrip, maar ook een hoopvolle visie wil bieden op een toekomst waarin recht wordt gedaan aan het verleden.

    Het overlevingsscript

    Het boek belicht uitgebreid het zogenoemde overlevingsscript van de generaties die Singh zijn voorgegaan: de verhalen die haar familie met zich meedraagt en die diep geworteld zijn in de koloniale tijd en de periode daarna. Deze geschiedenis wordt gekenmerkt door een onverwoestbare wil om te overleven: ‘De voorouders moesten zichzelf opnieuw uitvinden. Er moesten onder grote druk nieuwe verhalen, nieuwe lessen, nieuwe vaardigheden worden ontwikkeld.’

    Naast de koloniale geschiedenis van de Hindostanen onderzoekt Singh in hoeverre deze traumatische erfenis van invloed is op de huidige generatie. Ze vraagt zich af of het overlevingsscript van haar voorouders nog past bij haar eigen leven. Zijn de tradities nog steeds een bron van saamhorigheid en steun, of worden ze nu vooral gevoed door een angst die niet langer strookt met de huidige realiteit? Singh verweeft deze overwegingen met een zoektocht naar balans tussen erfgoed en moderniteit.

    Zonder gruwelijkheden uit de weg te gaan, benadert Singh alles vanuit verschillende perspectieven. Het ronselen van contractarbeiders bracht veel narigheid met zich mee — uitbuiting en ontberingen —, maar bood de mensen ook de kans om zich op hun toekomst te richten. Velen zagen het als een mogelijkheid om hun situatie te verbeteren. Anderen kwamen in verzet. Indrukwekkend zijn de pagina’s waarop ze de namen opsomt van verzetsstrijders die het verzet niet hebben overleefd, dikwijls door executie. Van sommigen is slechts de naam bekend. Dit is des te aangrijpender doordat Singh benadrukt hoe belangrijk een naam en het groepsgevoel waren. Als een grote groep mensen wegvalt, wordt dit verlies extra pijnlijk.

    De zichtbaarheid en strijd van vrouwen

    Bijzonder goed uitgewerkt zijn de hoofdstukken over de rol van vrouwen.‘De verhalen van vrouwen zijn door de geschiedenis heen het vaakst onzichtbaar gemaakt. Dat geldt zeker voor de vrouwen uit de koloniale geschiedenis. Hoe meer mensen haar verhaal horen, hoe meer zij uitgroeit tot een symbool tegen koloniaal onrecht.’ De zware strijd om de Hindostaanse vrouw meer zichtbaarheid te geven, belicht Singh aan de hand van haar eigen familie. Vrouwen die betrokken waren bij het verzet, zich losmaakten van familietradities, en het gemis ervaarden van familie die ver weg was omdat zij naar Nederland emigreerden in de hoop op een betere toekomst.

    Daarnaast legt Singh de link met het belang van taal. De taallessen (Sarnami) van haar moeder kreeg ze in de keuken. Hoewel haar vader Nederlands belangrijker vond, gaf haar moeder niet op, waarmee ze niet alleen de band tussen moeder en dochter bestendigde, maar ook liet zien dat taal veel meer is dan het beheersen van spreek- en schrijftaal: ‘Taal is je gereedschap in de wereld.’ Voor Singh werd taal de brandstof van haar verbeeldingsvermogen, met name om de verhalen van vrouwen in haar familie op te schrijven. Taal maakt verbinding en begrip mogelijk, stelt je in staat om verhalen door te geven en de vraag te stellen: wie ben jij van mij?

    Tussenkopjes onderbreken het gepassioneerde verhaal

    In sommige hoofdstukken past Singh tussenkopjes toe, bedoeld om onderscheid aan te brengen tussen de Hindostaanse geschiedenis en de familieverhalen. Hoewel deze indeling de informatie helder organiseert, kan de afwisseling van informatieve secties en emotioneel geladen passages ervoor zorgen dat de tekst soms fragmentarisch aanvoelt, en je uit de indringende sfeer wordt gehaald.

    Verder slaagt Singh erin om haar verkenning van de Hindostaanse ervaring te verrijken met een heldere boodschap over erfenis, identiteit en veerkracht. De kracht van Na de komma ligt in de emoties en inzichten die doorklinken in de verhalen van haar familie en de gemeenschap. Het roept op tot erkenning van de vaak onzichtbaar gebleven verhalen van vrouwen en biedt een krachtige reflectie op het verleden, die niet alleen het koloniale verleden blootlegt maar ook ruimte biedt voor heling en vooruitgang. Dit is een oproep om de komma te honoreren, de toekomst vorm te geven en de verhalen die ons verbinden tot leven te brengen.

     

     

  • Geen haar beter dan een moordenaar

    Geen haar beter dan een moordenaar

    Het is niet de eerste keer dat in Midden-Europa een boswachter wordt vermoord, maar voor schrijfster en journaliste Dore van Duivenbode (1985) vormde dit een aanleiding om zich te verdiepen in de complexe en vaak tegenstrijdige belangen rond oerbossen en de intense spanningen die daaruit voortvloeien. Ontbossing is een terugkerend thema in de geschiedenis van onze planeet, waarbij telkens een fragiele balans gezocht wordt tussen bosbehoud, de houtindustrie, landbouw en de gemeenschappen die van het bos afhankelijk zijn. Van Duivenbode onderzocht deze dynamiek en de conflicten die hier onvermijdelijk uit voortkomen. Haar bevindingen verwerkte ze in het boek Oerbos, De strijd om de Europese natuur.

    Om haar verslag goed te kunnen onderbouwen, trok Van Duivenbode in bij een Pools internaat voor aankomende boswachters en werkte ze als vrijwilliger in een Nationaal Park om het dagelijkse reilen en zeilen van dichtbij mee te maken. Dit bleek allesbehalve eenvoudig. Al snel kreeg ze het stempel ‘ongeschikt voor in het bos’: het zagen van hout voor Ikea mislukte, ze worstelde met schaamte over haar eigen aandeel in de ontbossing, at vlees (ondanks haar vegetarische overtuigingen) om maar niemand voor het hoofd te stoten, en moest telkens de teleurstelling van de docenten ondergaan. Wat haar wél goed afging, waren de koude avonden waarin ze zich verdiepte in boeken over de natuur. De kennis die ze verzamelde over de geschiedenis van het Europese oerbos heeft ze zo verwerkt dat ook wij een helder inzicht krijgen.

    Wie luistert er naar mij?

    Oerbos
    is een levendig en verre van schools overzicht van de geschiedenis van ontbossing. Eerder is het een boek waarin Van Duivenbode ruimte biedt aan de uiteenlopende verhalen van mensen die van het bos afhankelijk zijn. Ze spreekt met de weduwe van de overleden boswachter, maar ook met milieuactivisten die alles op alles zetten om het bos te behouden. Wetenschappers bekijken de situatie weer vanuit een andere invalshoek, en de mensen die in de schaduw van de houtindustrie leven, zijn vaak pessimistischer dan de houtmaffia’s die er flink aan verdienen. Van Duivenbode heeft goed werk verricht als journalist door al deze verhalen een plek te geven. Daarmee onderstreept ze het belang van luisteren: ‘Wat we zelf optuigen, kunnen we ook weer afbreken. Maanden geleden schreef ik dat de verhalenschrijvers de machthebbers zijn: verhalen beïnvloeden ons denken en handelen. Welk verhaal we onszelf vertellen zegt iets over onze vrees en hoop, over wat we najagen en over onze moed. Het enige wat nodig is, is verbeelding.’

    Haar eigen worstelingen komen eveneens aan bod, want al snel wordt duidelijk dat haar reis ook een persoonlijke confrontatie met een pijnlijke realiteit betekent: ‘Na maanden in de bossen realiseer ik me dat ik geen haar beter ben dan de conservatieven in Oost-Polen. Ik vind dat we onszelf niet boven de natuur of anderen moeten plaatsen, toch leef ik er niet naar (…) In al mijn jaren op aarde ben ik nooit bereid geweest mijn manier van leven aan te passen aan het collectieve belang.’ Dat collectieve belang is een belangrijk thema, en het komt in ieder hoofdstuk ter sprake. Als je houtkap volledig stopt, ontstaan er niet alleen problemen voor de mensen die volledig afhankelijk zijn van de houtindustrie, maar ook voor de bomen zelf, die vatbaar worden voor ziektes die zich snel verspreiden. Laat je houtkap toe, dan versterkt de zogenaamde houtmaffia zich enorm. Natuurbescherming gaat altijd gepaard met machtsverdeling, en het boek toont op indringende wijze de menselijke aard in dit conflict.

    Diepgang in emotie en filosofische vraagstukken

    Van Duivenbode heeft geen oplossing voor dit grote probleem. Ze brengt verslag uit, toont verschillende perspectieven en verbindt een wereldwijd vraagstuk met de impact van de mens. Dit doet ze in een vlotte schrijfstijl, zonder te verzanden in overbodige details. Het leest soms bijna als een roman, vanwege de aandacht voor de emoties die dit complexe verhaal oproept. Hierdoor heeft het boek een toegankelijke sfeer, wat het extra aantrekkelijk maakt, vooral voor lezers die niet per se geïnteresseerd zijn in de problematiek van de boskap.

    Voor de lezer die naast emotionele diepgang ook intellectuele uitdaging zoekt, bieden de filosofische passages de nodige stof tot nadenken. Een terugkerend thema is de rol van de mens in de wereld, en hoe we het leven vanuit verschillende perspectieven kunnen benaderen. Hoe verbindt het bos ons met elkaar? Wat betekent je leven als je naast afval woont? Kun je een beter mens worden door je in te zetten voor de natuur, of is dat te simplistisch? En hoe ver reikt de macht van het individu? Deze passage over de dood van de boswachter maakt indruk: ‘Ik ben onderdeel van het probleem. Ik had oude meubels in prima staat, maar vond ze te ouderwets en kocht nieuwe bij Ikea. Ik ben geen haar beter dan de moordenaar, ik ben een consument. Iemand doodde de boswachter omdat er een houtbehoefte is, mijn behoefte. Ik denk dat ik goed bezig ben terwijl ik achter mijn computer petities opstel, toch ben ik net als de moordenaar een schakeltje in het systeem.’

    In Oerbos combineert Van Duivenbode verslaggeving met persoonlijke reflectie, waarbij ze de emotionele en filosofische aspecten van het onderwerp verkent. Haar boek stelt vragen over de rol van de mens in de natuur, de ethiek van natuurbescherming, en de macht van het individu in een complex wereldsysteem. Door de heldere schrijfstijl en de ruimte die ze geeft aan emoties, maakt ze het onderwerp zowel begrijpelijk als boeiend voor een breed publiek.

     

     

  • De langste nacht van iemands leven

    De langste nacht van iemands leven

    In Zonder slaap ben ik het noodlot voor (2024) van schrijfster en programmamaakster Mirthe Frese besluit een moeder om een nacht wakker te blijven. Terwijl de vroege ochtend aanbreekt, is haar zoon negen jaar en 178 dagen oud: precies dezelfde leeftijd die de naamloze hoofdpersoon had toen zij haar moeder verloor aan kanker. Gedurende de lange nacht reflecteert ze op haar eigen verlies en worstelt met de angst om hetzelfde lot als haar moeder te ondergaan. In eerste instantie probeert ze haar onrust thuis te verdrijven, maar midden in de nacht besluit ze naar het centrum van Amsterdam te gaan, naar de plekken die een grote rol in haar verleden speelden.

    Dat Frese kan schrijven over haar familie, bewees ze al in haar theatervoorstelling Retourtje Polen. Deze voorstelling ging over haar vader, zijn Joodse achtergrond en hun gezamenlijke reis naar vernietigingskamp Sobibor. In deze debuutroman schrijft ze over haar vroeg overleden moeder. Het boek belicht niet alleen hoe er voor haar als jong meisje ruimte was om over het verlies te spreken, maar vooral ook hoe moeilijk het is om de juiste woorden te vinden voor de complexiteit van je gevoelens. Dit geldt zowel voor de relatie die ze had met haar moeder vanaf het moment dat de diagnose kanker werd gesteld, als voor het verwarrende gevoel dat over je komt als je alleen achterblijft: ‘De kracht in haar benen werd minder, waardoor ze met een stok moest lopen en op het laatst in een rolstoel zat. Toen de chemo niet meer aansloeg, besloot mijn moeder dat het genoeg was geweest. Terwijl ze langzaam afscheid nam van het leven, begon ze qua uiterlijk weer steeds meer op haar ware zelf te lijken. Ik kreeg mijn moeder terug en raakte haar op hetzelfde moment kwijt.’

    Frese creëert met taal ruimte voor verlies

    Frese slaagt erin met haar taal emoties en ervaringen vast te leggen die vaak moeilijk onder woorden te brengen zijn, vooral vanuit het perspectief van een jong meisje. Ze beschrijft niet alleen het rouwproces, maar ook de zoektocht naar identiteit en het vinden van een plek in de wereld zonder de persoon die je vanaf het begin van je leven hebt gekend: ‘Een van de vervelendste dingen aan het hebben van een dode moeder, is het keer op keer vertellen dat je moeder dood is. Een moeder komt snel ter sprake, zeker als je nog kind bent. Ik probeerde het “moedermoment” vaak uit te stellen, zinnen te construeren waarin ik het woord kon vermijden. Maar dat was in de meeste gevallen niet vol te houden. Ik geneerde me, plaatsvervangend, voor het ongemak van de toehoorder, wiens mond vaak vertrok in een vreemde grimas.’

    Twee verhalen, twee waarheden

    Het begin van de roman schetst een eenzijdig beeld van het gezin van de hoofdpersoon: de moeder is ziek maar altijd aanwezig, terwijl de vader wordt neergezet als de grote boosdoener. Wat deze roman zo krachtig maakt, is dat dit beeld geleidelijk wordt genuanceerd. Zowel de vader als de moeder krijgen elk een hoofdstuk waarin hun perspectief centraal staat. Dit geeft de lezer inzicht in beide kanten van het verhaal, en benadrukt dat er in veel pijnlijke en verdrietige situaties meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Frese vermijdt hiermee de valkuil van starre denkpatronen en eenzijdige oordelen.

    Zo belicht ze in het hoofdstuk ‘Mijn vader’ de invloed van opa: ‘Hoe kwaadaardig zijn vader zich tegenover zijn moeder gedroeg – de vernedering van zijn moeder voelde hij vaak in zijn eigen botten. Hij probeerde haar te beschermen, het voor haar op te nemen. Maar vaak leek het alsof ze helemaal niet zat te wachten op zijn bemoeienis.’ Hieruit blijkt hoe de geschiedenis van opa het gedrag van de vader heeft gevormd. In het hoofdstuk ‘Mijn moeder’ komen juist de overeenkomsten tussen de moeder van de hoofdpersoon en haarzelf naar voren. Dit roept Frese op met veel emotie en mooie beeldende taal.

    Deze verschuiving in perspectief geeft niet alleen diepgang aan de ouders, maar helpt de hoofdpersoon ook om een beter begrip te ontwikkelen voor de complexiteit van haar gezinssituatie, zelfs van vóór haar geboorte. Deze gelaagdheid maakt duidelijk hoe de gezinssituatie is ontstaan, en hoe deze tot op heden doorwerkt. Wat aanvankelijk leek op een simpele zwart-witverdeling tussen goed en kwaad, transformeert door deze hoofdstukken in een genuanceerd beeld van de ouders als volwaardige personages met eigen angsten, motieven en tekortkomingen.

    Ook ruimte voor humor en herkenbaarheid

    Ondanks de zware thematiek heeft Frese zorgvuldig voorkomen dat het verhaal somber wordt. Integendeel, het zit vol momenten die je doen glimlachen, herkenbare situaties uit het gezinsleven die door de lichte, soms humoristische toon de zwaarte van het verhaal in balans brengen.

    Een voorbeeld is de scène waarin de vader zijn zestigste verjaardag viert en samen met zijn dochter naar een experimenteel jazzconcert gaat – een ervaring die de dochter moeilijk kan waarderen: ‘Terwijl de drummer met een schelpenkoord over zijn snaredrum streek, keek ik naar mijn vader in de hoop een blik van erkenning voor deze verschrikking te kunnen vangen. Maar hij had zijn ogen dicht, zijn armen lagen zoals altijd gekruist over zijn buik, deinend op het totaal onnavolgbare ritme van de muziek. Op zijn gezicht een glimlach van verrukking. Ik besloot het ook mooi te vinden.’

    Deze subtiele humor en warme observaties maken de personages levensecht en menselijk. Het contrast tussen de dochter en de vader in deze scène benadrukt hun verschillen, maar ook de genegenheid die hen ondanks alles verbindt. Door dit soort scènes krijgt de roman een zekere luchtigheid die de zware thema’s verlicht zonder hun impact te verminderen.

    Zonder slaap ben ik het noodlot voor is een mooi verhaal dat raakt aan universele thema’s zoals verlies, familiebanden en de zoektocht naar identiteit. Freses vermogen om zware emoties in woorden te vatten, gecombineerd met herkenbare momenten, zorgt voor een unieke balans die zowel ontroert als doet glimlachen. De kracht van deze roman ligt in de eerlijkheid waarmee de complexiteit van menselijke relaties tot uitdrukking komt, zonder te vervallen in sentimentaliteit of simplistische oordelen.

     

     

  • Met een varkenspak in de sloot

    Met een varkenspak in de sloot

    Stel je voor: een ijskoude oudejaarsavond met veel vuurwerk en een vieze sloot met een man die er niet meer uitkomt. Niet zomaar een man, maar eentje in een varkenspak, met op de achtergrond een brandend slachthuis dat langzaam maar zeker totaal wordt vernietigd. Dit is de opening van De instructies van Carolina Trujillo. Hoe is het mogelijk dat iemand in zo’n bizarre situatie terechtkomt? Heeft hij de brand gesticht? Waarom dat varkenspak? De toon is gezet en het boek grijpt je bij de keel.

    Het verhaal springt heen en weer tussen heden en verleden, maar als je bereid bent mee te springen, doorgrond je al snel dat het gaat om een reeks gebeurtenissen die Mol, de man in het varkenspak, onvermijdelijk naar zijn ondergang leiden. De scène in de sloot is slechts het begin. Trujillo’s personages werken zichzelf wel meer in de nesten, zoals in de roman De terugkeer van Lupe García (2009). Waarin een viertal wraak probeert te nemen om wat hun ouders is aangedaan. Maar in haar nieuwe roman gaat hoofdpersonage Mol wel heel ver om zichzelf te bewijzen.

    Conflict tussen de liefde en een ideaal

    Na jaren komt Mol zijn geliefde jeugdvriendin Nora weer tegen die een gedreven dierenrechtenactivist blijkt te zijn geworden. Ze pakken hun vriendschap moeiteloos op. Nora probeert Mol te overtuigen van haar activistische idealen, maar hij twijfelt of haar radicale plannen wel zinvol zijn en of ze zich daardoor niet in de problemen zal werken. Voor haar liefde en erkenning wil hij echter alles doen: ‘Het maakte niet uit welk kooltje ze uit het complimentenvuur trok, ik zou me er zolang het gloeide aan warmen, maar diep van binnen wist ik wel hoe het zat.’ Nora gebruikt Mol louter als hulp voor haar doelen, als chauffeur of iemand die haar plannen uitvoert als ze dat zelf niet kan.

    Naast de vraag hoe ver je voor een liefde gaat, behandelt de roman ook hoe ver je kunt gaan voor een ideaal, in dit geval dierenrechten. Trujillo is, na jarenlang vleeseter te zijn geweest, zelf veganist geworden en het is duidelijk dat ze grondig onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van de vlees- en melkindustrie. Op indringende toon beschrijft ze gedetailleerd de misstanden die dagelijks op grote schaal plaatsvinden: van de vreselijke en bloederige activiteiten vóórdat een stuk vlees op ons bord ligt, tot het transport van gewonde dieren naar hun laatste bestemming, het slachthuis. Pijnlijk en confronterend. Zonder dat de roman een pamflet wordt, raken Trujillo’s woorden haar lezers: ‘De varkens in de laadbakken zaten onder de schrammen. Drie sterren humane slacht, biologisch, scharrel en ambachtelijk. Als ze op transport zijn, maakte het geen donder uit.’ Of Trujillo nu een liefdesverhaal wilde schrijven of een activistische roman: het is haar beide gelukt.

    Herhaling van thrillerachtige acties

    Het verhaal wisselt voortdurend van periode, wat de lezer meer inzicht en emotionele diepgang biedt. Deze tijdswisselingen ondermijnen echter wel het hoge tempo van de roman. Zoals in het hoofdstuk over de bezetting van een stal door Mol en zijn vrienden, dat in een thrillerachtige stijl met korte zinnen uur na uur beschrijft. Dit wordt abrupt afgewisseld met een hoofdstuk over het moment waarop Mol uit een sloot wordt gehaald tijdens nieuwjaarsnacht. Hoewel beide gebeurtenissen spannend zijn in Mols activistenleven, voelt de sprong tussen deze hoofdstukken te groot. Er gebeurt namelijk nog veel meer belangrijks in Mols bestaan tussen deze momenten.

    Ook de instructies die Mol voor Nora uitschrijft, verstoren het leesritme. De ene keer beschrijft hij zijn eigen pad en hoe hij langzaam de grip op de realiteit verloor. De volgende keer, soms nog op dezelfde pagina, kunnen we midden in een scène zitten die toekomstige activisten meedeelt wat ze wel of juist niet moeten doen tijdens een protestactie. Om verwarring te voorkomen moet je goed in de gaten houden waar je je in het verhaal bevindt.

    Gelukkig wordt het aan het einde van de roman duidelijk waarom Mol deze instructies heeft geschreven: ze zijn er niet om te vertellen hoe je moet handelen voor het beste resultaat tijdens bijvoorbeeld een protestactie. Ze laten juist zien dat het onmogelijk is om te zeggen wat de juiste manier van protesteren en het laten horen van je eigen stem is. De roman beschrijft de pijnlijke confrontatie die Mol moest ondergaan om in te zien dat je machteloos staat als je de vraag stelt of iets goed of juist niet goed is. Draait radicaliseren om jezelf te bewijzen of gaat alles om een groter doel waar je als individu toch weinig invloed op hebt? Is het belangrijker om in iets te geloven dan de manier waarop je dit wil bereiken? De instructies is een knap geconstrueerde roman die deze belangrijke vragen aan de orde stelt.

     

     

  • Niet tevreden met een kikkerbrevet

    Niet tevreden met een kikkerbrevet

    Een roman schrijven die grotendeels in het zwembad plaatsvindt, is een gedurfde onderneming. Toch is schrijfster Rosanna ten Have deze uitdaging aangegaan in haar debuutroman Badje 3. Voor Suzanne, de hoofdpersoon, begon er een moeilijke periode toen ze haar zwemdiploma niet haalde. Jaren later denkt ze er nog steeds aan terug: ‘Een van mijn topanekdotes: ik ben gezakt voor mijn A-diploma. Als troostprijs kreeg ik een kikkerbrevet. Misschien ben ik wel de enige. Op fora voor ouders van nu ben ik over het onderwerp “zakken voor je zwemdiploma” niets tegengekomen.’

    Het blijft Suzanne bezig houden, zodat zij bij een lifecoach op de bank belandt: ‘Er moet iets mis met mij zijn. Waarom ben ik anders zo moe en duizelig, en heb ik de hele tijd spierpijn terwijl ik niets uitvoer? Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat ik geen echte problemen heb en mij aanstellerig gedraag.’ De lifecoach probeert Suzanne te stimuleren om het diploma toch een keer te behalen, maar daarvoor zal ze eerst zwemlessen moeten nemen. Ze start in het tweede instructiebad en krijgt begeleiding van zweminstructrice Fab.

    Moeilijke communicatie

    Suzanne heeft begeleiding van een lifecoach nodig om een beslissing in haar leven te nemen, maar er spelen nog meer problemen. Tijdens haar eerste zwemles ontmoet ze nieuwe vrouwen, maar ze vindt het lastig met hen te communiceren. Ook in de kleedruimte voelt Suzanne zich zodanig ongemakkelijk dat zij omslachtige manoeuvres toepast om zich om te kleden. Het is duidelijk dat ze snel van streek raakt als het gaat om het menselijk lichaam, fysiek contact en communicatie. Als Suzanne eenmaal de stap neemt om te praten, dan houdt ze een bepaalde techniek in haar achterhoofd, de zogenaamde luister-, samenvattings- en doorvraagmethode.

    Deze methode kan tijdens het lezen ook toegepast worden. Je ‘duikt’ in Suzannes visie op de wereld, het is eenvoudig om haar verhaal samen te vatten, maar er is vooral veel om over door te vragen. Wat is er bijvoorbeeld gebeurd met haar vader? Waarom is de relatie tussen Suzanne en haar moeder problematisch? Welke rol heeft dit gespeeld in haar ontwikkeling? Eigenlijk laat de auteur pas aan het einde van het verhaal meer los over haar personage. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar Ten Have geeft zoveel hints naar iets wat er in Suzannes verleden is gebeurd dat de nieuwsgierigheid wel gewekt wordt. Dan valt het tegen als uiteindelijk onduidelijk blijft waar die hints naar verwijzen. Het blijft dobberen. 

    Opwekken van herkenbaarheid

    De thematiek van de roman raakt de complexe ontwikkeling van Suzanne: sociaal isolement, verlatingsangst, jaloezie, schaamte en vooral de zoektocht naar het begrijpen van emoties die op elk moment de kop kunnen opsteken. Het verhaal draait om de vraag hoe ver Suzanne kan gaan met haar wens om het diploma te behalen en daarmee ook een sociale groei door te maken. Haar worsteling met zichzelf wekt een bepaalde mate van herkenbaarheid op: het te veel nadenken over wat de ander denkt, zich onzeker voelen over haar lichaam en de vraag hoe zij zich dient te gedragen in een groep. Ook veel andere jongeren worstelen hiermee en dat maakt het boek geschikt voor de jongere lezer. Het verhaal is toegankelijk en de schrijfstijl en toon van Ten Have sluiten daar goed bij aan. Ondanks de zware thematiek blijft het luchtig door de humor die zij heeft ingezet.

    Ten Have heeft aandacht besteed aan de diversiteit van haar personages. De karakters vertegenwoordigen diverse stemmen in de samenleving. Zij hebben allemaal hun eigen reden om op zwemles te gaan, gaan op verschillende manieren met elkaar om en hebben diverse normen en waarden. Hoe mensen bijvoorbeeld soms niet tot een goede communicatie kunnen komen, wordt getoond door de plotselinge verbreking van een vriendschap tussen Suzanne en één van de vrouwen uit het zwemclubje. Er wordt geen poging gedaan om werkelijk naar elkaar te luisteren. Ten Have is er goed in geslaagd om herkenbare beelden te creëren.

    Verhaallijnen worden niet afgemaakt

    De opbouw van het verhaal is duidelijk: de hoofdstukken verwijzen naar het nummer van de les. De roman leest vloeiend en dat is aangenaam, al worden veel zaken aangehaald die niet worden afgewerkt. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de gastheer van het zwembad? Er wordt gesuggereerd dat hij oprechte interesse in Suzanne toont, maar hij verdwijnt uit het verhaal en komt niet meer terug. De rol van Suzannes moeder blijft onduidelijk. Zij heeft iets ernstigs meegemaakt, maar haar verhaal krijgt geen betekenis in de ontwikkeling van de roman. En de lifecoach? Haar rol lijkt aan het begin van het verhaal groot. Ze helpt Suzanne haar impasse te doorbreken, maar ze verdwijnt compleet naar de achtergrond.
    Badje 3 is een toegankelijke roman die thema’s aansnijdt die in de hedendaagse samenleving spelen. In het verhaal fungeert het zwembad op een interessante wijze als metafoor voor de maatschappij. Het beeld dat de auteur schetst van haar personages en hun denkwijzen is humoristisch, maar de ontwikkeling van de personages laat enigszins te wensen over.

     

     

  • Een boeiend familieverhaal met bijzondere details uit de geschiedenis

    Een boeiend familieverhaal met bijzondere details uit de geschiedenis

    Cabaretier Jeffrey Spalburg heeft zijn plaats veroverd in de Nederlandse letteren met zijn autobiografische roman Ik ben jullie meester. De laatste jaren is er al een aantal romans verschenen van Surinaamse Nederlanders, waarin zij hun verhaal vertellen over familieleden, verhuizingen naar Nederland voor een betere toekomst en de impact hiervan, of bijvoorbeeld hun vroege kinderjaren in Suriname. Het beginpunt van Ik ben jullie meester is bij zijn vader James, die rond 1940 in Paramaribo opgroeide, maar als jongvolwassene naar Nederland verhuisde voor een baan als onderwijzer.

    Hoewel hij erin slaagt een baan te verwerven, een gezin te stichten en zich met succes te ontplooien, voelt James zich niet op zijn gemak in Nederland. Het gaat hierbij niet alleen om de ‘kou die alle voorstelling te boven ging’, maar vooral om de wijze waarop hij zich in een kleine gemeenschap een positie dient te bemachtigen: ‘Dat ik steeds ergens het ijs moet breken om vooroordelen weg te nemen.’ Daarom besluit hij met zijn hele gezin terug te keren naar Suriname. Toch houden de problemen hier niet op, want in Paramaribo voelt zijn vrouw zich niet thuis. James kiest uiteindelijk voor het geluk van zijn gezin en keert terug naar Hengelo, waar Jeffrey wordt geboren, de verteller van het verhaal.

    Een blik op racisme in de geschiedenis

    In het tweede deel van het boek worden meer details beschreven over de drie generaties, waarbij het belangrijkste thema van het verhaal, racisme, naar voren komt. Hoewel de auteur het woord ‘racisme’ niet expliciet benoemt, draait het gehele verhaal eromheen. De personages krijgen bijvoorbeeld discriminerende opmerkingen naar hun hoofd geslingerd en hebben het gevoel dat ‘zwarte mensen nooit normaal zijn’. Daarnaast wordt er ook zogenaamde lichamelijke discriminatie ervaren, zoals een kind dat de haren van James wil aanraken omdat deze er anders uitzien dan zijn blonde haren. Dit alles gebeurt eerst bij James, later bij Jeffrey en ook bij (klein)zoon Jaïr.

    Naast de ontroerende gebeurtenissen binnen de familie gaat het boek ook dieper in op de historische context. Het leven van de vrijheidsstrijder Anton de Kom wordt meerdere malen beschreven en hij blijkt een voorbeeld voor de familie te zijn. De moeilijke periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarin Nederland in wederopbouw verkeerde, sluit aan bij de persoonlijke problemen waarmee James worstelde. Hij moest namelijk, zoals in vele andere gezinnen, hard werken om eten op tafel te krijgen. Voor James was het nog belangrijker om zijn positie, als Surinamer, in de Nederlandse maatschappij te bemachtigen en te behouden. Dit deed hij bijvoorbeeld door tot zeer laat in de avond op zijn werk te blijven om aan te tonen dat Surinamers ook weten wat hard werken is. Hij kwam dus vaak doodmoe thuis en wist soms niet de balans tussen werken en zijn gezin te behouden.

    Andere historische gebeurtenissen krijgen ook een plek in de roman en worden vanuit een verassende kant belicht. De waternoodsramp van 1953 wordt bijvoorbeeld vanuit het perspectief van de Surinamers verteld. Zij waren toentertijd gul met het sturen van geld naar Nederland en het maakte dan niet uit of het voor hen het laatste beetje geld van de maand was. Ook wordt de discussie over de rol van Nederland in het voormalige koloniale gebied Suriname vanuit het perspectief van Jeffrey besproken. Gruwelijke details komen voort uit de ontdekkingstocht die hij begint omdat hij meer over zijn eigen achtergrond wil weten. Op vloeiende wijze wordt de geschiedenis dus verweven met het verloop van het leven van de familie.

    Grote tijdsprongen

    Spalburg schrijft in een sobere stijl met korte zinnen. Hij herhaalt zichzelf soms, maar dit heeft tevens een voordeel. De focus ligt namelijk op het vertellen van het verhaal, gedetailleerd en zonder opgesmukte taal die kan afleiden. Het draait erom dat het verhaal van de drie generaties zo goed mogelijk wordt gepresenteerd, waarbij vooral de onderlinge relatie tussen hen centraal staat. Het verhaal raakt de lezer als de jonge Jeffrey zich niet begrepen voelt door zijn vader James, die al zoveel heeft meegemaakt, maar desondanks alles blijft doen voor zijn gezin en blijft geloven in het lot, ondanks dat het leven hem soms zwaar valt.

    In de roman zijn er momenten waarin de auteur zodanig grote tijdsprongen maakt, dat bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen onvoldoende worden belicht. Zo vindt er tussen hoofdstuk twee en drie een aanzienlijke tijdsprong plaats, waarbij een ingrijpende gebeurtenis in het leven van grootvader James in 1936 wordt beschreven, maar het verhaal direct doorschiet naar 1950. Hierdoor blijft onduidelijk wat er in de tussenliggende periode is voorgevallen en hoe deze gebeurtenis zijn verdere ontwikkeling heeft beïnvloed. Een ander cruciaal moment, namelijk de terugkeer van James’ gezin naar Nederland, wordt eveneens erg summier behandeld. Deze aspecten hadden een meer uitgebreide beschrijving verdiend om de lezer beter inzicht te geven in die gebeurtenissen en hun impact op de personages.

    Desalniettemin blijft Ik ben jullie meester een ontroerend persoonlijk verhaal dat benadrukt hoe cruciaal het vertellen van (familie)verhalen is voor het begrijpen van de geschiedenis en het vooruitzien op de toekomst.