• 14e Gedichtendag donderdag 31 januari 2013

    Agenda

    Binnenkort is het Gedichtendag, start van de Poëzieweek. Dit jaar staan die twee in het teken van ‘muziek’. Het Poëziecentrum maakte een selectie uit recente bloemlezingen, poëziebundels en luisterCD’s die aansluiten bij het thema, zowel voor kinderen als voor volwassenen. Ideaal voor de komende vrije dagen. U vindt ze op www.gedichtendag.com.

    De 14de Gedichtendag vindt plaats op donderdag 31 januari t/m 6 februari 2013. Het wordt de start van de eerste Poëzieweek die loopt tot 7 februari en Muziek als thema heeft. In heel Vlaanderen en Nederland vinden tal van activiteiten plaats, en dat een hele week lang.

    In de aanloop naar Gedichtendag en de Poëzieweek zijn er voor het onderwijs weer de lessuggesties. Ook de Out of Office Poetry blijft beschikbaar. En de Gedichtendagbundel krijgt een opvolger: het Poëziegeschenk. Dat wordt geschreven door Anna Enquist en heet Een kooi van klank.

    Kopers van poëzie krijgen tijdens de Poëzieweek het Poëziegeschenk ‘Een kooi van klank’ van Anna Enquist van hun boekverkoper cadeau. De bundel gaat over de rol van muziek waar woorden ofwel (nog) geen betekenis hebben, ofwel hun betekenis zijn kwijtgeraakt. Op en rond Gedichtendag draagt Enquist het Pöëziegeschenk op een aantal plekken zelf voor. Ze doet dat voor het eerst op 30 januari tijdens de feestelijke uitreiking van de VSB Poëzieprijs. Op Gedichtendag geeft ze samen met pianist Ivo Janssen een muzikale interpretatie tijdens een lunchoptreden in het Bibliotheektheater Rotterdam. ’s Avonds treedt ze op in de Vlaamse Opera in Gent in een nog veel uitgebreider muzikaal programma met pianist Ivo Janssen. De gedichten uit ‘Een kooi van klank’ heeft ze speciaal voor die gelegenheid geïntegreerd in Chaconne G-groot van Händel.

    Gedichtendag wordt op 6 februari afgesloten met het eerste nationale Gedichtenbal in de Stadsschouwburg van Amsterdam. Wintertuin verzorgt hiervoor het programma! Samen met onder meer Turing Nationale Gedichtenwedstrijd, VSB Poëzieprijs, CPNB en Stichting Lezen wordt er een feestelijke avond georganiseerd met ruim honderd dichters en muzikanten. Kijk op de website voor meer info!

     

  • Eigentijdse, thrillerachtige doktersroman

    Eigentijdse, thrillerachtige doktersroman

    Voelen of niet voelen, dit gegeven komt in al zijn facetten aan de orde in De verdovers, het nieuwste boek van Anna Enquist.
    Het VU-Medisch Centrum in Amsterdam nodigde Anna Enquist uit om enkele maanden mee te lopen op de door haar gekozen afdeling anesthesiologie. Hier ligt de bron voor deze roman. Het motief om juist deze discipline te kiezen ligt in de tegenstelling die de anesthesiologie vormt met haar eigen vak: de psychotherapie. De anesthesist voorkomt pijn bij de patiënt, verdooft deze zodat hij of zij niets van de operatie en de pijn voelt of merkt. De psychotherapeut zoals Enquist zegt ‘haalt de pijn bij de patiënt naar de oppervlakte omdat het heilzaam is te voelen wat er in hem of haar omgaat, dit hoort bij de therapie en draagt bij aan de genezing’.

    Een schrijver uitnodigen om mee te lopen op een afdeling in het ziekenhuis en vragen om het beschrijven van de ervaringen, draagt enig risico. Het kan resulteren in het binnenhalen van een paard van Troje.
    Dat is niet gebeurd al heeft Enquist wel haar eigen Griekse familiedrama gecomponeerd. De roman heeft talloze dramatische elementen. Vermeende moedermoord, onverwerkt jeugdtrauma, driehoeksverhoudingen, veel onrust, onheil, misverstanden, falende relaties, zelfmoord, kortom drama ten top en dat alles speelt zich af in de levens van een kleine, sterk bij elkaar betrokken familie werkend in de medische wereld.

    De hoofdrolspelers zijn de nogal afhankelijke, kinderloze weduwnaar psychotherapeut Drik, zijn zus Suzan, anesthesiste en vrouw van psychiater Peter, Driks beste vriend, onrust brengende student psychiatrie Allard, en nichtje Roos, dochter van Suzan. Ze zorgen met z’n allen, door hun uiteenlopende karakters en eigenaardigheden voor een hechte maar moeizame familierelatie.

    Alle dramatische elementen zijn bij elkaar gebracht in een eigentijdse, vlotte thrillerachtige doktersroman die zich afspeelt in de ziekenhuiswereld. Geen romantische pulp voor op het strand met ridders op witte paarden maar een zeer gedetailleerd, hier en daar pikant en met spanning geschreven roman over echte dokters in witte jassen die in het ziekenhuis hun medische specialisatie uitoefenen.

    De tegenstelling tussen de psychotherapie en de anesthesiologie is tot in de finesses uitgewerkt, de beschrijving van wat zich in de beroepen van ‘bewust voelen’ en ‘verdoven’ afspeelt is zeer uitvoerig, en wordt gepresenteerd met hantering van de vigerende nomenclatuur op een manier die een arts in opleiding als werkverslag zou kunnen indienen (waarvoor hij dan een dikke voldoende zou krijgen).

    Nadat de vrouw van Drik overleden is neemt hij na een lang rouwproces de draad op door Allard, student psychiatrie als patiënt aan te nemen. Die ‘devil in disguise‘ brengt nogal wat teweeg. Allard verandert van studie en komt bij Driks’ zus Suzan in opleiding. Gewenste intimiteiten met verschillende personen op ongewenste plaatsen zorgen voor spannende verwikkelingen.

    Deze verwikkelingen zorgen dat je blijft lezen, nieuwsgierig naar het verloop van het verhaal, maar brengen ook sym- en antipathieën naar boven want de vreemde gedragingen van de personages worden steeds aperter en hun handelingen zijn niet zo uitgewerkt dat hun gedrag altijd even logisch is. De vaak gebruikte thema’s zoals somberheid, verdriet, falen en moeilijke relaties vragen soms wat veel empathisch vermogen van de lezer.

    Hoofdpersoon Drik, afkorting van Diederik, dat ‘machtig, sterk’ betekent, gedraagt zich als  het tegenovergestelde. Zijn zorgzame zus Suzan heeft hem erg geholpen tijdens de ziekte en na het overlijden van zijn vrouw maar is ontdaan als Drik de draad weer op wil pakken en ‘zich niet meer totaal laat bemantelzorgen’. Ze is ook een beetje de draad kwijt omdat dochter Roos op kamers is gegaan, en stort zich als vanouds op haar werk. Het thema werk speelt sowieso een grote rol in het boek. Er wordt hard gewerkt in het ziekenhuis en in alle disciplines zijn er wel een paar artsen die daardoor ‘verdoofd’ raken. Ze hechten aan hard werken en verdieping in hun vak en slagen hierin vaak beter dan in het onderhouden van goede onderlinge verhoudingen. De specialisaties worden scherp getypeerd: ‘de anesthesie is een schuilplaats voor neurosen, in de psychotherapie helpt cognitieve gedragstherapie overal voor, de orthopedisch chirurgen werken alsof ze in timmerwerkplaatsen staan en verrichten luidruchtig beulenwerk, terwijl de hartchirurg al geïrriteerd wordt door zacht gepraat.’.

    Zoals in eerdere romans komt ook hier het meervoudige vakmanschap van Enquist tot uiting. Door een intrigerende en zorgvuldig opgebouwde en uitgewerkte plot rondom de gecompliceerde karakters van Drik, Suzan, Roos en student Allard, weet ze de lezer tot het laatst te boeien. Hoewel de verhaallijn af en toe wat springerig is, heeft het boek diepgang en is de betrokkenheid bij de thema’s die serieus, professioneel en spannend zijn uitgewerkt, oprecht. Als lezer kun je hopen op een reprise over een ander vakgebied.

    Anna Enquist is psychoanalytica, heeft een conservatoriumopleiding en heeft in 20 jaar een respectabel oeuvre van proza en poëzie geschreven. In haar vorige roman Contrapunt worden de persoonlijke gevoelens over  het verlies van haar dochter, en het andere hoofdthema, de Goldbergvariaties van J.S Bach door haar kennis en muzikale gave tezamen, eveneens tot een uitzonderlijke roman gecomponeerd.

     

     

     

  • Recensie: Twaalf keer tucht – Anna Enquist

    Recensie door: Lodewijk Lasschuijt

    Het is niet raadzaam om de nieuwe verhalenbundel van Anna Enquist in één adem uit te lezen. Het is beslist geen bladzijdendraaier. Je moet de verhalen lezen, herlezen, overdenken en je moet er met anderen over praten. De verhalen verdienen dat, ze hebben vaak een onverwacht einde en er zijn ook verrassende wendingen. Er zijn in sommige verhalen overeenkomsten te ontdekken met de beste verhalen van Roald Dahl. Op een indringende wijze worden de gebeurtenissen rond het grote bombardement van Rotterdam, met daarbij de teloorgang van Diergaarde Blijdorp, bij ons in herinnering gebracht. Tragiek voor mens en dier.

    Zoals we dat van Enquist gewend zijn, speelt ook muziek een belangrijke rol, zoals in Alma, waarin de bijzondere relatie tussen Gustav Mahler en zijn vrouw wordt belicht. Zelf een uitstekend pianiste cijfert zij zich weg en zorgt voor de weldadige stilte waarin zijn wonderbaarlijke muziek kan ontstaan. Het samenzijn met de gecompliceerde componist verloopt vaak stormachtig. Hij beweert geen noot meer te zullen schrijven die niet door Alma is geïnspireerd en zij wijdde haar leven aan hem. Maar toch heeft Alma zelf ook haar eigen ambities, zeker op muzikaal gebied.

    Er is een heel kort maar niettemin aangrijpend verhaal, over de zuster van Mozart waarin wordt omschreven hoe haar broertje naar de piano schuifelt als hij nog maar nauwelijks lopen kan. De kinderen Mozart worden door hun vader getraind als circuspaarden hetgeen mede door hun grote talent leidt tot muzikale wonderen.

    Heel duidelijk wordt door Enquist geschetst, in het verhaal De muzikant, welk een passie en discipline er nodig is om te komen tot redelijke prestaties als cellist in een orkest. Hier is sprake van tucht. Alles wordt ondergeschikt gemaakt aan de carrière. Dagelijks moeten er eindeloos bewegingen worden ingeslepen en soms moet een verbaasde en minachtende blik van een dirigent worden verdragen. Maar het is de moeite waard en de klanken bloeien open en er wordt in een strijkkwartet een heilige ruimte van melodieën opgetrokken. Is de ouder wordende musicus wel bestand tegen de grote lichamelijke en geestelijke inspanningen?

    Het is duidelijk dat Enquist in haar werk als psychoanalytica gewend is om goed waar te nemen. Niet alleen mensen maar ook schilderijen. Ze merkt op, en dat is de moeite van het onthouden waard: ”Je moet altijd op zoek gaan naar wat er onder het direct zichtbare ligt”. Het zelfde geldt voor gedichten waar zij steeds speurt naar verwantschap en voorbeelden. Bij het bekijken van de schilderijen van Co Westerik voelt zij ontzag en bewondering en zij weet dat op een bewonderingwaardige wijze tot uitdrukking te brengen. In een korte passage brengt zij het overlijden van haar dochter ter sprake waarbij zij dit in verband brengt met het schilderij van Westerik dat hij heeft genoemd: En regardant le désastre. Beiden hebben een dergelijk désastre meegemaakt. Fenna, Westerik`s vrouw zegt dan: ‘Je moet werken, elke dag, dat is je enige redding’. In een prachtig gedicht Sectie geeft zij uitdrukking aan haar verdriet. Zij zegt: ‘De muziek is een middel geworden om de dagen te vullen en de blik op een vernauwde toekomst te handhaven’.

    In het verhaal Toccata komt de moeizame relatie met de muziek van Schuman ter sprake. Enquist heeft zich er naar eigen zeggen te pletter op gestudeerd maar het liet vreugdevolle herinneringen na. Nu ja, dan weet je tenminste waar je het voor doet, ook amateurmusici zullen hier iets in herkennen.

    In een beschouwing over het werk van Gerard Reve vertelt zij dat, een werk van Letterkunde, zoals Reve dat noemde, slechts aangrijpt en beklijft, als het getuigt van hunkering en verlangen. Zij gedenkt hem met dankbaarheid.

    Anna Enquist is veelzijdig, schrijver, dichter, psychoanalytica en pianiste. In het dagelijkse, soms hectische bestaan, is het een weldaad uit de chaos getild te worden door haar verhalen.

    Twaalf keer tucht

    Auteur: Anna Enquist
    Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
    Prijs: € 15,-

  • De beste Enquist-bundel tot nu toe

    De beste Enquist-bundel tot nu toe

     De zevende bundel gedichten van Enquist is in een fraai vormgegeven boekje tot ons gekomen. De Arbeiderspers heeft er op een smaakvolle manier een omslag omheen gedaan en ook het lettertype is secuur gekozen. Het is duidelijk dat we na Vasalis met een gearriveerde dichteres te maken hebben. Is deze bundel wat we ervan mochten verwachten?

    De vijf cycli zijn grofweg gegroepeerd rond de thema’s: Weer en binnennatuur, verdriet, muziek en het innerlijk behang, buitenwereld en persoonlijke beleving.
    Maar bovenal schrijft Enquist in deze bundel over wat Goethe zou zeggen: Das Menslich al zu Mensliche oftewel verdriet en hartstocht en het verstrijken van de tijd. De dood van haar dochter komt weer om de hoek kijken in o.a.

    Fantoom

    ‘Het is een woord voor pijn die geen
    bestaansrecht heeft; je lijdt aan
    een afwezigheid, je snakt met hart
    en huid naar wat er eerst nog was.

    Wat afgesneden is dringt zich bedrieglijk
    op, je strekt je armen blind naar
    de verzaagde voet, een leegte,
    het verdwenen kind. Het is een naam

    voor wat zich voordoet in de zestien
    meter van de ziel: een spookbeeld snelt
    de doelmond in en doet alle verlies
    teniet, maakt alles goed.’

    En we kunnen zien dat de dichteres nu iets meer afstand heeft tot het verlies dan vroeger, de laatste strofe biedt iets van uitkomst. Wel is ze nog steeds woedend op het Amsterdamse stadsbestuur, dat laks reageerde en de verkeerssituaties niet genoeg aanpakte, het verplichte instellen van de dodemansspiegel op vrachtwagens bijvoorbeeld versliep. Het vers heet de Straatstenen van Amsterdam maar is opgedragen aan de Gemeenteraad van de hoofdstad. Gelukkig zijn er net zoals in Soldatenliederen en Jachtscènes de twee eerste bundels van de dichteres ook weer schitterende natuurbeschrijvingen zoals in

    Uitnodiging om te schaatsen

    ‘Toen hier bergen waren, besneeuwde
    hellingen en zwarte kloven, bewogen
    wij tussen hoogte en diepte, hijgend,

    huiverend. Zuur moeras vrat de rotsen,
    water drong zich in groeven en gaten.
    Het heet modder. Groeit er gras op

    spreken wij van weide; plassen noemen
    we de rest. Onder de spiegel verzonken
    ministers (vermoedelijk waterstaat), thee-

    serviezen,de brieven. Leegte daarboven.
    Je moet geloven dat grijs het ijs zich
    uitstrekt, grijp mijn gehandschoende hand.

    Dan ademloos razen op snijdende ijzers;
    we krassen de namen in sneeuw. Ik lik
    het gruis uit je ogen. Kom dan. Kom.’

    De natuur als vervoermiddel voor hartstocht. In de cyclus over muziek ‘met esdoornhout en paardenhaar’ wordt de cello neergezet als een boodschap: Het gaat niet door! Wat een vondst, de lezer wordt gedwongen na te denken of hij het ermee eens is. En in het vers Van verre opgedragen aan Leonard Nolens schetst ze even de relatie tot andere dichters: (…) Ze vangen van elkaar verzen op, verstaan ze half, in tegenwind.(…).De onmogelijkheid van de ene dichter om de andere volledig te verstaan, volstrekt eerlijk neergezet.

    Enquist laat ons in deze bundel zelden met een rustig gevoel achteroverleunen. Er waait op de achtergrond een onrustige wind, we moeten op onze hoede zijn. Dat komt tot een soort apotheose in het titelgedicht Nieuws van nergens. Ergens is een orkaan en mensen hier zien dat op de televisie, ze kunnen hun ogen sluiten of naar een andere zender doorzappen, maar de verslaggever op de beeldbuis vervult de rol van machteloze. (…) Maar tot het zover is staat op een berg/ te dun gekleed, iemand te briezen/ en een microfoon, een eindeloze stroom/ met nieuws van nergens (…)

    De hoofdpersonen in deze verzen zijn eigenlijk in hun nietigheid, hun twijfels bijna nergens. Ze treuren, ze kunnen elkaar niet bereiken of zijn al dood voordat ze iemand ontmoeten zoals in het fraaie vers over Elvis, Een dikke jager, waarin een fietser, die lijkt op Elvis de oude moeder komt bezoeken. Hij ziet eruit als Elvis, die zij zo bewonderde, maar nu is het te laat.(…) De glitters waren van zijn pak gesleten/ maar het kon niemand ontgaan, daar/reed Elvis in zijn nadagen.(…)

    Een en ander zou tot de sombere gedachte kunnen leiden, dat Enquist ons een erg sombere boodschap wil meegeven. ‘Maak je geen illusie, alles gaat uiteindelijk op niets af, er is geen hoop. Of nog erger: Maak je geen illusies, je verandert er toch weinig tot niets aan.’  Dat is echter niet waar, tussen de regels door van bijna alle verzen sijpelt de zachte vriendelijke toon van een gevoelige natuur. Na de schaatspartij in Uitnodiging om te schaatsen lezen we waar het eigenlijk om was begonnen (…) grijp mijn gehandschoende hand/ Dan ademloos razen op snijdende ijzers/ we krassen de namen in sneeuw. Ik lik/ het gruis uit je ogen. Kom dan. Kom(…) Bij slechte dichters staat de poëet vaak tussen zijn gedicht en de lezer. Bij Enquist is dat andersom, ze dringt zich niet op, maar soms – heel even- duikt ze op achter de regels met een kwinkslag of een mooie gevoelige gedachte. Met zachte stem. Dit is de beste Enquist-bundel tot nu toe. En dat belooft nog veel goeds.

     

  • Anna Enquist – Nieuws van nergens, gedichten

    In februari 2010 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers de zevende dichtbundel van Anna Enquist. Zij brak weliswaar naar het grote publiek door met haar eerste roman Het meesterstuk, maar haar naam vestigde ze daarvoor al als dichter. Voor haar debuutbundel Soldatenliederen (1991) ontving zij meteen de C. Buddingh’-prijs en haar tweede bundel Jachtscènes  (1993) werd bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt prijs.  

    Zes jaar na De tussentijd, poëzie die doordrongen was van gemis en verlies na het overlijden van haar dochter, komt Anna Enquist met een nieuwe bundel gedichten. Hoewel dit op zichzelf een gebeurtenis van formaat is, lijkt de titel – Nieuws van nergens– het belang van de bundel nogal te relativeren. Schijn bedriegt. Weliswaar wordt het gewicht van het hier en nu in deze nieuwe gedichten ondermijnd, maar daarvoor komt iets anders in de plaats. In veel van de gedichten wordt de alledaagse werkelijkheid afgepeld tot haar kale existentie. Het naakte bestaan, dat is de actualiteit van deze bundel. Anna Enquist schrijft onverminderd elementaire poëzie. Over de seizoenen en het verstrijken van de tijd, over weer en wind, ouders en kinderen, taal en muziek, verdriet en hartstocht. Over alles wat het leven genadeloos en groots, bitter en zoet maakt.