• Beste boeken van 2023

    Beste boeken van 2023

    Een heel jaar lezen en wat je daar van bijblijft, welke scène komt nog wel eens bovendrijven, welke vertalingen vielen op. Literair Nederland kijkt terug op een jaar vol boeken, wat waren de beste boeken, poëzie, jeugdboeken, fictie en non-fictie die in 2023 verschenen of gelezen zijn.

     

     

     

     

    Verder kijken – Esther Kinsky

    Roman over een poging een leegstaande bioscoop in een Hongaars provinciestadje nieuw leven in te blazen. Citaat: ‘De bioscoop is een ruimte vol verwachtingen die zelden worden beschaamd, zelfs niet door een slechte film, want het parool is altijd: verder kijken, verder dan eerst, een horizon verkennen die er zonder het witte doek niet is.’ Prachtig.

     

     

    His Natural Life – Marcus Clarke

    Australische oerklassieker. Monumentale, 927 pagina’s dikke, oorspronkelijk als feuilleton gepubliceerde avonturenroman over het leven in de strafkolonie, in 1874 (volgend jaar dus 150 jaar geleden) voor het eerst in boekvorm verschenen en nooit integraal in het Nederlands vertaald. Meeslepend. (Hans Heesen)

     

     

     


    Zogkoorts – A.F.Th. van der Heijden

    Ik ontkom niet aan het net verschenen deel 13 van De Tandeloze Tijd, zijn grandioze reeks over leven in de breedte. Het is een vervolg op Stemvorken en met dezelfde hoofdpersonen.

     

     

     

    Alkibiades – Ilja Leonhard Pfeijffer

    Alkibiades moet genoemd worden. Er is al veel over geschreven en ik blijf het een geweldig boek vinden, zeker in de politieke constellatie waarin we ons nu bevinden. (Martenjan Poortinga)

     

     

     


    De donkere kamer van Aly Freije en Anne-Marie van Buuren

    Deze gedichtenbundel is een bijzondere samenwerking tussen dichter en fotograaf. Freije weet met symbolen en beelden een landschap op te roepen dat vol is van dreiging, verlies en rouw. Landschappen en de elementen van lucht en water zijn betekenisdragend in deze gedichten. Een spel van associëren en reageren op elkaars werk, een interactie van beeld en taal.

     

     

    Het boek van de kinderen – A.S. Byatt

    Een prachtig beeld van de decennia voor en na de wisseling van de 19e en de 20e eeuw door het wel en wee van diverse kunstenaarsfamilies te beschrijven, die met elkaar verbonden zijn.. Een groots werk van de onlangs overleden Byatt, niet zo bekend als haar ‘Obsessie’, maar zeker net zo goed. (Hettie Marzak)

     

     


    Nirwana – Tommy Wieringa

    Afgelopen herfst luisterde ik naar Nirwana van Tommy Wieringa, voorgelezen met zijn eigen welluidende stem. Wieringa schreef een rijke familiegeschiedenis met vele verhaallijnen die zo ongeveer een eeuw bestrijken en waarin de pater familias een uiterst dubieuze rol speelt in WOII. Wieringa presenteert zichzelf in het verhaal als een cameo, niet onverdeeld sympathiek, maar wel een boeiende toevoeging.

     

     

    Het hart van de ever – Baltasar Porcel

    Het hart van de ever is de bijzondere familiegeschiedenis van de Catalaanse schrijver Porcel, dat zich deels op Mallorca afspeelt ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. Er komen veel bijzondere personages voorbij die allemaal te maken hebben met de oom van de schrijver, een uiterst kleurrijk en controversieel figuur. Het boek werd vertaald en heruitgegeven door uitgeverij Nobelman. (Marjet Maks)

     

     


    Ruitjesblues – Jan Beuving

    Het zijn kleinkunstteksten die weliswaar bedoeld zijn voor het gehoor, maar ook op papier plezieren. Sterker nog, de teksten in Ruitjesblues worden na herlezing alsmaar beter in hun eenvoud. Hij ontroert, vermaakt en verrijkt. Prachtig! (Daan Lameijer)

     

     

     


    Luister – Sacha Bronwasser
    De roman Luister van Sacha Bronwasser speelt tegen de achtergrond van de aanslagen in Parijs. De hoofdpersoon ‘moet luisteren, er is geen andere optie (…) om erger te voorkomen’, maar toch voorvoelt hij een aanslag die nog plaats moet vinden. ‘Het is gezien, het is verteld, en nu bestaat het’. Een prachtig vormgegeven en vertelde roman.

     

     

    Een schitterend wit – Jon Fosse
    Een schitterende kleinood van Nobelprijswinnaar Jon Fosse. Een mooi opstapje om met diens stijl en thematiek kennis te maken, vertaald door Marianne Molenaar. Op het titelblad van dit boek wordt het omschreven als ‘een vertelling’, maar voor hetzelfde geld zou je het een gelijkenis, een parabel met Bijbelse reminiscenties kunnen noemen. Over levenden en doden. (Els van Swol)

     

     


    Das Spinnennetz – Joseph Roth
    Ik las Das Spinnennetz als jubileumuitgave, vorig jaar opnieuw uitgebracht. Roth’s debuut stond in het najaar van 1923 als feuilleton in de Wiener Arbeiter-Zeitung. Nog vóór de Bierkellerputsch en derhalve griezelig profetisch. Toen ik het kocht in januari van dit jaar, kon niemand vermoeden dat het ook nog eens griezelig urgent en actueel zou worden.

     

     

    De wintersoldaat – Daniël Mason

    In De wintersoldaat wordt het verhaal van WOI nu eens niet vanuit ‘ons’ perspectief vertelt, maar gezien door de ogen van een jonge arts uit het Habsburgse Wenen. En wat blijkt: ook aan het oostelijk front nichts Neues. Vastgedraaide bureaucratie, haperende communicatie, incompetente leiding, en mensen die daartussen vermalen worden. Maar wat een verhaal, en wat prachtig geschreven! (Juul M. Williams)

     

     


    Het lied van ooievaar en dromedaris –Anjet Daanje

    Dit boek stijgt toch echt boven alle Nederlandse literatuur uit. Vorig jaar eraan begonnen, begin dit jaar uitgelezen. In de elf novellen weet zij hele werelden en steeds weer verrassende gebeurtenissen op te roepen. Voordat je bedenkt wat Daanjes volgende stap kan zijn heeft zij hem in een paar zinnen al gezet en ben je weer overdonderd door haar enorme verbeeldingskracht en inlevingsvermogen.

     

     

    De eerste romantici en de uitvinding van het ik – Andrea Wulf
    Ademloos las ik dit jaar
    Rebelse genieën.. Grote denkers als Schelling, Fichte, de Schlegels, Goethe, Schiller, de Humboldts, Novalis en Hegel ontmoeten elkaar van 1794 tot 1806 in Jena, een kleine, vrije Duitse universiteitsstad. De leden van deze Jena-kring inspireren elkaar tot de ideeën die het begin van de Romantiek vormen. Wulf voert je mee naar hun gedachten, gedichten, gesprekken, hun grootse filosofieën en kleinzielige roddels. Haar taal laat je deelnemen aan hun leven. (Anky Mulders)

     

     


    Scherven – Bret Easton
    Dit jaar las ik
    Scherven de nieuwste roman van Bret Easton Ellis die met zijn boeken Less than Zero, American Psycho en Glamorama mijn leven in de jaren tachtig en negentig kleur gaf. In Scherven wederom merkkleding, pittige seks, een lekkere soundtrack en natuurlijk een seriemoordenaar; opnieuw kleurrijke, Amerikaanse fictie. 

     

     

    In het huis van de dichter – Jan Brokken
    Bij lezing van dit boek uit 2008 voelde ik me een kenner van klassiek pianospel, gezeten op de eerste rang, precies zoals de schrijver zelf. Brokken herbeleeft zijn vriendschap met de briljante Youri Egorov (1954-1988), een op 22-jarige leeftijd gevluchte homoseksuele Russische concertpianist, geplaagd door schuld, angst en mateloosheid. Een smartelijk boek. (Jan Kloeze)

     

     


    Met deze derde roman zet Douwesz de lezer aan het denken over alle mogelijke actuele en existentiële onderwerpen. De roman is het werk van een rebelse, wijze en evenwichtige geest die de wereld tot in detail wil leren kennen en voor de lezer openbaart in het mooiste proza dat momenteel in Nederland geschreven wordt.  

     

     



    De laatste witte man
    – Mohsin Hamid
    Hamid schreef met De laatste witte man een gedachtenexperiment dat verrast, uitdaagt, verrukt, vertedert en aan het lachen maakt. Hamid bevestigt met deze fantastische en utopische roman dat hij een van de belangrijke schrijvers van deze tijd is. Een tijd waarin toenemende polarisatie verhult dat we als mensen meer gemeen hebben dan we door opvoeding, frustratie, vervreemding en achterstelling willen en kunnen toegeven. (Michiel van Diggelen)

     

     


    Zo worden jaren tijd – Cees Nooteboom
    Als poëzierecensent wil ik allereerst deze
     verzamelde gedichten van Cees Nooteboom noemen. Ze geven een compleet overzicht van zijn merendeels erudiete en veeleisende poëzie die door de jaren heen steeds persoonlijker is geworden. Nooteboom is gaandeweg dichter bij zichzelf gekomen. Zijn veelzijdige poëzie verdient het om meer gelezen te worden. 

     

     

     

    Balts – Luuk Gruwez
    In deze bundel brengt Gruwez indringend in beeld van wat we ons bewust zijn, niet bewust kunnen zijn, en bewust zouden willen zijn van onszelf en/of van de ander. Hij lijkt zich daarin te verliezen, maar gelukkig is er dan zijn poëzie die ons de gelegenheid biedt aan de benauwenis van het vergankelijke te ontkomen. (Johan Reijmerink)

     


    ArkadiaSipko Melissen
    Een boek waarin het leven goed is. Ko, een dertienjarige jongen uit een warm nest vertelt over een onvergetelijke zomer uit zijn jeugdjaren, de jaren vijftig. Hij ontdekt zijn homoseksuele geaardheid, is daar iets van in de war, maar niet noemenswaardig. Grote zorgen heeft de jongen niet. Beetje braaf? Misschien, maar dat is ook weleens lekker! En daarbij,
     Arkadia is prachtig geschreven!

     

     


    Drengr
    – Aron Dijkstra
    Een echte Viking is
    drengr, stoer, onverschrokken en dapper. De ouderloze Sigi is niet drengr, en hij denkt dat hij het nooit zal worden. Toch moet hij bewijzen dat hij het wel is, en hij krijgt een spannende opdracht. Drengr, is prachtig geschreven en geïllustreerd door Aron Dijkstra. Het is een spannende vertelling die elke lezer gekluisterd houdt. (Carolien Lohmeijer)

     


    Jij zegt het – Connie Palmen
    Ik had het boek al jaren in huis, maar las het pas deze zomer. Palmen is volledig opgegaan in het leven van Ted Hughes, ex-man van Sylvia Plath waarvan gezegd werd dat hij, door haar te verlaten, haar aanzette tot zelfmoord. Palmen laat een kant van een huwelijk tussen twee gepassioneerde mensen zien die de creativiteit in beide schrijvers vernietigde. Dit boek deed me nadenken over de negatieve kracht van het huwelijk. Toen ik het uit had, dacht ik: ‘Dit had ik veel eerder gelezen willen hebben.’

     


    Goudjakhals
    – Julien Ignacio

    Zeer indrukwekkend boek. Een roman in verhalen over de strijd van de mens op zoek naar een menswaardig bestaan. Een reis langs verschillende levens, spelend in verschillende tijden. Scherp en goed geschreven. Berichten uit de werkelijkheid vormen de aanleiding. Indrukwekkend is het verhaal, ‘Nader tot jou’. Een door woede gedreven brief aan Gerard Reve als antwoord op zijn Nader tot u uit 1966. Ik moet er nog geregeld aan denken. (Ingrid van der Graaf)

     

     


    Marente de Moor – De schoft 

    Over weinig onderwerpen wordt meer zwart-wit gedacht dan migratie. Ideaal materiaal dus voor een romanschrijver. De jonge, voornamelijk vrouwelijke bemanning van een vluchtelingenschip ontdekt dat de meevarende journalist – een oude, witte man – zich vroeger kritisch over migratie heeft uitgelaten. Is hij daarom meteen een schoft? Prachtig verweven met oude legendes over heilige vrouwen die zich in hetzelfde Middellandse Zeegebied afspelen. 

     

    Tomas Lieske – Niets dat hier hemelt 

    Tomas Lieske kan als geen ander sfeer oproepen. Ditmaal van een zompig moerasdorp in de jaren dertig dat wordt opgeschud door de komst van een welvarende familie. Vijf broers uit dit kinderrijke gezin vinden in het veen een ruiter op een paard. Rond dit sterke beeld bouwt Tomas Lieske in poëtische zinnen een magisch verhaal over macht en verdringing. (Mathijs van den Berg)

     

     


    Niet geschikt voor publicatie – Gabrielle la Rose

    Een prachtig indrukwekkende debuutroman van de Amsterdamse schrijfster Gebrielle la Rose. Het boek beschrijft een rauw en heftig milieu, toch heb je als lezer vanaf het begin sympathie voor de hoofdpersoon-beroepscrimineel en wordt bovendien op een indrukwekkende manier tot zelfreflectie gedwongen.

     

     


    Rugzwemmen – Marc ter Horst

    Dit jeugdboek is een pas verschenen pareltje. Het is een actueel, rebels, humoristisch en prachtig geschreven boek over klimaat en corona, dood en depressiviteit en vooral volwassen worden, zelfstandig willen zijn, vriendschap en de wereld van een tienermeisje thuis en op school. Het betere jeugdboek dat ook voor volwassenen zeer lezenswaardig is. (Joke Aartsen)

     

     


    Een kleine weldaad – Raymond Carver

    Mijn twee beste boeken van 2023 zijn in zekere zin een ode aan twee vertalers. Sjaak Commandeur vertaalde alle tot dusver verschenen verhalen van Raymond Carver, maar voegde aan dat al indrukwekkende geheel nog zo’n 200 pagina’s toe. Zijn vertaling is zo scherp dat deze meesterlijke verhalen echt net zo goed zijn in het Nederlands als in het Amerikaans. Een boek om van te houden. Ik ben een liefhebber, en geheel bevooroordeeld want ik werk bij de uitgeverij waar dit boek uitkwam.

     

    De minnaar – Marguerite Duras

    Het tweede is vertaald door Kiki Coumans. Wanneer je je wel eens afvraagt wat de kracht van een roman nog kan zijn, dan moet je dit maar eens lezen. Een ongelofelijk sterk verhaal dat je volledig meesleurt. Maar ook hier is het opvallendst de vertaalprestatie. Ik denk niet dat ik eerder een roman las waar elke zin zo goed is, ritmisch, semantisch, syntactisch: de vertaling volledig in dienst van een zo waardig mogelijk in onze taal overbrengen van dit tijdloze meesterwerk. (Menno Hartman)

     

     

     

  • Schuldig in en om het bed

    Schuldig in en om het bed

    Daan Merkelbach ligt al zeven jaar op bed. In kasteel Rimmelzwaan ontvangt hij zijn bezoekers die met verhalen van de buitenwereld komen. Hij houdt deze verhalen nauwkeurig bij, vergelijkt en vermengt ze met elkaar, vooral als het op zijn vriendin van vroeger aankomt, Floor Manders. Waar Daans eigen verhaal eindigt, begint dat van de anderen, waarbij de grens tussen wat waar en niet waar is opzettelijk poreus lijkt. De veelheid aan perspectieven die auteur Anjet Daanje inzet resulteert in een werkelijk polyfone roman. Veelvuldig en alleen uit 2003 is na de successen van De herinnerde soldaat (2019) en Het lied van ooievaar en dromedaris (2022) opnieuw uitgegeven door uitgeverij Pluim.

    In het chaotische eerste deel, de spijtbetuiging, wordt snel duidelijk dat dit een ingewikkeld verhaal gaat worden. Een wervelende stoet gasten trekt in een optocht door het landgoed van het kasteel op weg naar een vreemd ritueel. Er wordt niet onthuld waar het ritueel voor is maar het is wel helder dat we met een vorm van collectieve schuld te maken hebben. Onder verschillende kopjes lezen we door de hele roman telkens andere interpretaties van gebeurtenissen. De kopjes hebben als titel de naam vanuit wiens perspectief we lezen. Op deze manier wordt een incident uitgelicht op een feest waar Floor het aan de stok krijgt met een jongen. Daans vader Ben, moeder Machteld, broer Wessel, vriend Marten, Floors huisgenote Mieke, en huishoudster Willemijn geven Daan hun versie van dit verhaal. De een vergroot weer een bepaald detail, de ander laat informatie weg om Daan te helpen of te hinderen. Daan zelf stookt ook. Hij zet vragen uit en gebruikt mensen om informatie te verzamelen. Marten speelt mensen tegen elkaar uit en probeert Daan te laten twijfelen. Daan lijkt met name geïnteresseerd in alles wat Floor doet, terwijl zij haar best doet om hem te ontlopen. De oorsprong van dit conflict lijkt te liggen in een vreselijke gebeurtenis die zeven jaar geleden plaatsvond tijdens een vakantie in Bretagne.

    Alles is een verhaal

    Daans keuze om niet deel te nemen aan de buitenwereld – hij is niet ziek – is het enige actieve aan zijn houding. Hij belichaamt de klassieke onbetrouwbare verteller. Je weet nooit zeker of zijn versie van de gebeurtenissen de juiste is. Anjet Daanje zorgt er steeds voor dat parallel aan elkaar meerdere versies van de gebeurtenissen worden gespiegeld. Daan doorspekt zijn verhalen met regelrechte fantasieën of onwaarheden en het is aan de lezer om te raden wat echt is en wat niet. ‘Alles is gereduceerd tot een verhaal.’ Daan kiest de versie die hem het beste bevalt, maar het is de vraag hoe lang hij de realiteit op afstand kan houden. Zijn leven langs de zijlijn is overzichtelijk maar zijn zicht op de buitenwereld loopt via andere oren en ogen.

    Het incident dat de verdere loop van de levens van Floor, Marten en Daan heeft bepaald vormde tegelijkertijd ook de verhoudingen tussen hen. Ze hebben allemaal hun eigen kijk op die gebeurtenis en de ware toedracht is alleen aan hen bekend. Daan komt op vakantie met het idee om Floor te laten kiezen uit de drie jongens door een serie uitdagingen. In dit spel wordt er gemanipuleerd en gelogen en wordt de inzet steeds verhoogd. Alle drie dingen ze naar de aandacht en voorkeur van Floor, die het wel bevalt om als prijs gezien te worden. Zij fungeert als scheidsrechter maar is niet neutraal. Het is duidelijk dat ze niet kan kiezen maar wel een voorkeur heeft. Daan kan dit slecht verkroppen en dit speelt een grote rol in de laatste uitdaging die hij kiest voor zijn vriend.

    De medeplichtigen

    Zo veelvuldig als de versies van de waarheid zijn die Daan bijhoudt, zo gecompliceerd is de schuldvraag die aan hem knaagt. Hij kiest ervoor om in bed te blijven omdat hij zich schuldig voelt. Samen met Floor en Marten probeert Daan de gebeurtenissen van de bewuste dag te ontrafelen. Maar ook Floor en Marten speelden in de keten van gebeurtenissen van die dag een beslissende rol. Ze kunnen niet om de feiten heen en het verleden blijft een rol spelen in hun leven. Daanjes verhaal beweegt zich steeds van het heden naar het verleden als een slingerende pendule en van verbeelding naar werkelijkheid. Naarmate het boek vordert wordt in flashbacks geleidelijk meer van de beweegredenen en motivaties van de betrokkenen onthuld. Dat proces wordt geholpen door de rake karakterisering van Daanje die het innerlijk leven van de personages op bijna klinische wijze blootlegt.

    In het laatste deel van het verhaal wordt de driehoeksverhouding tussen Daan, Floor en Marten steeds meer gespannen. De jaloezie tussen Daan en Marten lijkt bij hun verhouding te horen. Daans irreële liefde voor Floor vormt onmiskenbaar een belangrijk deel van zijn bestaan, maar Daanje laat de lezer ook hieraan twijfelen. Tot Daan op een bepaald moment zijn ware verlangen uitspreekt: ‘Hier was hij naar op zoek. Niet naar haar exclusieve, eeuwige, hartstochtelijke liefde. Maar naar opnieuw samen. Marten, Justin, Floor en hij.’ Het slot is krachtig maar laat ook een wrange smaak achter. Er zijn geen winnaars in dit verhaal, alleen maar schuldigen.

    Schuld en boete

    Floor saboteert haar eigen leven als boetedoening voor wat er is gebeurd en Daan gaat de schaamte en schuld uit de weg door in bed te blijven. Beiden hebben ze geen zuiver geweten. Ze begrijpen elkaar goed, Daan snapt als enige wat Floor doormaakt. Het is geen toeval dat Floor kiest om Daan voor te lezen uit Schuld en boete. Maar er is geen offer dat ze kunnen brengen om alles weer goed te maken. Nog belangrijker dan de verdraaiingen van Daan zijn wellicht de woorden die hij weglaat. Hij laat zichzelf en anderen de ruimte om te twijfelen, omdat hij bang is voor die ene waarheid. Zo zegt Daan het volgende over de verhalen van zijn bezoekers: ‘Ze vervormen hun verleden door het in woorden te vatten, want woorden zijn altijd vereenvoudigingen.’ Met alle grote literatuur is het net zo, de waarheid daarin is meervoudig.

    Alle stemmen in het boek draaien om die ene gebeurtenis. De hele maskerade en façade van het eerste deel dienen om de lezer te behoeden voor een te simpele interpretatie. Hiermee lijkt Daanje te willen zeggen dat er geen juiste herinnering is, alle verhalen samen vormen de werkelijkheid. Het is net een puzzel zonder het laatste stukje. Hoe het nu uiteindelijk precies is gegaan doet er eigenlijk niet toe. Elke mogelijke uitkomst leidt weer tot eindeloze variaties. De vele mogelijkheden werken benauwend en herinneren aan het feit dat je altijd weer moet kiezen. Misschien is het geruststellend om te geloven in een enkele versie van de werkelijkheid. Maar ergens in geloven maakt het nog niet echt. Zo werpt Daanje een hoop interessante vragen op over wat realiteit is. De constante perspectiefwisselingen vragen wel om aandachtig lezen en geven het geheel iets filmisch. Daanje, die ook veelgeprezen scenario’s schrijft, belicht als het ware telkens een ander deel van de scène en heeft tot het noodlottige einde de regie in handen.

     

     

  • In korte tijd meest gelauwerd schrijver ontvangt Constantijn Huygens-prijs

    Anjet Daanje (1965) is met het toekennen van de Constantijn Huygens-prijs 2023, de meest gelauwerd Nederlandse schrijver van het afgelopen jaar geworden. Eerder won ze de Boekenclub Literatuurprijs 2022, en de Libris Literatuur Prijs 2023. De jaarlijkse Constantijn Huygens-prijs is een oeuvre prijs.

    Anjet Daanje (pseudoniem Anjet den Boer) debuteerde op achtentwintig jarige leeftijd met de roman Pianomuziek in de regen. Waarna zij verder schreef aan een ongekend literair universum. De jury liet weten onder de indruk te zijn van de overweldigende kracht van dit oeuvre dat bestaat uit romans, scenario’s, novellen en een bundel vertaalde en eigen gedichten.

    De herinnerde soldaat (F. Bordewijk-prijs 2020) betekende haar doorbraak naar een groot publiek. Met Het lied van ooievaar en dromedaris (Boekenbon Literatuurprijs en Libris Literatuur Prijs) verlegde zij de grenzen van de historische roman. ‘Haar boeken tonen de macht van de verbeelding en zitten dicht op de huid van onze tijd.’ Aldus de jury.

    Juryvoorzitter Aad Meinderts belde Daanje om haar het goede nieuws te brengen en zei dat hij zich enigszins beschroomd voelde, omdat zij al zo veel gelauwerd is en al dat gedoe maar zozo lijkt te vinden. Daanje’s reactie was: ‘De Constantijn Huygens-prijs is fantastisch, die wil ik graag hebben.’ Waarna ze eraan toevoegde: ‘Ik dacht dat je daar minstens zeventig voor moest zijn!’
    Naast Aad Meinderts bestond de jury uit: Jeroen Dera, Rashif El Kaoui, Sanne Parlevliet, Jan de Roder, Mathijs Sanders, Jeannette Smit en Sarah Vankersschaever. De prijs bedraagt € 12.000,-.

    De Constantijn Huygens-prijs wordt sinds 1947 uitgereikt. P.N. van Eyck was de eerste schrijver die de prijs kreeg. Daarna volgenden onder meer, S. Vestdijk, Louis Paul Boon, M. Vasalis, Cees Nooteboom, Marga Minco, A.L. Snijders, Mensje van Keulen en Marion Bloem.

    Het Literatuurmuseum organiseert de uitreiking van de prijs in samenwerking met Internationaal Literatuurfestival Writers Unlimited op zondag 21 januari 2024.

     

    Foto: Henk Veenstra (2016)

  • Oogst week 25 – 2023

    Veelvuldig en alleen

    Voor Veelvuldig en alleen maakte schrijver en wiskundige Anjet Daanje foto’s van rotspartijen en tekende ze plattegronden, van het verzonnen dorp waar het verhaal zich afspeelt, van het kasteel waarin hoofdpersoon Daan verblijft, van zijn kamer. Dat laat zien hoe grondig zij te werk gaat bij het schrijven van romans en scenario’s, wat ze al sinds de jaren tachtig doet. Met De herinnerde soldaat (2019) kreeg ze grote bekendheid en sinds Het lied van ooievaar en dromedaris (2022) een bestseller werd, mag voor velen duidelijk zijn hoe ingenieus haar romans (en scenario’s) in elkaar zitten.

    Veelvuldig en alleen werd voor het eerst uitgegeven in 2003. Het handelt over Daan, die zeven jaar eerder een beslissing nam waardoor er iets vreselijks gebeurde. Vanaf die tijd ligt hij in bed en ontvangt vrienden aan wie hij het graag doet voorkomen alsof de reden daarvoor een intellectuele oorsprong heeft. De vrienden vertellen hem over de vroegere gebeurtenissen, Daan piekert. Hoe betrouwbaar zijn hun aller herinneringen?
    ‘Als hij zich nu voorstelt hoe hij daar loopt, met de zelfverzekerde, ferme passen die voor Floors ogen zijn bedoeld, de zebragestreepte handdoek om zijn nek, voelt hij een verlamd, opstandig medelijden. Het is alsof hij naar een onwetend kind kijkt en niets kan ondernemen om te verhinderen dat het straks over een boomwortel zal struikelen. De vijftienjarige Daan is hopeloos onnozel. Hij zoekt zijn vrienden bij de zee waarin een van hen vier dagen later zal verdrinken, maar hij voelt het niet aankomen.’
    Daanje laat in dit verhaal de waarheid vele gezichten hebben en schuld vele verschijningen.

    Veelvuldig en alleen
    Auteur: Anjet Daanje
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim 2023

    Kwade wind

    Kaouther Adimi (Algiers, 1986) ontdekte tussen haar vierde en achtste levensjaar het plezier van het lezen. Ze woonde op dat moment met haar familie in Grenoble. In 1994 keerde ze terug naar Algerije, waar toen een religieuze burgeroorlog tussen de Algerijnse overheid en gewapende islamitische groeperingen woedde. De mogelijkheden om te lezen waren beperkt, reden waarom Adimi zelf maar verhalen begon te schrijven. Ook tijdens haar studies literatuur en hrm schreef ze. Met haar verhalen en novellen won ze vele prijzen. Sinds 2009 woont en werkt ze in Parijs. De boekhandel van Algiers verscheen in 2017 en werd in 2021 in het Nederlands uitgegeven. De roman werd alom geprezen. Dagblad Le Figaro ziet Adimi als het nieuwe wonderkind van de literatuur.

    Nu is daar Kwade wind, waarin bijna een eeuw Algerijnse geschiedenis aan bod komt; van de kolonisatie tot aan de burgeroorlog. In de jaren twintig zijn twee jongens en een meisje in een Algerijns dorp goede vrienden. De jongens, Tarek en Saïd, zijn beide verliefd op Leila. Zij wordt jong uitgehuwelijkt, de rijke Saïd gaat in het buitenland studeren en Tarek wordt herder. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog moeten beide mannen naar het front.
    Als Tarek terugkomt ontmoet hij Leila, die dan gescheiden is en een zoon heeft, opnieuw en trouwt met haar. Hij werpt zich in de strijd voor onafhankelijkheid en keert terug naar Europa omdat hij in eigen land geen werk kan vinden. Saïd is schrijver geworden en publiceert een roman, met grote gevolgen voor Tarek en Leila.

    Kwade wind
    Auteur: Kaouther Adimi
    Uitgeverij: Uitgeverij Ambo⎪Anthos 2023

    Een tafel bij het raam

    In de tweede roman van Mirthe van Doornik is chef-kok en ik-personage Alp het liefst alleen in de keuken van zijn restaurant dat een tragische geschiedenis achter zich heeft. Koken is niet direct zijn passie. Hij heeft zich op het restaurant gestort om te ontkomen aan de zorg voor zijn ouders. De gasten en de rest van de buitenwereld interesseren hem niet echt. Zijn aandacht is bij het koken, bij recepten, zijn to-dolijstjes en de zorg voor het op tijd klaar zijn van zijn menu’s. In de warme zomer kampt hij ook nog eens met te weinig personeel en is genoodzaakt om voor de bediening de afwasjongen in te schakelen. Een eenling, net als hijzelf.

    Plastisch, zwartkomisch en fijngevoelig beschrijft Van Doornik de gebeurtenissen rondom Alp. ‘Nooit eerder had ik muizen gehad. Het was een dik, traag beestje, absoluut een muis voor beginners, maar ik had geen idee hoe ik het moest aanpakken. (…) Er zijn veel dierenhemelen waar ik zelf ook niet meer aan kan kloppen. Piepende kreeften in mijn pan, soms nog stuiptrekkend op de grill. Niet in de kreeftenhemel, niet in de hertenhemel, geen hemelse velden waar lammetjes grazen. Ik ben er nooit helemaal onverschillig over geweest.’ Mens en dier komen in Een tafel bij het raam aan bod, net als eenzaamheid, erkenning en verzet. Hoe moet Alp tegemoetkomen aan de steeds buitenissigere wensen van de gasten? Hoe moet hij met teruglopende reserveringen het restaurant laten voortbestaan?

    Een tafel bij het raam
    Auteur: Mirthe van Doornik
    Uitgeverij: Uitgeverij Prometheus 2023
  • Shortlist Libris Literatuur Prijs 2023

    Shortlist Libris Literatuur Prijs 2023

    Van de tweehondervijfendertig titels die werden ingezonden voor de Libris Literatuur Prijs 2023, belandden na zorgvuldig beraad van de jury de volgende zes Nederlandstalige romans op de shortlist:

    Het lied van ooievaar en dromedaris van Anjet Daanje
    Man zonder rijbewijs van Oek de Jong
    Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost van Donald Niedekker
    Overal zit mens van Yves Petry
    De gebeurtenis van Peter Terrin
    Tussentijds van Peter Zantingh

    De jury van de Libris Literatuur Prijs 2023 spreekt over grote veranderingen in de duiding van de roman zoals we die kennen. Er is meer dan ooit sprake van een genre overstijgende romanvorm.’ Het klimaat speelt overtuigend een grotere rol. Ook zijn literaire teksten vaker essayistisch of spreekt men van auto-fictie. ‘In onze tijd van virtuele werelden, AI en nepnieuws, heeft de werkelijkheid van alle dag soms meer weg van fictie – dat betekent dat de romanschrijver voor een nieuwe uitdaging staat.’

    Als groot kanshebber wordt Anjet Daanje met haar ‘caleidoscopische roman van grote klasse’, Lied van ooievaar en dromedaris, gezien. Daarover liet Daanje zelf weten in Nieuwsuur, dat zij toch niet weer de prijs zal ontvangen omdat zij immers vorig jaar al de Boekenbon Literatuurprijs won. Het zou fenomenaal zijn als een schrijver beide prijzen kreeg toegekend, iets dat nog niet eerder in de literaire prijzenwereld is voorgekomen.

    De jury bestaat uit voorzitter Beatrice de Graaf, historicus, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, Yannick Dangre, schrijver en dichter, Margot Dijkgraaf, literatuurcriticus en schrijver, Mira Feticu, schrijver, performer, interviewer en radiomaker, Lies Schut, literair recensent.

    Wie uiteindelijk de prijs krijgt? Dat wordt 8 mei bekend gemaakt in Felix Meritis en live uitgezonden door Nieuwsuur op NPO2. Met een Hommage-show voor de zes genomineerde auteurs die via livestream te volgen zal zijn. De zes genomineerde auteurs ontvangen in ieder geval elk € 2.500.

    Lees hier het juryrapport.

     

     

  • Getuige van toewijding als vertaler en als dichter

    Getuige van toewijding als vertaler en als dichter

    Wanneer een dichtbundel is voorzien van een voorwoord – in Dijende gronden van Anjet Daanje is dat een stevig voorwoord – is er meestal iets aan de hand. Ofwel betreft het een nieuwe vertaling van een dichter die al een tijd niet meer onder ons is, ofwel gaat het om werk dat vanwege de bijzondere totstandkoming toelichting behoeft. In dit geval is het zowel het een als het ander. Hoewel Dijende gronden goed als een zelfstandig werk gelezen kan worden, is de bundel bedoeld als bijlage bij de eveneens in mei van dit jaar verschenen roman Het lied van ooievaar en dromedaris. Voor deze lijvige en complexe roman, die speelt in het Yorkshire van de negentiende eeuw, heeft Anjet Daanje veelvuldig gebruik gemaakt van de poëzie van Emily Brontë. 

    Toen bleek dat er niet veel vertalingen voorhanden waren – en wat er was ook nog eens verouderd bleek – besloot de schrijfster zich maar zelf aan de vertaling van een aantal gedichten te wagen. Een klus die haar zodanig inspireerde, dat zij ook enkele verzen schreef in de sfeer van Brontë’s werk. In die zin had Anjet Daanje twee petten op; die van vertaler en die van dichter. Van beide taken mag gezegd worden dat haar inspanningen hebben geleid tot mooie en meer dan geslaagde resultaten.

    Ritme en rijm

    Uiteraard doet elke vertaler zijn of haar best zo dicht mogelijk bij de brontekst te blijven. Of dat ook altijd lukt, is een tweede. Zeker bij het vertalen van poëzie heeft men niet alleen te letten op inhoud, toon, woordkeus, maar ook op ritme en rijm. Daanje is het buitengewoon goed gelukt de structuur van Brontë’s gedichten, die zij terecht muzikaal noemt, trouw te blijven. Zelfs waar zij concessies heeft moeten doen om in het Nederlands een cadans te realiseren die recht doet aan het Engelse origineel. Het tellen van lettergrepen blijft nu eenmaal een punt bij poëzie, zeker als men daar in twee talen rekening mee moet houden.

    ‘Had I but seen his glorious eye
       ‘Once light the clouds that wilder me,
    I ne’er had raised this coward cry
       To cease to think, and cease to be;

    Had hij maar één keer zijn lichtend oog doen gaan
       Over de dichte nevel die mij omsloot,
    Dan had ik nooit zo laf mijn beklag gedaan
       En gesmeekt om de verlichting van de dood;’

    Doorweven draden

    Niet alleen qua vorm en structuur, ook voor wat betreft stijl en sfeer is Daanje dicht bij Brontë’s origineel gebleven. Dat geldt zowel voor de vertaling als voor haar eigen gedichten. Die zijn niet als een apart onderdeel bijeen geplaatst, maar lopen als een extra draad door het weefsel heen, daar waar ze thematisch het meest op hun plek zijn. Waar het gedicht ‘No coward soul is mine’ – vertaald als ‘Mijn ziel is van geest niet laf’ – eindigt met de volgende regels:

    ‘De Dood speelt geen rol waar u beschikt
     Niet één atoom dat voorgoed door hem wordt ontzield
     Want u bent hartenklop en levenssnik
     En dat wat u bent kan nooit worden vernield.’

    sluit Daanje aan met:

    ‘Gebouwd ben ik uit eeuwigheid
     Een dak van droom en droog
     Een fundering van onwetendheid
     Mijn wanden wolkenhoog

     Uitwendig gebroken gewit
     Geplamuurd en geschuurd
     Niet onontvreemdbaar mijn bezit
     Tot opzegging gehuurd’

    Romantische thema’s

    Terecht noemt Anjet Daanje Brontë’s gedichten modern voor de tijd waarin ze zijn geschreven. Wellicht vanwege de absolute eerlijkheid die Emily Brontë van zichzelf eiste, was haar schrijven zowel naar stijl als inhoud sereen en krachtig tegelijk, en bovendien van een enorme klaarheid. Vrij van de wolligheid, de krullerige overdaad waaraan menig negentiende-eeuwse dichter zich te buiten ging. Toch was Brontë op andere punten juist helemaal een kind van haar tijd. Ook in haar werk komen we de grote thema’s tegen uit de Romantiek: de dood, het sterven; het fysieke en het geestelijke – aarde en hemel, lichaam en ziel – en hoe die zich tot elkaar verhouden. Zowel in het groot als in het klein wordt hierover gedacht en gedicht: de vergankelijkheid van de natuur, de eindigheid van het menselijk leven in al z’n beperking, gebrokenheid en het lijden zelf, en wat er daarna komt.

    Het voor die periode zo kenmerkende rusteloze zoeken naar de staat waarin de mens het meest waarachtig zichzelf is: dromend of wakend, levend of dood. En in dat alles wordt door Brontë en veel van haar tijdgenoten gevraagd naar de plaats, de rol en de werkzaamheid van God, of op z’n minst toch van een goddelijke kracht.

    ‘Thus truly when that breast is cold
     Thy prisoned soul shall rise
     The dungeon mingle with the mould –
     The captive with the skies –

     Dus echt wanneer tot slot de Dood je vindt
     Slaat je gekooide ziel op de vlucht
     Zodat de kerker zich met het stof verbindt –
     En de gevangene met de lucht -‘

    Mystieke dichters

    Van de drie zusjes Brontë wordt Emily vaak gekenschetst als de meest spirituele. Niet geheel ten onrechte. Uit haar gedichten spreekt een diep en intens zielenleven dat mogelijk het resultaat is van een combinatie van factoren, al kan men zoiets achteraf nooit met zekerheid stellen. Het praktische gegeven dat zij niet getrouwd was en niet haar dagen gevuld zag met de zorg voor een huishouden en kinderen. Daarbij het feit dat ze een vrouw was en niet zoals haar broer en veel mannelijke tijdgenoten kon gaan studeren of zich anderszins academisch ontwikkelen, hoezeer ze dat misschien ook had gewenst. Vast staat wel dat zij over een filosofische inborst beschikte die nog verder gevoed werd door het feit dat zij als domineesdochter veelvuldig in contact kwam met religieuze literatuur en spiritueel gedachtengoed in bredere zin.

    Ongetwijfeld heeft dat bijgedragen aan de diepgang van haar schrijven, waarmee zij zich niet alleen onderscheidt van andere dichters van haar generatie, maar waarmee ze zich ook moeiteloos kan scharen in de reeks van mystieke schrijvers. Haar vragen naar de essentie van het leven, de zin van het bestaan; haar zoeken naar God en de wijze waarop zij dat verwoordt – deemoedig, liefdevol, compromisloos en integer tot op het bot – doen in niets onder voor sommige teksten van grootheden als Hadewijch en Augustinus. Vooral waar dat zoeken de beweging volgt van binnen naar buiten en weer terug; want waar kan God gezocht en gevonden worden, anders dan in de eigen, eeuwige ziel? En ook waar dat zoeken – zoals in elke persoonlijke ontwikkeling – gepaard gaat met het voortdurende gependel tussen angst en twijfel enerzijds, en vertrouwen en zekerheid anderzijds.

    Charlotte & Emily

    Van de Brontë’s is bekend dat zij een hechte familie vormden. Geheel daaraan getrouw, sluit Daanje haar bundel af met enkele gedichten van Charlotte Brontë en van haarzelf over deze oudere zus. Verbindend thema in deze gedichten is het sterven van Emily op dertigjarige leeftijd en wat dat met Charlotte heeft gedaan, ondanks de verschillen – en meningsverschillen zelfs – die er waren tussen beide zussen. Niettemin waren zij aan elkaar verknocht en liet Emily’s heengaan een leegte achter die Charlotte twee dagen na haar zuster’s uitvaart zo beschreef.

    ‘Ook weet je niet hoe het is om, zoals ik,
     Daar te liggen en met dof betraande blik
     Uit te kijken over levens bouwval.
    “Donker en koud en zo eenzaam, zo eenzaam,
     Hoe moet ik die sombere reis ooit doorstaan,
     Als jij me niet vergezellen zal?”‘

    Een zusterschap waarbij Anjet Daanje zich thuis moet hebben gevoeld, getuige de integriteit en fijnzinnige toewijding waarmee zij – als vertaler én als dichter – deze bundel gestalte heeft gegeven. Een prachtige aanvulling op haar roman. Maar ook als op zichzelf staand werk een fraaie aanwinst in dit genre.