• Inspiratie voor buitenbeentjes

    Inspiratie voor buitenbeentjes

    Recensie door Anika Redhed

    Hoeveel zeggingskracht heeft een boek uit 1973 bijna vijftig jaar later? Rubyfruit Jungle is de autobiografische debuutroman van Rita Mae Brown, geboren in 1949. Het boek is aan zijn zoveelste revival begonnen en in 2022 opnieuw uitgebracht.
    Het verhaal gaat over Molly Bolt, een geadopteerd meisje dat opgroeit op het Amerikaanse platteland van de jaren 50. Een wereld en een gezin waarin zij op geen enkele wijze past. Ze bijt van jongs af aan van zich af en laat zich door niemand de les lezen. Ook niet door haar adoptiemoeder, die op een schattig en keurig meisje had gehoopt. Maar Molly trekt liever door de velden, is ondernemend en leest graag boeken. Iets wat je als meisje niet nodig hebt.

    Dat verstand is niet belangrijk

    Op een dag, als ze met vriendjes doktertje speelt, zegt een vriendin dat Molly niet de dokter kan zijn. ‘Jij denkt wel dat je kunt doen wat jongens doen maar je wordt toch verpleegster, reken maar. En dat verstand is niet belangrijk, verstand telt niet. Het gaat erom of je een jongen of een meisje bent.’
    We volgen een deel van haar leven als kind en springen dan naar de middelbare school. Molly is een buitenbeentje. Haar familie is arm en van simpele komaf en ze wonen in een eenvoudige woning langs het spoor. Ondanks of dankzij haar plek als buitenbeentje bedenkt ze van tevoren een strategie om die jaren goed door te komen. ‘Plat denken was mijn zaak, maar plat práten leerde ik al gauw af.’ Ze kocht minder, maar betere kleding. Feestjes kon ze bij hen thuis niet geven, dus bedacht ze een andere manier: ‘Ik besloot om het geestigste kind van de school te worden. Iemand die je aan het lachen maakt moet je wel aardig vinden. Het lukte.’ Al snel behoort ze bij de populaire meisjes en krijgt van alles voor elkaar. Uiteindelijk ook een beurs waarmee ze kan studeren.

    Doorzettingsvermogen

    Ze heeft ambitie en hersens, maar ook een fel karakter en ze kiest altijd voor eerlijkheid. Hierdoor wordt ze uiteindelijk, vanwege de vrouwenliefde, van de universiteit gestuurd. In het laatste deel van het boek zwerft ze door New York waar ze probeert in een harde, door mannen gedomineerde wereld het hoofd boven water te houden. Op de filmschool lukt het zelden de goede apparatuur te lenen en ze wordt er niet serieus genomen. Ze vindt een kamertje dat ze kan betalen, maar het is enorm krakkemikkig en klein. Kennissen raden haar aan iemands maîtresse te worden voor geld, maar daar is ze te tros voor. Met allerlei baantjes en doorzettingsvermogen lukt het haar van de straat te blijven en de opleiding te voltooien.
    Molly vrijt ook met jongens, uit nieuwsgierigheid of omdat het zo uitkomt, maar verkiest vrouwen. Van jongs af aan geniet ze daar veelvuldig van. Er zitten veel vrijscènes in het boek en toch is het geen verhaal van, voor of over lesbiennes, al wordt het wel vaak op die manier weggezet.

    Nog steeds actueel

    Rita Mae Brown ziet zichzelf niet als lesbisch auteur. In het nawoord van Marischka Verbeek staat: ‘Ze gelooft dat kunst gaat over verbinding, niet over onderscheidende labels.’ De auteur zei hierover: ‘Ik vind dat [lesbisch zijn] een van de meest nutteloze en beperkende categorieën.’ Als er iets duidelijk wordt in het boek is het precies dat: hokjes zijn beperkend, nutteloos en kwetsend. Molly’s hele leven is een strijd tegen hokjes, of het nou van geslacht is, van geaardheid, van kleur, van stand of van wat dan ook. Rubyfruit Jungle is meer dan een boeiend en heftig levensverhaal. Het is vooral een boek over iedereen die een beetje anders is, een inspiratie voor alle buitenbeentjes en, hopelijk, een eye opener voor iedereen die wel binnen de hokjes van de samenleving past. ‘Ik wou dat de wereld me mezelf liet zijn. Maar ik wist wel beter, in alle opzichten,’ schrijft Rita Mae Brown. Rubyfruit Jungle is vijftig jaar na dato nog bizar actueel. Helaas.

     

  • Familieherinneringen bij het leegruimen van de zolder

    Familieherinneringen bij het leegruimen van de zolder

    Recensie door Anika Redhed

    Een witte piano met planten erop; dat is de omslag van Waar gezongen wordt van Shula Tas. Een plaatje waar je bijna net zo lusteloos van wordt als de hangende bladeren en toch past dit uitstekend bij de inhoud. Shula Tas is haar eigen hoofdpersoon. Ze heeft zang gestudeerd aan het conservatorium, maar zingt niet meer. Haar ouders zijn tijdens haar opleiding overleden. Beiden hadden een Joodse achtergrond, maar ze deden er thuis weinig aan. Vriend V. trekt bij haar in en daarom moet de zolder worden leeggeruimd; dozen en tassen vol herinneringen. Tekeningen, cd’s, videobanden en brieven nemen haar mee naar haar familie, haar zingende oma, haar oudere vader, het Joods zijn, de oorlog, en schaamte.

    Er volgt een reis die zich vooral in het hoofd van de hoofdpersoon afspeelt. Een reis waar je zo weinig mogelijk van te voren over wilt weten, zodat elke bladzijde kan verrassen. Ze gaat op veel verschillende onderwerpen kort in en doet dat in mooie beelden. Zo vergelijkt ze de verdieping in haar (voor)ouders als een legpuzzel en zegt ze over generaties, ‘Als een rode draad mij zou verbinden met alle generaties voor en na mij, dan zou die op dit moment alleen bestaan uit een klein, rood puntje.’

    Hond Mouche speelt een mooie rol om het gedrag van de hoofdpersoon te tonen. De Iraanse buurvrouw Mina is niet alleen de ideale buurvrouw, maar ook de ideale aanjager van het verhaal. Theebezoekjes worden weergegeven in slechts een paar zinnen, precies genoeg en precies raak. Zo zet Mina haar aan het denken over de vraag waarom Shula niet meer zingt en over anders zijn. ‘”Het is eenzaam, anders zijn,” zei ze, terwijl ze in haar thee roerde en staarde naar de draaikolk die in haar glas ontstond.’

    In het begin zijn de woordherhalingen soms wat veel, alsof de schrijfster even warm moest lopen. Verder is de woordkeuze veelzeggend; ouders zijn niet dood, maar ‘morsdood’, de zolder is ‘vetgemest’ en spullen waarvan ze niet weet wat ze ermee moet een ‘sluimerstapel’Shula Tas beschrijft alledaagse handelingen. Ze laat de hond uit, opent een doos, drinkt wijn met haar vriend. Maar onder die oppervlakte zit diepgang. In eenvoudige woorden schetst ze een scala aan gevoelens, waarnemingen, de tijd, de generaties en de mens. ‘Alsof ik door het uitvoeren van rituelen iets kan bewaren van wat ik ben kwijtgeraakt, iets kan vinden dat ik nooit heb gehad.’

    Het einde is erg rond, het boek verandert van een geloofwaardig verhaal ineens in een feel-good-movie, maar tegen die tijd is haar dat al vergeven en wordt er uitgekeken naar een volgende boek. Hoe vergaat het de planten die van de piano zijn afgehaald? Blijft de zolder zo netjes? Gaat ze weer optreden? Het maakt niet uit waar het over gaat, als Shula Tas het op dezelfde wijze schrijft, is het het lezen waard.

     

     

  • De ideeën het porselein, de uitwerking de olifant

    De ideeën het porselein, de uitwerking de olifant

    Recensie door Anika Redhed

    Er zijn weinig nijlpaarden in Engeland en nog minder in dit boek. Toch heeft Stephen Fry gekozen voor de titel, Het nijlpaard. Het maakt nieuwsgierig, zeker in combinatie met het strakke landhuis op de omslag. Waar gaat dit verhaal, wat ooit het tweede boek van deze auteur was, naartoe?  Naar de vorige eeuw, blijkt als snel, toen faxen nog een gebruikelijke manier van communiceren was. Hoofdpersoon Edward Wallace is zojuist ontslagen bij de krant waar hij journalist was en gezien zijn houding en gedrag is het verwonderlijk dat hij al niet eerder ontslagen is. Als zijn peetdochter hem vertelt dat ze leukemie heeft en spoedig zal sterven, vindt hij haar vooral een stom wijf. Edward wil alleen maar zuipen, roken en neuken, in die bewoordingen.

    De eerste pagina’s zijn een worsteling, zowel voor de hoofdpersoon als de lezer. Sommige zinnen zijn erg lang en een zin, in een zin, in een zin is moeilijk leesbaar. Stephen Fry is bekend van zijn werk als acteur in documentaires, films en comedyseries. Als je je voorstelt hoe de zinnen in het Engels klinken en je het accent van de acteur erbij denkt, dan is er met wat fantasie een melodie en misschien wat onderkoelde humor in te ontdekken. In het Nederlands klinken dingen soms toch anders dan in het Engelstalige: ‘Haar plan was, net als haar gezicht, opgemaakt.’ Het vertalen moeten een zware klus zijn geweest.

    Na pagina’s vol konten, pis en schijt vertrekt de hoofdpersoon naar een landhuis. Zijn peetdochter heeft hem een aanzienlijk geldbedrag geboden om een geheim te ontrafelen. Waar het om gaat, vertelt ze er niet bij. Het grove taalgebruik neemt af en de sfeer van een statig landhuis op het Engelse platteland komt goed over. Jachtpartijen, schone schijn en ontbijten met niertjes en lever. Er komen meerdere mensen logeren en in de salons, achter geheime deuren, in de stallen en in de bosjes van de grote tuin gebeurt van alles; zoals genezingen, geroddel en diefstal. Het verhaal ontvouwt zich als een combinatie van een klucht en een detective die wordt opgelost zoals Agatha Christie’s Poirot dat zou doen; tergend langzaam.

    Het gaat alle kanten op

    Het verhaal gaat ondertussen alle kanten op; van aardbeien tot de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog, van poëzie tot aambeien en van suikerbieten tot de ontdekking van de tekstverwerker. Er wordt geschreven in briefvorm, maar ook in faxen en dagboekfragmenten. Zo zit je in het perverse hoofd van Edward, zo lees je over de geschiedenis van een van de families. De hij-vorm heeft soms ineens een alwetend perspectief en er is een aantal onwaarschijnlijkheden. ‘Daar was de geur van sigaren zo sterk dat de haren op zijn achterbenen begonnen te kriebelen.’

    De auteur staat vooral bekend om zijn non-fictie werken, waaronder over de Griekse mythologie, en wordt daarvoor alom geprezen. Dit boek lijkt vooral behoefte te hebben gehad aan een strenge redacteur. De rommelige opbouw en uitweidingen die niets toevoegen doen vermoeden dat de auteur weinig schrijfervaring had. Het nijlpaard is in 2021 door Thomas Rap op de Nederlandse markt gebracht als vertaling van een uitgave van 2004, maar de eerste uitgave stamt al uit 1994.

    Na expliciete, ongebruikelijke seksscènes en slapstick humor wordt de clue bekend. Daarna gaat het boek nog even door, maar van het nijlpaard ontbreekt nog steeds elk spoor. Dit staat alleen in de gequote regels van T.S. Eliot aan het begin van het boek. Het dier lijkt hier vooral synoniem voor een ander beest; de ideeën en intenties zijn het porselein, de uitwerking daarvan, de olifant.