• Een humoristische maar ook cynische verademing

    Een humoristische maar ook cynische verademing

    Het zilveren bot is het eerste deel van de serie ‘Kyiv Mysteries’ van de Oekraïense schrijver Andrej Koerkov en verscheen nog voor de Russische inval. Het verhaal speelt zich af tijdens de Oekraïne-Sovjet Oorlog (1917-1921) in Kiev en het Rode Leger de stad heeft bezet. Samson Koletsjko is de hoofdpersoon, die door noodlottige omstandigheden bij de politie in dienst komt als rechercheur. Het is een door historische bronnen van de bolsjevistische geheime politie in Kiev geïnspireerde serie, met humor geschreven, maar toch doet denken aan de huidige gevechten met het Russische leger. 

    De eerste alinea van het boek is meteen al gruwelijk, maar zet – gelukkig – niet de toon voor de hele roman. Bovendien is het fictie, en dat is even wennen. Met een sabel splijt een ruiter van het Rode Leger het hoofd van Samson’s vader in tweeën en met een volgende houw slaat hij het rechteroor van Samson zelf eraf, hij kan het nog net uit een sloot vissen. Met een boer uit de omgeving brengt Samson het lijk van zijn vader naar een begrafenisonderneming: ‘Op dinsdag 11 maart 1919 werd er een streep gezet onder zijn oude leven.’ Het afgehakte oor zal in het boek terugkomen in veelal hilarische scènes. Samson bergt het oor op in een doosje, en de wond geneest langzaam. Het afgehakte oor zal hem uit benarde situaties redden door gesprekken te kunnen beluisteren die hij anders niet kon horen, tot en met de epiloog: ‘Toen besefte hij pas dat hij dit allemaal hoorde met zijn tweede, afgehakte oor.’

    Dubbele moord in het huis van de kleermaker

    De oorspronkelijke titel van het boek is Samson en Nadežda. Vertaald als Het zilveren bot, naar een voorwerp dat tegen het einde van het boek opduikt en een belangrijke rol speelt bij de ontknoping van het mysterie. Het tweede deel heet Samson en het gestolen hart, net als de oorspronkelijke Oekraïense versieDe vertaling van deze ‘Kyiv Mysteries’ is van de Vlaamse Melanie Zonderman. Af en toe duiken er een paar Vlaamse uitdrukkingen en woorden, ‘smoutebollen’, ‘als ze komaf zouden maken’, en ‘mijn nonkel’ op. Maar allez, dat is zeker geen probleem. Op het omslag van het boek staan twee vergelijkingen met bekende schrijvers als aanprijzing. Uit The Guardian: ‘De Oekraïense Murakami’, uit The Daily Telegraph: ‘Een post-sovjet Kafka’. De vergelijking met Murakami is begrijpelijk door het magisch realisme van het afgehakte oor, maar die met Kafka niet. Er is een mysterie, maar niet typisch kafkaësk.

    Dit Kyiv mysterie is een dubbele moord die halverwege het boek voor de ogen van Samson Koletjko plaats vindt in het huis van een kleermaker. In zijn ouderlijk huis worden twee soldaten uit Zuid-Oekraïne ingekwartierd, die hij bovendien te eten moet geven. Hij leert via de weduwe van de huismeester Nadezjda kennen, die bij haar ouders woont en bij een gemeentelijke instelling werkt. Ze maken een wandeling en Samson beklaagt de soldaten die bij hem zijn ingekwartierd: ‘die missen hun dorp, hun grond! Het is niet goed om zoveel mensen van hun grond weg te halen…’. Nadezjda begrijpt dat want ‘honger naar de overwinning zou ons moeten helpen!’ Ze kijken dromerig naar de stad bij zonsondergang en zij heeft voor Samson een broodje uit de Rode Bakkerij(!) meegenomen.

    Het eigenlijke mysterie

    Het verhaal is voor een Westerse lezer met beperkte kennis van de Oekraïense geschiedenis al humoristisch, maar waarschijnlijk nog meer voor Oekraïeners en anderen die de historische  verwijzingen zullen begrijpen. Het eigenlijke mysterie begint als de ingekwartierde soldaten  stiekem zilveren voorwerpen meenemen uit het ouderlijk huis van Samson. Daarna wordt zijn vaders schrijftafel in beslag genomen en met paard en wagen naar het politiebureau gebracht. Samson rent achter de wagen aan omdat zijn vaders spullen nog in de laden van de schrijftafel zitten. De in het bureau aanwezige commissaris Najdjon, ‘in een oud groen uniformjasje en een  blauwe uniformbroek’, geeft hem de opdracht een rapport te schrijven over de in beslag genomen bezittingen. Van dat rapport is Najdjon zo onder de indruk dat hij hem het voorstel doet in dienst te komen met als taak ’diefstallen te bestrijden en de orde te bewaken’. Hij krijgt dan ook bonnen voor de Sovjetkantine. Waarop Samson vraagt: ‘Krijg ik dan ook een wapen?’ ‘Natuurlijk’, antwoordt Najdjon. Vanaf dat moment beginnen de avonturen van rechercheur Samson.

    Samson moet onderzoek doen naar de gestolen zilveren voorwerpen en ook moet hij op zoek naar de dader van de moord op de kleermaker die Samson bezocht. Daarbij ontkwam hij zelf ternauwernood aan de dood door een reddende actie van een meegekomen soldaat die wel werd doodgeschoten. Tijdens de begrafenis van de kleermaker en de soldaat houdt commissaris Najdjon een toespraak vanaf een ‘uit houten planken in elkaar geflanst podium’, waarbij hij zegt dat we ‘onze gevallen helden niet vergeten’ en dat we ‘jullie verheffen tot de rang van Rode martelaren.’ Alsof het hier gaat om een heldendood in plaats van een criminele daad. De toespraak lijkt letterlijk geplukt uit de archieven van de geheime dienst die Koerkov kon inzien. In Kiev breekt dan een opstand tegen het Rode Leger uit van groepen onder leiding van een ‘hetman’ (historische naam voor een kozakkenhoofdman). Commisaris Najdjon moet het gebouw van de veiligheidsdienst Tjeka verdedigen en roept ‘Vecht tot de dood’ als hij het politiebureau verlaat. Een oproep die doet denken aan Stalin’s opdracht voor hij zijn soldaten de Tweede Wereldoorlog instuurde. 

    Eigenaar zilveren bot

    Een andere verhaallijn is de relatie tussen Samson en Nadezjda, die in het ouderlijk huis is komen wonen in een kamer van de overleden ouders van Samson. ‘Nadezjda’s ouders brengen de koffer en een kist met haar spullen op een kar.’  Nadezjda helpt hem met liefdevol advies als Samson aan zichzelf begint te twijfelen en als hij denkt dat hij ‘iets belangrijks en voor de hand liggends’ niet ziet, neemt zij hem bij zich in bed en troost hem. 

    In de kelder van de vermoorde kleermaker gaat Samson op zoek naar sporen van de moordenaar en ontdekt daar het in varkenshuid gewikkeld zilveren bot. Dit bot zal hem via een chirurg naar de eigenaar leiden en uiteindelijk naar de oplossing van de moord. Die eigenaar van het bot heet Jacobs en blijkt in het voorlaatste hoofdstuk van Vlaamse komaf te zijn. De ontknoping moet de lezer zelf ontdekken in dit eerste van Kurkovs mysterie- verhalen, dat eindigt met Samson die in bed ligt met de slapende Nadezjda. ‘Einde. Maar wordt vervolgd.’ Het derde deel is intussen verschenen. Een humoristische maar ook cynische verademing tussen alle realistische oorlogsverhalen in deze niet alleen voor Oekraïne zo gruwelijke tijd.



  • Oogst week 13 – 2025

    Het zilveren bot

    Het lot van Oekraïne gaat in het westen velen aan het hart. De populariteit van de schrijver Andrej Koerkov (1961), geboren in Rusland, opgegroeid en woonachtig in Oekraïne, is sinds de oorlog toegenomen. Hij is internationaal een veelgevraagd commentator. Vorig jaar verscheen zijn oorlogsdagboek Onze dagelijkse oorlog (2024), over zaken als wassen als de stroom is uitgevallen, loopgraafkaarsen, het geluid van rijdende tanks op een snelweg, vallende bommen, en de plaats voor kunst, literatuur en muziek in de maar doorgaande oorlog. Eerder verschenen onder meer Grijze bijen (2018) en Dagboek van een invasie (2022).

    Het zilveren bot is deel 1 van The Kyiv Mysteries, drie misdaadromans met een historische achtergrond. In dit eerste deel wordt op klaarlichte dag Samson Kolechko’s vader in zijn bijzijn vermoord. Samson ontsnapt aan de sabel, het kost hem alleen een oor. Het is 1919. In Kiev is het Rode Leger van de Sovjets de baas, het Witte Leger probeert vanuit het westen op te rukken. Overal heerst wantrouwen. Samson is nu als wees alleen in het huis van zijn vader en op een dag wordt dat huis gevorderd door twee soldaten van het Rode Leger. Samson luistert hun plannen af en besluit hen te dwarsbomen, waardoor hij in moorddadige complotten terecht komt. Zijn leven staat geregeld op het spel, maar misschien zal hij een held worden.

    Zoals altijd schrijft Koerkov op een licht ironische toon met oog voor absurditeit. Voor het spannende boek raadpleegde hij de archieven van de misdaadbestrijdingsdienst in Kiev.

     

    Het zilveren bot
    Auteur: Andrej Koerkov
    Uitgeverij: Borgerhoff & Lamberigts 2024

    De bodem van het bestaan – Dagboeken 1976-1980 deel 5

    In deel 5 van de Dagboeken van J.J. Voskuil wordt door de schrijver weer veel geworsteld, met zijn werk op het Meertensinstituut, met andere medewerkers, vrienden, met zijn vrouw L.. Voskuil schildert zichzelf daarbij negatief af, is meestal ontevreden over zijn gedrag en opmerkingen. Tegelijkertijd is hij vaak overtuigd van zijn eigen gelijk en doorziet hij behalve zichzelf ook de mensen om zich heen.

    In 1976 is hij verliefd op de jonge medewerkster Mirjam Lucassen, die wordt gearresteerd in verband met een explosief. Zij verdwijnt uit het Bureau en uit Voskuils leven. Hij raakt gedeprimeerd en schrijft eind 1977: ‘En nog altijd het nu al maanden durende gevoel van zinloosheid dat het onmogelijk maakt indrukken op te doen en neer te schrijven. Om iets waar te nemen heb je een vast punt nodig. Er is geen vast punt.’ Ondanks de ruzies en oeverloze discussies met L. schrijft Voskuil herhaaldelijk: ‘Ik ben niets zonder L.’

    In 1978 noteert hij, naast wat plaatsnamen van wandeltochten, slechts: ‘Marietje [hun kat] is vanmiddag doodgegaan. Ze was al een paar maanden ziek. De laatste weken had ze niet meer gegeten. Een klein, lief, mager scharminkeltje. Toen L. uit Den Haag thuiskwam, om kwart voor drie, leefde ze nog. Een minuut later was ze dood.’
    Begin 1980 gaat hij verder met zijn dagboek. Over het werk: ‘Het komt erop neer dat ze niet geloven dat het een voorstel is. Ze zien het als een overval. Ik wil hen op die manier met een hoop nieuw werk opzadelen. Dat had ik pas mogen doen als er eerst een principebeslissing was genomen. Enzovoort. Ik ben verbijsterd.’
    Voskuil chargeert en relativeert. Met humor, dat wel.

     

    De bodem van het bestaan - Dagboeken 1976-1980 deel 5
    Auteur: J.J. Voskuil
    Uitgeverij: Van Oorschot 2025

    Namiddagen

    De Duitse schrijver Ferdinand von Schirach (1964) is strafrechtadvocaat. Hij heeft vele bekende, beroemde en beruchte cliënten. Op zijn 45e publiceerde hij zijn eerste boek, Misdaden (2009), een bundel met verhalen uit zijn advocatenpraktijk die meteen een bestseller werd. Daarna volgden meerdere verhalenbundels, essays, toneelteksten en romans waarna hij al snel tot de beroemdste Duitse schrijvers ging behoren. Zijn boeken worden in meer dan 40 landen verkocht en er worden films en tv-series van gemaakt.

    In de bundel Namiddagen (2025) spelen Von Schirachs verhalen zich af in velerlei steden, zoals Taipei, Berlijn, Oslo, New York, Marrakech, Tokio, om er een paar te noemen. In Japan is Von Schirach erg populair, hij won daar de Honya Taishō boekhandelsprijs in de categorie internationale literatuur. In een van de Namiddagen-verhalen ontmoet de schrijver in een hotelkamer in Tokio een Amerikaanse advocate. Zij is er voor werk, hij ook – voor interviews en lezingen. Door de vliegreis en het tijdsverschil kunnen ze geen van beiden slapen en zij vertelt hem haar verhaal als advocaat van een beroemde muzikant met wie ze, getrouwd en wel, een paar jaar een relatie had. Bij het einde van de relatie krijgt ze van de muzikant een bijzonder horloge, dat ze later op verrassende wijze tegenover haar echtgenoot weet te ‘legaliseren’.

    In een prettig lezende, onopgesierde maar treffende ‘telling’ stijl laat Von Schirach levens van mensen passeren, met verkeerde beslissingen, toevalligheden, de liefde en de vluchtige aard van geluk en niet te vergeten eenzaamheid. Hij haalt daarbij literatuur, film en kunst aan.

     

    Namiddagen
    Auteur: Ferdinand von Schirach
    Uitgeverij: Arbeiderspers 2025
  • Oogst week 51 – 2022

    Grijze bijen

    Andrej Koerkov (Leningrad, 1961) is de beroemdste schrijver van Oekraïne. Niet omdat de Oekraïners zo veel lezen maar omdat Koerkov regelmatig op tv verschijnt en buitenlandse media hem interviewen over de huidige toestand van zijn land. Koerkov schrijft in het Russisch, wat hem door Oekraïners wel werd verweten. Zelf zegt hij daarover in een interview in Trouw: ‘Ik spreek beter Oekraïens dan veel Oekraïenstaligen. Toen Oekraïne nog een Sovjetrepubliek was, redigeerde ik Oekraïense vertalingen van buitenlandse romans.’ Inmiddels is hij opgehouden te publiceren in het Russisch.

    Toen pro-Russische separatisten de oblasten Loehansk en Donetsk in de oostelijke Donbass tot volksrepublieken verklaarden begon daar de oorlog al. Koerkov, die enkele reizen maakte in het gebied, schreef zijn roman Grijze bijen in 2018. Op de frontlijn, de grijze zone tussen Oekraïne en Donetsk, woont in een klein dorp de imker Sergej Sergejitsj. Stroom is er niet meer, voedsel nauwelijks en het is bitterkoud. Met een vroegere jeugdvijand, de enige andere menselijke aanwezige, drinkt Sergej wodka. De twee voeren gesprekken vol zwarte humor, opgetekend in Koerkovs ironiserende stijl. Sergej voelt zich verantwoordelijk voor zijn bijen. Hij is bang dat het oorlogsgeweld hen verjaagt en in de lente verlaat hij met zes bijenkasten het dorp, richting de Krim waar het dan nog veilig is. Onderweg krijgt hij te maken met strijders aan weerskanten van de gevechtslinies: loyalisten, separatisten, Russische bezetters en Krim-Tataren, en met evenzovele paspoortcontroles. Bij een ervan nemen de Russen één van Sergejs bijenkasten in beslag. Als hij de kast terugkrijgt, zijn de bijen grijs geworden.

    Het lezen van Grijze Bijen biedt een mogelijkheid om iets te gaan begrijpen van de waanzin die de oorlog in Oekraïne beheerst. De licht absurdistische stijl van de schrijver voorkomt dat het een zwaar boek is.

    Grijze bijen
    Auteur: Andrej Koerkov
    Uitgeverij: Uitgeverij Prometheus

    Pose – Over hoe we kijken en wie we spelen

    Basje Boer wil meer vrouwelijke sukkels in films. De schrijver en filmessayist publiceerde recent Pose – Over hoe we kijken en wie we spelen, een bundel met essays over hoe vrouwen worden neergezet in films, verhalen en ander cultuuruitingen, en hoe ze zich gedragen in de werkelijkheid: als vrouw, moeder, femme fatale, slachtoffer of bitch, clichébeelden die even stereotype als hardnekkig zijn.

    Aan de hand van oude en nieuwe films, popidolen, personages en persona’s onderzoekt Boer in Pose welke vrouwenrollen ons worden voorgeschoteld en hoe ze worden bekeken. Ook vrouwen kijken volgens Boer met de male gaze naar andere vrouwen. Zij worden nog te veel gezien als een passief wezen. Zo is schoonheid, mooi zijn, een rol die vrouwen macht geeft, maar wel een die vaak door de kleding die ze draagt passiviteit uitstraalt. Mooie kleding wekt geen actieve indruk.

    Boer schrijft ook over haar persoonlijke ervaringen wanneer dat relevant is voor het onderwerp van het desbetreffende essay. Bijvoorbeeld in een stuk over gekke vrouwen in films gaat ze in op haar eigen weg naar therapie. Ze heeft het over jeugdidolen en over films waarin vrouwen geen fouten maken. Film staat dicht bij de werkelijkheid, de vrouwen erin zijn voorbeelden waaraan we ons spiegelen. In films komen wel mannelijke sukkels voor, betoogt Boer, maar geen vrouwelijke. Zij zou zich graag eens met een vrouwelijke sukkel willen identificeren. Wordt het tijd ons tegen de clichés te gaan verzetten?

    Pose - Over hoe we kijken en wie we spelen
    Auteur: Basje Boer
    Uitgeverij: Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar

    Na de bevrijding – Aantekeningen over de Goelag, 1944-1956

    De Poolse Barbara Skarga (1919-2009) moest haar manuscript van Na de bevrijding- Aantekeningen over de Goelag, 1944-1956 geregeld langere tijd wegleggen omdat tijdens het schrijven haar nachtmerries terugkwamen. Toch vond ze het haar plicht om haar herinneringen aan de gebeurtenissen in de strafkampen de wereld in te sturen.

    Skarga studeerde filosofie, waarmee ze stopt vanwege de Tweede Wereldoorlog. Ze gaat bij het Poolse verzet. Onverwacht wordt ze in september 1944 door het Russische leger gearresteerd. Vanaf 1946 zit ze met honderdduizenden landgenoten in verschillende goelags, onderworpen aan meer dan acht jaar dwangarbeid in een ziekenhuis, een steenfabriek en aan een spoorlijn.
    Als ze na tien jaar ‘vrij’ komt wordt ze nog verplicht in een kolchoz te werken. In 1956 pakt ze, terug in Polen, haar studie weer op, promoveert, werkt haar hele leven als hoogleraar en schrijft vele filosofische werken. Ze mengt zich in het publieke debat en is betrokken bij de Poolse solidariteitsbeweging Solidarność.
    Na de bevrijding publiceerde ze pas in 1985, onder pseudoniem. Haar aantekeningen over haar ervaringen in de goelagkampen zijn gegroepeerd rond thema’s als het dagelijks leven, ziekenhuis, werk en zelfs de liefde.

    Er zijn meer boeken verschenen over de Russische strafkampen, zoals het invloedrijke De Goelag Archipel van Aleksandr Solzjenitsin, Berichten uit Kolyma van Varlam Sjalamov en Goelag, een geschiedenis van Anne Applebaum, waarin de verschrikkingen van de gevangenkampen beschreven worden.
    Wat Na de bevrijding hiervan onderscheidt zijn de spot en humor waarmee Skarga vertelt over de kamphiërarchie, de honger, het vuil, het geweld, de misdaden. En over de angst voor verkrachtingen. Het boek is een mix van memoir, filosofische gedachten, essay en geschiedschrijving en toont de werking van het Sovjetsysteem aan.

    Na de bevrijding - Aantekeningen over de Goelag, 1944-1956
    Auteur: Barbara Skarga
    Uitgeverij: De Bezige Bij