• De vader een hond

    De vader een hond

    Tijdens het lezen van Het jubileum van Andrea Bajani, voelde ik dezelfde verstilling en eenzaamheid als in Het hoogste goed waarin een jongen zijn verdriet als een trouwe hond altijd bij zich weet. Het is het eerste boek waarin Bajani over verwaarlozing en mishandeling uit zijn kind- en jeugdjaren in romanvorm schrijft. In Het boek van de huizen speelt datzelfde verdriet een rol. Er komt een schildpad in voor die voor verstilling van de tijd staat. Alles op een afstand beschreven, niets maakt de lezer van dichtbij mee, er wordt door de vader geen hand geheven, toch die dreiging.

    Het was een herfstige mooie zondag, er moest gewandeld worden. Ik nam de trein naar een dorp verderop. Vanaf het station liep ik terug, langs weteringen, door stukken bos. De jongen uit Het hoogste goed vergezelde me, hoe hij in het huis van zijn ouders onopvallend, (om de lieve vrede) om hen heen bewoog. Er met zijn hond (het verdriet) steeds op uitgaat om niet thuis te hoeven zijn.

    Er stond een bankje aan een zandweg. Ik las alsof ik iets zocht, iets dat zich buiten de geschreven woorden bevond. Ik nam een potlood uit mijn zak, schreef in de kantlijn ‘zogend kind vult zich met leegte van moeder’, omcirkelde een stuk over het verdriet van zijn vader dat zo groot was, ‘dat de vader het amper aan de riem wist te houden.’ Verdriet dat zich losrukte, anderen aanviel, zoals de zoon. ‘Hij sperde zijn bek open, blafte en daarna hoorde je de schreeuw van degene die was gebeten.’ Dat die bedekte manier van schrijven (alsof het jou niet aangaat) het mogelijk maakt om dat wat je niet van je af kunt schudden, enigszins te benaderen. Verdriet moet je in de bek kijken, dat dus.

    Wat de schrijver in Het jubileum ook werkelijk doet. In deze kleine roman komt alles aan de oppervlakte. Bajani schrijft voor het eerst in niet mis te verstane bewoordingen over mishandelingen door- en het controlerende gedrag van de vader. De inmiddels volwassen zoon heeft zijn ouders tien jaar lang niet gezien. Met die afstand begint hij een zoektocht naar wie ze waren, en dan vooral zijn moeder wil hij kennen. Het tweede hoofdstuk begint met, ‘Ik heb nooit geschreven over mijn moeder.’ Waarna hij op zoek gaat naar die moeder. En hoewel hij weet dat zij degene was die het eten kookte, de afwas deed, de was opvouwde, kan hij haar in die rol niet visualiseren. Wel herinnert hij zich dat haar ene been dunner was dan haar andere ten gevolge van polio. ‘Ze werd gedefinieerd door een ietwat manke tred, (…) als ik haar kuit zag, dat is zeker, ervoer ik iets van smartelijke vertedering.’ Na vele pogingen om zijn moeder in beelden te kunnen vatten, eindigt hij dit hoofdstuk met, ‘Of het wel of niet is gebeurd doet er nu niet toe, dit is het begin van de roman.’

    Hoe de schrijver laveert tussen werkelijkheid en verzonnen versie. Dat hij zijn moeder, de dingen die hij zich niet van haar herinnert, alleen in romanvorm tot leven kan brengen. Wanneer hij als kind met zijn zus en moeder de vakantie doorbrengt bij de ouders van zijn moeder, de vader daar wegblijft, beschrijft hij een moment waarin de moeder een brief ontvangt, zich daarmee terugtrekt op haar kamer. ‘Wat een soort intimiteit is, of tenminste, dat is het gevoel dat opkomt tijdens het schrijven van deze scene.’ Hoe hij zijn moeder zoekt, haar naar zich toe tracht te halen, wat niet lukt. Zoveel kan ik wel zeggen.

    En dat moment, als de zoon zich aan het losmaken is, voor het eerst met kerst niet thuiskomt. Hoe de vader hem via de telefoon toebrult: “Hou je koest! Kop dicht! Koest, hond!”’ Dat die vader opeens als het ‘grote verdriet’ dat de jongen als een hond begeleidde, in dit boek naar buiten breekt. Lees deze boeken. Begin met Het hoogste goed, dan Het boek van de huizen en Het jubileum. Verschillende gradaties van het verhaal over een destructieve familie. Geweldig knap geschreven.

     

     

    Het jubileum / Andrea Bajani / vertaling Manon Smit / Van Oorschot


    Inge Meijer schrijft over het snijvlak waar literatuur en het leven elkaar raken.

     

     

     

     

  • Oogst week 39 – 2025

    Oogst week 39 – 2025

    Het jubileum

    ‘De Italiaanse schrijver en journalist Andrea Bajani (1975) is in eigen land een gelauwerd schrijver. Over zijn debuutroman, Cordiali saluti, (2005), schreef de schrijver Antonio Tabucchi (1943-2012) dat hij dit boek gelezen had ‘met een opwinding die ik in tijden niet meer heb gevoeld in de Italiaanse literatuur’.’ Aldus Ingrid van der Graaf in haar interview met Bajani voor Literair Nederland in 2022.

    Met zijn roman L‘anniversario won Andrea Bajani de Premio Strega 2025, de meest prestigieuze literaire prijs van Italië. Het boek, in een vertaling van Manon Smits, is nu verschenen met de titel Het jubileum. Na tien jaar kijkt een zoon terug op zijn verstikkende jeugd met subtiel huiselijk geweld, dat plaatsvond in zijn familie. Zonder mensen te beschuldigen of te redden legt hij het dwingende systeem van het gezin bloot om zichzelf uiteindelijk te bevrijden. ‘Nadat ze (de moeder) zich al die jaren had onttrokken, er niet was geweest voor zichzelf of voor haar kinderen, alleen maar bezig was geweest met poetsen, bedienen, haar man gehoorzamen in huis en in bed, het weinige of niets dat mijn vader van haar verwachtte of eiste uitvoeren, eindigde ze met iets typisch moederlijks. Ze voelde aan wat er in het binnenste van haar zoon al gebeurd was zonder dat hij het zelf wist.

    Op die dag, tien jaar geleden, heb ik mijn ouders voor het laatst gezien. Ik ben sindsdien van telefoonnummer veranderd, van huis, van continent, ik heb een onneembare muur opgetrokken, ik heb een oceaan tussen ons in geplaatst. Het waren de beste tien jaar van mijn leven.’

    Eerlijk, openhartig en verontrustend relaas gebaseerd op herinneringen.

    Het jubileum
    Auteur: Andrea Bajani
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Kookpunt

    ‘De personages uit Kookpunt van Nisrine Mbarki Ben Ayad wonen in Brussel. Algiers. Parijs. Damascus. Casablanca. Cairo. Amsterdam. Zeven mensen, zeven levens die zich in verschillende steden en landen afspelen. En toch raken ze elkaars levens en vertellen zo het verhaal van een versplinterde wereld, waarin mensen ondanks alles innig liefhebben.’

    Kookpunt is het verhaal van een eeuw: van 1961 in Algerije tot 2061 in Amsterdam. Het is een eeuw die herhaaldelijk zelfmoord pleegt en zichzelf opnieuw uitvindt. Zeven verhalen, in zeven decennia, op verschillende plekken in de wereld, maar de schakelmomenten in de geschiedenis verbinden al deze mensen met elkaar. De nucleaire tests van de Fransen in de Algerijnse Sahara zorgen ervoor dat Ydder zijn grote liefde verliest. Maar ook dat hij Salma die uit Damascus vluchtte ontmoet. Die in Belleville met Bern trouwt. Die jaren later bij de crypte in de Pieterskerk in Utrecht vanuit het dodenrijk door haar wordt geroepen. Onzichtbare draden van het menselijke tekort spannen over de hele wereld. Niets in de geschiedenis blijft zonder gevolgen, alles werkt generaties door.

    Nisrine Mbarki Ben Ayad (Tilburg, 1977) is een veelzijdige schrijver, dichter, columnist, vertaler en programmamaker. Als literair vertaler vertaalt ze poëzie uit het Arabisch naar het Nederlands. Haar gedichten en columns verschijnen regelmatig in literaire tijdschriften als De Gids, Poëziekrant, De Revisor, Tiraden Het Liegend Konijn.

    Kookpunt
    Auteur: Nisrine Mbarki Ben Ayad
    Uitgeverij: Pluim uitgeverij

    Vacht!

    Cobi van Baars publiceerde in 2023 de roman De onbedoelden gebaseerd op het waargebeurde verhaal van een tweeling die zonder medeweten van de moeder meteen na de geboorte werd afgestaan. Het boek kreeg een lovende ontvangst en verkocht meer dan 30.000 exemplaren en stond op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2024.

    In Van Baars’ laatste roman, Vacht!,  werkt Eline van der Veer in een archief dat is gevestigd in een voormalig klooster. Aanvankelijk is ze blij met haar nieuwe baan, tot de sfeer verandert en heel onaangenaam wordt. Kan ze zich staande houden als iedereen zich tegen haar keert?

    Eline raakt verstrikt in een leugen over een relatie, die haar positie op het werk onder druk zet. Ze gunnen haar een vriend, maar nemen een loopje met haar, ondertussen staart ze uit het raam naar buiten waar een kudde schapen loopt.

    Vacht! is een metafoor voor het verlangen en de behoefte om ergens bij te horen.

    Beklemmend en geestig psychologisch portret.

    Vacht!
    Auteur: Coby van Baars
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Schrijven is een manier van denken, een manier van leven

    Schrijven is een manier van denken, een manier van leven

     

    De Italiaanse schrijver en journalist Andrea Bajani (1975) is in eigen land een gelauwerd schrijver. Over zijn debuutroman, Cordiali saluti, (2005), schreef de schrijver Antonio Tabucchi (1943-2012) dat hij dit boek gelezen had ‘met een opwinding die ik in tijden niet meer heb gevoeld in de Italiaanse literatuur’. Het boek won vier prijzen. Zijn tweede boek, Ogni promess, verscheen in Nederland als De belofte. In 2014 verscheen een bundel ultra korte verhalen in de trant van Italo Svevo, Het leven is niet alfabetisch. Beide boeken vielen in de prijzen. Zijn roman Un bene al mondo (2016) Het hoogste goed (deze romans werden vertaald door Yond Boeke en Patty Krone) werd onlangs verfilmd. Vanaf 2017 publiceerde Bajani verschillende poëziebundels, ook schrijft hij essays voor de krant La Repubblica.

    Het boek van de huizen is een fascinerende vertelling over de ontwikkeling van een kind tot jongeman, student, echtgenoot, schrijver en de verschillende huizen waar het personage Ik, heeft gewoond. Het is geen chronologisch vertelling, de schrijver springt door de tijd. Er zijn plattegronden van de verschillende huizen in afgedrukt en zonder een toekomstroman te willen zijn, is er een hoofdstuk gesitueerd in 2048, waarmee het idee een traditionele roman in handen te hebben, geheel verworpen wordt. 

    Sinds enkele jaren woont Andrea Bajani in Houston, Amerika waar hij Creative Writing geeft aan de universiteit. Een groot deel van Het boek van de huizen schreef Bajani in Rome, de uiteindelijke vorm van het boek kwam in Houston tot stand. Rond de verschijning van de Nederlandse vertaling verbleef Bajani enkele dagen in Amsterdam. Voor het interview ontmoetten we elkaar in de Cobra Lounge van het Ambassade Hotel aan de Herengracht.


    Wat betekent een huis voor u?

    ‘In Italië is ieder huis een herinnering die behouden blijft voor de familie. Daar is het normaal dat mensen in oude, beschadigde huizen wonen. In Texas, waar ik op dit moment woon, kopen ze alleen het stuk land, vernietigen het huis dat erop staat en bouwen iets nieuws omdat het voordeliger is. Dat is in Italië ondenkbaar.

    Ik ben een nomade, maar in mijn manier van rondtrekken zit altijd de behoefte het perfecte huis te vinden. Als ik het zou vinden betekent dat het einde van mijn zoektocht. Ik pleit er dan ook voor dat geluk een streven blijft, niet een bestemming die je bereiken moet. Mijn culturele achtergrond zegt me dat een huis een plaats voor altijd betekent, meer algemeen denk ik dat een huis een goed narratief is voor een betekenisvol leven. Huizen zijn een soort van fictie. Als schrijver is dat interessant voor mij.’

    Naast dat het een boek over huizen is, gaat het ook, in haast onopvallende noteringen ook over klassenverschillen, zoals, ‘Bij de uitgang van de supermarkt valt het muntje dat ze als wisselgeld bij het bonnetje hebben gekregen vaak in de hand van de derde wereld die tegen de muur zit.’  


    Wat wilt u hiermee aantonen?

    ‘Tegenwoordig hebben we enkel een middenklasse, met daarbinnen de hogere- en lagere middenklasse. De arbeidersklasse wordt niet meer genoemd, alsof men zich daarvoor schaamt. Iedereen kan nu bereiken wat hij wil. En als je dan zelf iets bereikt hebt, wil je wel een aalmoes aan daklozen geven. Ik wil laten zien hoe we onszelf voor de gek houden, zo snel vergeten waar we vandaan komen.’ 

    Het boek van de huizen is fragmentarisch en zonder uitgesproken emoties geschreven. Toch spreekt er een verlangen van Ik naar geborgenheid, naar liefde uit. Er is sprake van geweld en verwaarlozing in de jeugd van Ik, iets dat gaandeweg duidelijk wordt.


    Waar vond dit boek zijn oorsprong?

    ‘In 2015 werkte ik voor een fellowship op de Amerikaanse Academie in Rome. Een paar blokken van de de academie was het huis waar  ik ben geboren. In het boek is dat het ‘Huis onder de Grond’. Toen ik drie was verhuisden mijn ouders met mij en mijn zus naar een ander huis. Mijn oma bleef daar achter. Tot 2001 kwamen we met kerst en pasen nog bij haar op bezoek. Daarna ben ik er niet meer geweest. Het was beangstigend dat dit  huis zo dicht bij de academie lag, beangstigend omdat mijn familieverhaal een verhaal vol pijn is.
    Eerst observeerde ik het huis een paar dagen van een afstand. Toen heb ik aangebeld. Het was een klein huis, ik heb op het buitenplaatsje gestaan waar ik als kind speelde. Toen ik daarna terugliep naar de academie, had ik de structuur van dit boek en de eerste zin: “Ik gaat wandelen.” Ik had de visie van het hoofdkarakter en alle huizen waar Ik gewoond heeft voor ogen. Ik wist dat dit een puzzel van huizen zou worden. Terug in mijn appartement ging ik strijken, dat is voor mij de enige manier om me te kunnen focussen op een idee. En ik wist, dit boek moet ik schrijven. Ik heb er vijf jaar over gedaan.’


    Waarom moest het hoofdpersonage ‘Ik’ genoemd worden?

    ‘Die eerste zin “Ik gaat wandelen.”, had een bedoeling. Die zin kwam niet voor niets bij me op. Ik vertrouw de woorden die in me opkomen, en ik weet dat ik ze moet volgen. Het hele punt van schrijven is dat je begint te schrijven en gaandeweg pas ontdekt wat de bedoeling is. Toen ik bij mijn geboortehuis aanbelde, wilde ik op dat moment terug naar het kind dat ik toen was. Toen ik binnenkwam wist ik dat dat niet kon. Hoe moet ik het zeggen, ik was toen een kind, nu ben ik een ander persoon.
    Daarom geloof ik niet in memoires. Alles wat je hebt gedaan in je leven, wordt in een memoir verklaard. Het boek van de huizen is voor mij precies het tegenovergestelde. Wat ik met dit boek wilde, was ervoor te zorgen dat elke ik die ik geweest ben, de driejarige, de zestien- en vierentwintigjarige gerespecteerd werden om wie ze toen waren, hun handelen wilde ik niet verklaren.’


    Zijn huizen herinnering bewaarders? 

    ‘De enige manier om te herinneren is het verleden te bezoeken. In de huizen van vroeger vind je jezelf uit het verleden weer terug. In een andere gedaante, maar jij was het wel. Herinneringen zijn een verzameling momenten in de tegenwoordige tijd. 


    De hoofdstukken ‘Huis van de Dode Dichter’ en ‘Huis van Gevangene’, gaan over schrijver en filmmaker Pier Paolo Pasolini die in 1975 werd vermoord en de ontvoering en moord op politicus Aldo Moro in 1978. Waarom noemt u ze niet bij hun naam?

    ‘Ik besloot hun namen niet te noemen, te weten wie het zijn is een extra laag aanbrengen die ik niet wilde. Je hoeft ook niet per se te weten dat Ik, Bajani is.  Ik ben geboren in augustus 1975, de Ik uit het boek is wat later geboren.
    Bij  Aldo Moro was ik drie jaar, de tv beelden waren gewelddadig. In het huis waar ik als driejarige woonde stond de tv altijd aan. Ik herinner me de beelden niet, maar ze zijn toch ergens opgeborgen in mijn geheugen. Een belangrijk gereedschap voor een schrijver is zijn geheugen. Tijdens het schrijven kwamen deze twee personen naar boven. Ik had niet gepland over hen te schrijven. Het kwam mee met de beschrijving van het huis waar ik geboren ben.
    Het schrijven aan dit boek was het willen vinden van een huis waar geen pijn bestaat, een huis waar liefde kan bestaan. Daar slaagt de Ik niet in. Uiteindelijk voelt de Ik zich thuis als hij schrijft op zijn laptop. Woorden geven hem het gevoel van veiligheid. Hij voelt het belang van woorden, hoe ze gebruikt worden.’ 

    De eenzaamheid van Ik doet denken aan het jongetje in Bajani’s boek Het hoogste goed, dat geen ander gezelschap heeft dan zijn verdriet. Als een trouwe hond blijft het bij hem, ligt aan zijn voeten als hij aan tafel zit.


    Gaat het in beide boeken over dezelfde jongen, over hetzelfde verdriet?

    ‘Zonder het te willen hebben over een trilogie is Het hoogste goed het eerste deel. Dit boek is het tweede deel en in mijn computer zit het derde boek, net zo’n kleine roman als de eerste. Alle drie zijn ze compleet verschillend maar komen uit dezelfde bron. In het Het hoogste goed gaat het over verdriet. Daarin werd de pijn uitgewerkt, ik huilde elke regel die ik schreef. Dit boek, het tweede, kon ik met meer afstand schrijven en gaat over vergiffenis. Het derde boek, dat ik schreef tussen 2020 – 2022, is confronterender.’ 


    Er is een zus die Ik probeert  te bereiken, maar het zijn vruchteloze pogingen. Het maakt verdrietig over deze pogingen te lezen. Wat is er met de zus?

    ‘Je bent de eerste die me hier naar vraagt. Soms blijven mensen achter, komen ze niet mee in het leven dat je gekozen hebt. Ik verstoot zijn ouders, hij ziet ze nooit meer, wat begrijpelijk is. Maar hij laat ook zijn zus achter. Zij is eigenlijk het echte slachtoffer, de geofferde. Zij kon haar ouders niet verlaten, Ik liet haar daar achter. Meer dan alle andere dingen in het boek laat dit de eenzaamheid van Ik zien. Zijn zus was de enige die hij kon vertrouwen, waarmee hij zich wilde verbinden, en dat is niet gelukt.’ 


    Voorin het boek is een citaat van Milan Kundera opgenomen. Wat betekent deze schrijver voor u?

    ‘Ik ben schatplichtig aan Milan Kundera. Hij is de schrijver die me initieerde tot een vorm van fragmentarisch schrijven. Het heeft jaren geduurd voor ik zo kon schrijven. Kundera stopt politiek, engelen (er komen twee engelen in Bajani’s boek voor I v/d G) en seks in zijn boeken. Zo te schrijven als hij schreef, was een manier om hem te eren, mijn dankbaarheid aan hem te tonen.
    Ik was zeventien toen ik hem voor het eerst las. Zijn boeken waren metafysisch, in eerst instantie begreep ik niet alles. Ik kon hem in zijn schrijven niet opvolgen. Ik vind ook dat je als beginnend schrijver eerst op de traditionele manier moet leren schrijven. Pas na vijftien jaar werd Kundera’s manier van schrijven een keerpunt in mijn leven. Je moet eerst sterk in schrijven worden om een puzzel te kunnen schrijven. Kundera is nu vergeten. Toen hij in het Frans ging schrijven, verloor hij iets.’


    Heeft u er wel eens over gedacht uw boeken in het Engels te schrijven?

    ‘Ik geef les in het Engels, mijn leven is in het Engels, tachtig procent van de boeken die ik lees zijn in het Engels. Deze taal heeft een grote invloed  op mijn Italiaans. Taal is ook een houding, door het Engels ben ik veel directer geworden. Maar ik zou niet in het Engels kunnen schrijven. Ik ben verweven met mijn taal, mijn herinneringen zijn in het Italiaans. Ik zou iets verliezen als ik in het Engels zou schrijven.’ 


    Wordt met het verschijnen van het derde boek dat nu nog in uw computer zit, een periode afgesloten?

    ‘Elk boek dat ik schrijf voelt als het laatste, maar het is belachelijk als schrijver te denken dat je je laatste boek hebt geschreven. Met Het boek van de huizen dacht ik alles gezegd te hebben. Maar schrijven is een manier van denken, een manier van leven. Een schrijver zoekt naar de zin van het leven en als je die gevonden denkt te hebben, dan is dat je laatste boek. Maar gelukkig komt er steeds opnieuw iets dat onderzocht moet worden, en dat wordt dan weer een idee voor een boek dat geschreven moet worden.’

     

     

    Foto: Emiliano Ponzi


     

     

     

     

     

     

     

    Het boek van de huizen / Andrea Bajani / vertaald door Manon Smits / Uitgeverij Van Oorschot

     

     

  • Andrea Bajani toont dat schrijven meer is dan een ambacht

    Andrea Bajani toont dat schrijven meer is dan een ambacht

    Indien het een schrijver niet lukt om een eigen stijl te ontwikkelen, kan hij maar beter een ander beroep kiezen. Maar is schrijver eigenlijk wel een beroep? Andrea Bajani laat zien dat schrijven veel meer is dan een ambacht, hij kan met recht een scheppend kunstenaar genoemd worden. In zijn verhaaltrant ontdekken we dingen die nog nergens anders zijn vertoond. Zonder er een uitputtende opsomming van te geven weet hij beelden op te roepen van een verwoestende oorlog waarin de meest verschrikkelijke misdaden worden bedreven. De lezer krijgt ruimschoots de gelegenheid om in zijn fantasie het verhaal naar eigen inzicht aan te vullen waardoor een levendig beeld ontstaat van de mensen en de huizen waarin ze wonen.

    De hoofdfiguur Pietro wordt gevolgd in verschillende levensfasen. In zijn jeugd wordt hij, vaker dan hem lief is, uit school gehaald door zijn grootvader Mario, die wordt uitgebeeld als een wandelend skelet. Mario heeft een oorlogsverleden, de gevolgen hiervan doen hem uiteindelijk belanden in een psychiatrische inrichting. Tijdens een wandeling dwingt Mario aan Pietro de belofte af om hem op te zoeken in de inrichting, het blijft verder onduidelijk of Pietro deze belofte ook nakomt.

    Pietro wordt jaren later onderwijzer en woont dan samen met Sara. Zij hebben een vurige kinderwens die ondanks alle pogingen daartoe niet wordt vervuld. Ter compensatie nemen ze een hond maar niets helpt, de spanningen lopen hoog op en hun appartement wordt een pakhuis vol obsessies waarin de kamer opzwelt van hun woede. Op een dag ligt er op de keukentafel een briefje met daarop de boodschap ‘Je moeder heeft gebeld, Mario is dood. 
Sara is vertrokken en keert nog één keer terug om haar meubels op te halen, wel blijft zij contact onderhouden met de moeder van Pietro.

    Op een dag krijgt Pietro van zijn moeder een enorm groot koekblik met daarin allerlei voorwerpen die aan Mario hebben toebehoord. Een bril, een trouwring, een horloge, medailles en vooral veel foto’s. Uit deze foto’s blijkt dat Mario heeft deelgenomen aan, zoals het omschreven staat in een begeleidend boekje, ‘de heroïsche strijd van de troepen van het fascistische Italië die aan het Oostfront bezig zijn om onvergankelijke roem te vergaren in de strijd om de Europese beschaving’. Op alle groepsfoto’s zijn puntjes en kruisjes aangebracht. De puntjes staan voor de vermisten, de kruisjes voor de doden, de overigen leven nog.

    Er zijn vooral veel kruisjes. Er is ook een woordenboek met behulp waarvan contacten kunnen worden onderhouden met van het bolsjewistische juk bevrijde volkeren. Pietro onderneemt een reis naar Rusland, vliegt naar Moskou en reist van daaruit per bus door naar de oevers van de Don, waar hij weet dat zijn grootvader de ontberingen heeft ondergaan van de oorlog, de koude, het eindeloze lopen door de sneeuw en de krijgsgevangenschap. Pietro’s nieuwe Russische kennissen wijzen hem de plekken waar de verschrikkingen zich hebben afgespeeld en doen aan de hand van foto’s en tekeningen verslag van de gruwelijke wijze waarop Russische gevangenen werden terechtgesteld. Pietro maakt foto’s van een oud strijder, getooid met al zijn medailles en steunend op zijn krukken, de oorlog heeft hem een been gekost. Na een hartroerend afscheid van zijn nieuwe Russische vrienden en een vermoeiende thuisreis wacht Pietro een verrassing.

    Het is ongetwijfeld voor de beide vertalers Yond Boeke en Patty Krone geen gemakkelijke opgave geweest om de in het Italiaans gestelde prachtig vloeiende zinnen om te zetten in leesbaar Nederlands. Hoewel zij daar voortreffelijk in zijn geslaagd, gaat de tekst hier en daar toch gepaard met wat horten en stoten.