• Oogst week 44 – 2025

    De Burgess-broers

    De Amerikaanse Elizabeth Strout, onder andere bekend van Olive Kitteridge waarmee ze de Pulitzerprijs won en waarvan HBO een miniserie maakte, schrijft beeldend en met veel sfeer en oog voor detail. Van de Nederlandstalige Lucy Barton-­serie zijn er inmiddels meer dan 25.000 exemplaren verkocht. Deel zes, De Burgess-broers, het ontbrekende puzzelstuk in de serie, is nu ook verschenen.

    Jim en Bob Burgess zijn na het bizarre ongeluk waarbij hun vader omkwam uit hun geboorteplaats Shirley Falls in Maine naar New York City verhuisd. Jim, de elegante, succesvolle bedrijfsadvocaat, kleineerde als sinds hun jeugd zijn goedhartige broer, Bob. Hij is een advocaat bij de rechtsbijstand. Bob idealiseert Jim en heeft zich bij zijn underdog rol neergelegd er is een zekere dynamiek in hun relatie ontstaan. Totdat deze wordt verstoord door hun zus, Susan. Susan’s tienerzoon, Zach, is in de problemen gekomen, hij heeft een aanslag in een moskee gepleegd. Susan roept haar broers naar huis, ze heeft hun hulp hard nodig. De gebroeders Burgess keren eensgezind terug naar hun geboorteplaats waar ze geconfronteerd worden met de onderhuidse spanningen, die in hun jeugd ontstonden.  De schaduwen hangen er nog, de oude controverses komen aan de oppervlakte en zal hen voorgoed veranderen.

     

    De Burgess-broers
    Auteur: Elizabeth Strout
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Een verdwaalde zomerdag

    Een verdwaalde zomerdag is een verhaal over trauma’s die generaties lang doorwerken. Camille bezoekt jaarlijks het graf van haar moeder, de beroemde Zuid-Afrikaanse dichteres Astrid Viljoen. In 1965 liep zij, 31 jaar oud, op een winterochtend de zee in. Camille is ook 31 en voelt de aanwezigheid van haar moeder sterker dan ooit. Ze wil weten wie ze was en wie ze zelf is geworden.

    Tegen de achtergrond van een veranderend land met apartheid en verzet, groeide Astrid op in een wereld van regels en rituelen. Terwijl haar leven en het land veranderden en de spanningen toenamen, zocht Astrid houvast in de taal. Ze werd schrijver, trouwde en werd moeder. Toch raakte ze steeds verder verstrikt in verlies, ze hunkerde naar vrijheid en dat in een door onrust verdeeld land. Een verdwaalde zomerdag is losjes gebaseerd op het leven van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker (1933 – 1965).

    Janneke Lidewij Siebelink (1974) groeide op in een schrijversgezin als dochter van Jan Siebelink. Ze schreef familiegeschiedenissen, werkte bij verschillende uitgevers. Ze organiseerde en presenteerde lezingen en events zoals het Kinderenboekenweekfeest. In 2022 debuteerde ze met Soms sneeuwt het in april. Een jaar later verscheen December slaan we even over, verhalen van mensen in hun laatste levensfase in een hospice.

    Een verdwaalde zomerdag
    Auteur: Janneke Siebelink
    Uitgeverij: Ambo Anthos

    Heldinnen

    In december 2009 begon Kate Zambreno, Amerikaanse novelist, essayist en literatuurcriticus,  een blog met de naam Frances Farmer is My Sister.  De blog groeide uit tot een onlinegemeenschap met o.a. feministen die de verstikkende patriarchale kijk op het kunstenaarschap bespraken. In 2013 verscheen het boek Heroines, dat nu pas in het Nederlands is vertaald. In Heldinnen wordt aangetoond hoe vrouwen hebben bijgedragen aan het werk van hun man maar daar nooit voor werden erkend.

    Vivienne Eliot, Jane Bowles, Jean Rhys en Zelda Fitzgerald, om er een paar te noemen, waren vrouwen van beroemde schrijvers, ze waren hun muzen. Dat ze zelf ook schreven deed er nauwelijks toe; hun bijdragen aan het werk van hun echtgenoten werd niet genoemd. Erger nog, niet zelden werden ze ondergebracht in psychiatrische instellingen.

    In Heldinnen schrijft Zambreno essay-achtig de ‘schaduwgeschiedenissen’ van deze vergeten vouwen en signaleert ze hoe de geschiedenis de vrouwelijke ervaring consequent als minderwaardig wegzet. Zambreno gebruikt haar eigen leven met John, een academicus die dikwijls van universiteit wisselt, zodat ze vaak verhuizen. Net zoals de ‘vrouwen-van’ voelt Zambreno zich ook een aanhangsel, al heeft ze wel tijd om te schrijven

    Heldinnen
    Auteur: Kate Zambreno
    Uitgeverij: Koppernik
  • Zender en ontvanger

    Zender en ontvanger

    Ik las ‘To be an artist, you need to exist in a world of silence’, van Louise Bourgeois. En dacht, ‘enkel in stilte kan ik bestaan’, jawel. Dat je deuren en ramen wilt sluiten voor elke indringer in welke vorm dan ook. Gister nog riep je dat je terugverlangt naar de huistelefoon, dat je weer brieven wilt schrijven in plaats van appjes lezen en beantwoorden (of niet). Denk een envelop op de deurmat, in handschrift (waaraan je de afzender al herkent) geadresseerd. Eerst maak je koffie, dan open je de brief. De stilte die daarbij hoort. En dat je een paar dagen later, als de inhoud van de brief in zijn geheel, (fietsend naar de super, ui snijdend, zien van een film, nachtje slapen), aan je ontsloten is, pak je pen en papier. Schrijf je terug.

    Dat ik het liefst in bed schrijf, weet enkel degene die (het is nog vroeg) net uit bed is gestapt. Het moment waarop er geen input is en de verbeelding zijn werk kan doen. Laptop op schoot, notities ernaast, wifi uit.

    Jan Hanlo had geen tafel. Dat weet ik uit een brief die hij schreef aan zijn uitgever Geert van Oorschot waarin het gaat over wespen en plastic lappen die moeilijk schoon te maken zijn. ‘Men zou ze plat op een grote tafel moeten leggen en afsponsen. Maar ik heb geen tafel….’. Ik zie Hanlo op de rand van zijn bed, (geen tafel, dan ook geen stoel) met pen en papier zijn notities maken.

    Wie schrijft is de zender, wie leest de ontvanger in wiens verbeelding een verhaal ontstaat. Beelden gevormd door dingen die je weet of denkt te weten.

    Ik las een boek waarin je kunt wonen, er is een huis, een kust, een groep vrienden. Daarin verandert het beeld van de persoon op het moment dat je de beschrijving leest. ‘Ze droeg een schort zonder bovenstuk. Aan het einde van de avond zat er niet één spatje op haar blouse, wat ik mateloos in haar bewonderde.’ Eerst zie ik een schort met band langs de nek, dan een schort tot haar middel. Wat haar een ander, completer persoon maakt dan ik me eerst verbeeldde. Beelden waarmee de schrijver speelt. En dat het er zo geschreven staat zoals het moet zijn.

    Ik zou het een gelaagd boek noemen als ik niet zo’n hekel aan de uitdrukking had. Een schrijversboek is het. Er worden aanzetten gegeven tot het schrijven van twee romans. Over onderwerpen waarover al door verteller Anna, een schrijfdocent die op zoek is naar de juiste weergave, werd geschreven. Ze wil recht doen aan het onderwerp, waar meerdere boeken voor nodig zijn. Steeds zoekend naar de juiste woorden, een constructie waarbinnen het zijn vorm vindt. Er zijn twee verhaallijnen. Het eerste speelt zich af in 2018, de tweede begint in 1996. Anna is beginnend schrijfdocent. Ze geeft een master schrijven aan vier twintigers, net als zij zelf. Ze worden vrienden, maar niet voor het leven, zoals je graag zou willen. Anna vindt een vriendin in de Amerikaanse Emily (die je weer doet denken aan Emily Dickinson, de schrijfster die geen vrienden had, haar omgeving was haar genoeg). Zo ook deze Emily, die relaties laat lopen, Anna teleurgesteld achterlatend. 

    Ik lees de notities die ik, op alweer zo’n vroege ochtend, maakte over het boek.
    ‘Om 5.45 uur wakker. G. ook. Ik ga thee zetten, hij maakt koffie. Om 6.30 uur zitten we rechtop in bed, thee en koffie bij de hand. We lezen. Hij in ‘Moeder doen van F. Starik, ik in Tot het glinstert van Kathy Mathys. Een geweldig goed schrijfster. Haar boek houdt me vast. Zie er een structuur in die ik zou willen gebruiken. Ook daarvoor lees ik. Om structuren te ontdekken.’
    Het is een groots verhaal dat hier verteld wordt. Een verhaal om in weg te kruipen, in mee te bewegen.

     

    Tot het glinstert / Kathy Mathys / 327 blz. / Ambo Anthos


    Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over wat zich in de kantlijn van de literatuur begeeft.

  • Als een lichtflits op het water

    Als een lichtflits op het water

    Walvistij, de debuutroman van de Engelse auteur Elizabeth O’Conner, speelt zich af in 1938. Manod is een slimme, jonge vrouw die met haar vader en zusje op een eilandje voor de kust van Zuid-Wales woont. Ze heeft op school meer opgestoken dan de meeste andere eilanders. Als één van de weinigen spreekt ze Engels en fantaseert ze over een studie op het vasteland. Een droom waarin weinigen haar steunen. Zelfs haar vader niet.
    Manod is achttien jaar en net van school af als ze er alleen voorstaat en niet zo goed weet hoe het verder moet. ‘Ik wist dat de meeste meisjes aan hun moeder vroegen wat ze moesten gaan doen als ze van school af waren, wat ze met mannen moesten doen, maar ik had geen moeder om dat aan te vragen. Bij elke beslissing die ik nam had ik het gevoel dat ik een vis probeerde te vangen die pas bestond als ik hem gevangen had.’

    Als twee antropologen van het vasteland het eiland aandoen om de plaatselijke gebruiken te onderzoeken, lijkt het tij te keren. Manod gaat voor ze werken. Ze vertaalt liedjes, tolkt bij gesprekken en geeft uitleg over de gebruiken en legendes van het eiland. Als de vriendschap tussen Manod en Joan en Edward lijkt te groeien, denkt en praat ze er steeds openlijker over om het eiland te verlaten en te gaan studeren. Maar net als de walvissen uit een oude eilandlegende lijkt ook haar hoop op een ander leven sneller dan snel uit beeld te verdwijnen. 

    Walvislegendes en botsende waarden

    In de oude eilandlegendes verbeelden walvissen verdronken dochters die voor even zijn teruggekeerd, verloren dochters ‘die soms aan de oppervlakte kwamen, maar altijd weer in de diepte verdwenen’. Dus toen er een walvis aanspoelde op het eiland was dat tegelijkertijd de thuiskomst van een vertrouwd familielid én een nakend verlies. Een verlies dat de walvis ook Manod zou laten voelen, alhoewel het bij haar niet het verlies van een dochter betrof, maar van haar moeder.

    Voordat dat verlies zich echter aandient schetst O’Conner een schril contrast tussen botsende waarden. Een contrast dat teruggaat op de werkelijkheid. Want alhoewel Walvistij zich op een fictief eiland afspeelt, zijn de gebeurtenissen die O’Conner beschrijft gebaseerd op de recente geschiedenis van kleine Brits-Ierse eilanden, waar leegloop regel was en waar vastelanders veelal karikaturaal over dachten.

    Zo ook Joan en Edward. Ondanks hun gewichtig aandoend onderzoek, vinden zij het eiland vooral amusant en charmant. Het gaat hun niet zozeer om hoe het echte eilandleven is, maar om hun eigen idee erover. Zo vragen ze een visser bijvoorbeeld om het water in te gaan terwijl geen eilander dat ooit zou doen. Niemand op het eiland kan immers zwemmen. Het is één van de vele beelden die verraden dat de antropologen en bewoners een totaal verschillende blik op het leven op het eiland hebben. Manod realiseert zich dat ook ‘met een steek in haar borst’ als ze de studie-aantekeningen leest. Ze herkent de eilanders niet waarover Joan schrijft.  

    Gestrande walvis

    Het verschil tussen het Engelse en het eiland-denken komt het meest pregnant naar voren in de omgang met de gestrande walvis. Waar eilanders de walvis bij de eerste tekenen van verrotting als een overleden familielid met bloemen sieren en vereren, hebben vastelanders het vooral over de gebruikswaarde. En terwijl de Engelsen olie en blubber van de rottende walvis als brandstof afvoeren, en organen en huid als hondenvoer en kunstmest, ontfermen de eilanders zich liefdevol over het achtergelaten skelet. Die stoffelijke resten van de walvis bieden de eilanders troost. Zo ook Manod, die terwijl haar hart bloedt, in de schedel van de walvis een herinnering aan vroeger vindt. En er vertrouwen uit put voor de toekomst.

    Walvistij is een knap gestileerd boek over een zoekende maar zelfbewuste jonge vrouw. De beknopte stijl verraadt O’Conner’s ervaring met het korte verhaal, waar ze er al vele van schreef. Ze won er in 2020 de White Review Short Story Prize mee. Walvistij is haar debuutroman, waarmee ze laat zien ook het langere verhaal aan te kunnen. Een verhaal waarin Manod weliswaar de hoofdpersoon is, maar de hoofdrol is voorbehouden aan het eiland zelf. Een eiland dat, als alle mensen als walvissen in de diepte zijn verdwenen, pas volledig zichzelf zal zijn, ‘als een lichtflits op het water’.

     

     

  • Oogst week 10 – 2024

    Ik kom hier nog op terug

    Schijn en werkelijkheid lopen door elkaar en het verleden is prominent aanwezig in Ik kom hier nog op terug van Rob van Essen. Hoofdpersoon Rob Hollander, journalist en voormalig student filosofie wordt naar Los Angeles geteleporteerd waar hij is uitgenodigd door een oude studiegenoot die een tijdmachine heeft uitgevonden. Deze Icks geeft hem de mogelijkheid om vijf keer terug te reizen in de tijd waar hij gemaakte fouten uit het verleden kan goedmaken. In die tijdreis stuit hij op een traumatische gebeurtenis uit zijn jeugd.

    Voor het zover is schildert hij bruggen in Amsterdam. Een journalist komt langs: ‘”Waarom gaat een jongetje van acht jaar in zijn eentje een donker bos in? Ik heb Gertjan Aalderink en Gertjan Baan gesproken, die zaten toen bij u in de klas toch? Die hebben u het bos in zien gaan, zelf durfden ze niet, zeiden ze.” Hij had zijn kwast nog eens in de verf gedoopt. “Kunt u zich er niets meer van herinneren?” Die vraag had ze niet moeten stellen. Nu kon hij haar antwoorden dat hij er zich inderdaad niets meer van kon herinneren, hoe oud was ik, precies, u zei het net al, acht, negen, het is lang geleden. Hij weet alles nog. Daarom leest hij alles wat los en vast zit, als het maar verzonnen is. Hij zit onder de lamp en wil verzonnen zijn. Hij is een verhaal. Met een begin en een einde.’

    Alledaagse werkelijkheid bestaat bij de auteur niet. Ook dit meeslepende verhaal heeft de verbluffende wendingen en het geloofwaardig absurdisme waar Van Essen patent op heeft.

     

    Ik kom hier nog op terug
    Auteur: Rob van Essen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    In de mist van Golden Gate Park

    Met Wees onzichtbaar (2017) vestigde de vertelstem van Murat Isik zich voorgoed in de Nederlandse letteren. Het boek vertelt het verhaal van de vijfjarige Turkse Metin die met zijn moeder, zusje en ongelukkige, gewelddadige vader in de Bijlmer, een getto, komt wonen. De gevoelige en intelligente Metin weet het milieu te ontstijgen, net als zijn zus en ook zijn moeder, over wie Isik in 2019 het boekenweek-essay Mijn moeders strijd schreef. Wees onzichtbaar is los gebaseerd op Isiks eigen leven. Het boek werd een bestseller en won belangrijke prijzen. Zijn debuutroman Verloren grond (2012), over een familie in een door de Armenen gesticht Turks dorp, beleeft inmiddels de zeventiende druk.

    In de mist van Golden Gate Park bevat eveneens veel autobiografische elementen. Hoofdpersoon Metin gaat, net als Isik een half jaar deed, rechten studeren in San Francisco. Het is 2001. Waar hij in Amsterdam een teruggetrokken iemand was, is hij vastbesloten in zijn nieuwe leven de regie te pakken, zich van zijn oude leven te ontdoen en de ‘cool boy from Amsterdam’ te worden. Maar het vooruitzicht om zijn verdere bestaan in het keurslijf van de jurist door te brengen beklemt hem zo dat hij een uitvlucht zoekt, die hij vindt in het keuzevak Creative Writing.

    Metin stort zich op het schrijven en er komt ‘een bewijsdrang’ in hem los; hij wil gelezen worden. Hij ontmoet de naar depressie neigende Joan Springfield op wie hij tomeloos verliefd wordt. Samen gaan ze op bezoek bij de schrijver David Foster Wallace, met een voor Metin ongewenste uitkomst. Van thuis, waar het met zijn ouders niet goed gaat, komen steeds urgenter wordende mails. Hij wil zich er niet mee bezighouden en zijn autonomie beschermen, waardoor hij onaangename dilemma’s het hoofd moet bieden.

     

    In de mist van Golden Gate Park
    Auteur: Murat Isik
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Het Xoanon

    Na de Grote Oorlog is het Ottomaanse rijk verslagen. Constantinopel is bezet door de grootmachten, wit-Russische vluchtelingen stromen binnen. Hoewel in het oosten van het land een nieuwe oorlog dreigt, begint het er in de betere wijken van de stad alweer vrolijk aan toe te gaan. Deze situatie, vol overlevingsdrang en intriges, is de achtergrond van Het Xoanon, de nieuwe historische roman van Jan van Aken.

    Hoofdpersoon en vrijbuiter Beaujon, een ‘neutrale’ met een Nederlands paspoort die ‘zijn eigen geschiedenis op orde heeft gebracht’, is vanuit Colombia in Constantinopel terechtgekomen, waar hij gerieflijk leeft. ‘De papieren die ik in Barranquilla had gekocht, pasten beter bij me dan mijn officiële documenten. Ik had me daar enige tijd schuilgehouden, maar er liepen in die contreien nogal wat mensen rond die me in de eerste oorlogsjaren gekend hadden, dus toen ik een baantje kon krijgen op een schip dat uiteindelijk naar Europa zou varen, greep ik mijn kans.’

    Beaujons leventje wordt overhoop gehaald als hij getuige is van een aanslag op een antiek monument. Een kostbaar voorwerp uit de oudheid, een xoanon (een oud-Grieks houten cultusbeeld), is daarbij verdwenen. ‘De aanslag was niet gericht op de moskee, zoals ik aanvankelijk had gedacht, maar op de verbrande zuil bij Çemberlitaş die zich nu gedeeltelijk in een stofwolk hulde, als een derwisj in zijn opwervelende tennûre. (…) Ik bleef op enige afstand staan kijken. De zuil, ooit het middelpunt van het forum van Constantijn de Grote, leek nog intact, al kon ik ondanks het stof zien dat er een donker gat gaapte in de gemetselde voet van de kolom.’

    Het xoanon is Van Akens achtste historische roman. Zijn De ommegang werd in 2018 bekroond met de F. Bordewijk-prijs.

    Het Xoanon
    Auteur: Jan van Aken
    Uitgeverij: Querido
  • Oogst week 10 – 2023

    Moeder en pen

    Moeder en pen is het derde deel van de dagboeken van Mensje van Keulen. Eerder verschenen in 2006 Alle dagen laat (uit 1976) en in 2018 Neerslag van een huwelijk (uit de jaren 1977-1979). Dit derde deel bestrijkt de periode 1979-1983. Het huwelijk van Mensje van Keulen staat op springen omdat haar man L vreemd gaat en zich totaal niet bemoeit met de opvoeding van zoontje Aldo. Hoe de verhoudingen liggen blijkt uit deze passage: ‘Ik mag dan geen waarde hechten aan dromen, de droom die me vannacht kwam plagen blijft rondspoken. Van Aldo’s schedeltje zou een plakje worden gehakt. Het was iets wat moest, zoals amandelen knippen. Ik smeekte een dokter het te doen, bang dat L er te veel vanaf zou hakken. De dokter hakte er te weinig af en moest nog eens hakken. Ik snikte het uit.
    Gisteren, toen we weer thuis waren, hield ik het niet meer. Een monoloog, een huilbui. Het quasi-gezellige kaartenhuis stortte in. Weer dat hij geen kinderen wilde, dat ik dat had moeten respecteren en omdat ik dat niet had gedaan was daar zijn ontrouw uit voortgekomen. De verwijten over en weer, de wrede, vernederende woorden. Mijn hoofd bonkte steeds harder. Ik schold hem uit zonder nog naar hem te kijken, zag mijn tranen druppen op mijn pizza.
    Hij ging weg, zogenaamd naar een verjaardag, hij zal de fruitboom bedoeld hebben, al heeft hij het niet meer over haar gehad’.

    Moeder en pen
    Auteur: Mensje van Keulen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Je zult terugkeren naar Ragión

    De Spaanse schrijver Juan Benet (1927-1993) is in Nederland nauwelijks bekend. Er kwam alleen werk van hem uit bij uitgevers als IJzer en Kievenaar, die zich toeleggen op (her)uitgaven van literatuur die meer aandacht verdient dan ze ooit kreeg. Zo konden Nederlandse lezers in 2007 kennis maken met In de schemer en in 2021 met de novellen Een graf en Numa, een legende. In 2002 verscheen bij de nog kleinere uitgever De Leguaan (met speciale aandacht voor Spaanse literatuur) ook nog Dertien en een halve fabel en fabel veertien. Het is nu tijd voor een omvangrijker werk, zijn roman Je zult terugkeren naar Región, die dateert uit 1968. Het is een lastige roman omdat het als het ware aan de lezer wordt overgelaten om te bedenken wat het verhaal (en de waarheid ervan) nu eigenlijk is. Als hulp daarbij is een essay opgenomen van vertaler Vanderzee. Toen vertaler Spaans Maarten Steenmeijer de verschijning van dit boek vorig jaar in de Volkskrant aankondigde wees hij er op dat Faulkner Benets grote voorbeeld was. Die voerde de wereld niet op als ‘overzichtelijk en hapklaar, maar als een veelstemmige ervaring. Een ervaring die vanwege de complexiteit van de werkelijkheid én vanwege het menselijk onvermogen haar te doorgronden niet anders dan ondoorzichtig, labyrintisch en mysterieus kan zijn. De werkelijke werkelijkheid is, aldus Benet, een mysterie’.

    Je zult terugkeren naar Ragión
    Auteur: Juan Benet
    Uitgeverij: Kievenaar

    Scherven

    Heel wat bekender in Nederland is Bret Easton Ellis, zeker na zijn bestseller American Psycho uit 1991, dat in 2000 ook als verfilming succesvol was. Daarin werd de wereld beschreven vanuit de yup en seriemoordenaar Patrick Bateman. Geen seriemoorden in Scherven (in het Engels The Shards), zijn eerste roman na een stilte van dertien jaar. Het is een autofictioneel verslag van Ellis’laatste jaar op de Buckley highschool in Los Angeles in 1981. Het idee voor het boek drong zich al twintig jaar eerder aan Ellis op toen zijn herinneringen aan vreselijke gebeurtenissen die hem en zijn vrienden op Buckley zich zozeer opdrongen dat hij er wakker van lag. Hij kon er toen echter, wonend in New York, geen vorm voor vinden en drukte alles weg. Toen hij twintig jaar later terugkeerde naar Los Angeles en vond dat hij het aan moest kunnen, kreeg hij een angstaanval: ‘De angstaanval, en de mislukking, vonden plaats precies op het moment dat ik over de Treiler wilde schrijven, een seriemoordenaar die in het late voorjaar van 1980 de San Fernando Valley onveilig begon te maken en zich daarna, in de zomer van 1981, nog heftiger liet gelden, en die angstaanjagend genoeg op een of andere manier met ons verbonden leek – en ik werd op de avond dat ik aantekeningen begon te maken overspoeld door zo’n enorme golf van stress dat ik letterlijk kreunde van angst bij de herinneringen, de tequila die ik achterovergeslagen had weer uitkotste en op de grond in elkaar stortte’. Dat was in 2006. De angstaanval bleek alles te maken te hebben met de belevenissen in 1981. In 2020 klopte het boek opnieuw bij hem aan: ‘Ik moest het boek schrijven, ik moest ophelderen wat er gebeurd was – eindelijk was het tijd’.

    Scherven
    Auteur: Bret Easton Ellis
    Uitgeverij: Ambo Anthos
  • Oogst week 39 -2022

    Ieder voor zich en God tegen allen

    Wie ooit de film Fitzcarraldo met Klaus Kinski in de titelrol zag, zal vast nog het beeld voor zich hebben van de doorgedraaide fanaticus die zijn stoomboot de Molly Aida over modderige hellingen van de ene rivier in Peru naar de andere laat slepen. Ook in Aguirre worden we meegesleept in de bizarre gekte van een conquistador in Peru.
    Uit 1974 stamt zijn film Jeder für sich und Gott gegen alle waarin een bijzonder leven centraal staat, dat van Kaspar Hauser, de raadselachtige 16-jarige jongen die op Pinkstermaandag 1828 werd aangetroffen in Neurenberg en de bron van allerlei speculaties werd. Ieder voor zich en God tegen allen is nu ook de titel van de herinneringen van een van de belangrijkste Duitse cineasten, Werner Herzog, die de genoemde titels op zijn naam heeft staan. De in 1942 in München geboren regisseur haalt daarin herinneringen op aan de productie van zijn films, maar ook aan zijn eigen jeugd, zijn tijd in Engeland en Amerika en zijn befaamde wandeltocht van München naar Parijs, die hij beschreef in Over een voettocht door de kou.

    Ieder voor zich en God tegen allen
    Auteur: Werner Herzog
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De man uit de toekomst

    De man uit de toekomst. Het visionaire leven van John von Neumann van Ananyo Bhattacharya is een wetenschapsbiografie over de man die wel eens wordt vergeleken met Einstein maar nooit diens bekendheid kreeg. Von Neumann (1903-1957)was van oorsprong wiskundige die eens het ‘fonkelende intellect’ van de 20ste eeuw werd genoemd. Hij was een van de belangrijkste betrokkenen bij het Manhattan Project dat de atoombom ontwikkelde. Als kind al gaf hij blijk van een fabelachtig geheugen. Ananyo Bhattacharya, die onder andere voor wetenschappelijke bladen als Nature schrijft gaat in deze biografie meer in op de wetenschappelijke verdiensten van Neumann dan op strikt persoonlijke geschiedenissen. Toch vermeldt hij wel wat anekdotische details zoals het gegeven dat hij zo vaak zakte voor zijn rijbewijs dat hij het papiertje pas kreeg door de examinator om te kopen. Ook mét zijn rijbewijs bleef hij een gevaar op de weg.

    De man uit de toekomst
    Auteur: Ananyo Bhattacharya
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Strengel

    Jona Oberski (geboren in 1938) heeft veel gepubliceerd, maar dan als kernfysicus. Buiten de wetenschap is hij vooral bekend door de novelle Kinderjaren uit 1978, waarin de lezer door de ogen van een kind naar de Tweede Wereldoorlog kijkt. Zijn literaire oeuvre is beperkt tot drie romans/novellen. Daaraan wordt nu, vijfentwintig jaar na zijn laatste, een vierde toegevoegd: Strengel. Daarin probeert een man in brieven aan Liz vat te krijgen op de doorwerking van het verleden in zijn heden.
    In de tweede brief aan Liz reageert hij op haar vraag of hij misschien ergens bang voor is: ‘En of. Ik geloof er steeds meer in dat ik al zo lang als ik mij kan herinneren bang was, en ook op enkele uitzonderlijke ogenblikken na, voortdurend. Niet speciaal voor iets, of voor iemand, al herinner ik mij wel aangstaanjagende situaties en personen, maar eigenlijk voor alles en iedereen altijd, alsof het nergens speciaal op sloeg, maar algemener was, dus geen moment zonder angst’.

    Strengel
    Auteur: Jona Oberski
    Uitgeverij: Ambo/Anthos
  • Oogst week 36 – 2022

    Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes.

    Filosoof Eva Meijer heeft zich verdiept in de rol van stilte in de politieke samenleving en daarover het essay Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes geschreven.
    De veelzijdige filosoof Meijer is op velerlei gebiedt creatief. Ze maakt tekeningen, kunstprojecten, schrijft liedjes, treedt op, fotografeert, schrijft essays, verhalen, romans en artikelen. Dieren staan in haar werk centraal plus de vraag wat het is om mededier – mens – te zijn. Taal is daarbij een instrument dat niet alleen door mensen wordt gebruikt, zo betoogt Meijer. Ze liet dat onder meer zien in haar boek Dierentalen (2016).

    Het politieke discours lijkt in toenemende mate afhankelijk van het taalgebruik. Wie het meest ad rem is wint het publieke debat en luide stemmen krijgen vaak de meeste aandacht. Wat er gezegd wordt is dan van ondergeschikt belang, net als op sociale media waar iedereen bijna alles kan roepen wat hij wil. Er is ook stilte, zegt Meijer. Die kan onderdrukken, maar kan ook stil verzet zijn, of deelname aan een gesprek via luisteren. In Verwar het niet met afwezigheid onderzoekt Meijer verschillende soorten politieke stiltes en schetst ze contouren voor nieuwe politieke omgangsvormen en de rol van morele dilemma’s.

    Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes.
    Auteur: Eva Meijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De fiscalist

    De fiscalist beschrijft een man, de fiscalist Anton, die in zijn verbleekte leven op zoek gaat naar echt contact. Zijn huwelijk stelt weinig meer voor en zijn werk is meer een dagelijkse sleur dan dat hij het succesvol kan noemen. Hij beseft dat hij eigenlijk hulp nodig heeft, maar in plaats van een psycholoog te bezoeken of zelfhulpboeken of -websites te raadplegen zoekt hij het in contacten via zijn telefoon. Hij merkt al snel dat het hem weinig oplevert.

    Dan richt hij zijn aandacht op Mila Kaufman, de dochter van een van zijn klanten. Deze Kaufman bezit talloze panden in Amsterdam en Anton is voor hem en de familie behalve belastingadviseur ook een vertrouwenspersoon. Mila weet niets van Antons adoratie. Hij laat zich steeds verder gaan en ziet in haar de vrouw die hij zich zou wensen maar die zij niet is. Ze wordt een obsessie. Om zijn rusteloosheid onder controle te krijgen spreekt hij voor zichzelf voicemails in. Gaat dit Anton helpen zijn leven te herscheppen of raakt hij verder verwijderd van de realiteit?
    De fiscalist is gebaseerd op een waargebeurd verhaal waarin Ariëlla Kornmehl zelf de hoofdrol speelde.

    De fiscalist
    Auteur: Ariëlla Kornmehl
    Uitgeverij: Uitgeverij Ambo Anthos

    Rombo

    Het is 1976. In het noordoosten van Italië vindt tweemaal, in mei en in september, een hevige aardbeving plaats. De aardverschuivingen zijn enorm. Bijna duizend mensen vinden de dood onder de puinhopen, tienduizenden mensen worden dakloos en velen verlaten voor altijd hun vertrouwde omgeving. Er ontstaat een nieuw landschap waarin de kracht van het natuurgeweld zichtbaar is. Minder zichtbaar is het menselijk trauma, de taal ervoor is niet zo gemakkelijk te vinden. Maar in Rombo, de nieuwe roman van Esther Kinsky, komen zeven mensen aan het woord over de gebeurtenissen van toen.

    Ze wonen in een afgelegen bergdorp waar de aardbeving behalve in het landschap ook in de geesten van de mensen littekens heeft achtergelaten. Langzaam leren deze mannen en vrouwen woorden te geven aan de gevoelens die hun toen verpletterde levens zijn gaan beheersen. Verlies en angst kennen allen, maar de individuele herinneringen brengen ook diepere en oudere pijnen boven. Kinsky maakte er ontroerende en beklijvende verhalen van.

    Rombo
    Auteur: Esther Kinsky
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Oogst week 8 – 2022

    De ploegscharen van Deik

    De ploegscharen van Deik is de nagelaten debuutroman van Scotty Gravenberch (1970-2020). Gravenberch was op de eerste plaats schrijver, meldt zijn broer in de Volkskrant van 9 september 2020 na Gravenberchs overlijden. Hij schreef gedichten, raps en verhalen. Geboren in Den Bosch uit een Nederlandse vader en Surinaamse moeder ging hij na de middelbare school in militaire dienst, waarna hij besloot filosofie te gaan studeren en had vervolgens allerlei banen om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij werkte bij verschillende culturele instellingen, was onder meer redacteur bij het televisieprogramma Het Blauwe Licht en daarna presentator van het programma Propaganda.
    In 1998 publiceerde hij Sinterklaasje kom maar binnen zonder knecht samen met activiste Lulu Helder en stond daarmee aan de wieg van de huidige zwartepietendiscussie.

    In 2018 verscheen een voorstudie van De ploegscharen van Deik in de Revisor. Nu heeft uitgeverij Jurgen Maas de roman uitgegeven. De hoofdpersoon is een televisiepresentator van het ochtendjournaal. Zich bewust van zijn eigen paranoïde trekjes begrijpt hij nauwelijks dat mensen alles geloven wat hij als journalist voorleest. Als hij dronken fulmineert tegen doofpotten, complottheorieën, politiegeweld en opgejaagde journalisten en uiteraard de zwartenpietendiscussie gaat deze opname viral en wordt Deik het middelpunt van maatschappelijke polarisatie. Hij vlucht weg van de wereld en wil zich bevrijden van hypocrisie en leugens. Vanuit een kelder schrijft hij over uitsluiting en verzet. ‘De geschiedenis mept ons allemaal in het rond, sommigen harder dan anderen,’ zegt Gravenberch bij monde van Deik.

    De ploegscharen van Deik
    Auteur: Scotty Gravenberch
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Geluksvogels

    In 1922 stelde Luigi Pirandello zich ten taak één verhaal voor elke dag van het jaar te schrijven. De eerste novelle ging terug tot 1894, het jaar waarin hij trouwde. Toen hij stierf in 1936 had hij voor dit project 246 verhalen geschreven. In Geluksvogels is een aantal van deze novellen samengebracht.

    Pirandello had een groot psychologisch inzicht. Dat, gepaard aan – soms donkere – humor en mededogen met de mens, maakt hem tot een veelzijdige schrijver. Die veelzijdigheid is terug te vinden in Geluksvogels. De verhalen zijn onder te verdelen in surrealistisch, Romeins en Siciliaans. Zo laat hij een geëxalteerde actrice het tegen een vleermuis opnemen, toont hij Romeinse saaiheid en  kleinburgerlijkheid en maakt hij van Siciliaanse boeren groteske personages die tegen de kerk strijden. Zijn beschrijvingen van het landschap grenzen soms aan het hallucinerende.

    Pirandello schreef toneel, poëzie, romans en verhalen. Hij is vooral bekend om zijn roman Iemand, niemand en honderdduizend, een ironisch maar ook humoristisch boek. In 1934 ontving hij de Nobelprijs voor literatuur. Hij is nog steeds actueel. Onderzoek naar Pirandello en zijn werk wordt onder meer gedaan door Studio di Luigi Pirandello in Rome en de Luigi Pirandello Stichting aan de KU Leuven.

     

    Geluksvogels
    Auteur: Luigi Pirandello
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Jouw afwezigheid is duisternis

    De IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson wordt een unieke vertelstem toegedicht, een die zweeft tussen poëzie en proza. Maar hij is meer dan dat, de stem getuigt ook van groot realisme, met details die de gebeurtenissen zich voor je ogen doen afspelen. En hij beschikt over een laconiek gevoel voor humor:
    Als de hoofdpersoon van Jouw afwezigheid is duisternis in een plattelandskerk naast een kleine fjord in IJsland wakker wordt, kan hij zich niets van zichzelf herinneren en weet hij niet wie hij is. Omkijkend ontdekt hij achter zich een man, aan wie hij vraagt: ‘Bent u soms de predikant van deze kerk?’ waarop de man antwoordt: ‘Alleen maar dat ik hier zit, maakt dat mij tot predikant? Ben je dan een bisschop omdat je dicht bij het altaarstuk zit? Ben ik een buschauffeur als ik naast de bus sta, een dokter als deze kerk een ziekenhuis zou zijn, een misdadiger of een bankdirecteur als we elkaar in een bank waren tegengekomen? En als ik dit allemaal zou zijn, hoelang ben je wat je bent, want verandert het leven niet constant wat je bent, dat wil zeggen, als je redelijk in leven bent – wanneer hou je op predikant of misdadiger te zijn en word je iets totaal anders? […] Wanneer heet iemand Dingdong of Snuffel en wat is een betere naam?’ Daarna gaat hij nog even filosofisch door.

    Even later wordt deze man de gids van de hoofdpersoon met wie hij op zoek gaat naar diens verleden. Tijdens de reis ontvouwt zich de wonderbaarlijke wereld van een fjord in IJsland. Onderweg ontmoeten ze opmerkelijke personages. Een kapitein is gefascineerd door Kierkegaard en weet alles over de filosoof, een dominee correspondeert met een Duitse dichter die allang is overleden en een vrouw op het platteland schrijft een artikel over regenwormen. Bij Stefánsson zijn gewone mensen veel interessanter en ook complexer dan ze op het eerste gezicht lijken.

     

    Jouw afwezigheid is duisternis
    Auteur: Jón Kalman Stefánsson
    Uitgeverij: Ambo Anthos
  • Ode aan Ethiopische vrouwelijke krijgers

    Ode aan Ethiopische vrouwelijke krijgers

    Dat de Ethiopisch-Amerikaanse schrijfster Maaza Mengiste met haar tweede boek ‘The Shadow King’ de shortlist van de Booker Prize 2020 behaalde is een terechte prestatie. Ze heeft tien jaar aan dit boek gewerkt en jarenlang in Italië foto’s verzameld over Ethiopië, een van de weinige niet gekoloniseerde landen in Afrika. ‘De schaduwkoning’ is fictie schrijft Mengiste in het nawoord maar is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Het verhaal gaat over de belangrijke geschiedenis van Ethiopië toen de troepen van Mussolini in 1935 het land binnenvielen. Ze geeft de Ethiopische vrouwelijke strijders en soldaten die vochten en stierven voor hun land, een naam en stem om de herinnering aan hen levend te houden. 

    We staan aan de vooravond van de invasie van het Italiaanse leger. Het weesmeisje Hirut is bediende van legerofficier Kidane en zijn intrigerende vrouw Aster. Haar vader liet haar een geweer na, een Wujigra, die Kidane haar afpakt want zijn leger heeft wapens nodig. Dit vergeeft Hirut hem nooit, het zet haar relatie met haar baas en jeugdvriend van haar moeder op scherp. Aster en Hirut gaan in tegen zijn wil dat ze thuisblijven, ze besluiten mee te vechten tegen de Italianen. Hirut en Aster worden de twee dapperste vrouwen in het leger, tot ze gevangengenomen worden door de mannen van Fucelli, de Italiaanse commandant tegen wiens leger ze vechten in hun vallei.    

    Rijke poëtische taal

    De Schaduwkoning is een verhaal waarin je als lezer moet groeien om één te worden met de personages en de rijke poëtische taal. Taal die goed past bij de Afrikaanse achtergrond maar in het Nederlands wel als mooischrijverij wordt afgedaan. Het vertelperspectief is alwetend en dat maakt de stijl tamelijk afstandelijk. Mengiste schrijft vaak in de onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd wat ook afstand schept, maar ook een sterke manier is om informatie door te geven: ‘Misschien zal er vandaag ook een nieuwe gevangene worden gebracht van de plek waar hij gevonden is, en moet hij stilstaan voor foto’s. Hij zal zoals gewoonlijk weigeren te salueren en te poseren. Hij zal geen woord Italiaans spreken. Hij zal niets anders doen dan staan op een manier die Fucelli tegelijkertijd ergert en amuseert.’

    Het verhaal begint met een proloog in 1974 en eindigt met een epiloog die daar naadloos op aansluit. Daartussen vormen de scènes tussen 1935  tot 1941 een caleidoscoop van korte hoofdstukken vaak vanuit verschillende perspectieven verteld. Het zijn als het ware akten in een opera met tussenspel, koor en foto’s. Het verhaal wordt dan even op een andere manier onder de loep genomen. De foto’s zijn letterlijke beschrijvingen van het beeld dat gefotografeerd is. Dit leidt soms tot herhalingen, wat overigens niet storend is. ‘Met herhaling worden herinneringen herschept,’ zegt Kidane.

    Er komen veel namen voorbij, maar lang niet iedereen krijgt een gezicht. Zo is daar Kidane, de Ethiopische legerleider, zijn soldaten: Aklilu, Seifu en zijn zoon Tariku, Minim. Aan Italiaanse kant worden de personages van Carlo Fucelli, de wrede kampcommandant en zijn fotograaf Ettore Navarra meer uitgediept. Vooral Navarra krijgt een gezicht als belangrijke tegenspeler van Hirut. Even lijkt er sprake te zijn van een liefdesaffaire, en misschien had dat gekund als Hiruts haat voor de vijand niet sterker was. Navarra bewaart de herinnering aan de doden door foto’s te maken. Hirut bewaart veertig jaar lang Ettores herinnering aan zijn ouders, in de vorm van brieven en foto’s, in zijn ijzeren legerkistje.

    Noem je naam

    Het boek is een ode aan de vrouwelijke krijgers in de zeer ongelijke strijd tegen de Italianen met hun moderne leger, wapens en gebruik van mosterdgas. De rol van de vrouwen is niet te veronachtzamen, maar alleen Hirut, Aster en Fifi, de maîtresse van Fucelli en de kokkin, die naamloos blijft, krijgen een gezicht. Wellicht staat het personage van de kokkin voor de vele niet genoemde vrouwen. De kokkin is eerst de bediende van Aster, later wordt ze vertrouwelinge van Fifi, en speelt ze een dappere rol in het verhaal. Wanneer de krijgsgevangenen in de nieuwgebouwde gevangenis van Fucelli hun afschuwelijke dood tegemoet zien, is het de kokkin die hen als laatste toespreekt: ‘Vertel me wie jullie zijn, zegt ze. Vertel het langzaam en herhaal het drie keer, dan zal ik zorgen dat jullie bekend zijn. Ik zal een nagedachtenis van jullie maken die deze val waardig is. Zeg nu je naam. Zeg je naam wanneer je gefotografeerd wordt. Zeg hem als je in de lucht springt en leert vliegen. Laat hen niet vergeten wie ze vermoord hebben.’

    Namen zijn belangrijk zegt Mengiste in een interview, en dan vooral de namen die men bij de geboorte kreeg. Als we ze blijven herhalen wordt hun geschiedenis niet vergeten.

    Aster, de vrouw van Kidane, is een interessant personage, helaas blijven haar achtergrond en beweegredenen onderbelicht. Zij is de grote leidster die de vrouwen aanspoort nooit op te geven. ‘Aster verzamelt de vrouwen om zich heen. Aan de voet van de heuvel maken de mannen zich klaar voor de verrassingsaanval. (…) Zorg dat geen man zich terugtrekt, ren achter hem aan en keer hem met spot en liedjes. Help hem overeind als hij valt, sleep zijn lichaam weg als hij sterft. Gebruik je stem, gebruik je armen en benen, maak van je lichaam een wapen dat de Italianen nooit zullen vergeten. Het zal niet hetzelfde zijn als vechten, herhaalt ze steeds opnieuw, maar het zal je voorbereiden op de frontlinies bij het volgende gevecht.’

    Verdi als metafoor voor keizer Selassi

    En dan is daar Haile Selassi. Geliefde en verguisde Ethiopische keizer die onafgebroken naar een 78-toerenplaat van de opera Aida van Verdi luistert en zich vereenzelvigt met de Ethiopische troepen die Egypte gaan aanvallen. Zo maakt Selassi zich op voor wraak, maar voordat hij kan overgaan tot een aanval vlucht hij naar Engeland en laat zijn volk in de steek. Zonder keizer is de motivatie en strijdlust van de Ethiopische soldaten ver te zoeken. Het is Hirut die op het idee komt om Minim, de man die niets betekent zoals zijn naam zegt, maar die een sterke gelijkenis met Haile Selassie vertoont, te verkleden als de keizer. Als tijdelijke aanvoerder met de twee vrouwelijke wachters Hirut en Aster wordt hij de schaduwkoning die het volk weer moed geeft en tot een overwinning brengt.   

    Het verhaal staat bol van symboliek en stijlfiguren, zo zijn licht en schaduw veel terugkomende beelden. Of de aanwezige dreiging van de zwarte vogels als de legers zich opmaken om aan te vallen. En het geweer van Hirut, de Wujigra, die door het hele verhaal de rol speelt van verbinding met Hiruts verloren jeugd. De Opera van Verdi is een metafoor voor het leven van Haile Selassie. En de spiegeling van Hirut en Ettore is een stijlmiddel. Beide zijn gevangen in hun tijd, Hirut als vrouw en soldate. Ettore, als zoon van een Joodse vader, wiens ware gezicht hij nooit gezien heeft. 

    Mengiste schuwt gewelddadige scènes niet. Indringende beschrijvingen van moord en doodslag, verkrachting en wrede oorlogsvoering worden afgewisseld met prachtige natuurbeschrijvingen en intieme momenten tussen de personages. Toch raakt de taal lang niet altijd en blijf de lezer op afstand. Het zal voor de vertalers Karina van Santen en Martine Vosmaer geen gemakkelijke taak zijn geweest deze roman te vertalen, wat zij overigens uitstekend gedaan hebben. Al zullen Abbessijnse krijgers anno 1935 geen T-shirts gedragen hebben, de vertaling van hemd of hes was misschien beter geweest.

     

     

  • Europese Literatuurprijs naar Bosnisch-Duitse schrijver Saša Stanišić

    De jaarlijkse Europese Literatuurprijs bekroont de beste hedendaagse Europese roman die in het voorgaande jaar in het Nederlands verschenen is. Zowel de auteur als de vertaler van de winnende roman wordt bekroond.

    Dit jaar valt de prijs, die voor de elfde keer wordt uitgereikt, op de autobiografische roman Herkomst (Ambo Anthos) van de Bosnisch-Duitse schijver Saša Stanišić (1978). Het boek werd in 2019 al bekroond met de belangrijke Deutscher Buchpreis. In Herkomst schrijft Stanišić over zijn jeugd in voormalig Joegoslavië, zijn vlucht naar Duitsland begin jaren negentig en de jaren daarna.

    Uit het juryrapport: ‘Herkomst is zowel een liefdevolle en persoonlijke geschiedenis verteld vanuit het perspectief van een (klein)zoon, als een moderne en tragische Europese geschiedenis die we niet mogen vergeten. Aan het einde voert Stanišić dit op tot een compositorisch sterk staaltje schrijverschap. Vertaler Annemarie Vlaming heeft deze sprongen en lichtheid feilloos overgebracht uit het Duits. De scherpe woordgrappen en snelle, puntige, erg eigen behandeling van de taal vallen zonder enige moeite samen met het verhaal en de vertelling behoudt ook in het Nederlands overal haar natuurlijke toon.’

    De andere nominaties voor de Europese Literatuurprijs waren De jaren van Annie Ernaux (vertaling Rokus Hofstede); Meisje, vrouw, anders van Bernardine Evaristo (vertaling Lette Vos), Langs de rivier van Esther Kinsky (vertaling Josephine Rijnaarts) en De reparatie van de wereld van Slobodan Šnajder (vertaling Roel Schuyt).

    De uitreiking door juryvoorzitter Manon Uphoff vindt plaats op 6 november tijdens het festival Crossing Border in Den Haag.
    D schrijver ontvangt € 10.000 en de vertaler € 5.000.

  • Oogst week 27 – 2020

    De hel en andere bestemmingen

    Madeleine Albright (1937) werd in 1997 de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken onder Bill Clinton. Ze was lid van de Nationale Veiligheidsraad en ambassadeur voor de VS bij de Verenigde Naties. De hel en andere bestemmingen zijn haar memoires van 2001-2019.

    Toen Albright in 2001 terugtrad als minister van Buitenlandse Zaken, werd haar gevraagd hoe zij herinnerd wilde worden. Haar antwoord: ‘Ik wil niet herinnerd worden, ik ben er nog steeds en ik wil dat elke fase van mijn leven spannender is dan de voorgaande.’

    Sinds die tijd houdt ze zich bezig met schrijven, lesgeven, reizen, lezingen geven, strijden voor democratie, opkomen voor vrouwen, campagne voeren voor politieke kandidaten en haar kleinkinderen. Ze is een strijder pur sang en met haar schrijven geeft ze een stem aan miljoenen mensen die respect verdienen, ongeacht hun gender, achtergrond of leeftijd.

    Volgens de uitgever is Madeleine Albright op haar best in dit boek: ‘openhartig, grappig, persoonlijk en serieus’.

    De hel en andere bestemmingen
    Auteur: Madeleine Albright
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    De dagen

    Willem van Toorn (1935) heeft een lange staat van dienst als roman- en verhalenschrijver, dichter en essayist. Daarnaast schreef hij de biografie van Emanuel Querido, de grondlegger van Uitgeverij Querido. 

    Onlangs verscheen van hem de dichtbundel De dagen bij uitgeverij Querido. Een bundel met heldere gedichten die hun oorsprong vinden in alledaagse ervaringen en waarnemingen. Van Toorn woont een groot deel van het jaar in Midden-Frankrijk, de dagelijkse werkzaamheden daar – zoals houthakken voor de winter, omgang met eeuwenoud gereedschap, het overtrekken van kraanvogels, krijgen soms een plaats in zijn poëzie. Weer andere gedichten ontstaan uit confrontaties met de dood, zo is daar de aanwezigheid van een overleden vader, de herinneringen van Dora Diamant aan Franz Kafka, en het delven van een graf voor een kleine hond.

    Voor zijn poëzie ontving Willem van Toorn de Jan Campertprijs, de Herman Gorterprijs en de A. Roland Holst-penning 2000.

    In het juryrapport van die laatste prijs: ‘Willem van Toorn ergert zich aan het feit dat mensen betrekkelijk machteloos staan tegenover een voortdurend veranderende samenleving, die helaas ook steeds onpersoonlijker wordt, die ons haar regels oplegt en ons een bestaan laat leiden dat we niet zelf hebben gekozen. […] Dit is wat Van Toorn bezighoudt. De melancholie om het verval, de liefde voor het landschap, het ironisch geamuseerd zijn, het meegevoel, het verlangen om iets vast te houden in taal […] De taal overleeft.’ 

    De dagen
    Auteur: Willem van Toorn
    Uitgeverij: Querido

    Zeeangst

    Als jongetje van dertien was schrijver L.H. Wiener bijna verdronken, of zoals hij het zelf zegt, had hij, ‘het verdrinkingsproces zo goed als geheel ondergaan.’ Deze gebeurtenis heeft de zee tot zijn vijand gemaakt, die aldus bestreden moet worden. In zijn logboek Zeeangst doet Wiener daar verslag van. Wiener maakte als schipper met zijn vriendin en hun poes een zeiltocht langs de Engelse zuidkust en het eiland Wight.

    Naast een logboek is het ook een scheepsjournaal van een schrijver die een glas whisky brengt naar het graf van Malcolm Lowry, een saluut brengt aan Virginia Woolf. Inzake de poes die meevaart, spreekt de schrijver ook Paul Leéautaud nog aan.

    Achterin is een mooie lijst met zeilbegrippen opgenomen, zoals: ‘zeemijl – nautische afstandsaanduiding: 1.852 meter’. Dat maakt het meevaren als lezer inzichtelijker.

    Zeeangst
    Auteur: L.H. Wiener
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • De microkosmos van meneer Kang

    De microkosmos van meneer Kang

    ‘Het gebeurde allemaal op een en hetzelfde moment, haast exact gelijk’. Deze eerste zin uit Het huis met de kersenbloesem van Sum-Mi Hwang, zou zomaar in aanmerking kunnen komen voor de mooiste openingszin van 2020. Het is een lichte zin, maar ook een die een geweldige diepte verraadt door de zekere dreiging die ervan uitgaat en door de ongelijktijdige gelijktijdigheid die erin zit.
    De Zuid-Koreaanse schrijfster Sun-mi Hwang (1963) is zelf in armoede geboren en kon niet naar school, terwijl ze wist dat aan de andere kant van de wereld mensen woonden die van gekkigheid niet wisten wat ze met hun geld moesten doen. Het doet denken aan de eerste Zuid-Koreaanse speelfilm Parasite (2019), waarin hetzelfde gegeven zich op kleine schaal afspeelt. 

    Deze roman vertelt het verhaal van Dae-su Kang, die, nadat zijn vader verongelukte, opgroeit als adoptiekind in Amerika. Als volwassene wordt hij eigenaar van een goedlopend bedrijf. Als rijke, oudere man keert hij terug naar zijn geboortestad in Zuid-Korea, naar het huis van zijn jeugd. De grond waarop het huis staat, omringd door kersenbomen, had hij ooit gekocht en er een groot hek omheen laten zetten. De plek wordt door omwonenden gebruikt om te spelen, kippen te houden en groenten te verbouwen. Iets wat Kang in eerste instantie moeilijk vindt om mee om te gaan.

    Meneer Kangs verlanglijstje

    Meneer Kang heeft een hersentumor die hij ‘meneer Knobbelmans’ noemt. Hij heeft niet lang meer te leven en heeft een verlanglijstje gemaakt, dat cursief gedrukt door de hoofdstukken heen wordt gestrooid. Wensen als: koken waar ik zelf zin in heb, een instrument leren bespelen, zoals een gitaar. Dat leidt tot hilariteit bij de kinderen in de buurt die hem zien als een vreemde, rijke man.
    Kang is het type man die zich aan veel dingen ergert, aan de gaten in zijn heg, waardoor iedereen zijn tuin in kan lopen, de haan die hem elke ochtend wekt, aan kippen die zomaar eieren in zijn gras leggen, het meisje dat ongenood door de heg komt en hem nota bene zo’n ei brengt. De kip en het ei refereren aan Sun-mi Hwangs debuut, De kip die dacht dat ze kon vliegen (uitg. Atamira). Ze vormen een microkosmos in meneer Kangs tuin: ‘De kippen sidderen van angst, de katten lagen op de loer, de eekhoorns wakkerden de strijd aan.’

    Noord- en Zuid-Korea

    Die kippen, katten en eekhoorns laten ons het verhaal ook anders lezen, want hoewel dit boek een sprookjesachtige sfeer ademt, zitten er genoeg toespelingen in die op de situatie in Noord- en Zuid-Korea van toepassing zijn. De Zuid-Koreanen sidderen van angst voor Noord-Korea, Noord-Korea ligt op de loer en Amerika wakkert als een ‘eekhoorn’ de strijd aan. Noord-Korea wil de communicatie met Zuid-Korea verbreken, net zoals meneer Kang niet wil communiceren met het meisje en de oude vrouw die door zijn tuin wandelen. Het wordt op haast terloopse wijze verteld, maar de toespeling is duidelijk. Net zo duidelijk als de verdwaalde kraai of ekster die een zweefduik maakt ‘om denkbeeldige bomen te lossen’, staat voor de kogels die volgens Zuid-Korea vanuit het Noorden worden afgevuurd op een bewakingspost aan de grens, wat uiteraard de gesloten poort van de tuin van meneer Kang is. 

    Anders kijken naar de dingen

    Sun-mi Hwang weet het karakter van meneer Kang raak uit te tekenen en geeft telkens een stukje van zijn persoonlijkheid prijs. Zo komen we steeds meer te weten over zijn pleegouders in Amerika, maar hij ontdekt ook dat de mensen in zijn omgeving het niet zo kwaad bedoelen als hij in eerste instantie dacht. Hij gaat zich daardoor steeds minder aan de dieren en de mensen om hem heen ergeren en begint ze met andere ogen bekijken: ‘Hoe zou de wereld ooit veranderen, zonder mensen die buiten de gebaande paden traden?’ 

    Het huis met de kersenbloesem is een sprookjesachtig verhaal, fraai geïllustreerd door de Japanse kunstenares Nomoco en in soepel Nederlands vertaald door Mattho Mandersloot. Het leest als een metafoor voor Noord- en Zuid-Korea waar de spanningen nu weer dreigen op te lopen.