• Verhalen die achterblijven op je netvlies

    Verhalen die achterblijven op je netvlies

    Van die dagen is Amanda Maxwells tweede bundel met twaalf korte verhalen. De Nieuw-Zeelandse schrijfster woont in Australië en die ‘kiwi’ en ‘down under’ sfeer is voelbaar in haar verhalen. Maxwell beschrijft haar personages met veel oog voor detail en een heldere stijl, die onherroepelijk nabeelden oplevert. Tussen de regels door komen het verlangen en ongemak van de heel diverse protagonisten naar boven. De verhalen ogen realistisch maar kantelen verschillende keren naar licht bizarre of raadselachtige situaties.

    Zoals in Moriati’s muze. Een jonge vrouw denkt dat ze stiekem is geschilderd door de grote, zeer bewonderde kunstenaar Moriati. In een tussenzinnetje wordt gesuggereerd dat de man dood zou zijn, wat de plot meteen op scherp zet. Het schilderij dat hij van de vrouw maakte, staat op een goede dag in de bushalte waar ze onbewust poseerde. Zij neemt het mee naar huis en samen met haar vriendje denkt ze er veel geld voor te vangen. Ze kopen alvast een dure sportauto. De ex van het vriendje is de vertelster. Ze is jaloers en wil ook op een schilderij van Mortiati staan. In hetzelfde bushokje trekt ze haar kleren uit en gaat in de vrieskou naakt poseren in de hoop dat de schilder haar ziet.

    Ook Denkbeeldig kaarten met Jeremy neigt naar het bizarre, tragikomische. Een stel is in de nacht op weg naar de bergen om een aanhanger sneeuw te halen, zodat een groepje (terminaal) zieke kinderen er op de parkeerplaats voor het ziekenhuis nog een keer mee kan spelen. De jongen en het meisje vallen op elkaar, maar die verlangens worden niet uitgesproken, integendeel over de zaken die hen werkelijk bezighouden zeggen ze niets. Tijdens de rit verschijnen er vreemde tekens onderweg, een dode koeienkop en schreeuwende eksters, die het verhaal dat als een droom afloopt een horrortintje geven.

    De bunker speelt op een legerbasis nabij Singapore, waar tal van families wonen. Wanneer de ouders naar de begrafenis van de generaal gaan, blijven twee meisjes van 10 en 13 alleen thuis met de Chinese huishoudster. De drie buurjongens zijn ook alleen thuis, ze lokken de meisjes mee een bunker in, wat tamelijk dramatische en gewelddadige gevolgen heeft.

    In Trampolinedagen keert Ella in gedachten terug naar haar jeugd, toen ze met haar zusje altijd op de trampoline te vinden was, maar nu. ‘… was er mos gegroeid op het stiksel langs de randen van de trampolinemat.’ Ze was hem vergeten, ‘de winterse regen had zijn bestaan uitgewist.’ Om dat oude gevoel te herbeleven gaat ze er weer op, ze springt als vroeger, maar dat loopt slecht voor haar af.

    Personages met zelfspot

    Verlangen is het voornaamste thema in deze bundel. Verlangen om erbij te horen, verlangen naar een verloren jeugd, verlangen om geslaagd te zijn, of gezien te worden door de persoon die je heimelijk bewondert, zoals in Ik ken jou, maar jij kent mij niet. De naamloze ik denkt dat ze de beste vriendin is van Mae, een wereldberoemd en beeldschoon topmodel, die beschermd door bodyguards door het leven gaat. Terwijl de ik te dik en eenzaam thuis op de bank zit, weet ze, of hoopt ze dat Mae haar ziet staan. Als Mae het uitmaakt met haar vriend heeft ze haar vriendin nodig om bij uit te huilen. Eindelijk kan de ik er voor Mae zijn. ‘Ik zeulde net mijn dikke reet van William Street op in de richting van het Coca-Colareclamebord toen ze belde.’ Het contrast tussen beide vriendinnen kan niet groter zijn en gaandeweg wordt de ik-verteller steeds onbetrouwbaarder.

    In Wat valt er te snappen gaat het om drie tieners. Zus schildert niet onverdienstelijk, ze maakt kunst, waar haar tweelingbroer Louie niets van moet hebben. Hij steekt behoorlijk grof de draak met haar. Tot haar vriendin komt voor wie hij als een blok valt. Natuurlijk zal hij dat niet laten merken. ‘Maar eerlijk is eerlijk, bij hoge uitzondering, en altijd onbedoeld, doet ze (Zus) iets wat echt indruk op je maakt en dan ben je eigenlijk best trots op haar en heb je bijna zin om haar een vriendschappelijk, ouderwets schouderklopje te geven. Bijvoorbeeld als ze een nieuwe vriendin blijkt te hebben die knap is en tieten heeft.’

    Het goede van dit verhaal is dat het in de je-vorm en onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd is geschreven vanuit het perspectief van het pesterige broertje. ‘Er is niets leukers dan tegenover je kwaadaardige tweelingzus aan de keukentafel te gaan zitten en een van haar tubes acrylverf uit te knijpen alsof het tandpasta is. “Hé, hou daarmee op,” zal ze janken.’
    Vervolgens ontstaat een cynische ruzie waarin het onvermogen van de broer om aardig te doen en zijn bewondering voor zijn zusje te tonen er vanaf druipt. Dat hij uiteindelijk zelf ook ‘kunst’ maakt wil hij niet geloven.

    Maxwell beschrijft het onvermogen van de pubers en jong volwassenen haarfijn, ze verstaat de kunst om grote, moeilijke gevoelens heel klein te beschrijven, of ze helemaal niet te beschrijven, maar te laten zien met onderkoelde humor, tragikomische details en zelfspot van haar personages. Van die dagen is uitstekend vertaald door Ariane Schluter, Maxwells krachtige verhalen met soms schrijnende situaties die achterblijven op je netvlies komen ook in het Nederlands tot leven.

     

     

     

  • Als ik dat had geweten – Amanda Maxwell

    In de verhalenbundel Als ik dat had geweten zet Amanda Maxwell op komisch-aarzelende toon ongemakkelijke en absurde situaties neer. Het onhandig balanceren van haar personages tussen jeugd en volwassenheid weet zij precies te treffen.
    ‘En toen gebeurde er iets wonderlijks: ik hoorde een geluid. Het klonk niet als een vliegtuiggeluid of het geluid van een glas dat op de grond viel, maar alsof er iets werd gefluisterd. Het kwam van heel dichtbij. Ik keek naar het meisje naast me. Ze sliep. Toen hoorde ik het weer.
    ‘Shhh,’ klonk het.
    Toen ik omlaag keek, deed ik een heel griezelige ontdekking. Het geluid kwam van de glossy op mijn schoot. Ik tilde het tijdschrift voorzichtig op en bracht heel langzaam mijn oren in de richting van Scarlett Johanssons lippen.’

    Amanda Maxwell is geboren in Nieuw-Zeeland, maar woont in Sydney. Enkele van haar verhalen werden eerder in Nederland gepubliceerd in Vice Magazine. Een deel van haar geschreven werk wordt als kunst geëxposeerd in een aantal grote galeries in Australië. Als ik dat had geweten is haar debuut.

    Op de website van Athenaeum Boekhandel staat een (engelstalig) interview met haar.

    Als ik dat had geweten

    Auteur: Amanda Maxwell
    Vertaald door: Boukje Verheij
    Verschijnt bij: Uitgeverij De Harmonie (oktober 2010)
    Prijs: € 16,90