• Lees het of leg het weg

    Lees het of leg het weg

    Bijna driekwart van alle Nederlandse vrouwen wordt ooit slachtoffer van seksuele intimidatie. Dit blijkt uit onderzoek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ook staat er dat seksueel geweld binnen huiselijke kring het meest voorkomt. Geen gezellige data. De één vraagt zich af hoe dit in ’s hemelsnaam kan, de ander verbaast het allang niet meer. De één een gemiddelde man, de ander massa’s Nederlandse vrouwen, onder wie Alma Mathijsen. Zij schreef Onderland, een roman over traumaverwerking na seksueel misbruik. Hiervoor sprak ze daadwerkelijk met negen andere slachtoffers en ontdekte hoe elk heeft leren omgaan met een pijnlijk verleden. ’Ze zijn vreselijk gul geweest. Zij hebben me alles gegeven, hun levens en hun gereedschappen, zonder hen was ik ten onder gegaan in alle mogelijke werelden,’ zegt hoofdpersoon Harper over haar medeslachtoffers.

    Ongemak

    Onderland is geen lekkere lectuur. Het bevat kunstgrepen die afstotend werken, maar gaandeweg wordt duidelijk dat Mathijsen dit bewust doet. Lezen over trauma hoort namelijk geen plezierige ervaring of een traktatie te zijn. Geldt dat immers niet ook voor praten en schrijven over trauma? Het helpt niet, het heelt niet, het behaagt al helemaal niet. Mathijsen laat geen ruimte voor relativering en luchtigheid. Trauma is een eeuwig etterende wond, humor een handvol zout dat je er niet in moet wrijven. Niet-misbruikten kunnen er beter hun empathie mee op smaak brengen.

    Geen moment pleaset Mathijsen. Ook qua tempo en souplesse zet ze de lezer flink aan het werk: ze vertelt nu eens traag en stroef, dan weer gehaast en associatief. Een koortsdroom die nuchter beschouwd nergens op slaat en geen samenhang vertoont. Onbegrijpelijk, kortom, voor wie nooit misbruik meegemaakt heeft. Bovendien vult Mathijsen haar roman met groteske afbeeldingen die de gruwel nog eens benadrukken. Dan is literatuur maar een keer geen lolletje of een esthetische hobby, maar een onverteerbare brok stinkende waarheid… de statistieken geven Mathijsen gelijk.

    Trauma om te lachen

    ’Een druppel bloed rolt over de binnenkant van mijn been het doucheputje in,’ begint hoofdpersoon Harper. Terug in bed herbeleeft ze haar verkrachting. Ze zakt door haar matras heen en landt op de zachtste bodem die ze ooit zal bereiken, Onderland: ’Hier durven we de gruwelijkheden van vroeger recht aan te kijken, alle monsters leven samen met hun prooi, niemand is meer bang voor wat ons is overkomen. De mensen die gebroken zijn, die zelf van brokstukken, huid en bloed een nieuwe persoon moesten bouwen, hebben zich verzameld in een land dat verborgen blijft voor ieder die niet hetzelfde heeft meegemaakt. (…) Ik ben hier en ga nooit meer weg.’ Want terug naar Bovenland, waar ze de niet-misbruikten telkens weer moet uitleggen hoe misbruik vóélt, wil Harper niet. Ze doorleeft, vecht terug en barst.

    Zoals mensen soms kunnen huilen van geluk, zo kunnen ze ook lachen van woede en verdriet. Harper doorleeft haar trauma opnieuw en slaat haar verkrachter uit het verleden van zich af. Met lotgenoot Mieke ontsteekt ze in een sardonische lach, die echter weinig met humor te maken heeft: ‘Ik flapte mijn polsen wild heen en weer om hem na te doen en barstte nog harder uit elkaar. Nu was Mieke helemaal mee. We gierden. Ik geloof niet dat twee mensen, in de bovenwereld en in dit land, ooit eerder zo hard om een verkrachting hadden gelachen. Ik rolde.’ Eenmaal tot bedaren voelt Harper zich uitgeput als na een huilbui: ‘“Ik ben doodmoe’’, zei ik en woog elk woord, “doodmoe, en niet bang.’’’

    Herstel nou maar

    Of het nu gaat om Teun, Texas, Mieke, Levi, Sanna of Mandy, iedereen in Onderland heeft met het eigen misbruikverleden leren leven. Niemand wil er meer weg, want in Bovenland – de wereld die hun het misbruik aandeed – stuiten ze op onbegrip en afstand. Buitenstaanders verwachten daar dat slachtoffers met een quick fix over hun pijn heen groeien. Gewoon een paar keer met een professional sparren en weer lekker meedraaien in het systeem. Mieke zegt hierover tegen Harper: ‘Soms ben ik bang dat al die therapie vooral daders ten goede komt. (…) Dat mannen vrolijk door kunnen gaan met kinderen verkrachten. Het kan toch allemaal weggehaald worden. Paf! Opgelost.’ En die ‘oplossing’ steekt zelfs in het veilige Onderland de kop op.

    Er paradeert een knuffelploeg door de omgeving, ook op zoek naar Harper: ‘Het had een ritme. Ik herkende het ergens van. Gesynchroniseerde voetstappen, gepaard met gesynchroniseerde mannenstemmen op lage toon. (…) ”Hé, het is oké!” Hun voetstappen kwamen dichterbij. Het soppende geluid dat alleen legerkisten voortbrengen. “‘Zit je ergens mee? Praat erover! Laat ons doen waar we het beste in zijn. Wij staan altijd voor je klaar.”’ Harper wil geen therapie: ’Ik wilde bij de anderen blijven, de mensen die ik niets hoefde uit te leggen, de lieverds. Waar niemand ooit zou zeggen: ik kan het me zo goed voorstellen.’ Precies die lege claim – ik kan het me zo goed voorstellen – stelt Mathijsen ter discussie.

    Onvoorstelbaar

    De auteur maakt identificatie met haast ieder personage uit Onderland onmogelijk. Bewust, want je inleven in een slachtoffer van seksueel misbruik, dat gáát niet. Niet echt. Ook niet als je denkt over buitengewoon veel fantasie te beschikken. De personages spreken regelmatig in raadsels over wat ze is overkomen en de omgevingen binnen Onderland veranderen sneller van gedaante dan in de wildste dromen. Er is zelfs een eufemismetuin vol bloemen, die stuk voor stuk misbruik bagatelliseren. Dan beginnen ze vanuit hun ‘genuanceerde midden’ Harper uit te schelden: ‘“Hoe moet ik je dan noemen? #MeToo-miepje? Is dat beter? #MeToo-aanjaagster? Verspreider van vage beschuldigingen van veertig jaar geleden die kant noch wal raken?’’ Ineens wist ik wat ik moest doen. “Ik kan jullie plukken.” Alle bloemen waren meteen stil. “Ik kan jullie allemaal een voor een plukken.” Ze bewogen niet meer.’

    In Onderland zijn deze boze stemmen wat lullige chrysantjes die je met wortel en al uit de grond rukt. In Bovenland, de ‘echte’ wereld, zijn ze dominante stemmen die nog altijd de definitie van misbruik bepalen. Het is te hopen dat deze dominantie op den duur terechtkomt bij mensen als Alma Mathijsen, die met Onderland het effect van misbruik laat zien. Zonder tranentrekkerij, een geruststellende lach of een bemoedigend knikje schotelt ze het ons voor: dit is het. Lees het of leg het weg, maar zeg nooit meer dat je iemand begrijpt. Want wat je niet kunt beloven, kun je ook niet menen.

     

     

  • Engagement

    Engagement

    Het is al weer even geleden dat Aafke Romeijn schrijvers opriep zich te mengen in het publieke debat. De vraag die haar stuk bij me opriep, sluimerde al langer: in hoeverre zijn kunstenaars het aan zichzelf en de wereld verplicht om zich uit te spreken over – dan wel actief in te grijpen in de huidige maatschappij en de problemen die onze tijd met zich meebrengt?
    Soms voel ik me ongemakkelijk. Aan de ene kant denk ik: moet ik ook niet eens wat zeggen – over vrouwenrechten, seksisme, armoede in de wereld of over politiek? Anderzijds ben ik zo ontzettend meningen-moe. Als ik wil nadenken over rassenkwesties – vrouwenonderdrukking of wat voor onderdrukking dan ook – neig ik naar fictie. Niemand kan beter over vrouwen- en rassenhaat schrijven dan Toni Morrisson, om maar iets te zeggen. Of zij in haar romans uit eigen ervaring put of verzint, doet er niet toe. Het probleem blijft net zo actueel. Verschuil ik me hiermee achter andermans woorden, ontduik ik mijn plicht?

    Uit nieuwsgierigheid nam ik Vrouwen schrijven niet met hun tieten mee uit de bibliotheek. Misschien was die nieuwsgierigheid niet helemaal zuiver, misschien was ik al een beetje voorbereid op een lekker potje hate-reading, zoals ik Not that kind of girl van Lena Dunham enkel las om bevestigd te zien dat Dunham een vrouw-zijn bespreekt waarbij ik mij niet thuis voel.
    Er stonden goede stukken in het Tietenboek, eerlijke teksten die niet alleen over een individuele pijn gingen, maar deze juist aangrepen om een groter probleem te illustreren. Ik was onder de indruk van Alma Mathijsen en Anke Laterveer. Zoals deze vrouwen zijn aangetast, zo ben ik dat nooit. Dus kan ik alleen zeggen: wat is dat erg, hoe kunnen we ervoor zorgen dat zoiets niet meer gebeurt? Mijn plek is niet vooraan de barricade, dat is hun plek, hun pijn en niet de mijne. Indien Mathijsen en Laterveer willen, dan kunnen zij die pijn en woede prima zelf verwoorden – blijkt al uit hun teksten.
    Niet schreeuwen over iets dat niet jouw pijn is, daar geloof ik heel sterk in. Daarom vond ik het stuk van eerder genoemde Romeijn, waarin zij ingaat op de reacties die Anke Laterveer over zich heen kreeg met haar #zeghet-campagne op Twitter, nogal ergerlijk. Romeijn heeft geen ongelijk, die reacties waren vreselijk, maar is het aan haar om daarover te schrijven? En is het aan mij om daar weer over te schrijven?

    (Vermoeide zucht)

    Armoede en schending van mensenrechten zijn ook niet direct mijn pijn, dus zwijg ik daar liever over. Maar als iedereen zijn mond houdt, hoe lossen we deze problemen dan op? Daar ben ik nog niet over uit. De mensen die de moed hebben om op de barricades te gaan staan, hebben mijn bewondering. En wanneer het tijd is om mijn plek vooraan in te nemen, zal ik dat doen. Tot die tijd beperk ik me tot zorgvuldige voorzichtigheid. Er zijn al genoeg meningen. En er is een heleboel leerzame fictie.

     

     

  • Droomtaferelen en een liefdesgeschiedenis

    Droomtaferelen en een liefdesgeschiedenis

    Alma Mathijsen schreef vier toneelstukken. Dat houdt bijna automatisch in, dat ze bedreven is in het schrijven van dialogen. In haar romandebuut Alles is Carmen staan veel dialogen, die sterk, geloofwaardig en soms absurdistisch overkomen. Dat komt niet doordat de schrijfster een absurdistische roman heeft willen schrijven, maar omdat het innerlijke en uiterlijke behang van haar hoofdpersoon Carmen, nogal ongewoon en soms absurd aandoet. Ze maakt ook gebruik van lijstjes waarin ze de voorkeur van personen optekent of waarin ze scenario’s schetst. Hoe erg zal iets worden? Een top tien! Een originele manier om het innerlijk van personen voor het voetlicht te brengen. Mathijsen heeft sowieso een associatieve eigen stijl:

    ‘Bij de Febo haal ik een kaassoufflé uit de muur. Halverwege besluit ik dat Chris dit absoluut niet mag ruiken en gooi het ding hongerig in de prullenbak. Stipt 21:10 stap ik de Wetering binnen. De muren zijn bruin en de barman is lief. Ik loop de trap op. Naast het haardvuur staat een grote stoel. Een sigaret steekt om de hoek. Ik pak een stoel en zet hem naast Chris.’

    Over Carmen komen we te weten dat haar vader stierf toen ze nog een meisje was van elf, twaalf jaar. Met haar moeder en de vreselijke tantes kan ze niet opschieten. Dat is niet verwonderlijk. Carmen is excentriek en gaat soms midden in de nacht zwemmen in een van de Amsterdamse grachten. De tantes eten zuur vlees met patat en wonen op het platteland. Een groter contrast is bijna niet mogelijk. Het zorgt ervoor dat je sterk beleeft dat Carmen er alleen voorstaat. En niet dat de hele wereld om haar draait, zoals je ook zou kunnen opmaken uit de titel. Ze heeft een vriend, die Engels spreekt, maar haar maar matig boeit. Met hem spreekt ze een mengeling van Engels en Nederlands. Wanneer ze Chris ontmoet, wordt ze waanzinnig verliefd. Haar liefde krijgt opera-achtige dimensies (Carmen?). En ze raakt er hopeloos in verdwaald, verliest zichzelf. Met Chris is alles vanzelfsprekend, met de rest van de boze buitenwereld steeds minder.

    ‘”Doorzwemmen.” Het is heel erg rustig. Hij klautert aan wal. Dan steekt hij zijn handen onder water, aan mijn oksels tilt hij me omhoog. Ik ril. Hij trekt me mijn jurk uit. “Nu drogen,” zegt hij streng. Samen liggen we op de warme steiger. Mijn rug begint langzaam weer te gloeien. Chris pakt mijn hand vast, zijn hoofd rolt naar me toe. “Ik vind je echt leuk,” zegt hij.’

    De ouders van Chris hebben een appartement in Parijs en Carmen reist naar deze stad om de familie te ontmoeten. De ouders zijn afstandelijk vriendelijk, maar vooral nietszeggend en Chris weet zich met de situatie niet zo goed raad. Hij is een nogal cerebrale, gevoelige jongen. Populair bij de meiden en jongens en achteloos in de omgang. Carmen neemt op een feest drugs in en raakt Chris halverwege kwijt. Dit is de voorbode voor wat onherroepelijk komen gaat. Ze raakt Chris ook kwijt, die dat aankondigt met de bekende zin: ‘We moeten eens praten…?’ Carmen stort in, wordt getroost door haar vrienden, en besluit wraak te nemen. Maar de wraak is half reëel, half gedroomd. Droomtaferelen spelen een niet onbelangrijke rol in deze roman. Alma Mathijsen heeft een schitterend debuut geschreven, flitsend, origineel en prachtig van taal.