• Alice Munro lezen

    Alice Munro lezen

    Je dacht aan hoe verhalen ontstaan, hoe ze verteld worden. Dat een goed verhaal altijd vanuit de werkelijkheid ontstaat. Maar eerst. Er moesten boodschappen gedaan worden, er was een afspraak bij de tandarts. Op je verjaardag nog wel. Maar Alice Munro (1931-2024) was overleden. Nu denk je steeds aan haar verhalen. Naast Natalia Ginzburg en Marga Minco is Munro de schrijfster die je het meest bewondert.’ Je was net in het verhaal ‘Trein’ van haar begonnen, in bed. Dertien boeken met verhalen publiceerde ze. Er is behoefte aan een soort overzicht van haar leven. Een schrijver is terug te vinden in zijn boeken. Je speurt het internet af op zoek naar boeken van haar die je nog niet hebt. Je vindt Het uitzicht vanaf Castle Rock. Verhalen over haar familie. In het voorwoord schrijft Munro hoe ze in de jaren negentig geïnteresseerd raakte in de geschiedenis van haar familie. Ze begon er verhalen over te schrijven die ze evenwel niet publiceerde.

    ‘Deze [verhalen] nam ik nooit op in de bundels met fictie die ik om de zoveel tijd samenstelde. Waarom niet? Omdat ik vond dat ze er niet bij hoorden. Ze vormden geen autobiografie, maar kwamen dichter in de buurt van mijn eigen leven dan de andere verhalen die ik had geschreven, zelfs die in de eerste persoon. In die verhalen had ik wel van persoonlijke gegevens gebruikgemaakt, maar er daarna van alles en nog wat mee gedaan. Omdat ik in de eerste plaats een verhaal wilde vertellen.’ 

    Haar verhalen zijn plotloos, als het echte leven. In het verhaal ‘Trein’ neemt het leven van een jongeman verschillende wendingen, waardoor je niet kunt stoppen met lezen, want hee, wat gebeurt er hier. Je denkt aan boodschappen, tandarts. Je denkt, nog even. In haar verhalen legt Munro niets uit over het hoe en waarom van haar personages, ze plaatst je er middenin. Je kunt niet anders dan meegaan om te ontdekken wie ze zijn.

    Als ‘s avonds de verjaarsvisite aan tafel zit waarop een stapel boeken van Munro ligt, kun je het niet laten. Je vraagt of ze Munro’s verhalen kennen. Je vertelt over het verhaal dat je die ochtend las. Over een jongeman, Jackson die in de trein zit. Als de trein vaart mindert, gooit hij zijn plunjezak naar buiten, springt er zelf achteraan. ‘Een jongeman in goede conditie.’ Munro rept met geen woord over oorlog. Door die plunjezak begrijpt je dat hij als Canadese soldaat Nederland heeft helpen bevrijden. Hij springt uit de trein en loopt het spoor terug. Na een tijdje klimt hij over een hek, komt oog in oog te staan met een gehoornde Jersey koe. Er komt een vrouw de wei inlopen. Ze zegt dat hij zijn plunjezak moet laten vallen, dat de koe daar overstuur van raakt. Ze zegt, ‘Ik heb havermout op de kachel staan. Ik ben zo klaar met melken.’ Eenvoudige woorden.

    De jongeman doet klusjes voor haar rond het huis. Voor je het weet ben je bijna twintig jaar verder. Zijn ze in 1962 met de auto op weg naar Toronto. De vrouw moet aan een gezwel geopereerd worden. Ze wil dat niet, denkt dat het gezwel vanzelf zal verdwijnen. Ze wil omkeren, naar huis. Munro schrijft, ‘Sinds er voor iedereen ziekteverzekering was gekomen, rende iedereen maar naar de dokter, zodat hun leven een lang drama van ziekenhuizen en operaties werd, wat de periode aan het eind van je leven, waarin je mensen tot last was, alleen maar langer maakte.’ En wat je daar dan van denkt.

    Hij bezoekt haar dagelijks in het ziekenhuis, tot zijn leven weer een wending neemt. Op een ochtend loopt hij langs een appartementengebouw waar een man op een brancard naar buiten wordt gedragen. De eigenaar van het gebouw vraagt hem of hij de conciërge, want die is het, zolang wil vervangen tot hij terug is uit het ziekenhuis. De conciërge sterft, hij krijgt de baan. Drie jaar later leest hij in de krant dat de vrouw, waar hij jaren bij woonde, is overleden. ‘Niet dat hij vaak terugdacht aan de kamers waar hij samen met haar had gewoond of het werk dat hij aan haar huis had gedaan.’ Als hij geconfronteerd wordt met iemand uit zijn jeugdjaren, neemt hij opnieuw de trein. In een plattelandsplaatsje stapt hij uit. Hij ruikt de geur van zagerijen. ‘Daar was werk, in zo’n houthakkersplaats zou zeker werk zijn.’ Waar het verhaal eindigt.

    In haar laatste boek, Lief leven uit 2012, zijn enkele persoonlijke verhalen opgenomen. Je zoekt het verhaal ‘Met uitzicht op het meer’, waarin een vrouw, Nancy, naar de dokter gaat en zich in de dag heeft vergist. ‘Ze vraagt zich af of ze haar verstand begint kwijt te raken.’ Dan volgt er een verschrikkelijk goed verhaal van verdwalen in een stadje waar ze een dokter zal bezoeken die haar verstandelijke vermogens zal onderzoeken. Het blijkt een droom. Het verhaal eindigt met een korte dialoog:

    ‘Er is een vrouw hier die Sandy heet. Dat staat op het speldje dat ze draagt en Nancy kent haar trouwens ook.
    “Wat moeten we met u aan?”, zegt Sandy. “We proberen u alleen maar in uw nachtjapon te krijgen. U lijkt wel zo’n kip die bang is dat hij opgegeten zal worden. U zal wel gedroomd hebben”, zegt ze. “Waar hebt u nu over gedroomd?”
    “Over niets’, zegt Nancy. “Het was toen mijn man nog leefde en toen ik nog autoreed.”
    “Hebt u een mooie auto?”
    “Een Volvo.”
    “Ziet u wel? U bent nog helemaal bij de pinken.”’

    Sinds 2012 leed Alice Munro aan dementie. Ze was een veel gelauwerd schrijfster, haar boeken werden in vijfentwintig talen vertaald. In 2013 ontving ze de Nobelprijs voor Literuur. Na een verhaal van Munro, kun je niet meer zonder. Ze hebben de kracht je in een compleet andere wereld te laten verdwijnen.



     


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft in haar wekelijkse column over boeken.

     

     

     

  • Oogst week 8 – 2024

    Neem mijn verdriet weg, Stemmen uit de oorlog

    Bij uitgeverij Murrow (onderdeel van Uitgeverij Overamstel) is eind 2023 Neem mijn verdriet weg verschenen. Op de website van deze uitgeverij staat geschreven dat Murrow ‘staat voor goede verhalen. Voor bijzondere journalistiek. Voor non-fictie die ertoe doet. Daarom specialiseert de uitgeverij zich in boeken van geëngageerde auteurs die een verhelderend en noodzakelijk venster op de wereld bieden. Die een onderwerp vol passie op de kaart durven te zetten.’

    Neem mijn verdriet weg past naadloos in die beschrijving. De onafhankelijke Russsische journaliste en documentairemaker Katerina Gordejeva verliet Moskou in 2014 uit protest tegen de annexatie van de Krim door Rusland. Sinds de inval van Rusland in Oekraïne in 2022 is ze in gesprek met talloze gevluchte Oekraïers, veelal vrouwen, in zowel Rusland, Oekraïne en Europa om hun verhalen op te tekenen. In eerste instantie om een documentaire te maken, maar het mondde uit in het spraakmakende boek Neem mijn verdriet weg, met als ondertitel ‘Stemmen uit de oorlog’. Het is het verslag van groot verdriet, frustratie, pijn en haat.

    Gordejeva schrijft in haar voorwoord:’ De oorlog eiste levens en slingerde ons allemaal in een eindeloze spiraal van haat, maar stap voor stap lukte het me een weg te vinden door het meest hopeloze, onvergeeflijke en fatale. Ik weet hoe zwaar het af en toe was voor de protagonisten van dit boek om af te spreken en te vertellen. Soms was het problematisch om juist met mij te praten. Maar iedere keer vonden die buitengewonde mensen de kracht in zichzelf. En we hielden gesprekken.’

    Neem mijn verdriet weg is al in verschillende landen verschenen. Het is ook al voor de Russische markt geredigeerd, maar, zo schrijft Gordejeva: ‘Niet één uitgeverij in Rusland durft het aan dit boek te accepteren en te drukken.’

    Katerina Gordejeva woont momenteel in Letland, heeft een eigen YouTube-kanaal met veel volgers en is door Rusland tot ‘buitenlands agent’ verklaard.

    Neem mijn verdriet weg, Stemmen uit de oorlog
    Auteur: Katerina Gordejeva
    Uitgeverij: Uitgeverij Murrow (2023)

    Veertien dagen

    Zesendertig Amerikaanse en Canadese schrijvers kropen in de huid van evenzovele personages. De schrijvers zijn heel verschillend: beroemd, niet beroemd, oud of jong, schrijvers van thrillers en van literaire fictie. Hun personages treffen elkaar op een dak van een bouwvallig flatgebouw in Manhattan in de Lower East Side. Daar vertellen ze elkaar verhalen. De conciërge van het gebouw ontdekt het dak als eerste, maar gaandeweg wordt het steeds drukker daar bovenop een gebouw in New York. Het is voor de bewoners de enige manier om te ontvluchten uit het letterlijk dodende klimaat beneden op straat. Het is maart 2020 en de sterftecijfers van corona in New York zijn huizenhoog. Twee weken lang zitten ze daar elke avond om de tijd te doden.

    Veertien dagen is een een geconstrueerd boek, een soort raamvertelling. Het is geschreven op initiatief van de Amerikaanse schrijversorganisatie Authors Guild Foundation. Schrijfster Margaret Atwood en oud-Authors Guildvoorzitter Doug Preston houden de rode draad in het oog en zijn als het ware de architecten van het verhaal.

    Veertien dagen
    Auteur: Margaret Atwood, Emma Donoghue, Dave Eggers e.a.
    Uitgeverij: Uitgeverij de Arbeiderspers

    Spiegeldagen

    Spiegeldagen is de tweede roman van Mark Stokmans, die voor zijn debuut Land van echo’s bekroond werd met de Nederlandse Boekhandelsprijs 2023. Hoofdpersoon in Land van Echo’s is de Nederlander Herman Kruijssen. Hij vocht in de Eerste Wereldoorlog aan de kant van de Duitser en kan daarna niet meer terug naar Nederland. Hij komt na omzwervngen door Europa in 1929 in Zuid-Spanje terecht en voelt zich daar thuis. Als de Spaanse Burgeroorlog uitbreekt moet hij (weer) partij kiezen.

    In Spiegeldagen maken we kennis met de kleinzoon van Herman, Ruben Kruijssen die naar Spanje afreist om het familiehuis aldaar te verkopen. Hij kent het daar goed, hij is er in zijn jeugd vaak op bezoek geweest.
    Hij wordt geconfronteerd met allerlei vragen over de geschiedenis van zijn grootouders: wat was de rol van zijn grootvader in de Spaanse Burgeroorlog, waarom is zijn grootmoeder verdwenen?

    Spiegeldagen is een roman over geschiedenis, liefde, landschap en generaties. Over kiezen en herinneren. Over zwart, wit en grijs. Over conflicten uit het verleden die tot op de dag van vandaag van invloed zijn op de Spaanse maatschappij.

     

    Spiegeldagen
    Auteur: Mark Stokmans
    Uitgeverij: Uitgeverij Ambo|Anthos
  • Een listig spel

    Een listig spel

    Men denkt dat ik als bioloog wel van alle dieren zal houden. Dat doe ik ook. Mits ik niet onvrijwillig mijn habitat hoef te delen. De voegen van mijn woningblok worden vernieuwd. Het aanhoudende gedril is allesoverheersend. De muis die sindsdien bij me introk zoekt waarschijnlijk rust, net als ik. Hij is er nu een week. Ik begon met een diervriendelijke muizenval. Een dag en een triomfantelijk spoor poepjes later, kocht ik twee onvriendelijke vallen. Muizen kunnen ziektes overbrengen, overtuigde ik mezelf. Ik kocht zelfs lokspek. Inmiddels bén ik lawaai en dénk ik muis. Met mijn geprinte manuscript vlucht ik naar een terras.

    Het lezen is als een confrontatie met mijn spiegelbeeld. Ik, als schrijver, overstem de protagonist nog teveel. Dat moet anders. Een zin uit het verhaal Lief leven van Alice Munro achtervolgt me al dagen. De verteller noemt de naam van een buurman en eindigt de zin als volgt: ‘(…) en hij speelt geen verdere rol in wat ik nu aan het schrijven ben, ondanks zijn trolachtige naam, omdat dit geen verhaal is, maar het leven.’ Ik voel me prettig betrapt, kennelijk had ik een verwachting. Wat lees ik nou precies? Munro speelt hier een listig spel. Je weet dat ze in het verhaal zit maar je kan haar niet vangen. Haar werk, dat nota bene vaak autobiografische elementen bevat, maakt zich los van de maker. Er is die stelling dat een goed kunstwerk niet af is en zo zijn de verhalen van Munro: ze zitten vol zijpaden, er is ruimte aan de voor- en achterkant. Ze leven.

    Aan het eind van de middag zit ik bij de kapper. Om de borende blik van mijn werkelijke spiegelbeeld te vermijden, bestudeer ik de muur. Ik zie veel interessante gaten die ik perfect zou kunnen dichten met mijn nieuwe kitpistool. Dat kocht ik afgelopen weekend, na de onvriendelijke muizenvallen en het wraak-gat dat de muis in de muur had geprobeerd te knagen. De kapster vertelt dat het haar liefste wens is om één keer in haar leven go-go-danseres te zijn. Al is het maar voor vijf minuten. Ik kijk naar haar korte haar en tattoos en zeg dat me dat best een haalbare droom lijkt. Mijn escapistische ziel wenst dat ze het zal doen. Zoals de moeder die zomaar besluit te gaan acteren, uit De kinderen blijven, een ander verhaal van Munro.

    Op het internet is iedereen het erover eens dat een muis nooit uit zichzelf je huis verlaat. Toch houdt hij zich al een paar dagen gedeisd. Ik koester de stille hoop dat we samen het narratief zijn ontstegen.

     

     Familiestukken / Alice Munro, samenstelling Marja Pruis & Greta Le Blansch /  vertaling Pleuke Boyce en Kathleen Rutten


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap bij AtlasContact.

  • Vrouwen die het heft in eigen hand nemen

    Vrouwen die het heft in eigen hand nemen

    Het is natuurlijk niet evident om een bloemlezing samen te stellen van de beste verhalen van een van ’s werelds grootste auteurs. En toch was dat de uitdaging die Marja Pruis en dochter Greta Le Blansch zichzelf oplegden toen ze besloten dé verhalenbundel samen te stellen van Alice Munro, een van de ‘grande dames’ van de literatuur. Toegegeven, de Canadese schrijfster wordt niet door iedereen gesmaakt, als te feministisch opzij geschoven, maar mag toch beschouwd worden als een van de meesters van het kortverhaal in de moderne literatuur. Dat ze voor haar oeuvre in 2013 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, hoeft dan ook niet te verwonderen.

    In de inleiding van Familiestukken lezen we de correspondentie tussen Marja Pruis en haar dochter. In een uitgebreide briefwisseling motiveren ze hun keuzes. Bizar is wel dat elf van de twaalf verhalen in deze bloemlezing eerder te lezen stonden in de Engelstalige bundel met dezelfde titel, Family Furnishings, uit 2014. De verhalen draaien nagenoeg allemaal rond vrouwen met een tragische levensloop. In de selectie blijkt dochterlief een stuk strenger te zijn dan moeder die het moeilijk vindt om te kiezen. Toch komen ze er samen uit en presenteren ze twaalf zeer verschillende, en toch ook gelijkende verhalen. Dat Pruis en Le Blansch discussies hadden over welke verhalen nu de beste waren lijkt een evidentie. Elk verhaal geeft de lezer immers het gevoel van een roman te hebben verteerd. De manier waarop binnengekeken wordt in het leven van de personages is zo waarachtig, ontdaan van alle luister en sensatie, een spiegel van de eigen maatschappij waarin niet alles goud is wat blinkt.

    Verweesde personages en idem dito lezers
    Een goede keuze maken uit al die fantastische verhalen is ontzettend moeilijk. Geeft men de voorkeur aan een eerder alledaags verhaal als De kinderen blijven of kiest men eerder voor het schokkende Dimensies. Voor beide keuzes valt iets te zeggen. In het eerste geval verlaat een vrouw haar man en kinderen voor haar theaterregisseur, in Dimensies blijft een vrouw haar man opzoeken in de gevangenis nadat hij haar jarenlang fysiek en mentaal heeft mishandeld en om haar te ‘straffen’ hun drie kinderen heeft vermoord. In De Droom van mijn moeder vertelt een dochter over haar wedervaren als baby. Haar moeder, duidelijk lijdend aan een postnatale depressie, kan niet omgaan met het gehuil en ze wordt dan maar bemoederd door een zwakbegaafde tante die helemaal opgaat in haar nieuwe rol. De lezer wordt constant geconfronteerd met tegenstrijdige vormen van empathie, nu eens voor de moeder, dan weer voor de tante. In Amundsen wordt een jonge lerares plotseling en zonder enige aanwijsbare reden in de steek gelaten door haar aanstaande, die zelf eerst op een huwelijk had aangedrongen. Ook hier blijft de lezer verweesd achter.

    Wat de verhalen kenmerkt
    Het oproepen van tegenstrijdige gevoelens, het spelen met de emoties van zowel personages als lezers lijkt een van de handelsmerken te zijn van Munro. Haar verhalen vertonen nog meer gelijkenissen. Zo staat steeds een vrouw centraal, jonger of ouder, die op de een of andere manier vastzit in een dagelijkse sleur. Ze verlangt naar een ander, beter leven en tracht haar miserabele leven te ontvluchten door een radicale beslissing te nemen. Op naar de vrijheid, maar al te vaak staan de vrouwen niet stil bij het verlies van de zaken die ze achter laten. Vaak toont de toekomst dat de beslissing niet de juiste was of is het lot hen niet gunstig gezind. Een ander weerkerende techniek is dat Munro het verhaal traag op gang laat komen. Ze schetst het leven van een vrouw en werkt dan plots een herinnering uit het verleden uit die een enorme impact heeft gehad op het verdere leven van de hoofdfiguur. De sfeer die Munro schetst heeft steeds iets sombers en weemoedigs. Misschien heeft het te maken met de desolate landschappen van het Canadese platteland waarin ze zelf is opgegroeid en die ze met grote precisie beschrijft, maar wellicht heeft het meer te maken met haar schrijfstijl. In lange beschrijvende zinnen, met heel veel oog voor detail, kabbelt het verhaal langzaam verder. De lezer moet met voortdurende aandacht de woorden in zich opnemen en kan niet anders dan zelf langzaam voort te schrijden in het verhaal, samen met de zich traag ontwikkelende personages. Munro slaagt erin om in haar kortverhalen toch karakters van vlees en bloed neer te poten, karakters waarmee vele vrouwen zich kunnen vereenzelvigen. De mannen in haar verhalen zijn eerder of ‘quantité négligeable’ of blijken de monsters van dienst te zijn.

    Tijdloze verhalen
    De verhalen zijn niet van deze tijd, maar toch tijdloos. Sommige verhalen spelen zich af kort na de Tweede Wereldoorlog, andere in de jaren zestig van vorige eeuw, en hoewel tijd een belangrijke rol speelt in de verhalen, is het tijdperk waarin ze zich afspelen niet van belang. De gebeurtenissen zijn immers van alle tijden, en dat bepaalt precies de sterkte van haar verhalen. De verhalen zijn vaak herkenbaar, vaak tragisch. Vrolijk wordt de lezer er niet van, maar ze laten een diep indruk na en blijven vooral in het achterhoofd spoken als voer voor verdere gedachten en analyses, als grond van een nieuwe slapeloze nacht waarin de lezer de keuze van de hoofdpersonages telkens weer in vraag stelt en herkauwt : ‘Wat als …?’ , ‘Had ze maar …’

     

  • Ondergang en opstand

    Ondergang en opstand

    Het was een fantastische week, de week voor Pasen. Hoewel ik van hot naar haar vloog (met trein en fiets) las ik alsof mijn leven ervan af hing. Ik las een roman van een dichteres, de tweede roman van een debutant, twee vertaalde romans waarin ik halverwege was en een roman die met de post binnenkwam en dan ook nog elke dag de krant, nu ja, stukjes daaruit. O ja, en nog wat verhalen uit Teveel geluk, die ik al eerder las, van Alice Munro. Mijn lief vroeg me waar ik de tijd vandaan haalde, ik wist het ook niet. En of ik al die verhalen niet door elkaar gooide. Zodat je de protagonist uit het ene verhaal laat zitten met de keuze van die uit het andere verhaal. Dat zou dan weer een nieuw verhaal kunnen opleveren. Wat een van de redenen is waarom ik lees; verhalen voor mezelf te laten spreken.

    Zo kun je in het verhaal Dimensie van Munro blijven zoeken naar de betekenis, naar een verhaal dat uit dat verhaal komt. Er is iets vreemds met dat verhaal. Jong meisje krijgt relatie met een veel oudere man. Kort achter elkaar krijgen ze vier kinderen. De man, Lloyd,  blijkt een potentaat; heer en meester over zijn kleine gemeenschap van vrouw en kinderen. Zoals veel personages in de verhalen van Munro, lijkt het meisje niet zo met het leven dat haar geboden wordt (en zich in dit geval behoorlijk vreemd ontwikkeld) – te zitten. Als ze voor het eerst een nacht niet thuis komt, vermoord Lloyd hun kinderen. Hij verdwijnt in een inrichting. Zij gaat hem daar opzoeken. Waarom doet ze dat?

    Betekenissen hangen bij Munro boven de tekst; je voelt dat ze er zitten maar kunt ze amper pakken, alsof je betoverd wordt. Boven dit verhaal hangt een sfeer waardoor je wilt uitroepen: ‘Het is niet normaal zoals hij je behandelt; maak dat je wegkomt.’ Ik moet het opnieuw lezen om te weten wat het is dat me de adem beneemt.

    Is haar gedachte: “Wie behalve Lloyd zou zich nu nog de namen van de kinderen herinneren, of de kleur van hun ogen.” de reden om hem te bezoeken? Als ze voor de zoveelste keer onderweg is met de bus naar  de inrichting, steekt een pick-up onverwachts de weg over. Een jongeman vliegt uit de auto. De bus stopt, zij snelt zich eruit en knielt bij de jongen neer. Plotseling herinnert ze zich alle eerste hulp handelingen die Lloyd – om in geval van nood haar kinderen te kunnen redden – haar heeft geleerd. Potverdorie, het kan niet dieper gaan. Eigenlijk  is het ongelofelijk wrang dat zij het leven redt van die jongen dankzij de man, die haar eigen kinderen vermoordde. Zou Munro dat beoogd hebben vraag ik me dan af. Of was het verhaal haar ontglipt, was het een voor zichzelf sprekend verhaal geworden. Na dit voorval bezoekt ze Lloyd niet meer. Hoe meer ik over dit verhaal nadenk, hoe meer betekenissen er uit voortkomen.

    .

     

     

  • Alledaagse openbaringen

    Alledaagse openbaringen

     In Victoria, Canada, woont Alice Munro. Ze dreef er een boekhandel met haar man, voedde haar kinderen op en schreef verhalen, tussen de bedrijven door. Ze is 83 jaar en won een jaar geleden de Nobelprijs. Uitgeverij De Geus bracht een reeks vertalingen opnieuw uit, waaronder een van Munro’s eerste boeken, Levens van meisjes en vrouwen uit 1971. Het verhaalt de gang naar volwassenheid van een meisje op het Canadese platteland, die eindigt met de bewustwording van een schrijverschap.

    De acht verhalen in Levens van meisjes en vrouwen draaien om Del Jordan, opgroeiend in de jaren 40 en 50 in Jubilee, een gat in zuid-Canada. Ze woont in een huis aan de zelfkantige Flats Road. Vader fokt zilvervossen en later kippen, moeder is huisvrouw en later encyclopedieverkoopster. Onproblematische armoede. Del is slim, avontuurlijk en eigenwijs – en als ik zo doorga lijkt het een kruising tussen Het kleine huis op de prairie en Cissy van Marxveld. Nee dus. De zinnen van Munro proberen niet te behagen en haar verhalen huppelen niet voort naar een happy end. Ze draaien niet om de plot of de ontknoping, maar om onspectaculaire dingen die ons soms overkomen en die – achteraf – betekenis geven aan ons leven. , die Munro tevoorschijn zeeft uit het losse zand waaruit haar verhalen lijken opgebouwd. Geen romantische gevoeligheid of grootse concepties. En als enige moraal: het leven is wat het is en daardoor de moeite waard.

    Zo vertrouwd als adem
    In het eerste verhaal bijvoorbeeld reageert de Del Jordan (dan nog 10 jaar oud) namens de slonzig levende oom Benny, die geen oom is maar de knecht van haar vader, op een advertentie waarin een huishoudster (met kind) zich aanbiedt. Een week later is hij tot zijn verbijstering getrouwd met een agressieve vrouw die kankert op de troep in huis, het halve dorp bedreigt, haar man slaat en haar kind verwaarloost. Tot ze met de Noorderzon vertrekt, baby incluis. Met gretige verbijstering neemt Del kennis van de onthutsende wereld van de grote mensen. En ze ontdekt hoe die wereld een tegengif vindt in het huis en het gezin waarvan ze deel uitmaakt. Die ontdekking doet ze als ze in bed ligt, terwijl haar ouders in de keuken het nieuws van tien uur afwachten: ‘Ze zaten daar beneden, ver weg, in een kleine poel van licht te praten en te kaarten alsof het er niet toe deed: maar het was deze gedachte aan hen, zo prozaïsch als de hik, zo vertrouwd als adem, die me omarmde, die van de bodem van de put naar me knipoogde terwijl ik in slaap viel.’

    Er worden meer werelden verkend: de microkosmos van de dorpsschool, inclusief de jaarlijkse opwinding rond de musicalopvoering. Er is de wereld van de familie, inclusief een rijk geworden oom en twee vrijgezelle tantes die alles misprijzend bekijken, maar zorgen voor excentrieke oom Craig. Die doet in hun ogen belangrijk werk in het districtsbestuur en schrijft aan een gestaag uitdijende dorpsgeschiedenis. Daar valt hij op een dag dood bij neer. Dan is er de wereld van het geloof en de kerk (het dorp heeft er vijf). En die van de jongens en mannen, die ook de wereld is van liefde en seks. En uiteindelijk is er de wereld van de literatuur en het schrijven.

    Moeizaam vrouwelijk gedoe
    De verhalen in Levens van meisjes en vrouwen zijn chronologisch geordend, maar vallen uiteen in losse scènes, die zich weinig van die ordening aantrekken. Ze spiegelen elkaar op allerlei manieren, waardoor thema’s en motieven oplichten. Dat van de liefde bij voorbeeld: de band tussen haar ouders, de wanhopige passie van de schooljuf voor de operettedirigent, de gewenste onbehouwen handtastelijkheden van een kostganger, de pornografische versjes van een nette vriendin van moeder, de kalverliefde met die andere ‘onbeschaamd slimme’ leerling Jerry Storey. Ze troeven elkaar af in sarcasmen over de domheid van de hele wereld, maar weten geen weg met elkaar. ‘We hielden elkaars vochtige hand vast en vroegen ons ongetwijfeld af hoelang de beleefdheid vereiste dat we daarmee doorgingen. Onze monden openden zich in elkaar zoals we daarover gelezen en gehoord hadden, maar bleven koud, onze tongen rauw, als miserabele lappen vlees.’ En dan de vriendin Naomi, die beter overweg kan met de jongens en dan ook binnen een paar maanden verloofd, getrouwd en van school af is, om de rest van haar leven te slijten achter kantoorbalie en kinderwagen.

    Wanhopige waardigheid
    Een andere draad is die van de kerk en het geloof. Del bidt zoals kinderen kunnen bidden: dagelijks en veel. Haar broertje Owen spot daarmee, tot vader zijn hond moet afmaken. Dan moet zij hem leren bidden. Volgt een adembenemende scène met ongelovige Owen die op zijn knieën gaat om een niet-bestaande god te vermurwen. Del verkent de verschillende kerken en is verrukt van het Anglicaanse dorpskerkje met 12 verspreide gelovigen. ‘Ik vond veel dingen mooi: het knielen op de harde bank, het opstaan en weer knielen en je hoofd naar het altaar neigen bij het horen van Jezus’ naam, het opzeggen van de geloofsbelijdenis, die ik prachtig vond vanwege de opsomming van de vreemde, schitterende dingen waarin je moest geloven.’ En ze geniet ook van het contrast van dat alles met de sjofelheid van de kerk en de poverheid van de kerkgangers: ‘Als zij hier zijn, dacht ik, dan moet het allemaal waar zijn. Een ritueel dat in andere omstandigheden misschien kunstmatig en levenloos zou hebben geleken had hier een zekere wanhopige waardigheid. De rijkdom van de woorden die de armoedigheid van de plek logenstraften.’

    In het laatste verhaal ‘De doop’ komen liefde en geloof bij elkaar. Del ruilt Jerry in voor een bekeerde ex-bajesklant. Met hem bedrijft ze vaak en wellustig de liefde. Hij wil haar trouwen maar daarvoor moet ze eerst tot het geloof toetreden. Tijdens een zwempartij in de plaatselijke rivier eindigt de relatie, als hij Del spelenderwijs probeert te dopen en zij ontdekt dat alles in haar zich daartegen verzet. Zoveelste onuitwisbare scène.

    Zelfgemaakte limonade
    Treurend over haar verloren liefde ontwikkelt Del een nieuwe ambitie. ‘Er kwam een tijd dat de boeken in de bibliotheek niet meer genoeg voor me waren, en ik mijn eigen boek wilde. Het schrijven van een roman werd mijn levensdoel.’ Ze besluit te schrijven over de echt bestaande familie Sherrif, omdat daar gezien de dorpsroddels veel tragiek omheen hing: een dochter had zich (zwanger?) in de rivier verdronken, de ene broer was alcoholist en de andere zwakzinnig. De contouren van een felrealistisch boek vol inteelt, degeneratie en verloedering tekenen zich af, maar dan keert de zwakzinnige zoon Bobby terug in het dorp, ontslagen uit het gesticht. Op een dag nodigt hij – goed verzorgd, welbespraakt en zachtmoedig – Del uit voor zelfgemaakte limonade en cake. In plaats van ziendende gekte volgt brave conversatie, in een decor van kanten kleedjes, bijzettafeltjes en gebaksvorkjes. ‘Het was hier zo normaal dat ik met een schok besefte: dit is het huis van de Sherrifs.’ Haar woeste fantasieën lijden schipbreuk op de werkelijkheid. Later herneemt Del de schrijverij, maar anders. Ze begint met het aanleggen van lange lijsten met namen en feiten over Jubilee, net als oom Craig. Maar voor het zover is zorgt Bobby nog voor een laatste openbaring. Aan het eind van het bezoek verheft hij zich, met alle servies in zijn handen, sierlijk op zijn tenen ‘en het leek een bepaalde betekenis te hebben, een gestileerde betekenis – een letter, of een heel woord, in een alfabet dat ik niet kende.’ Nòg niet, weten we nu.

     

     

  • Oogst week 27

    Door Carolien Lohmeijer

    Van Alice Munro las ik tot nu toe alleen De liefde van een goede vrouw. Het maakte weinig indruk, maar ik geef dat met enige schroom toe omdat haar werk overal zo lovend wordt besproken, en zoveel mensen van haar boeken genieten. Het oeuvre van Munro is gelukkig groot. Er zijn voldoende andere titels te kiezen als ik nader kennis wil maken met de kwaliteiten van deze schrijfster. Munro’s boeken verschijnen al jaren bij Uitgeverij De Geus. Als laatste is daar is nu haar historische roman Levens van meisjes en vrouwen verschenen in een vertaling van Pleuke Boyce. Munro is vooral bekend als schrijfster van verhalenbundels; Van Levens van meisjes en vrouwen zou je kunnen zeggen dat het een verhalenbundel is die een roman is geworden, de hoofdpersoon, Della Jordan, komt in de verschillende verhalen steeds terug. Het is een coming out of age-roman die zich net na de Tweede Wereldoorlog afspeelt in Canada in de jaren veertig. Het gezin van Del Jordan verhuist van het platteland naar de stad. Daar wordt ze omringd door vrouwen: haar agnostische moeder, een pittige, wat bijzondere vrouw, haar moeders wellustige kostganger, en haar beste vriendin Naomi. Via hen en haar eigen ervaringen met seks, geboorte en dood ontdekt Del de donkere en zonnige kanten van het vrouw-zijn. Alice Munro, vertaling: Pleuke Boyce, Uitgeverij De Geus, 245 pagina’s, € 21,95

     

    VertelChristien Brinkgreve gaat in haar boek Vertel uitgebreid in op de kracht van verhalen. In Vertel neemt ze deze bron van inzicht in de ervaringswereld van mensen serieus. Ze luistert, vertelt, en laat zien hoe verhalen kunnen verbinden, uiteendrijven, en richting kunnen geven in een tijd waarin oude ideologieën niet meer werken en er grote behoefte bestaat aan visies waarin mensen kunnen geloven. Christien Brinkgreve is hoogleraar Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Zij heeft naast haar universitaire werk altijd geschreven voor een breder publiek, bijvoorbeeld De ogen van de ander –  Sociologen en filosofen over zelfkennis, en Het verlangen naar gezag – over vrijheid, gelijkheid en verlies van houvast. Christien Brinkgreve, Uitgeverij Atlas Contact, € 18,99

  • Parallellen met een hoofdpersoon 

    Parallellen met een hoofdpersoon 

    Wiskunde maakt eenzaam. Hoe verder je erin doordringt des te groter de kans dat anderen je niet meer zullen begrijpen. Al je ontdekkingen, je gedachten, je twijfels en je vragen kun je alleen kwijt bij een steeds kleiner wordend gezelschap van experts. De rest van de wereld wil of kan niet begrijpen waar je mee bezig bent. Familie, vrienden, kennissen, maar ook geliefden begrijpen er meestal helemaal niets van. Wie zich bijvoorbeeld de hele dag bezig houdt met elliptische en Abelische functies, die gebaseerd zijn op de representatie als oneindige reeksen, heeft een probleem als ’s avonds de vraag ‘Hoe was je dag?’ gesteld wordt.

    Wiskunde maakt eenzaam voor hen die het beschouwen als een deel van hun innerlijk en dat vervolgens zo moeilijk deelbaar blijkt. Sofia Kovalevski moet zo iemand geweest zijn. Zij was de eerste en belangrijkste Russische wiskundige van de 19e eeuw. Vrouwen werden in het toch niet erg vooruitstrevende Rusland van die tijd, niet in staat geacht aan wiskunde te doen. Ze zouden het niet kunnen; een vooroordeel dat op wanhopige wijze in stand werd gehouden door vrouwen te verbieden aan veel Europese universiteiten te laten werken.

    Te veel geluk heet de verhalenbundel van Alice Munro, de Nobelprijswinnaar van 2013. Het boek werd al in 2009 in het Engels gepubliceerd maar is pas afgelopen jaar in het Nederlands verschenen. Te veel geluk is ook de titel van het laatste en langste verhaal in deze bundel, dat gaat over het leven van Sofia Kovalevski. Maar liefst 60 bladzijden telt het, en eerlijk gezegd is het niet eens het beste verhaal in deze bundel. Het is vrij droog en het mist een aantal van de eigenschappen die Munro’s verhalen doorgaans zo sterk maken.

    Verreweg de meeste hebben de Canadese provincie Ontario als decor en vrouwen als hoofpersoon. Levens ontwrichtende gebeurtenissen zoals moorden, ongelukken en overvallen komen opvallend vaak voor maar staan zelden centraal. Munro legt doorgaans veel meer nadruk op de pogingen van haar hoofdpersonen om de tragiek een plaats te geven. In Te veel geluk is dat niet anders. Behalve het titelverhaal voldoen alle verhalen aan het beeld dat we van Munro kennen.

    In het eerste verhaal Dimensies bijvoorbeeld, is de hoofdpersoon een vrouw van wie de kinderen door haar man vermoord zijn. Dit gruwelijk gegeven is echter niet waar het in dit verhaal om draait, het vormt slechts de achtergrond, het decor, voor op het eerste gezicht minder sensationele gebeurtenissen. Munro vertelt op haast onnavolgbare wijze hoe de vrouw langzaam maar zeker overweegt de man die haar kinderen vermoord heeft weer in haar leven toe te laten. Het is een zeer sterk en overtuigend begin van deze verhalenbundel.

    De daarop volgende verhalen zijn minder extreem (als dat het woord is) maar ontwrichtende gebeurtenissen spelen in bijna alle verhalen een rol, al is het telkens als decor. Het titelverhaal is daar een uitzondering op. Te veel geluk beschrijft de laatste maanden in het leven van Sofia Kovalevski en haar herinneringen aan belangrijke episoden in haar leven. Het verhaal kent geen duidelijke tragische hoogte- of dieptepunten maar wel een stortvloed aan historische details en gebeurtenissen. Munro’s spaarzame en uiterst effectieve stijl is eigenlijk het enige gemeenschappelijke met de rest van deze bundel.

    ‘Te veel geluk’ is een van de weinige historische verhalen in het werk van Munro. In de bundel The view from Castle Rock waagde ze zich aan het genre, maar daar ging het nog om een min of meer fictieve weergave van haar familiegeschiedenis. Hier is er van een dergelijk excuus geen sprake. Dit is geschiedenis die te oud is voor de herinnering.

    Juist omdat dit verhaal zo uit de toon valt, kun je de vraag stellen waar die fascinatie van Munro voor Sofia Kovalevski toch vandaan komt?

    Munro heeft die vraag duidelijk zien aankomen want dit boek bevat een korte verantwoording, een dankbetuiging, voor uitsluitend dit verhaal. De manier waarop Munro in vrij zakelijke zinnen hierin haar enthousiasme over haar hoofdpersoon beschrijft, is op het ontroerende af.

    Ik ontdekte Sofia Kovalevski toen ik op een dag iets in de Encyclopedia Brittanica opzocht. De combinatie romanschrijfster/mathematicus sprak me onmiddellijk aan en ik begon alles te lezen wat ik over haar kon vinden. Ik raakte vooral in de ban van een boek en daarom moet ik mijn schatplichtigheid en grote dankbaarheid betuigen aan de auteur van Little Sparrow: A Portrait of Sofia Kovalevski …
    Ik heb mijn verhaal beperkt tot de dagen die aan Sofia’s dood voorafgaan, met terugblikken op haar vroegere leven. Maar iedereen die in haar geïnteresseerd is, raad ik aan het boek van de Kennedy’s te lezen, dat zo veel historische en mathematische rijkdom bevat.

    De ontroering die deze verantwoording oproept zit ‘m in de combinatie van het onvoorwaardelijke enthousiasme en de constatering dat het verhaal zelf eigenlijk niet eens zo geslaagd is. Op één of andere manier krijg je het idee dat een ieder die niet probeert meer te weten te komen over Sofia Kovalevski, Alice Munro teleurstelt. Bovendien heeft het iets schrijnends dat een zo groot schrijver als Munro zich vol overgave stort op een verhaal dat niet helemaal wil lukken.

    Maar deze verantwoording beantwoordt nog niet helemaal de vraag waarom Munro nu zo gefascineerd werd door Kovalevski. Merkwaardig genoeg geeft de combinatie van het verhaal en het interview dat haar toespraak voor de Nobelprijsuitreiking verving, een antwoord.

    Daarbij is het van belang om goed te kijken hoe Munro het leven van Kovalevski beschrijft. Munro beschrijft Kovalevski niet als genie, niet als feministe en ook niet als een vrouw gedreven door de ambitie carrière te maken in een wereld die door mannen gedomineerd wordt. Om erkenning is het haar niet te doen. De liefde voor wiskunde komt van binnenuit. Ondanks de historische context gaat dit verhaal over een vrouw die de buitenwereld moet overkomen om haar innerlijk te kunnen ontplooien.

    Wiskunde was een gift van de natuur, zoals het noorderlicht. Het had met niets anders in de wereld te maken, niets met scriptes, prijzen, collega’s of diploma’s.

    In het Nobelinterview komt die innerlijke drang (het gaat natuurlijk om schrijven in plaats van wiskunde) van Munro een paar keer ter sprake. Ze vertelt dat ze begon te schrijven voor zichzelf, en niet dacht aan publicatie, prijzen en erkenning. Het schrijven hield ze lange tijd geheim, ook in de veronderstelling dat zij de enige in haar wereld was met een dergelijke belangstelling.

    Later, toen ze begon te publiceren en andere schrijvers ontmoette kwam pas de twijfel of het allemaal wel goed genoeg was. Ook die twijfel en het omgaan met de verwachtingen van anderen komen we bij Sofia Kovalevski tegen. Waarom toch de noodzaak het leven als een strijd te zien?

    Ze begon, vrij laat, te leren wat veel mensen om haar heen al sinds hun kindertijd leken te hebben geweten: dat een leven zonder belangrijke prestaties uiterst bevredigend kan zijn. Je kon het tot de rand toe vullen met bezigheden die je niet totaal uitputten. …Het hoefde je geen hoofdbrekens te kosten.

    Kovalevski won in 1888 de prestigieuze Bordin prijs voor haar wiskundig werk en werd uiteindelijk de eerste vrouwelijke Europese professor. Maar Munro laat die publiekelijke erkenning nauwelijks stralen. De eenzame binnenwereld, een mengeling van wiskunde, literatuur en intimiteit is veel belangrijker. Sofia’s leven, zoals verteld door Munro, doet denken aan een strijd, geen strijd om erkenning maar om geluk.

    Munro heeft in de loop der jaren geen gebrek gehad aan erkenning. Haar boeken worden doorgaans juichend besproken en het winnen van de Nobelprijs was bijna niet meer dan een noodzakelijk gebaar of een daad van rechtvaardigheid.

    Maar erkenning lijkt Munro niet wezenlijk te raken. In het verleden was er ook wel kritiek, die haar bleef herinneren aan het feit dat ze een schrijvende huisvrouw uit de Canadese provincie was. En wat kon een huisvrouw uit het saaie Canada, die ook nog eens schreef over gewone mensen uit de provincie, nu voor belangwekkende literatuur schrijven? Bovendien schreef ze geen romans, maar korte verhalen.

    Deze vooroordelen, die Munro af en toe nog steeds omringen, zien we in aangezette vorm terug bij Sofia Kovalevski. Sofia trouwt in eerste instantie niet uit liefde maar om onafhankelijk te zijn, het huis zonder ouders te kunnen verlaten, te kunnen studeren en wiskunde te kunnen beoefenen. De 19e-eeuwse vooroordelen maken een academische carrière voor Sofia zo goed als onmogelijk en het is zonder meer bewonderenswaardig dat ze zo ver gekomen is. Een aanstelling aan een Russische universiteit is voor vrouwen uitgesloten. Lesgeven kan ze uiteindelijk in Zweden, maar haar hart ligt eigenlijk bij het doen van onderzoek.

    Munro heeft minder last van vrouwonvriendelijke vooroordelen gehad, zoals ze ook in het interview aangeeft. Lezen en boeken waren in haar jeugd meer iets voor vrouwen dan voor mannen. Misschien is het daarom dat Munro de strijd die Sofia tegen de mannenwereld moet hebben gevoerd niet als onderwerp neemt. Munro’s Sofia wil opgaan in haar talent, in wiskunde, in formules en in zelf bedachte woorden. En alle obstakels die het haar moeilijk maken haar talenten te ontplooien, lijken eerder bij het leven te horen dan dat ze een tijdelijk deel van de geschiedenis vormen.

    Het gaat te ver om in Sofia Kovalevski niemand anders dan Alice Munro te ontwaren maar haar gestalte schijnt wel in het verhaal door. Te veel geluk (het verhaal) mag dan niet geheel gelukt zijn, het straalt wel degelijk.