• Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe

    Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe

    In Meisje ontmoet jongen laat de Schotse auteur Ali Smith urgente zaken aan bod komen. Zoals de macht van multinationals, gender fluïditeit, familiebanden, seksisme en grensoverschrijdend gedrag. Met veel humor verweeft Smith de verschillende onderwerpen door elkaar, met als basis het mythologische verhaal van Iphis en Ianthe.

    Anthea en Imogen zijn twee jongvolwassen zusjes die er samen alleen voor staan. Hun ouders zijn uit elkaar en hun grootouders zijn op een zeilboot de oceaan opgevaren en waarschijnlijk verdronken. De zusjes wonen in het ouderlijk huis en zijn beiden creatief en intelligent. Imogen werkt bij het zeer succesvolle Pure, een bedrijf dat water bottelt, maar daarnaast een dubieuze dubbele agenda heeft. Anthea zoekt nog naar haar eigen identiteit, maar Imogen zorgt ervoor dat ze ook bij Pure kan werken. Niet geheel volgens de wens van Anthea, die kritisch is op een cultuur van prestatiedwang en grensoverschrijdend gedrag. 

    Eerste levensbehoefte in een fles

    De kracht van de verhaallijn van het bedrijf Pure dat Smith erin verweven heeft, is dat we allemaal wel eens water in een fles kopen. Dat vinden we heel normaal. Maar bij de gedachte dat water een eerste levensbehoefte is, zou niemand daar eigenlijk zoveel aan mogen verdienen. Keith, de CEO van Pure, zoekt naar een verkoopslogan en vraagt in een brainstormsessie aan zijn mensen: ‘Hoe bottelen we de verbeelding?’ Met andere woorden, hoe perken we iemands verbeelding in. Het is Anthea die dat doorziet en gefrustreerd naar buiten rent. Op dat moment ziet ze een jongen met krullen en een kilt aan op een ladder met een spuitbus de gevel van het gebouw van Pure bekladden. ‘’t Was de mooiste jongen die ik ooit had gezien. Maar hij zag er uit als een meisje. Zij was de mooiste jongen die ik ooit gezien had.’

    Dat is Robin, ze zat vroeger bij Anthea in de klas en op het moment dat Robin zich soepel langs de ladder naar beneden laat glijden, weet Anthea dat ze voor elkaar bestemd zijn. En ze worden geliefden. Robin vertelt Anthea ‘De mythe van Iphis’ geschreven door Ovidius. Nog voor Iphis geboren is, zegt haar vader tegen haar moeder, dat als het een meisje wordt, ze dat niet zal overleven. Hij wil een zoon. Het wordt een meisje, maar de moeder houdt dat geheim en voedt haar kind op als een jongen. Tot Iphis met Ianthe wil trouwen, dat is een probleem, maar de moeder verzint met behulp van godin Isis een list, zodat Iphis verder als man door het leven kan. Het is de metafoor voor hun eigen leven, al is het in deze tijd wel anders. In deze tijd moet je alert blijven en vechten voor je eigenheid. 

    Statements als kunst

    Robin en Anthea vereenzelvigen zich met Iphis en Ianthe en Robin gebruikt voor haar activistische werk Iphis07 als pseudoniem. Door de hele stad kalken ze tamelijk schokkende feministische statements op de gevels van gebouwen. Zoals: ‘Wereldwijd worden 2 miljoen meisjes bij hun geboorte gedood, omdat ze geen jongen waren. Dat is officieel. Tel daarbij op de officieuze schatting dat nog  eens 58 miljoen meisjes gedood werden omdat ze geen jongen waren, dat maakt 60 miljoen meisjes.’ En leuzen die ingaan op andere ongelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen. Zoals ongelijk loon en dat slechts 2 procent van de vrouwen wereldwijd topfuncties bekleden. Statements die de gemoederen aanwakkeren en uiteindelijk als kunst gezien worden.

    Het boek, eerder een novelle, is verdeeld in vier hoofdstukken. Het eerste deel, ‘Ik’ wordt vanuit Anthea’s perspectief verteld; in ‘Jij’ volgen we Imogen, haar gedachten staan tussen haakjes, wat bijzonder effectief werkt. Ze heeft er moeite mee dat haar zus lesbisch zou zijn. ‘(O god, mijn zus is EEN POT.)’ Ze geeft alles en iedereen de schuld daarvan: de Spicegirls, het songfestival of haar gescheiden ouders. ‘(Maar als dat zo is, ben ik misschien ook een pot.)’ Imogen is graatmager, laat zich koeioneren door seksistische collega’s en haar baas. Ze wil behagen, cijfert zichzelf weg en heeft er grote moeite mee dat ze misschien haar zus kwijtraakt. Totdat ze, op een zeer onaangename manier, op het hoofdkantoor van Pure een topfunctie aangeboden krijgt. Dan valt ook bij haar het kwartje, (wat een tikkeltje snel gaat). Ineens komt ze voor zichzelf op en durft de man van haar dromen, (die ietwat uit de lucht komt vallen) te confronteren met haar gevoelens.           

    Ali Smith schreef dit boek als onderdeel van de serie ‘Canongate Myth Series’, een serie novellen uitgegeven door de Schotse uitgever Canongate Books, waarin oude mythen uit verschillende culturen opnieuw worden bedacht en herschreven. Een project dat in 1999 ontstond. Smith koos voor Ovidius’ Metamorfosen, en specifiek voor de mythe van Iphis en Ianthe. Meisje ontmoet jongen is een verhaal in een verhaal en een ode aan de jeugd. Aan hun verlangens, hun verbeelding en hang naar vrijheid om zichzelf te mogen zijn.

     

     

  • Liever een slanke nimf dan een verlepte hoer

    Liever een slanke nimf dan een verlepte hoer

    Deze verhalenbundel, die ook duidelijk op het omslag zo genoemd wordt, bestaat uit twaalf verhalen. Er zit klaarblijkelijk ook nog een systeem in, want het vierde, de achtste en twaalfde verhaal hebben als titel: De derde, De tweede en De eerste persoon.De vijf eerste verhalen vond ik nogal los uit de pols geschreven, achteloos, waarbij vaak verhalen in en naast andere verhalen voorkwamen, zodat ik me afvroeg of ik wel te maken had met Ali Smith, maar achteraf was het misschien een kwestie van wennen aan haar vervreemdende stijl.

    Waar kort verhaal begint komisch met twee mannen in een café die het verschil bespreken tussen een roman en een kort verhaal, terwijl de vrouwelijke ik-figuur meeluistert. Een kort verhaal wordt voorgesteld als een slanke nimf, een roman als een verlepte hoer. Dit verhaal ontwikkelt zich tot een soort lezing, waarin de schrijfster het presteert om zomaar over te schakelen naar een ander verhaal over de nimf Echo.
    ‘Nu volgt een kort verhaal over een nimf waarvan de meeste mensen denken het al te kennen.’

    Het tweede verhaal Kind gaat over een bijzonder kind dat plots bij een vrouw in het winkelwagentje zit, en loopt mooi rond.
    Cadeau gaat het over het gebrek aan contact tussen mensen in een bar tijdens de kerst. Een vrouw luistert toe, vlucht vervolgens naar haar auto, maar kan beneveld door de whisky niet wegrijden en bedenkt een verhaal om te verbroederen.
    ‘Stel je voor dat we in dat café allemaal met elkaar hadden kunnen opschieten, mensen die echt iets te vertellen hadden, met elkaar hadden willen praten.’

    De derde persoon zwenkt door de seizoenen. Aan het eind volgt een uitleg.
    ‘De derde persoon is een ander paar ogen. De derde persoon is een voorgevoel van God. De derde persoon is een manier om een verhaal te vertellen. De derde persoon is het weer tot leven wekken van de doden.’

    In Fidelio en Bess mixt ze twee opera’s door elkaar, maar veel klopt er niet van.

    Vanaf het zesde verhaal herkende ik weer de Ali Smith uit haar romans: vervreemdend, verrassend en bedwelmend.
    In Geschiedenis van een geschiedenis schrijft een meisje een werkstuk over de terechtstelling van een koningin. Zelf heeft ze een moeder die zich vreemd gedraagt en haar verwaarloost.
    Geen uitgang gaat over een fantasie dat er in een bioscoop een nooduitgang is die nergens op uitkomt. Het is bijzonder hoe Smith zo’n idee weet op te bouwen tot een beklemmend geheel.
    In De tweede persoon zit een stel elkaar in de haren. De vrouw vindt de man spilzuchtig en omgekeerd vindt de man de vrouw een betweter.
     

    Ik weet iets wat jij niet weet gaat over een strijd van een zieke jongen tegen een speelgoedbeer. Die strijd volgt op een consult van zijn moeder met een tarotlezeres, die een kaart daarover trekt.
    Grift gaat over een ruzie van een vrouw met haar veertien jarige zelf, onder andere over het woord grift.

    In Schrander, temperamentvol, luxueus wordt een vreemd pakje bezorgd bij een vrouw die pillen slikt en die zich zorgen maakt over de bijwerkingen daarvan.

    De eerste persoon tenslotte gaat over een spelletje dat een ouder stel speelt rond hun ontmoeting. De vrouw is zoals steeds de ik-figuur. Fantasie en werkelijkheid lopen op een intrigerende manier door elkaar heen.
    ‘Ik snap het, zeg ik. Ik heb het eindelijk door. Je bestaat in mijn fantasie. Dit zijn mijn bedenksels. Je bestaat niet echt.
    O, zeg jij. Maar als jij nou eens in míjn fantasie bestaat?’

    Ali Smith schrijft met weinig pretenties, op een manier die inspireert. Ze laat zien dat er meer mogelijkheden zijn, dat we ons niet hoeven vast te leggen bij het bestaande. Er zijn vele wegen, die we kunnen gaan. Er is vrijheid, fantasie en verwondering, daarvan getuigt de tegendraadse Schotse ook in haar verhalen.