• Rughaar en onuitgepakte dozen

    Rughaar en onuitgepakte dozen

    Op de cover van Avondmensen, het romandebuut van Caroline van Keeken (1988) prijkt een fraai stilleven van Louise te Poele. Het is een afbeelding waar je naar kunt blijven kijken, omdat je in verwarring gebracht wordt door de combinatie van een klassieke compositie en allerlei voorwerpen die je daarin eigenlijk niet verwacht. De schrijfster van het boek, Caroline van Keeken, volgde de bachelor Europese studies en de master journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Ze schrijft onder andere voor Het Parool, NRC en Trouw en publiceerde eerder de verhalenbundel Zo worden wij niet.

    In Avondmensen maken we kennis met de negenentwintigjarige Boris, die sinds kort weer thuis woont omdat er in het huis waar hij eigenlijk hoort te wonen een luchtvochtigheidsprobleem zou zijn. Met het huwelijk van zijn ouders Simon en Heleen gaat het niet zo goed. Heleen heeft haar intrek genomen op de zolderverdieping van het huis en Simon, een van de twee ik-vertellers, doet aandoenlijk zijn best om haar voor zich terug te winnen. Hun vijfentwintigjarige dochter Alice woont al twee jaar op zichzelf. Hun zestienjarige dochter Noor woont nog thuis. Ze leidt een vrij geïsoleerd leven, omdat haar broer door zijn gedrag haar beste vriendin heeft verjaagd. Noor heeft zoals het een echte tiener betaamt kritiek op alles en iedereen, maar mogelijk heeft zij als enige in het boek een heldere blik op de onderlinge verhoudingen tussen de gezinsleden: ‘Noor gaat verzitten, pakt mijn hoofd met beide handen vast. “Weet je wat het is, pap, jij neemt helemaal geen ruimte in.”’

    Medium

    Die verhoudingen zijn namelijk behoorlijk gecompliceerd. Boris blijkt al zo’n zestien jaar een zware wissel op het gezin te trekken. Toen hij dertien was kaartte een mentor van school zijn opvallende gedrag aan bij zijn ouders, maar moeder Heleen stond er vanaf het eerste moment al niet voor open om nader onderzoek te laten doen. Haar vertrouwen in ‘de instanties’ was en blijft ook in de rest van het boek bijzonder laag. Haar vader was jarenlang opgenomen in een gesticht en ze wil Boris tegen elke prijs buiten de reguliere zorg houden, ook al gaat hij niet meer naar de universiteit, is hij bij vlagen behoorlijk gewelddadig en bepaalt hij sinds hij weer thuis woont hun hele gezinsleven. Liever zoekt ze haar toevlucht bij Kelda, een medium dat Boris bij Heleen op zolder energetisch komt reinigen.

    Vader Simon laat het allemaal oogluikend (maar ondertussen knarsetandend) gebeuren. Hij is geobsedeerd door zijn rughaar waaraan hij zich plotseling heel erg gaat storen. Hij schaft bij de drogist een nogal agressief middeltje aan dat zijn ‘probleem’ niet bepaald verhelpt. Simon is een wat sullige man die zich laat ondersneeuwen door zijn vrouw. Op zijn manier probeert hij Boris te helpen door een baantje voor hem te regelen op de afdeling waar hij werkt en doet hij een poging om hun kelder in een liefdesnestje te transformeren, in de hoop Heleen weer voor zich te winnen.

    Onuitgepakte dozen

    Dochter Alice is de tweede verteller, ook weer in een ik-perspectief. Net zoals alle andere gezinsleden is ook zij een beetje bijzonder. Ze woont al twee jaar op zichzelf, maar heeft symbolisch genoeg haar verhuisdozen nog steeds niet uitgepakt. Ze heeft een nogal ongezonde relatie met Frits, die ook haar scriptiebegeleider is. Ze stelt haar eigen toekomst steeds uit, omdat ze zich erg loyaal toont aan haar ouders en broer en zus. Ze vindt dat haar vader meer voor zichzelf moet opkomen en is er een voorstander van dat Boris professionele hulp krijgt. Om zichzelf te beschermen bedenkt ze regelmatig ‘het betere verhaal’, een andere versie van hoe de werkelijkheid ook had kunnen zijn.

    Een diagnose heeft Boris nooit gekregen. Hij gamet in het boek veel, zo veel dat hij niet eens tijd heeft om te eten. Heleen praat zijn gedrag altijd goed: ‘Hij is een avondmens. (…) Boris heeft niets met de middag. (…) Boris houdt niet van de ochtend en de middag, die slaat hij dan ook het liefst over. (…) Avondmensen zijn heel bijzondere mensen. Die moet je overdag niet lastig vallen.’

    Hypochondrische klachten

    Hoe bijzonder Boris is, blijkt bijvoorbeeld ook uit de cadeaus die hij krijgt. Op zijn veertiende wilde hij heel graag een bladblazer voor zijn verjaardag krijgen. De hygrometer die hij voor Kerst krijgt wanneer hij op zichzelf woont, vormt de basis voor allerlei hypochondrische klachten waardoor hij weer thuis komt wonen. Hij drukt onmiskenbaar een stempel op alle gezinsleden, maar we zien hem vanwege het gekozen perspectief uitsluitend door de ogen van Simon en Alice. Daarom blijft Boris als personage wat vlak. Datzelfde geldt voor Heleen en Noor, waarbij met name Heleen steeds meer een karikatuur wordt. Dat is jammer, want haar onvoorwaardelijke liefde voor haar zoon en de redenen waarom ze hem tegen elke prijs wil beschermen tegen invloeden van buitenaf raken daardoor ondergesneeuwd.

    Avondmensen is geschreven in een vlotte rechttoe rechtaan stijl. Het gaat vooral om de inhoud, niet om fraaie zinnen die je zou willen herlezen vanwege hun schoonheid. Ondanks de tragiek van het gezinsleven is er op diverse momenten sprake van min of meer komische situaties of gesprekken, die soms wat pijnlijk of enigszins geforceerd aanvoelen. Het gegeven van een gezin dat lijdt onder een gezinslid dat niet lijkt te passen in de maatschappij is interessant, maar er had meer in kunnen zitten, zeker in de diepgang van de personages.

     

     

  • Het plezier spat er vanaf

    Het plezier spat er vanaf

    Wim Daniëls verzamelde als kind woorden die alleen als verkleinwoord voorkomen: akkefietje, beetje, ijsje, meisje, ommetje. onderonsje, poffertjes, wissewasje en watje. De nieuwsgierigheid naar bijzondere woorden en uitdrukkingen in de Nederlandse taal zat er dus al vroeg in. Later werd hij leraar Nederlands en Duits, maar sinds zijn veertigste is hij schrijver, theatermaker en radio/tv-medewerker. Van zijn hand verscheen het ontzagwekkende aantal van honderdtwinitg boektitels, merendeels over taalkwesties en  de eigenaardigheden van de Nederlandse taal. Onlangs verscheen De Dikke Daniëls, een titel die even doet denken dat dit het finale, alles samenvattende slotstuk van zijn schrijversloopbaan zou zijn. Maar was dat ook niet zo bij Van Dale toen deze ‘Dik’ werd, en bij de culinaire guru Johannes Van Dam met De Dikke Van Dam? Voor wie het boek leest weet meteen: er zullen nog vele Daniëlsen volgen, dikke en dunne. 

    Koekhappen en kunstrijden

    Het plezier dat hij beleeft aan de hoeken en gaten, de kelders en de zolders, de ins en outs van het Nederlands spat er vanaf. En als dat je drijfveer is komt er altijd iets nieuws op je pad. De ruim zestig stukken en stukjes die het boek bevat, geven daarvan vele voorbeelden. Wist u – om maar iets te noemen –  dat er meer dan duizend woorden in het Nederlands zijn die alleen in de onbepaalde wijs voor komen? Koekhappen, kunstrijden, leerlooien, neuspeuteren, parelduiken, klootschieten en veel meer. Neem bijvoorbeeld buikspreken: “‘Ze sprak buik”, of “ze buiksprak” is geen gangbaar Nederlands, net zomin als “ze heeft buikgesproken”. Het is enkel en alleen “buikspreken”. Nog een ander voorbeeld is “hoerenlopen”. Hij “hoerenliep” of “hij liep hoer” hoort niet te worden gezegd en geschreven. En wie naar de hoeren is geweest, is wezen hoerenlopen en heeft niet “gehoerenloopt” of “hoerengelopen.”‘

    Een ander stuk in De Dikke behandelt het fenomeen ‘duowoorden’, woorden die altijd in combinatie voor komen: ja en amen, nou en of, willens en wetens. Iedereen kent ze. Maar wat bepaalt de volgorde van de duo’s? Daniels zocht uit hoe dat zat en schrijft: ‘Er spelen veel verschillende factoren een rol:

    – de chronologie, het ene is er in de tijd eerder dan het andere: oorzaak en gevolg, Oud en Nieuw, Adam en Eva.
    – kort gaat vooraf aan lang: eb en vloed, op en top, wis en waarachtig.
    – het positieve komt eerst, daarna het negatieve: lief en leed, plussen en minnen, vriend en vijand..
    – belangrijk, bekend of succesvol gaat vooraf: Sint en Piet, John en Yoko.
    – wat dichterbij is, wordt als eerste genoemd: hier en daar, ditjes en datjes.’

    Huppelnederlands

    Hij noemt maar liefst negen(!) andere factoren die de volgorde van de duo’s bepalen. De laatste:
    ‘- mannen worden belangrijker gevonden dan vrouwen: ooms en tantes, Suske en Wiske, Ot en Sien.’

    Voor het bestrijden van de Corona-blues verzamelde Daniëls voor zijn lezers woorden die een mens vrolijk maken. Zoals: flierefluiten, hoeperdepoep, hatsiekiedee, kwinkeleren en sapperdeflap. Huppelnederlands noemt hij dat. Het aantrekkelijke van De Dikke Daniëls is het duidelijke plezier dat de schrijver heeft in zijn taalontdekkingen. Mede daardoor zijn de stukken zeer genietbaar. Het is wel aan te raden ze niet te snel achter elkaar te lezen, maar ze in gepast tempo tot zich te nemen. Anders wordt men van al die taalvondsten misschien snel kierewiet (herkomst onbekend, mogelijk een samenhang vertonend met kierebus ‘een dwaas, een gek, een zot’ en met kierewier ‘kronkelig, knullerig figuur’). Waarvan akte!