• Schrijf niet

    Schrijf niet

    Niet schrijven, maar vooral veel lezen. Dat advies geeft Alex Boogers aan aspirant-schrijvers in zijn essay De schrijver als samoerai, uitgegeven door Hollands Diep. Er is een overaanbod aan romans en een nog veel groter surplus van mensen die een boek willen schrijven, terwijl er nauwelijks nog Nederlandse literaire romans worden gelezen. Die tegenstrijdigheid verklaart Boogers uit de behoefte van het eigentijdse ego gezien en gewaardeerd te willen worden. Maar die vorm van egoïsme is volgens Boogers niet de drijfveer van de pure schrijver. Een pure schrijver is iemand die niet anders kan dan schrijven, zelfs als hij droog brood moet eten, zijn relatie opoffert en zijn familie van zich vervreemdt. Zo’n schrijver houdt met niemand rekening en is compromisloos, net als de samoerai in de traditionele Japanse vechtkunst die uitsluitend is gericht op perfectie en daar alles voor over heeft.

    (Auto)didact

    Boogers neemt, zoals de meeste mensen, zichzelf als maatstaf. Wie zich vanuit een kansarm arbeidersmilieu opwerkt tot een gewaardeerd schrijver met inmiddels een vijfentwintigjarige carrière en een bibliografie die ertoe doet, denkt kennelijk dat dit de enige weg is die een schrijver moet afleggen. Autodidactisch. Lijdend. Strijdend tegen klassenjustitie. De klassieke kunstenaar. Vanzelfsprekend wijst hij schrijversvakscholen af. Heeft hij zelf ook niet nodig gehad. En hij heeft in de krant gelezen dat studenten daar vooral over techniek praten, maar zich niet afvragen waarom ze eigenlijk niet willen maar moeten schrijven. Boogers vindt dat schrijversvakscholen zich zouden moeten omturnen tot lezersvakscholen.

    Het is duidelijk dat hij nauwelijks weet heeft van de praktijk op schrijversvakscholen, waar al gauw de helft van de tijd wordt gespendeerd aan lezen. Er is geen docent die niet hamert op het belang van veel lezen als iemand zijn schrijverschap wil ontwikkelen. Een schrijversvakschool is een hogedrukpan, waar getalenteerde schrijvers sneller en met meer bagage uit komen dan wanneer ze op hun zolderkamertje het allemaal zelf hadden moeten doen. Hetzelfde geldt overigens voor kunstenaars op toneelscholen, film- en kunstacademies; opleidingen die vreemd genoeg vanzelfsprekender worden gevonden. Net zo evident vindt Boogers dat kickboksers (verwant aan samoerai) in de dojo getraind worden. Hij heeft zelf jaren van training achter de rug. Jaren waarin hij niet alleen de techniek van het vechten leerde, maar naar eigen zeggen ook en vooral de betekenis ervan. Een zwaard is niet zomaar een zwaard. Het gaat erom een geslepen, schitterend, onbreekbaar, verblindend zwaard te worden. Daartoe moet het naar erkenning strevende ego sterven.

    Acceptatie

    De romankunst gaat wat Boogers betreft dan ook ‘over het accepteren van de dood, de wetenschap dat we zullen sterven, en dat we er weinig tegenover kunnen stellen, behalve de verhalen die we elkaar vertellen en die op wat voor manier dan ook beklijven.’ Ook hier ziet hij een analogie met de oude Japanse krijgskunst, want hij citeert een Japanse zwaardvechter die zegt dat de weg van de samoerai het vastberaden accepteren van de dood is. Los van de minder interessante hoofdstukken waarin Boogers ingaat op gedoe met uitgevers, recensenten en collega-schrijvers, los ook van het gedram over de oorspronkelijke miskenning van zijn schrijverschap (hij werd eindeloos geframed als de kickboksende schrijver), en los ook van de tegenstrijdigheden als het gaat om het belang van scholing, heeft Boogers met De schrijver als samoerai een interessant essay geschreven waarin hij zich laat kennen als een ouderwetse romanticus die waarschijnlijk zelfs bereid zou zijn harakiri te plegen voor zijn werk.

     

     

  • Roman vol thema’s over een bijzondere vriendschap

    Roman vol thema’s over een bijzondere vriendschap

    De personages in de meest recente roman van Alex Boogers zijn tamelijk ongelukkig. Gelardeerd met allerlei andere thema’s, slaagt Boogers erin een liefdevol portret te schrijven van een bijzondere vriendschap.

    In de polder bouwt een weduwnaar (Jacob) een bijzondere band op met een meisje (Amy). Amy en Jacob zijn beiden verweesd en hebben ondanks hun verschillende leeftijden raakvlakken op allerlei facetten van hun bestaan. Jacob heeft net zijn vrouw verloren en ontvlucht het huis waar hij met haar woonde. Op haar beurt ontvlucht Amy haar moeder en stiefvader, nadat haar iets vreselijks is overkomen. De kern van Onder een hemel van sproeten laat zich samenvatten in een zin van Amy in haar dagboek: ‘Een geschiedenis waarin iedereen zich kan herkennen, hoe pijnlijk die geschiedenis ook is en hoe moeilijk het voor anderen ook is om die te verteren’

    De verhouding tussen de oude Jacob en de jonge Amy is op zichzelf al voldoende voor een roman, maar Boogers verrijkt die verhouding tussen twee individuen op microniveau met elementen die juist op macroniveau zeggingskracht hebben. Discriminatie, voltooid leven, seksueel misbruik, klimaatverandering en zelfs de Nederlandse sociale zekerheid passeren de revue. Zo beschrijft Boogers op het ene moment het sterven van Jacobs hond maar laat hij op een ander moment Amy filosoferen met een leraar over wat een kunstenaar allemaal vermag. Op voorhand zou je misschien zeggen dat het allemaal teveel van het goede is, maar de schrijver slaagt er wonderwel in dit alles mooi op elkaar in te laten grijpen. Overdaad schaadt niet bij hem. Dat op zichzelf is al knap.

    Daar staat tegenover dat de scènes op microniveau wel het beste geslaagd zijn. De bezoeken van Jacob aan zijn vrouw en haar uiteindelijke overlijden zijn ontroerend. Dat zorgt voor de vraag of een roman of novelle alleen over Jacob zonder abstracte bespiegelingen niet een nog mooier boek had opgeleverd. Of is het verhaal nu juist zo goed omdat de romanfiguur Jacob zich verhoudt tot die abstractere bespiegelingen?

    Het laatste is in elk geval aan de orde wanneer de schrijver het thema voltooid leven verbindt met de dood van Claire. Na haar sterven, had de doodbidder gezegd dat zij een ‘rijk, voltooid leven [had] gehad’, waarna Jacob zich afvraagt: ‘Wie bepaalt dat? Wie vindt dat? Niets is ooit voltooid. Je blijft altijd met vragen zitten. Met onopgeloste zaken. Je maakt geen cirkels in het leven, je vormt een paar penseelstreken. De meeste komen nergens op uit. Dat weet ik nu. De dood is een hapering, en als je weer wakker wordt ben je ergens anders. Dat is alles.’ In dergelijke passages waarin hij een maatschappelijke beweging plaatst in de context van een concreet geval toont Boogers zijn meesterschap.

    Parallel hieraan geeft de vraag wat Amy nu precies is overkomen het boek ook iets onheilspellends. Vermoedens van het ergste stapelen zich op, omdat Boogers stukje bij beetje prijsgeeft wat de lezer al wel voelt aankomen. Hij vertelt het uiteindelijk heel expliciet, waardoor het bijzonder aangrijpend is om te lezen. In het licht van #MeToo is dit ook nog eens bijzonder actueel, al zal Boogers dat bij het schrijven niet in zijn achterhoofd hebben gehad.

    Boogers slaagt er met deze roman in om allerlei verschillende thema’s uit te werken zonder zijn centrale karakters te veronachtzamen, met als resultaat een bijzondere en gelaagde roman.

     

     

  • Mooie shortlist Libris Literatuur Prijs

    Mooie shortlist Libris Literatuur Prijs

    De gelukkigen die op de deze week bekend gemaakte shortlist staan zijn de debutant, Inge Schilperoord met Muidhond die ook al genomineerd werd voor de AKO-Literatuurprijs, evenals De onderwaterzwemmer van P.F. Thomése. Alex Boogers werd verkozen voor de shortlist met zijn achtste boek  Alleen met de goden, Joke van Leeuwen met De onervarenen en Connie Palmen met Jij zegt het. En ‘last but not least‘ Thomas Verbogt met Als de winter voorbij is.

    De jury zegt dat ze zich zo onbevangen en onbevooroordeeld mogelijk lezend wilde laten verrassen: Daarin schuilt een grote aantrekkelijkheid van literatuur: dat je nu juist als lezer niet krijgt wat je verwacht. Dat een schrijver zijn stijl inzet om je omver te blazen. Dat je wordt meegevoerd in andermans hoofd of een onbekende wereld en wordt geraakt, getroffen, overtuigd en overrompeld. Dat er na lezing wezenlijks iets in je is veranderd.


    Literair Nederland
    recenseerde vijf van de genomineerden:

    De onervarenenAnky Mulder over De onervarenen van Joke van Leeuwen:

    Behalve onoverkomelijke moeilijkheden en vervlogen dromen laat De onervarenen de kracht van aanpassingsvermogen zien. En dat niet iedereen in staat is zichzelf opnieuw uit te vinden.

     

     

    Alleen met de godenAdri Altink noemt Alleen met de goden een rauw maar ook hoopvol stemmend boek:

    Boogers schrijft  boeiend, bijna luchtig, en met een inktzwarte humor, waardoor de werkelijkheid zich des te naargeestiger opdringt. De monologen zijn vaak erg mooi verweven in de chronologie van het feitelijke verhaal, waardoor sommige hoofdstukken juweeltjes van vlechtwerken van verhaallijnen zijn.

     

    Thomas van Lier over Muidhond van Inge Schilperoord: muidhond

    Schilperoord maakt van Jonathan een kwetsbaar en dubbelzinnig personage dat worstelt met zijn verboden neigingen zonder de ernst van de situatie te bagatelliseren.

     

     

    Als de winter voorbij isOlivier Rieter noemt Als de winter voorbij is van Thomas Verbogt een subtiel en ingetogen geschreven boek waarvan de thematiek interessant is en: de sfeer je doet verlangen naar meer van dergelijke geschriften.


     

     

     

    De onderwaterzwemmerCarlijn Brouwer over De onderwaterzwemmer van P.F. Thomése:

    De onderwaterzwemmer is te mooi om ongelezen te blijven en onderstreept wat een verrassende schrijver P.F. Thomése is.

     

     

     

    De jury die naast Dick Benschop (oud staatssecretaris) bestaat uit Onno Blom, Sebastiaan Kort, Hanca Leppink en Margot Vanderstraeten, gaat zich de komende tijd buigen over de vraag welke van de zes romans als beste boek van het afgelopen jaar gekenmerkt gaat worden. De bekendmaking op 9 mei is tijdens het traditionele galadiner voor genodigden in het Amstel Hotel te Amsterdam. Vorig jaar ging de prijs naar Ik kom terug van Adriaan van Dis.

    Aan een nominatie voor de shortlist is een bedrag van 2.500 euro verbonden. De bekroonde laureaat ontvangt 50.000 euro.

     

     

  • Ze zien het beest, maar niet de angst

    Ze zien het beest, maar niet de angst

    ‘We woonden in de stad die papa Leeuw het naamloze gat noemde’. Het is de eerste zin van de tweede alinea van Alleen met de goden, de nieuwste roman van Alex Boogers. Hij roept direct de troosteloosheid op van de omgeving waarin Aaron Bachman, in wiens leven we worden meegezogen, opgroeit. Aaron is 9 jaar als de roman begint. Hij groeit op in achterstandsbuurten en is het enige kind in een ontwricht gezin. Zijn moeder geeft hem dagelijks te verstaan dat haar leven gelukkiger zou zijn geweest als hij nooit geboren was en zijn vader zit in de gevangenis omdat hij iemand in een woedeaanval dood heeft geslagen. Hoe kun je in zo’n situatie als kind het hoofd boven water houden?

    Schrijver Boogers noemt in interviews Alleen met de goden zijn ‘eindboek’. Hij woont en werkt in Vlaardingen, ‘het naamloze gat’ uit de roman. Zijn nieuwste roman is min of meer zijn ultieme samenvatting van wat hij eerder schreef over het milieu waarin hij zelf opgroeide. Hij verwerkte er bijzonder veel autobiografisch materiaal in dat in zijn eerdere boeken ook al het thema vormde, maar dan in verbrokkelder vorm, zoals de vechtsport en het leven aan de zelfkant in Het waanzinnige van sneeuw en in Lijn 56.

    Van blurbs op boeken moet je je vaak niet teveel aantrekken, maar in dit geval slaat die de spijker op de kop. Die karakteriseert het boek als ‘een coming-of-age roman’ waarin Boogers’ thema’s samenvloeien: ‘verstoorde familierelaties, liefde en verlating, vechten om te overleven, schrijven om te groeien.’

    De vader wordt door Aaron ‘papa Leeuw’ genoemd. Omgekeerd noemt hij Aaron ‘Tijgerwelp’. Om het leven aan te kunnen en alle vernederingen de baas te kunnen zul je moeten vechten, prent Leen de jongen in. Aaron is erbij als papa Leeuw op de drempel van zijn huis een man in elkaar slaat die een tas bij zich heeft met een boek erin. De klap is zo hard dat het slachtoffer het niet overleeft. Leen gaat de gevangenis in en zijn zoon blijft achter bij zijn moeder, die hem voortdurend vernedert en afgeeft op haar man. ’s Nachts droomt Aaron van gevaartes die hem dreigen te vermalen en die hij probeert te bezweren door ze op te schrijven in schriften die hij angstvallig voor de buitenwereld verbergt. Liever dan thuis zoekt Aaron zijn heil op straat of bij de buurkinderen Olivia en Ronald. Hij vervalt in een leven van banale seks en straatgevechten. Er is een lichtpunt voor de jongen als hij, in een poging niet afhankelijk te zijn van zijn moeder, een baantje krijgt in een kennel. Daar ontdekt hij dat hij een ontembaar lijkende hond – hij noemt hem Otis, naar zijn lievelingszanger Otis Redding – handelbaar weet te maken omdat hij iets van zichzelf in het dier herkent. De hond lijkt het enige wezen dat hém echt begrijpt.

    Zijn moeder etaleert één trots wél: ze wil dat Aaron niet, als andere buurjongens, laaggeschoold blijft. Ze wil hem op de mavo. Vanaf dan begint een leven waarin Aaron ankers vindt die hem houvast bieden. Op school is er de muziekleraar Broere, die zelf in de ogen van de directie niet van onbesproken gedrag is, maar voor Aaron wel de enige door wie hij zich begrepen voelt. Hij voorziet hem van boeken (onder andere The Sun Also Rises van Hemingway) die hem leren hoe krachtig taal kan zijn.

    Aaron blijkt aanleg te hebben voor kickboksen en hij vindt ook daar een gids die weet wat voor slag jongen hij is. Beiden, de muziekleraar en de kickbokstrainer Art, houden Aaron voor waar zijn talenten liggen en wat voor weg hij te gaan heeft. En er is nog een derde persoon die hem een spiegel voorhoudt, zijn fysiek grotendeels afwezige opa, die zijn eigen weg gaat en Aaron begripvolle brieven schrijft. Ook hij stuurt hem boeken, over Japanse samoerai, waaruit hij zal leren ‘met zwaard en pen’ te vechten.

    Ondertussen rijgen de ruzies zich thuis aaneen. Met moeder valt bijna niet samen te leven en onder invloed van wat Aaron hoort over zijn vader kantelt zijn beeld van hem van dat van een vechtende leeuw naar dat van een lafbek.

    Aaron boekt als kickbokser grote successen – ook hier komen we Otis Redding weer tegen, wiens A Change is Gonna Come zijn opkomstmuziek wordt bij wedstrijdgevechten – , maar toch gaat hij zich steeds eenzamer voelen. Hij wordt toegejuicht als “Het beest”; hij wordt op handen gedragen. Maar niemand lijkt de kwetsbare, bange jongen te zien die in dat beest huist:

    Ik hou niet van de massa (…) Ze zien het beest, maar niet de angst. Ze zien de kracht van mijn stoten, de drift, en de knock-outs, maar niet het verlies. Ik verlies, zelfs als ik win, want in de ring heb ik maar met één tegenstander te maken, en niet met die gruwelijke blinde massa, die haar oordeel klaar heeft, die niet kan wachten om te zeggen dat ik er niet toe doe.

    Dezelfde angst speelt hem parten als hij Nadine ontmoet, de eerste vrouw die hem laat zien dat liefde iets anders is dan hij uit pornoblaadjes en in zijn spelletjes met Olivia heeft opgedaan. Hij kan zich niet aan haar overgeven.

    Boogers beschrijft in zijn roman het leven in een asociale omgeving door de ogen van een jongen van zijn 9de tot zijn 23ste jaar. Dat doet hij bijzonder inlevend en geloofwaardig waardoor je je als lezer voelt rondlopen in de harde werkelijkheid van Aaron Bachman.

    Alleen met de goden is een rauw boek. Maar ook een hoopvol stemmend boek. Het is bovendien een liefdevol boek, waarin voelbaar wordt hoe ieder mens in dit milieu gebukt gaat onder klappen en onvermogen.

    Boogers schrijft bovendien boeiend, bijna luchtig, en met een inktzwarte humor, waardoor de werkelijkheid zich des te naargeestiger opdringt. De vele monologues intérieurs laten je in de huid van Aaron kruipen. Die monologen zijn vaak erg mooi verweven in de chronologie van het feitelijke verhaal, waardoor sommige hoofdstukken juweeltjes van vlechtwerken van verhaallijnen zijn. Tenslotte is er het spannende plot, waarin duidelijk wordt waarom de vreemde bezoeker destijds door papa Leeuw in elkaar werd geslagen en wat er in die tas zat die de bezoeker bij zich had.

     

  • Dromen is een luxe

    Dromen is een luxe

    Kerwin Duinmeijer werd vermoord (racisme), evenals Theo van Gogh (religieus fundamentalisme) en Pim Fortuyn (politiek extremisme, eco-terrorisme – maak er maar wat van). Daar valt veel over te zeggen, en dat doen we dan ook regelmatig. Sedar Socrates Soares werd in 2003 doodgeschoten omdat hij een sneeuwbal tegen een auto gooide. Daar is geen -isme voor. Na rumoer in de media en een stille tocht begon het grote zwijgen.

    Alex Boogers maakte tien jaar na dato een boek over de dag van de moord op Sedar Soares. De familie (vooral zus Janet) verleende medewerking. Het werd de novelle Wanneer de mieren schreeuwen, en Boogers schreef hem ‘om zijn (=Sedar’s) geschiedenis te herhalen’. Een paar maanden lang was het boek gratis downloadbaar via Boogers’ weblog (www.alexboogers.nl/ebook/ ). Een schrijver op zoek naar lezers. Dat lijkt gelukt. We zijn nu meer dan 40.000 downloads verder, de papieren versie haalde inmiddels een tweede druk en de filmrechten zijn verkocht.

    Onvermijdelijk einde
    Sedar heet Socrates in het boek. De schrijver krijgt zijn verhaal te horen van taxichauffeur Gabriel – de neef van het slachtoffer, die in Socrates’ korte leven een informele vaderrol speelde. Gabriel draagt een hemd in knallende kleuren, maar lijkt gebroken door wat zijn neef ooit overkwam,  en drinkt ’s ochtends soms een glaasje likeur om de dag aan te kunnen.

    Tijdens een lange taxirit vertelt Gabriel Socrates’verhaal. Diens ouders kwamen uit Cabo Verde. Vader kreeg gedoe met de immigratiedienst, keerde terug en liet uiteindelijk niet meer van zich horen. Moeder werkte zich een slag in de rondte om van een probleemwijk naar een iets betere wijk te kunnen verhuizen. Alles om haar 3 kinderen weg te houden bij ‘het schorem’ dat de straat onveilig maakt. Socrates heeft alles mee, maar heeft daar niets aan. Hij doet het goed in MAVO 2 (maar zal zijn diploma nooit halen), wordt geselecteerd voor de jeugd van Feyenoord (maar zal dat nooit te weten komen), vindt een meisje leuk dat verliefd op hem is (maar dat zal nooit wat worden). En dan breekt een doodgewone winterse dag aan, inclusief een van die onvermijdelijke ruzies tussen Socrates en zijn zus, een terechtwijzing door neef en beschermengel Gabriel, en een potje sneeuwballen gooien met vrienden, in afwachting van de metro. De spanning in het boek zit in de strakke opbouw op weg naar een onvermijdelijk einde – zoals je weet vanaf het begin.

    Boogers schrijft zorgvuldig, strakke zinnen. Onderkoeld, om een teveel aan sentiment en symboliek de pas af te snijden. Dat lukt niet altijd en dat is jammer. Een strenge eindredactie had een beter boek opgeleverd. Zonder plotseling verslappende zinnen, die soms bezwijken onder een poging tot veelzeggendheid. Zoals ‘De taxi is mijn venster. Ik zie het leven van gelukkige mensen en rij er in hoge snelheid aan voorbij.’ Of over … ‘een zwijgzame vader, die zijn gezondheid verloor aan de levenloze grond van zijn geliefde Santiago, die hij elke dag opnieuw bewerkte, terwijl hij hoopvol opkeek naar de zon, zijn ogen toekneep, en geloofde in een beter leven’. Of een passage als: ‘Hij maakte een spoor dat van zijn vrienden vandaan liep. Dat overal vandaan liep.’

    Praatjesmaker
    Dat neemt niet weg dat Wanneer de mieren schreeuwen hecht is gecomponeerd. Het verhaal van Socrates is ingebed in het verhaal van neef Gabriel en wordt doorgegeven door de ik-figuur die samen lijkt te vallen met de auteur: ex-kickbokser, schrijver en ‘motivational speaker’ – een praatjesmaker, volgens Gabriel. Die ik-figuur heeft de taxi genomen om een lezing te geven voor studenten. Over dat je alles kan als je maar wilt en stug volhoudt. Over talenten en dromen die niets waard zijn als je er niets mee doet. Maar in plaats daarvan vertelt hij de studenten het verhaal van Socrates: over de ouders die bereid zijn alles te verliezen, om het elders beter te hebben. Over de moeder die haar man verliest, en de vader die vrouw en kinderen verlaat en achter de horizon verdwijnt. Over Socrates met zijn dromen, talenten, onhandigheid en stoerdoenerij. En over de kogel die dat allemaal uitwist. Niet over zelfverwerkelijking, maar over kwetsbaarheid en verlies. Niet over drugs  of gangsta-glamour,  maar over een puber die doet of hij niet verliefd is. En die een sneeuwbal gooit.

    Boogers pleit niet voor of tegen krachtwijken, blauw op straat, integratie of participatie. Geen pamflettisme. Hij doet wat hij op zijn weblog beloofde: hij herhaalt uit alle macht de geschiedenis van Sedar Soares. Die verdient het gelezen te worden.

     

     

  • Boogers proza is vakwerk

    Boogers proza is vakwerk

    Een roman over de mateloze levensdrift van een jonge vader en de gevolgen voor zijn gezin. Robert Borghart heeft een goede baan, een fijn gezin en een veilige toekomst. Maar het is voor hem niet genoeg. Op een dag ontwaakt hij zwaar gehavend en met geheugenverlies in het ziekenhuis. Wat ging er mis? We komen achter de waarheid, achter de ruwe en ontluisterende werkelijkheid.
    Het ziekenhuis is een vertrouwd uitgangspunt (zoals in Het waanzinnige van sneeuw), geheugenverlies een goede truc om het voorafgaande in brokjes te introduceren. Roberts bedlegerigheid door een ongeluk suggereert dat er iets goed mis is gegaan. Dat is duidelijk. En uit de brokjes herinnering blijkt al snel dat er inderdaad ellende is.

    En wat voor een ellende. Hij had een hekel aan zijn baan als copywriter bij een reclamebureau en later als vertegenwoordiger. Maar het is niet de enige smet op Roberts leven. Een goede vriend van vroeger, Jerry, een bokstalent is het verkeerde pad is gegaan. En er is een andere vrouw. Beide relaties hebben op hem een aantrekkingskracht tegen beter weten in.
    En er is de idylle die hij op Bali beleeft met Marscha en haar zoontje Tomas. Dat is wél de moeite waard. Maar waarom zijn Marscha en Tomas nog niet bij zijn ziekbed langs geweest? Het wordt niet aannemelijk gemaakt. Een van de vele losse eindjes in het boek.

    De tijger en de kolibrie poogt in hoog tempo de goede en de slechte herinneringen van de hoofdpersoon weer te geven. In hoeverre Roberts leugens en overspel hem duur komen te staan, ontdekken we pas laat. Is het gelukkige gezinnetje nu gedupeerd?
    Boogers’ proza is vakwerk. Zoveel is duidelijk. Hij wekt nieuwsgierigheid. En hij speelt met ons gebrek aan kennis van de achtergronden. Hij schept met verve het contrast tussen Roberts merkwaardige nevenactiviteiten en diens gelukkige gezinsleven. Hij schrijft direct, stevig en vloeiend.

    Hoofdpersoon Robert maakt geen kille keuze voor zijn affaire, hij stort zich niet opportunistisch in het criminele leven, nee, hij laat zich leven. Hij laat zich te veel leiden door Marscha. Baantjes krijgt hij via  zijn schoonvader. Er wordt hem geld toegeschoven door de criminele Jerry. Dat is moreel slap en laf. Belangrijker is dat De tijger en de kolibrie daardoor niet zo goed werkt. We krijgen geen sympathie voor de hoofdpersoon, maar vinden het een slapjanus.De mate waarin het mis gaat, de grofheid van de ellende, het laat je onverschillig. Het overkomt Robert telkens weer, hoofdstuk na hoofdstuk, maar de confrontatie blijft uit, en als die dan  enigszins plaatsheeft, is hij te zwak om er bij stil te staan. Roberts werkelijke karakter komt niet uit de verf…! Jammer!

    Alex Boogers (1970) debuteerde in 1999 onder het pseudoniem M.L. Lee met Het boek Estee. Vervolgens schreef hij de alom geprezen romans Het waanzinnige van sneeuw, Lijn 56 en Het sterkste meisje van de wereld.