• Witgekalkte muren

    Witgekalkte muren

    Ik kan opeens verlangen naar leegte, naar een kamer met witgekalkte muren, kaarsrechte boekenkasten en een stoel. In de keuken een fornuis, een tafel en een plank aan de muur voor spullen. Geen zesendertig koffie- en theebekers maar zes borden, een steelpan,  een soeppan en wat waterglazen, ook geschikt voor wijn of andere dranken. In de rest van de ruimte een radslag kunnen maken, alleen zijn met mijn gedachten.
    Dan niet denken aan de zolder die volstaat met dozen met boeken, prullaria en mappen, veel mappen met ik weet niet wat. Daartussen kampeerspullen, (wat een behoorlijk compact woord is maar in wezen een bijeenraapsel van slaapzakken, matjes, bekers, borden, touwen, haringen, hamers, zaklampen), vloerkleden, manden met kerstspullen (die ik altijd in maart wil wegdoen, maar weet dat ik daar in december last mee krijg), en sjaals die van niemand zijn maar waarvan je niet weet of er ooit eens iemand zal zeggen een sjaal kwijt te zijn, en dat jij weet: ‘Hé, die ligt bij mij op zolder.’ Dat de dingen dan voor even weer kloppen.

    Begin vorige eeuw startte Albert Kahn een groot project. De filantroop wilde een wereld in verandering in beeld brengen. Het samenbrengen van verschillende culturen door middel van afbeeldingen was voor Kahn een soort wereldvredesmissie. Hij stuurde verschillende mensen de wereld over om foto’s te maken, waaronder zijn chauffeur Alfred Dutertre, de verteller in een roman van Lia Tilon.
    ‘Hij hield me voor dat ik foto’s maak van een wereld in overgang. Hij gelooft dat onze tradities het anker vormen dat wij nodig hebben bij ruwe zee. Zichtbaar vergenoegd met zijn nautische vergelijking. Tradities bieden houvast en geven vorm aan ons bestaan. Hij zei dat het belangrijk is te begrijpen wie eenieder is – waar hij vandaan is gekomen. Ik geloof dat hij bang is dat wij het verleden vergeten.Wat een drieste gedachte: een chauffeur uit Parijs die de afkomst komt tonen van de Amerikanen en Chinezen! Hij zegt dat hij ook op zijn andere zakenreizen zal laten fotograferen en deze autochromes zal exposeren. Zodat men elkaar kan leren kennen. Ik weet het werkelijk niet. Vragen veel gebeurtenissen dan niet om vergetelheid? Omdat ze anders blijven groeien? Woekeren en de vruchtbare grond verarmen?’

    Nu denk ik erover foto’s te maken van mijn spullen. Foto’s zeggen meer dan de werkelijkheid laat zien. Dat heeft te maken met de onbeweeglijkheid van de tijd. Ik kan er de witgekalkte muren mee behangen. Dat wat je ziet, is wat je ziet. De lichtval, de opstelling en het perspectief geven me ruimte te ontdekken waar ik vandaan kom. Foto’s als gedachten die de woorden hebben losgelaten, zoals gedachten beelden zijn waar later pas woorden bijkomen.

     

    Lees de prachtige roman  Archivaris van de wereld van Lia Tilon, over de missie van Albert Kahn om wereldvolkeren via fotobeelden te verenigen.


    Inge Meijer is een pseudoniem, leest alle dagen en schrijft over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

     

  • Fotograferen omwille van de wereldvrede

    Fotograferen omwille van de wereldvrede

    In het Musée Albert-Kahn in Boulogne-Billancourt (Parijs) wordt een unieke collectie van meer dan 72.000 kleurenglasplaten van de meest uiteenlopende volkeren bewaard. De steenrijke Franse bankier Albert Kahn gaf in het begin van de twintigste eeuw aan tientallen fotografen de opdracht om alles en iedereen ter wereld te fotograferen. Met zijn levenswerk dacht hij de wereldvrede te bewerkstelligen.

    Lia Tilon zag in TV-gids een aankondiging voor een BBC-documentaire over ‘de man die de wereld wou fotograferen’. Ze vergat te kijken, maar later dook die intrigerende gedachte weer in haar hoofd op. Ze zocht de documentaire – The Wonderful World of Albert Kahn – op en was onmiddellijk verkocht. Ze zag dadelijk potentieel voor een roman en ging op onderzoek. Zo belandde ze in dat Musée Albert Kahn, waar ze ‘het archief van de planeet’ aantrof.

    Archivaris van de wereld is een roman, of beter gezegd: een gefictionaliseerde biografie, gebaseerd op de levens van multimiljonair Albert Kahn (1860-1940) en zijn chauffeur Alfred Dutertre. De roman beschrijft op een unieke manier het levensproject van Kahn, gezien door de ogen van zijn jonge chauffeur en medewerker Dutertre.
    Aan het eind van de negentiende eeuw werkte Kahn zich in Frankrijk op tot een bekend bankier en zakenman. Hij behoorde tot de hoogste kringen, maar bleef onbereikbaar en mysterieus. Als overtuigd pacifist had hij maar één doel: wereldvrede realiseren.
    Hij beschikte over de nodige financiële middelen en kon zich daardoor een experimentele aanpak veroorloven. Zo stuurde hij studenten met beurzen de wereld rond om het echte leven te zien, zodat ze hun ervaringen later in Frankrijk konden delen. Zijn grootste project kwam er echter pas na de uitvinding van de fotografie door de gebroeders Lumière. In 1908 stopte hij zijn chauffeur Dutertre een camera in de hand, maande hem om de handleiding te lezen en wat lessen te volgen, en nam hem daarna mee op wereldreis. Dit is het uitgangspunt van de roman.

    Alfred Dutertre leert werken met verschillende camera’s en vergezelt Kahn op de reis die hem naar alle uithoeken van de wereld zal brengen, van Amerika over Hawaï en Japan tot China. Kahns boodschap – leg alles en iedereen vast, maak verbinding tussen de mensen, zorg dat we elkaar leren kennen en bewerkstellig zo de wereldvrede – klinkt Dutertre een beetje naïef en utopisch in de oren, maar natuurlijk gaat hij graag mee op de reis van zijn leven. Dat Tilon niet Kahn zelf, maar Dutertre als hoofdfiguur voor haar roman koos is een bewuste keuze, die goed uitpakt. Ze wilde Kahn van een afstand bekijken, zodat ook zijn mysterieuze en vreemde eigenschappen tot uiting komen. In Archivaris van de wereld doet Dutertre afwisselend verslag van de reis via dagboekaantekeningen en van het relaas van Kahns leven in Boulogne bij Parijs. Naast het boeiende reisverslag zijn de uittreksels over het leven in Parijs zeker ook het lezen waard. Kahn ontvangt schrijvers als Kipling en Joyce en voert interessante gesprekken met hen. Het boeiendste zijn echter zijn vele ontmoetingen, gesprekken en discussies met zijn enige echte vriend en vroegere leermeester, de Franse filosoof Bergson.

    Hoewel Kahn een ongemeen boeiend (roman)personage blijkt, is het aandeel van Dutertre niet te onderschatten. Tilon laat hem evolueren van een jonge, onderdanige chauffeur van 21 tot de steun en toeverlaat van de oude en zwakke Kahn. Als Kahn door de beurscrash van 1929 in 1931 bankroet gaat, zijn villa in verval raakt en zijn project op sterven na dood is, blijft Dutertre hem als enige steunen. De dreiging van de Tweede Wereldoorlog drukt zwaar op de zieke Kahn, maar dan toont Dutertre enkel die autochromes (fotoplaten) die de moeite waard zijn en getuigen van een vredig leven om zijn opdrachtgever niet te ontmoedigen. Hij staat hem bij tot aan zijn dood. De ware relatie tussen de twee blijft onduidelijk, maar de personages groeien zichtbaar naar elkaar toe. Hun relatie is vol wederzijds begrip, en tussen de regels door kan een echte vriendschap gespot worden.

    Tilon schrijft in korte zinnen en vrij gedetailleerd. Dit lijkt op het eerste gezicht te leiden tot een nogal  zakelijke en koele tekst, maar niets is minder waar. Langzaam maar zeker worden de personages uitgediept. We leren de Don Quichote in Kahn kennen, bij wie alles in het teken staat van die (te grote?) ambitie, dat ene ideaal. Tegelijk zien we hoe bij Dutertre de twijfel toeneemt over dat ambitieuze plan, maar hij blijft Kahn ondanks dat trouw.

    Archivaris van de wereld is een zich traag ontwikkelend verhaal waarin de schoonheid in de ware zin van het woord geleidelijk wordt opgebouwd. Het is een verhaal om bij te mijmeren met een soort van blijde boodschap en vol nostalgie. Een verhaal om te koesteren.