• Postmodern meesterwerk uit Schotland

    Postmodern meesterwerk uit Schotland

    De roman Poor Things (1992) van Alasdair Gray, vertaald door Robbert-Jan Henkes als Arm ding, werd beroemd door de veelbekroonde verfilming van Yorgos Lanthimos in 2023 met Emma Stone in de hoofdrol. Alasdair Gray (1934-2019) was een bijzonder interessant auteur die voor een ware renaissance van de Schotse literatuur zorgde met zijn omvangrijke romandebuut Lanark. A Life in Four Books (1981). Hij was een van Schotlands belangrijkste beeldend kunstenaars en alleen al om de illustraties en de typografie is zijn literaire werk een waar genoegen. Dat geldt ook voor Arm ding. ‘Voorvallen uit het vroege leven van Archibald McCandless M.D. van de Schotse Dienst Volksgezondheid, bezorgd door Alasdair Gray.’

    Arm ding is zijn belangrijkste boek, meer nog dan in zijn debuut laat hij hierin zien hoe cruciaal de rol van de stad Glasgow in de Britse geschiedenis was. Eind negentiende eeuw stond Glasgow in wetenschappelijk en economisch opzicht boven Londen op nummer een in the British Empire.

    Verdronken vrouw tot leven gewekt

    Met Arm ding schreef Gray een verhaal over een anonieme vrouw in het victoriaanse Glasgow die zichzelf verdronk. Ze wordt door de geleerde Godwin Baxter gevonden en met het brein van haar ongeboren dochter weer tot leven gewekt en opgenomen in zijn huis. Hij noemt haar Bella Baxter. Baxter ontfermde zich ook over Archibald McCandless (Archie), een boeren bastaardkind dat op de universiteit gepest werd om zijn accent en kleding. Bella, die aanvankelijk de motoriek van een peuter heeft alsook het bijbehorende taalgebruik, ontwikkelt zich snel. Baxter laat Archie nauwkeurig Bella’s vorderingen noteren. Archie wordt verliefd op haar en Baxter besluit dat ze later met elkaar zullen trouwen.

    Ondertussen laat Bella zich ‘ontvoeren’ door de charmante losbol, advocaat Duncan Wedderburn, voor een tour door Europa. Tijdens haar afwezigheid ontvangen Archie en Baxter korte levenstekens van haar. Ondertussen beweegt Bella zich zowel geestelijk als fysiek steeds soepeler en begint ze na te denken over de samenleving.

    Wedderburn wil ook met Bella trouwen, maar zij is niet van plan haar belofte aan Archie te verbreken. De teleurgestelde advocaat vlucht in drank en gokken, waarna ze berooid stranden in Parijs. Om geld te verdienen werkt Bella een tijdje in een bordeel en maakt via een collega kennis met het socialisme.

    De werkelijkheid over Bella

    In Alexandrië wordt ze geconfronteerd met verschrikkelijke armoede en raakt overstuur, ook omdat ze plotseling aan haar dode dochtertje moet denken. Als ze uiteindelijk thuiskomt, vertelt ze over de ellende in Alexandrië en vraagt zich af wat zij kan doen. Baxter raadt haar aan de problemen dicht bij huis te bestrijden door arts te worden in het arme deel van Glasgow.

    Als Archie en Bella gaan trouwen worden ze in de kerk verrast door een gezelschap van vijf mannen. Ene Sir Aubrey de la Pole Blessington beweert dat Bella, Victoria heet en zijn vrouw is. Ook Bella’s vader, een steenrijke spoorwegmagnaat, is aanwezig, evenals een lijfarts, een advocaat en een privédetective. Baxter nodigt het gezelschap uit om in zijn woning van gedachten te wisselen. Dan blijkt Blessington zijn echtgenote jaren geleden aan clitoridectomie wilde onderwerpen. Ondertussen ging hij vreemd met een dienstmeisje. Als Bella vervolgens onthult dat Blessington de gemaskerde, prematuur ejaculerende ‘mister Spankybot’ uit haar Parijse bordeel is, wordt het de man te veel en pleegt hij zelfmoord.

    Bella en Archie krijgen drie zoons. Archie wordt voorzitter van de Glasgowse Burgerlijke Verheffingstrust en Bella leidt een kraamkliniek en schrijft pamfletten voor de beroemde Fabian Society en het vrouwenkiesrecht.

    ‘FINIS’

    Maar dan kennen we Gray niet: er volgen nog 35 bladzijden met kritische en historische kanttekeningen van bezorger Alasdair Gray, die ons al vergastte op een inleiding van acht pagina’s voor het relaas van Archie.

    Postmoderne trukendoos

    Zowel de inleiding als de kanttekeningen rammelen verdacht. Want Gray gebruikte voor Arm ding de hele postmoderne trukendoos. Verschillende ‘authentieke’ teksten die elkaar opzettelijk lijken tegen te spreken, plus de daarbij behorende typografie. Zo te zien komt het officiële cv van Blessington, de dertiende baronet van die naam, uit Who is Who? uit 1883. Maar de manier waarop het cv vermeldt hoe het latere parlementslid in alle mogelijke uithoeken van het koloniale Britse Imperium heeft huisgehouden, is zelfs voor die dagen hoogst overdreven en onwaarschijnlijk. Laat staan de locaties van sommige van zijn veldslagen: Fumuckenugger, Bullubgur.

    De intertekstualiteit gebruikt Gray dan ook op allerlei manieren. Hij verwijst indirect naar een hele reeks auteurs, van Dostojewski – De speler – en Dickens tot Arthur Conan Doyle. Ook speelt hij met de namen van zijn personages. Zo verwijst de tweede voornaam van Godwin Bysshe Baxter naar Percy Bysshe Shelley. Shelly trouwde met Mary Wolstonecraft, dochter van de politieke filosoof William Godwin en auteur van Frankenstein; or, The Modern Prometheus (1818). Het verhaal dat werd geconcipieerd in Byrons Villa Diodati bij het meer van Geneve. Daar denken we aan Lady Blessingtons uiterst populaire Conversations of Lord Byron (1834).

    Gray’s eigen scenario

    De verfilming is werkelijk bijzonder: ‘Frankenstein meets Pygmalion’, met een beetje ‘steampunk’. Maar Gray zou zeker teleurgesteld zijn geweest dat scenarist Tony McNamara de locatie heeft verplaatst van Glasgow naar Londen. Er is bewijs dat de auteur dat zelf nooit zou hebben gedaan. Namelijk Gray’s eigen scenario dat in zijn bundel A Gray Play Book (2009) staat.  Tijdens het schrijven van die roman wist Gray ‘zeker’ dat hiermee een carrière zou beginnen als schrijver voor het bioscoopscherm. Want Frankenstein en horror gothic waren destijds populairder dan ooit en hij had zijn roman met ruime hand voorzien van een negentiende-eeuwse sfeer en de bijbehorende kostuums.

    Een filmscenarioschrijver ziet een ander medium voor zich en moet daardoor afwijken van de gelaagde, postmoderne structuur van een tekst (en in dit geval, ook beeld). Vooral het probleem van de opzettelijke inconsistenties en contradicties oplossen. Wat te doen met de verschillende versies van de werkelijkheid? In dit geval: wie sprak de waarheid? Archie of de weduwe Victoria? Bovendien blijken vanuit het scenario-perspectief de dialogen in Arm ding soms wel er lang en de (bijna-) herhalingen tamelijk overbodig. Zo is Godwin Baxter in zijn sociale en politieke betogen langdradig, net als het lange verhaal van de spoormagnaat. Sterker is dat het geval bij de ‘missionarissen’ zoals Gray ze noemt, Hooker en Astley. Hun ellenlange redevoeringen om Bella te overtuigen, worden spoedig saai en vervelend als je ze door acteurs ziet uitspreken.

    Het boek vertaald naar een filmscenario

    De wanhopige en razende brief van Wedderburn in het boek heeft Gray ‘vertaald’ in een bezoek van twee artsen aan het gesticht waarin de advocaat verblijft. De man begint te vertellen en we zien hem, maanden eerder, opgewekt het huis van Baxter binnengaan en vervolgens Bella het hof maken. Dan zien we de reis van de minnaars door Europa, soms afgewisseld met scènes uit het gesticht, meestal met Wedderburns voice-over. Hetzelfde procedé hanteert Gray voor het weergeven van Bella’s lange reisverslagen.

    Na de zelfmoord van Blessington toont Gray een serie film stills, als uit een fotoalbum: Archie in zijn kantoor; Diens echtgenote in een geanimeerd gesprek met de Fabians Shaw, Wells en Webb; Victoria die de Royal Albert Hall toespreekt over vrouwenkiesrecht; Met haar assistentes in de geboortekliniek; Met haar drie kinderen.

    Arm ding in vertaling van Henkes leest prettig, al had de titel natuurlijk moeten zijn Arme dingen, zoals het origineel in meervoud. Het vertalen leek soms niet eenvoudig. Bella heeft bijvoorbeeld de gewoonte om voor- en achternamen in te korten waardoor ze een dubbelzinnige betekenis krijgen: God, Candle, Bell en Wed. Ze gebruikt ‘wed’ ook als werkwoordelijke aanduiding voor de geslachtsdaad. Maar wat moet de lezer met ‘Kaars’ en ‘huwen’? Blessingtons posh lost Henkes op door hem te laten spreken als corpsleden: ‘polisie’ en ‘justisie’. ‘Lame vrouw los, mneer’. Dat werkt niet altijd goed, maar we mogen Koppernik en Henkes dankbaar zijn dat een prachtboek als Arm ding nu in waardig Nederlands beschikbaar is voor de lezer.

     

     

  • Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

    Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

    De Schot Alasdair Gray is in Nederland misschien wel een nobele onbekende, maar de extravagante kunstenaar en schrijver zette zichzelf op de kaart van de wereldliteratuur met zijn indrukwekkende magnum opus Lanark – Een leven in vier boeken. Dat zijn debuutroman uit 1981 ook zijn meesterwerk is, daaraan twijfelt niemand binnen de Angelsaksische literaire wereld. De roman  werd dan ook meteen gebombardeerd tot een van de mijlpalen van de twintigste-eeuwse fictie. Volgens veel collega-auteurs is het de grootste Schotse roman ooit. Daarom is het des te vreemd dat zijn fantastische, in alle betekenissen van het woord, roman pas nu in het Nederlands werd vertaald.

    Al bij de eerste aanblik oogt het boek vreemd: een klepper van jewelste doorspekt met typografische experimenten, geïllustreerd met pentekeningen die uit Dantes hel lijken te komen, en een structuur die je op zijn minst apart kunt noemen. Het werk begint met Boek Drie, pas daarna volgt de Proloog en daarna de  Boek Een, Boek Twee en Boek Vier. De Epiloog wordt nog gevolgd door zo’n slordige honderd bladzijden. De lezer lijkt zelf te moeten bepalen in welke volgorde je het werk leest, maar de auteur geeft zijn opinie in de epiloog: ‘Ik wil dat Lanark in één volgorde wordt gelezen maar dat er uiteindelijk in een andere aan wordt gedacht.’ Hij wijst er ook op dat dit principe niet nieuw is, maar al eeuwen wordt toegepast. Omwille van zijn experimentele kunstjes wordt hij dan ook vaak op een lijn gezet met Kafka, Joyce, Dante en andere groten. Zelf noemt hij Virgilius, Homeros, Milton en Scott Fitzgerald als inspiratiebronnen.

    Bij de opening van Boek Drie wordt de lezer onmiddellijk het verhaal in getrokken. Het hoofdpersonage Lanark wordt wakker in de trein en herinnert zich niets meer van het verleden. Hij komt terecht in Unthank, een stad die angstaanjagende visioenen oproept.  Het is een stad zonder zonlicht, geteisterd door aanhoudende regenval, waar de inwoners lijden aan vreemde ziektes en plots als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ook Lanark wordt geconfronteerd met deze mysterieuze ziekte en wordt opgeslokt door een mond in de grond. Hij komt terecht in een soort ondergronds instituut waar hij herstelt en prompt tot dokter wordt gepromoveerd.

    In Boek Een en Boek Twee maakt het surrealistische gegeven van Unthank plaats voor een vrij realistische coming-of-age-roman waarin we de groei tot volwassenheid meemaken van de Schotse jongen Duncan Thaw. Hij groeit op in de relatief donkere buurten van het vooroorlogse Glasgow. Het gezin vlucht naar het platteland, maar de ziekelijke Duncan, getormenteerd door seksuele fantasieën,  keert al gauw terug naar de stad waar hij een groot kunstenaar wil worden. Non-conformistisch als hij is, komt hij in conflict met alles en iedereen: vader, vrouwen, docenten aan de kunstacademie, opdrachtgevers en leidt hij een eenzaam en onbegrepen bestaan. Hoewel hij steeds op zoek is naar intimiteit en seksualiteit, mislukken al zijn pogingen om een relatie op te bouwen. De lezer voelt dat dit slecht zal aflopen en komt niet bedrogen uit.

    Boek Vier sluit aan bij Boek Drie.  We keren terug naar de donkere, fantastische wereld. Lanark wil weg uit het instituut en gaat op zoek naar Unthank. De odyssee naar de stad verloopt moeizaam en zit vol hindernissen. Er eenmaal aangekomen merkt hij dat de stad niet (meer) is wat hij ervan had verwacht. De stad is er nog slechter aan toe dan bij zijn eerste bezoek.  In de epiloog maakt Lanark kennis met ‘De schrijver’, het onmiskenbare alter ego van Gray die hier een loopje neemt met de lezer. Het vervolg lijkt op de ware Apocalyps, Ragnarök of Götterdämmerung waar Unthank ten onder gaat in vuur en water.

    Het mag duidelijk zijn dat beide verhaallijnen parallel lopen en op een verschillende wijze dezelfde fases beschrijven in het levensverhaal van Duncan Thaw en zijn alter ego Lanark. Beiden gaan gebukt onder onbeantwoorde liefdes en  een zwakke gezondheid, die nog eens weerspiegeld wordt in de duistere, door mist en regen omgeven, industriesteden Glasgow/Unthank.

    Gray slaagt erin op magistrale wijze deze dystopische roman leesbaar en verteerbaar te maken. Zoals hij zelf aangaf, kan men de Boeken in een willekeurige volgorde lezen, maar door zijn volgorde te respecteren, is het verrassingseffect veel groter.  Ondanks zijn vaak (bijna Latijnse) volzinnen blijft het boek aangenaam om lezen en valt de lezer van de ene verbazing in de andere. Het geheel kan gezien worden als één groot visioen van de ondergang van de maatschappij zoals we die kennen, met afschrikwekkende taferelen in een vaak science-fictionachtige wereld. Het fantasy-gehalte in de wereld van Unthank is groot, terwijl het toch een spiegel is van het alledaagse leven in Glasgow. De sfeer is grauw en grimmig en levert expliciet kritiek op de geïndustrialiseerde en overbevolkte maatschappij.
    Op het persoonlijke vlak beschrijft het de onmogelijkheid van de liefde en de vereenzaming en totale ontreddering en ondergang van de mens in deze verloren maatschappij. De mengeling van satire, fantasie, humor en maatschappijkritiek maakt Lanark – Een leven in vier boeken tot een donker, maar rijk verhaal dat blijft nazinderen en waarin steeds nieuwe verrassingen komen bovendrijven.

     

     

  • Oogst week 40

    Tarantula

    Deze week twee omvangrijke boeken; een historische roman en een moderne klassieker uit 1981. De nieuwe vertaling van Bob Dylans Tarantula en een mensen/dierenboek over varkens.

    De enige roman – hoewel wat is een roman als je deze in het licht van liedteksten beschouwt – die Bob Dylan (1941) schreef, werd deze week opnieuw in het Nederlands uitgebracht. Dylan schreef  Tarantula in 1966 en het werd in 1971 gepubliceerd. Wat te verwachten van een roman van Bob Dylan? In ieder geval geen gestroomlijnd verhaal, daarvoor is de tekst te grillig en ongrijpbaar. Het is meer als een liedtekst opgeschreven, gezien de zinsbouw en het ritme van woorden waarmee het ook wel Dylans vreemdste songtekst genoemd wordt.

    Dylan toont zich, net als hij ooit deed in het radioprogramma Theme Time Radio Hour, waarvoor hij de muziek overal en nergens vandaan haalde. Ook in Tarantula komen we ze tegen: Aretha Franklin, Woody Guthrie, Leadbelly, de Carter Family en vele, vele anderen.

    Het boek is voorzien van een uitgebreid notenapparaat waardoor de dwarsverbanden in deze schat aan muziekstijlen zichtbaar worden gemaakt.

    Hoe Robbert Jan Henkes en Erik Bindervoet zich waagden aan een nieuwe vertaling van het schier onvertaalbare boek is te beluisteren op NPO1. Zij vertellen over het boek en de manier waarop zij zich de tekst van Dylan eigen maakten.

    Tarantula
    Auteur: Bob Dylan
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Varkens

    Ken het varken, dan ken je jezelf, zou wel eens een nieuwe leus kunnen worden na het lezen van Varkens van culturele wetenschapper Thomas Macho. Varkens zijn geliefd om hun bewezen intelligentie en gehaat om hun varkensgedrag (snorken en snuiven en altijd die smerige modder vermengd met eigen uitwerpselen). Macho volgde de carrière van het varken vanaf de vroegste domesticatie tot aan zijn positie als vlees- en metaforenleverancier nummer één. Het is een prachtig geïllustreerd pleidooi voor een fraai dier, een portret van oude en nieuwe rassen en vormt het bewijs dat het varken en de mens in complexiteit en tegenstrijdigheid niet voor elkaar onderdoen.

    Varkens verschijnt in November.

    Varkens
    Auteur: Thomas Macho
    Uitgeverij: Van Oorschot

    De aarde huilt

    Peter Cozzens (1957) is een Amerikaans historicus en schreef meerdere boeken over de burgeroorlog. De strijd van de indianen is het omvangrijke verhaal van de decennialange strijd tussen het Amerikaanse leger en de stammen van de Great Plains en de Rocky Mountains aan het eind van de negentiende eeuw. Na een ontmoeting met president Abraham Lincoln dacht indianenleider Magere Beer dat hij niets te vrezen had van het leger. Lincoln had hem wel gezegd dat ‘zijn kinderen’ soms niet luisterden, maar Magere Beer had dat niet begrepen. Onbevreesd reed hij de troepen tegemoet. Wat dan volgt is geschiedenis. Cozzens schrijft niet alleen over de veldslagen en campagnes, maar ook over de slechte leefomstandigheden van de soldaten aan het front en de waardeloze verdragen, de onderlinge strijd tussen stammen en facties, de mentaliteit van de indiaanse krijgers en de ethische vragen die de betrokken officieren van het Amerikaanse leger zich stelden.

    De aarde huilt
    Auteur: Peter Cozzens
    Uitgeverij: Athenaeum Polak & van Gennep

    Lanark

    De Schotse schrijver en kunstenaar Alasdair Gray (1934) schreef meer dan 30 jaar aan zijn eerste boek Lanark, dat uiteindelijk in 1981 werd gepubliceerd. Na publicatie van dit moderne visioen van de hel dat als decor de steden Glasgow en Unthank heeft, werd hij direct vergeleken met Dante, Blake, Joyce, Orwell, Kafka, Huxley en Lewis Carroll.

    De roman opent met: “Je kwam Café Elite binnen via een trap vanuit de foyer van een bioscoop. Op twee derde van de weg naar boven was een deur die naar de bioscoop zelf leidde, maar mensen die naar de Elite gingen klommen verder en kwamen in een grote, groezelig ogende ruimte vol stoelen en lage koffietafels.’ Op de Athenaeumboekensite is het verdere fragment te lezen.

    Deze moderne klassieker uit de Schotse literatuur is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

    Lanark
    Auteur: Alasdair Gray
    Uitgeverij: Koppernik BV