• Een basketballer aan de verliezende hand

    Een basketballer aan de verliezende hand

    Het is weinig gebruikelijk om de bespreking van een novelle of roman te beginnen met opmerkingen over de stoffelijke drager van het verhaal. Afscheid van Juan Carlos Onetti geeft daar door enkele opvallende details aanleiding toe. Zo valt op dat de ontwerper van de boekomslag en de maker van de afbeelding daarop in het colofon een verwijzing krijgen naar ander werk van hen, wat op een bijzondere manier recht doet aan de presentatie van het boek. Daarnaast valt op dat het papier een robuustheid heeft die je de pagina’s traag doet omslaan. Alsof je gedwongen wordt je eerst te realiseren wat de zojuist gelezen tekst te zeggen heeft voor je verder bladert in deze al uit 1954 stammende, maar niet eerder in het Nederlands vertaalde novelle.
    De jonge uitgeverij Kievenaar uit Heveadorp nodigt op haar site lezers uit haar boeken te ervaren als ‘moeilijk veroverbare geliefden’. Het werk van de Urugyaan Onetti is daar een fraai voorbeeld van. Na Afscheid verschijnt daar van hem ook nog De dood en het meisje. Wie Afscheid heeft geproefd wordt meteen benieuwd naar die volgende uitgave.

    Brieven

    Afscheid is inderdaad een novelle waarop je verliefd raakt zonder dat je direct kunt verklaren waarom. In elk geval dragen daar aan bij de mysterieuze sfeer en de ambigue stem van de verteller, de uitbater van een winkel, annex café en postkantoor. Hij woont al vijftien jaar in het dorp. Zijn verhaalstem suggereert dat er gaat gebeuren wat hij voorvoeld heeft, maar wat dat is blijft tot het eind duister. Dan claimt de winkelier enigszins verrassend zijn gelijk, maar is dat terecht? Bovendien incorporeert deze verteller in zijn verhaal opvattingen en beweringen van anderen, zoals een verpleger – de roddelaar in deze geschiedenis – en een kamermeisje, waarbij de lezer zich steeds afvraagt of hij ze wel correct weergeeft.

    De centrale figuur in Afscheid is een beroemde Argentijnse basketballer (de center van een internationaal team) die het dorp van de winkelier bezoekt omdat hij lijdt aan tuberculose en een opname in het sanatorium hem misschien kan redden. Hij verblijft er afwisselend in een hotel en een chalet van Portugese zussen op een berg, blinkt vooral uit in zwijgen en wekt bevreemding omdat zijn lievelingsplek de vuilnisbelt van het hotel is. Hij komt in de winkel om er een biertje te drinken terwijl hij naar de bergen kijkt, en om de post op te halen van twee vrouwen die hem regelmatig schrijven. De ene vrouw doet dat in blauw handschrift, de andere in getypte bruine enveloppen. De brievenstroom stopt als de twee vrouwen zelf vrijwel tegelijkertijd de basketballer bezoeken.

    Wie geloof je?

    Zowel de winkelier als de basketballer, de verpleger en de twee vrouwen krijgen in de novelle geen naam, terwijl de auteur kwistig met namen strooit van inwoners die er in veel mindere mate toe doen en soms zelfs maar een enkele keer figureren: een serveerster, de Portugese eigenaressen van het chalet, het kamermeisje of een postbode. Onetti is daarnaast behoorlijk precies in de beschrijving van hotels en het stratenplan van het dorp. Op die manier geeft hij de achtergrond van de personages een realistische gedaante terwijl het overige in raadselen en dromerigheid gehuld blijft.

    Het boeiende aan de manier waarop het verhaal verteld wordt is dat we als lezer aanvankelijk geneigd zijn de winkelier te geloven, maar daaraan beginnen te twijfelen als hij te nadrukkelijk de andere stemmen als roddelaars wegzet. Wat mogen we geloven? Onetti daagt de lezer uit zijn eigen verhaal samen te stellen. Om tot zijn verrassing aan het einde te merken dat hij (althans bovengetekende, maar waarschijnlijk vele anderen) er toch ingetuind is. Je voelt je na lezing gedwongen je af te vragen waardoor je je laat leiden, niet alleen in dit verhaal, maar ook in het verhaal dat je dagelijkse leven is en, ja, ook: de dagelijkse nieuwsvoorziening.

    Verleden

    Naast dit alles zijn er de door Onetti prachtig verwoorde observaties van de winkelier die allerlei psychologische betekenissen toekent aan gebaren en houdingen van personages en hun zwijgen: ‘Zonder vreugde, maar opgewonden, kon ik nu de breedte van zijn schouders verklaren en de overdreven nederigheid waarmee hij ze kromde, die opgekropte wrok in zijn ogen, die niet alleen voortkwam uit het verlies van zijn gezondheid, van een manier van leven, van een vrouw, maar vooral uit het verlies van een overtuiging, van het recht om trots te zijn’.
    Fraaie zinnen zijn het vaak, ook in de Nederlandse vertaling van Arie van der Wal, zoals deze: ‘Ik stelde me voor hoe de man na de omhelzing op een drafje naar het hotel liep, zich bewust van zijn postuur, van zijn vermoeidheid, van het feit dat het bestaan van het verleden afhangt van de hoeveelheid heden die we eraan geven’.

    Juan Carlos Onetti werd in 1909 in Montevideo (Uruguay) geboren, woonde een tijd lang in Buenos Aires (Argentinië) en stierf in 1994 in zelfgekozen ballingschap in Madrid. In de Latijns-Amerikaanse literatuur werd en wordt hij als een grootheid gewaardeerd door schrijvers als Vargos Llosa, Bolaño en Córtazar, maar in Europa is hij veel minder bekend dan die bewonderaars. Hij schijnt nauwelijks pretenties te hebben uitgestraald, zo lezen we in een uitvoerige Engelstalige biografische schets van J. Blitzer die op de site van uitgever Kievenaar te vinden is: ‘Woorden verschijnen bij Onetti in vreemde en onwaarschijnlijke combinaties, altijd op zoek naar mogelijkheden terwijl hij de zekerheid beperkt. Zijn ficties en correspondentie getuigen van zijn onoverkomelijke afstandelijkheid. In interviews was hij net zo: hij sprak langzaam, onderbrak zijn opmerkingen met lange pauzes, nam midden in een zin een eindeloze trek aan een sigaret en verviel in een verdwaasde monotone toon. Zoals de Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina ooit zei [naar aanleiding van een interview met Onetti]: “Ik had nog nooit iemand met zo weinig nadruk over literatuur horen spreken.”’

     

     

  • Oogst week 14 – 2022

    Filter 29:1

    Filter, tijdschrift over vertalen, brengt elke editie verhalen die uit de ervaringspen van vertalers zelf komen. Vertalen is een kans je te verdiepen in een werk dat nog niet eerder door taalgenoten gelezen werd. Daar komen verhalen uit voort. In deze editie, met het thema ‘De geuren van het voorbije jaar’, wordt er teruggeblikt op vertaaljaar 2021. Schrijver Daniël Rovers doet in een column verslag van zijn eenmalige vertaalervaring. Hij waagde zich ooit samen met vertaler Iannis Goerlandt aan een vertaling van David Foster Wallace’s (nagelaten) roman The Pale King. Wat hij ontdekte was, dat vertalen niet is, er een toegankelijke tekst van te maken. Vertalen is een mentale krachttoer om ‘je over elk woord, elke zin van een compleet boek te willen buigen’, een werk dat nooit ophoudt. En ook, ‘een vertaler is net als de schrijver, nergens zonder een meedogenloze corrector.’

    Wat je eraan overhoudt is in het geval van Rovers naast een hernia ook een speciaal oog voor vertalingen gekregen. Want, concludeert hij, ‘het is een voorrecht als je een tekst in de oorspronkelijke versie kunt lezen, maar als ze niet in je moedertaal is geschreven (en heus, je Engels is minder uitgelezen dan je denkt) zie je talloze nuances over het hoofd.’ Ook kan hij nu oprecht genieten van een ‘vlekkeloze vertaling – dat zijn er verrassend veel, als je nagaat hoeveel moeite het kost om zelfs maar één pagina perfect te krijgen.’ Met bijdragen van Ton Naaikens, over onder meer het redden van woorden; Janne van Beek, met een ‘objectieve wetenschappelijke’ maar begeesterde analyse van de vertaling van Bluets. Bespiegelingen in blauw van Maggie Nelson door Nicolette Hoekmeijer. En meer, veel meer voor geïnteresseerde lezers die vertaalde literatuur willen lezen.

     

    Filter 29:1, De geuren van het voorbije jaar
    Koop hier: Bazarow ISBN 9789493183117

    Filter 29:1
    Auteur: Ton Naaikens, Michiel Krielaars, Miek Zwamborn e.a.
    Uitgeverij: AFdH uitgevers

    Afscheid

    Van de novelle Afscheid, van de Uruguayaanse schrijver Juan Carlos Onetti (1909-1994), luidt de eerste zin: ‘Ik zou willen dat ik van de man, de eerste keer dat hij de winkel binnenkwam, alleen zijn handen had gezien; traag, bedeesd en onbeholpen, bewegend zonder veel vertrouwen, lang en nog niet gebruind, verontschuldigden ze zich voor hun ongeïnteresseerde manier van doen.’
    Deze zin roept vragen op, maakt nieuwsgierig. Zo suggereert, ‘de eerste keer dat hij de winkel binnenkwam’, dat de man er vaker kwam. Degene die in de winkel was, zag zijn handen, maar vermoedelijk zag hij meer van deze man, dingen waarvan hij/zij later wenste ze niet gezien te hebben. Er spreekt spijt uit deze zin, maar waarvan? De beschrijving van die handen laten een hele persoonlijkheid zien, en waarom waren ze ‘nog niet gebruind’?

    Afscheid gaat over een succesvolle basketbalspeler die met tuberculose wordt opgenomen in een sanatorium. De aanwezige gasten vertrouwen hem niet, roddelen over hem. De verteller – de man van de eerste zin – brengt met verwondering en genegenheid het doen en laten van de sportman in herinnering. Er komen brieven voor hem, hij ontvangt bezoek van twee vrouwen (maar wie zijn dat?). Flarden van gesprekken, observaties en de herinneringen van de verteller creëren een mysterieus netwerk van onwaarschijnlijke relaties die spelen in het Argentinië van de jaren vijftig.

    Onetti werd geboren in Montevideo en stierf in ballingschap in Madrid. Ondanks dat hij een solitair schrijver was, behoort hij met García Márquez, Jorge Louis Borges en Mario Vargas Llosa tot de vier belangrijkste schrijvers van Latijns-Amerika. Mario Vargas Llosa was een bewonderaar van Onetti, noemde hem een groot meester van de moderne novelle. Volgens Vargas Llosa schreef hij een proza dat niemand beoefende en introduceerde Onetti als eerste Spaanstalige schrijver het modernisme in zijn verhalen.

    Met jaarlijks een uitgave van een van zijn zeven korte romans, wil Uitgeverij Kievenaar deze schrijver herintroduceren. Afscheid is de eerste van deze uitgaven.

    In een interview op Youtube spreekt Vargas Llosa (Spaanstalig) vol enthousiasme over het werk van Juan Carlos Onetti.

    Afscheid
    Auteur: Juan Carlos Onetti
    Uitgeverij: Uitgeverij Kievenaar

    Een onverwachte broederschap

    De roman Een onverwachte broederschap van de Frans-Libanese schrijver Amin Maalouf, beschrijft een situatie waar we heden mee te maken hebben, ‘de schipbreuk van de beschaving’. Spelers in de roman zijn Alec, een perstekenaar met een uitstekende staat van dienst en een schrijfster van een cultboek die zich beiden, onafhankelijk van elkaar op een afgelegen eiland in de Atlantische Oceaan hebben afgezonderd. Ze hebben amper contact met elkaar, tot zich een groot elektriciteit-storing voordoet en communicatie met de rest van de wereld onmogelijk is. De wereld blijkt op de rand van een kernoorlog te staan. De schipbreuk der beschavingen lijkt een feit. Wie gaat de wereld redden?

    In deze roman komt de wereld tot stilstand en die resoneert met de wereld waarin we nu leven. In een interview in de NRC zei Malouf daarover: ‘We zijn op het moment beland dat we ons moeten afvragen wat voor wereld we willen. De wetenschap en de techniek hebben grote hoogten bereikt, maar er is geen wereldorde meer die die naam waardig is. De wereld kan niet meer functioneren met landen die politiek bedrijven vanuit identiteitsdenken; dat leidt tot de ondergang. We hebben al onze verbeeldingskracht nodig om ons voor te stellen hoe de wereld eruit moet gaan zien, hoe hij geleid moet worden. We móéten onze manier van met elkaar omgaan veranderen, anders gaan we ten onder.’ Een belangrijk boek!

    Een onverwachte broederschap
    Auteur: Amin Maalouf
    Uitgeverij: Uitgeverij Davidsfonds