• Roman die veroverd moet worden

    Roman die veroverd moet worden

    De A van Asta van de Deense Tine Høeg heeft als eerste zin op een verder lege bladzij: ‘Ik krijg een uitnodiging voor een herdenkingsbijeenkomst op 29 juni in café Blomsten’. Hij staat op de ongenummerde pagina 7. Precies dezelfde zin wordt herhaald op pagina 101, maar dan gecursiveerd. Opnieuw is de rest van de pagina leeg en je moet zelf doortellen om te weten waar je aangekomen bent. Die zin wordt niet voor niets herhaald. In de loop van de roman lijkt hij een cesuur aan te geven.
    We maken aanvankelijk kennis met Asta die woont in een studentenhuis en al lang bevriend is met medebewoonster Mai.
    Die eerste honderd pagina’s spelen zich af in de tegenwoordige tijd. In wat we nu maar voor het gemak het tweede deel noemen is er een terugblik op tien jaar geleden toen de vriend van Mai, August, overleed aan een hartkwaal. De uitnodiging voor 29 juni roept bij Asta verdrongen herinneringen op.

    Voor de argeloze lezer gebeurt er niet eens veel. Er is in het eerste deel het dagelijkse leven van de groep en veel studentikoos gekeuvel. Dat is het verraderlijke aan deze roman. Hij bestaat uit allemaal losse zinnen uit gesprekken waarin van de hak op de tak wordt gesprongen. Je bent geneigd ze snel te lezen. Maar pas op. Na tien, twintig pagina’s beginnen dingen te resoneren waar je bij eerste lezing nauwelijks aandacht aan schonk. Dan blijkt onder het vertelde een spanning te liggen.
    Asta schrijft aan een roman over de Poolse beeldhouwer Lysander Milo (die werkelijk geleefd heeft) die op 23-jarige leeftijd verdween: ‘in een grote kelderruimte vond men meer dan honderd bustes van cement, in het diepste geheim gemaakt, een dwarsdoorsnede van de werknemers van de fabriek’ (een paar jaar later dook Milo weer op om daarna voorgoed te verdwijnen).

    Kinderen

    Af en toe verwijzen zinnen in dit eerste deel naar tien jaar geleden, hoewel je daarover als lezer nog niet veel weet: ‘Ik wist niet dat je schreef, deed je dat toen ook al?’
    Er moet voor Asta iets aan geheimen opgeroepen zijn nu de herdenkingsbijeenkomst aanstaande is. En er is nog iets: Mai heeft een tweejarig zoontje Bertram waarvoor Asta zich graag leent als oppas. Zelf zegt ze geen kinderen te willen, maar de waakzame lezer gaat daaraan twijfelen. Ze is via Tinder op zoek naar een partner, maar loopt tegen teleurstellingen op:

    ‘ik pak mijn telefoon weer op en verwijder Tinder

    ik heb zin om te huilen
    of iemand uit te schelden

    maar ik weet niet wie’

    Wit

    Deze paar zinnen geven meteen een beeld van de bijzondere vorm van de roman. Er staat veel wit tussen. Ze beginnen bovendien niet met een hoofdletter en er wordt nauwelijks interpunctie gebruikt. In het citaat is Asta, de verteller, aan het woord, maar dat is niet altijd zo duidelijk. Soms worden anderen sprekend opgevoerd zonder aanhalingstekens of zonder dat ze als woordvoerder worden benoemd. Ook wisselen perspectieven nogal eens. De roman kent verder geen hoofdstukken en pagina’s zijn lang niet altijd genummerd. De enige duidelijke onderscheidingen vind je als er sprake is van sms-jes of appberichten. Die zijn gehighlight en uit de plaatsing links of rechts op de pagina valt op te maken wie het bericht stuurt.

    In het tweede deel gaan we veelvuldig tien jaar terug en wordt langzaamaan duidelijk dat tussen Asta en Mai iets is verzwegen uit de tijd dat ze elkaars vriendin waren en August de man van Mai. Asta slaagt er niet meer in haar roman over Milo af te maken; ze gaat een ander boek schrijven. Zoals Milo na zijn verdwijning betonnen bustes naliet, zo gaat Asta nu aan de slag met haar herinneringen die bleven na de dood van August.

    Fragmenten

    Je krijgt soms het gevoel dat je als lezer met het tweede deel dat nieuwe boek van Asta zelf aan het lezen bent. Tegen het einde print ze de 324 bladzijden van het manuscript uit en bezorgt ze in een envelop bij Mai:

    ‘Je moet iets lezen
    Je boek?
    Ja. Wacht!
    Ik leg mijn hand op de envelop,
    Morgen pas
    Als ik hier niet ben’

    De A van Asta geeft zich niet gemakkelijk prijs. De lezer moet bereid zijn om flarden van zinnen en kleine fragmenten in zich op te nemen om zo het boek te veroveren. Dat vergt terugbladeren, herlezen en rationalisaties loslaten. Het roept ook vragen op, zoals bij de achternaam van August die maar één keer wordt genoemd: Oskarsson. Net als de achternaam van een (wel fictieve) kunstenaar in de roman, Anna-Barbro Oskarsson van wie Asta met anderen een expositie bezocht. Wat is het verband tussen die twee?

    Auteur Tine Høeg houdt erg van taal. In de roman worden taalspelletjes gespeeld tussen de studenten en in een trein raakt Asta geïrriteerd door spelfouten die ze ziet op borden die ze passeert. En als Nederlander, die het Deens niet machtig is, zou je graag willen weten wat er in het origineel staat wanneer de vertalers een personage laten zeggen dat de inhoud van een catalogus ‘gebakken lucht, Kopenhaagse bluf’ is.

     

  • Oogst week 42 – 2024

    Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won

    De Britse historicus en schrijver Jonathan Dimbleby (1944) is presentator van radio- en televisieprogramma’s over actuele zaken. Hij begon daarmee in 1969 bij de BBC en schreef mee aan televisieseries die hij zelf presenteerde. Boeken van zijn naam zijn onder meer: The Palestinians (1978), Russia: a journey to the heart of a land and its people (2008), Barbarossa – Hoe Hitler de oorlog verloor (2021).

    Dit jaar verscheen Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won. Dimbleby geeft daarin een nauwgezette analyse van de militaire, politieke en diplomatieke ontwikkelingen in het allesbepalende jaar 1944. Er werd een moordaanslag op Hitler gepleegd, de geallieerden landden op de stranden van Normandië en tegelijkertijd bracht het Rode Leger in Operatie Bagration de Duitse Wehrmacht een verwoestende nederlaag toe, waarbij Wit-Rusland en het oosten van Polen werden heroverd. Nazi-Duitsland werd op de knieën gedwongen. Deze Russische triomf aan het oostfront kenmerkt de geschiedenis van Europa na de oorlog. Churchill en Roosevelt bogen voor Stalin die Oost-Europa binnen zijn invloedssfeer wilde hebben. Dimbleby legt verbanden tussen dit succes en de huidige oorlog van Poetin in Oekraïne.

     

    Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won
    Auteur: Jonathan Dimbleby
    Uitgeverij: Arbeiderspers

    De A van Asta

    De Deens Tine Høeg (1985) schreef met De A van Asta niet een roman in de gewone zin van het woord. Ze speelt met woorden. De tekst bestaat uit korte zinnen en regels met een of meer witregels ertussen. Soms bestaat een regel uit één woord, en een of twee zinnen of regels op een bladzijde komen ook voor. Interpunctie ontbreekt vrijwel.

    Asta, de hoofdpersoon en ik-verteller is bezig aan een boek over een Poolse cementkunstenaar. Ze wordt gestoord in het werk en gaat terug naar het verleden als ze een uitnodiging ontvangt voor een herdenkingsdienst voor August, een jongen met wie ze in hetzelfde studentenhuis woonde en die tien jaar eerder is overleden. Mai was destijds al haar beste vriendin en is dat nog steeds. Geregeld past Asta op het zoontje van Mai.

    De roman gaat over het studentenleven van toen, de feestjes en verliefdheden, waarin August een relatie had met Mai. Over wie ze dachten te zijn en wie ze nu zijn. Angsten, herinneringen en ambities komen boven. Op trage wijze laat Høeg het verhaal tot leven komen dat Asta nooit aan Mai heeft durven vertellen. Hoe waren de onstuimige dagen voorafgaand aan Augusts dood, wat gebeurde er werkelijk in de nacht dat hij stierf?

    Het boek werd bewerkt tot een toneeltekst en opgevoerd door het Koninklijk Deens Theater.

    De A van Asta
    Auteur: Tine Høeg
    Uitgeverij: Koppernik

    Intermezzo

    De Ierse schrijfster Sally Rooney (1991) staat bekend als iemand die schrijft over de millennials. Door The Guardian werd ze uitgeroepen tot dè millennialstem en Time rekende haar in 2022 tot de meest invloedrijke mensen ter wereld. Rooney noemt zichzelf een feminist en een marxist, sommige critici spreken vooral dat laatste tegen.

    In haar roman Normale mensen zet ze wat als normaal en niet-normaal wordt gezien tegen elkaar af. Deze roman werd genomineerd voor de Booker Prize en won belangrijke andere prijzen. Er werd ook een televisieserie van gemaakt, net als van Gesprekken met vrienden.

    In Intermezzo, Rooney’s vierde roman, rouwen twee zeer verschillende broers om de dood van hun vader. Peter, een dertiger, is een succesvolle advocaat in Dublin. Hij heeft relaties met twee vrouwen en geen idee hoe hij die moet handlen. Hij lijkt onaantastbaar, maar kan niet zonder slaapmedicatie. De tweeëntwintigjarige Ivan, een professioneel schaker en sociaal onhandige loner, krijgt een relatie met de achttien jaar oudere, net gescheiden Margaret. Hij is niet bepaald dol op zijn broer. ‘Opzettelijk zacht, bijna sissend, zegt Ivan: “God man, wat haat ik jou. Mijn hele leven al.” Zonder zich te verroeren, zonder om zich heen te kijken of andere gasten of de serveersters op hen letten, zegt Peter alleen: “Weet ik.”’ Rooney ontleedt de karakters van de twee broers.

     

    Intermezzo
    Auteur: Sally Rooney
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • De vrolijke waanzin van Hamsuns honger

    De vrolijke waanzin van Hamsuns honger

    Schrijven om te overleven, in letterlijke zin. De naamloze verteller uit Knut Hamsuns Honger (1890) weet er alles van. Deze zonderlinge figuur moet in de straten van Kristiana, het huidige Oslo, in mensonterende omstandigheden zijn kostje bij elkaar scharrelen. Op visionaire wijze beschrijft Hamsun wat alle soorten honger met een mens doen. Hij doopt je onder in de hersenspinsels, wanen en hallucinaties van een man op het randje van de dood, het scherp van de snede en de drempel van genialiteit. Uit dit wankele evenwicht schept hij een psychologische tour de force die zijn gelijke niet kent. De hertaling van de hand van Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders, uitgebracht bij uitgeverij Oevers (2022), brengt deze klassieker weer helemaal bij de tijd.

    Bij verschijning veroorzaakte Honger al flink wat opschudding omdat de details rechtstreeks uit de persoonlijke ervaringen van Hamsun kwamen. Alle hemeltergende details over de honger zijn daarom des te levensechter, hij overwoog om anoniem te publiceren omdat hij zich schaamde voor de armoede. In de tijd voor zijn doorbraak kon Hamsun nauwelijks rondkomen en had hij al zwervend allerlei luizenbaantjes. De honger die aan de ingewanden van de hoofdpersoon knaagt is meer dan alleen de fysieke variant, hij is net zo hongerig naar literaire erkenning en liefde. In Honger is Hamsun op zijn top, je vindt nergens anders de combinatie van rauwe wanhoop en enorme intensiteit die zichzelf kannibaliseert. Wie het spoor van elke gril van de hoofdpersoon volgt eindigt al net zo duizelig.

    De vinger van God

    Gedreven door een staat van delirium schrijft de hoofdpersoon de meest wonderlijke artikelen die hij voor een paar centen aan kranten verkoopt om niet van de honger om te komen. Tegelijkertijd lijkt hij de honger nodig te hebben om te kunnen schrijven. Zijn meest creatieve momenten heeft hij vaak als hij zich in de greep bevindt van de ‘vrolijke waanzin’ van de honger. Naast het verzinnen van artikelen liegt hij uit nieuwsgierigheid aan de lopende band alles bij elkaar. Hamsuns hoofdpersoon wordt alle kanten op getrokken en is even gevoelig als een emotionele seismograaf. Zijn lot leidt hem net als Job tot een serie rancuneuze aanklachten aan het adres van God: ‘God had zijn vinger in mijn zenuwstelsel gestoken en behoedzaam en nauw merkbaar de verbindingen wat verstoord. En nu had God zijn vinger weer teruggetrokken en kijk, er waren wat vezels en tere worteldraadjes van mijn zenuwen aan die vinger blijven zitten. En zijn vinger, die Gods vinger was, had een gapend gat achtergelaten en wonden in mijn hersenen waar zijn vinger was geweest.’

    De lezer krijgt weinig informatie over de werkelijke omstandigheden van de hoofdpersoon. Alleen zijn verpletterende armoede is duidelijk en een zeker plezier dat hij schept in het schofferen van met name de politie en de middenklasse. Door zijn sterke plichtsgevoel kan de hoofdpersoon moeilijk hulp accepteren en maakt hij het zichzelf erg lastig. Hij wil bijvoorbeeld zelden giften aannemen. Hij is een vat vol contradicties en dat maakt hem zo ongrijpbaar. Tussen de regels door ontstaat een beeld van een man die vroeger een vermogend leven moet hebben gehad maar die nu bestaat bij de gratie van de goede gunsten van zijn hospita en de grillen van een redacteur. Zowat al zijn bezittingen heeft hij al naar de lommerd gebracht. Als de nood echt aan de man komt gebeurt er vaak iets wat de nood tijdelijk opheft, maar nooit voor lang. Dit maakt het ook een verhaal over het belang van kunst creëren als levensbehoefte in extreme omstandigheden. De ficties van de uitgehongerde schrijver functioneren als een ontwrichtend gegeven. In het ontdekken hoever hij hiermee kan gaan stelt Hamsun vraagtekens bij de goedgelovigheid van de lezer. Want hoeveel is verzonnen en hoeveel is echt?

    Buitenstaander

    Ten prooi aan wrede recollecties zwerft de hoofdpersoon in armoedige staat over de straten van de hem vijandige stad. Tot op het bot vernederd komt hij meerdere keren afzienbaar dichtbij de ondergang. Naast de constante armoede is de andere rode draad het meisje dat hij Ylajali noemt, die drie keer terugkomt in het verhaal. In deze wanhopige verhouding is geen plaats voor een echte romance, daarvoor is de hoofdpersoon te zeer gebonden aan zijn ‘kletspraat en boekentaal’. Zij ziet in hem eerst een losbol, maar als hij zijn werkelijke toestand aan haar beschrijft schrikt ze en is hij opeens een gevaarlijke gek. Door zijn wispelturige gedrag is hij veroordeeld tot de positie van eeuwige buitenstaander.

    De speciale gevoeligheid van de zenuwlijder is het bijzondere onderwerp van Hamsun. Nooit krijgt de lezer een vinger achter het karakter van de hoofdpersoon, hij ontglipt elke beschrijving en karakterschets. Altijd maar balancerend op de rand van een inzinking bestaat hij in de eeuwige ironie van Kierkegaard. Of op de rotspunt die Dostojewski beschrijft in Misdaad en straf. Hij kan op een gegeven moment zijn wanen nauwelijks meer van de werkelijkheid scheiden. Of zijn gekte echt of gespeeld is laat Hamsun aan de verbeelding over. De oververhitte stream of consciousness van de fantasierijke hoofdpersoon zorgt voor een wervelend relaas.

    Verschil vertaling

    Net als Hamsuns vitale elan de literatuur nieuw leven inblies zet de vertaling van Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders (2022) de brontekst weer op scherp. De vorige Nederlandse vertaling van Cora Polet dateert alweer uit 1976 en wijkt op belangrijke grammaticale punten af van de nieuwe vertaling. Het verschil is opvallend te noemen. Polet wijzigde bijvoorbeeld geregeld de verspringende werkwoordtijden en de grillige interpunctie omdat deze als storend werden ervaren. De wilde expressieve stijl van Hamsun wordt bij Polet op deze manier enigszins beknot en in banen geleid.

    In het nawoord van de nieuwe vertaling wijzen de vertalers op de innerlijke onrust die weerspiegeld wordt in de tekst. Die onrust gecombineerd met de buitengewone precisie van Hamsuns taalgebruik zijn kenmerkend voor het effect dat hij probeert te bereiken. Juist het wisselen van tegenwoordige en verleden tijd weerspiegelt de onbetrouwbaarheid van de verteller en zijn wispelturige invallen. Dit heen en weer springen in tijden en aanspreekvormen is dus niet alleen belangrijk voor het ritme van de tekst maar behoudt ook de originele bedoeling van de auteur. Dat redigeren is het karakter van de roman wijzigen. De gekte lijkt opeens minder willekeurig en het manische tempo is niet meer zo bezeten. Ter illustratie volgt hier hetzelfde fragment uit beide vertalingen:

    1976: ‘De honger had zijn aanval op mij nu ingezet. Ik zat te kijken naar het witte zakje dat bol scheen te staan van glanzend zilvergeld en spoorde me zelf aan te geloven dat er werkelijk iets inzat. Ik zat stijf rechtop en wilde dat ik het juiste bedrag zou raden-‘

    2022: ‘Nu kreeg de honger me te pakken. Ik keek naar dat witte zakje alsof het bol stond van de zilveren munten en zweepte mezelf op te geloven dat er echt iets in zat. Ik daagde mezelf hardop uit het bedrag te raden-‘

    De vertalers van de nieuwe vertaling hebben geprobeerd het ritme van de teks zo getrouw mogelijk te volgen om zo de innerlijke spanning te behouden. Het zijn juist die elementen die van Hamsuns roman een wegbereider van het modernisme maakten. Hij wilde de lezer volledig doen ondergaan in die razende gedachtestroom. Daarnaast is de woordkeuze in de nieuwe vertaling iets moderner en directer. Hamsun was minder geïnteresseerd in de standaard roman maar wilde iets nieuws scheppen, zijn individu laat iets van het essentiële mysterie van menszijn zien in al zijn onsamenhangende complexiteit. Iets wat hij in zijn volgende roman, Mysteriën, des te sterker zou treffen in de figuur van Nagel.

     

     

  • Springend door een spiralende tijd

    Springend door een spiralende tijd

    De Deense schrijfster Solvej Balle (1962) werkt aan een zevendelige roman onder de titel Over de berekening van ruimte. Het eerste deel is recent in Nederlandse vertaling verschenen en doet sterk denken aan de iconische film Groundhog Day.
    Tara Selter zit vast in 18 november en is zich daarvan bewust, terwijl haar man Thomas Selter aan elke 18 november begint zonder zich de vorige te herinneren. Hij weet niet beter dan dat zijn vrouw op de 17e naar Parijs is gegaan om inkopen te doen voor hun handel in antiquarische boeken en dat ze op de 19e terug zal komen. In hun huis in het Noord-Franse Clairon-sous-Bois beweegt hij zich door de dag van 18 november. Hij ontbijt, gaat naar het toilet, pakt wat boeken in die hij naar het postkantoor brengt, laat zich nat regenen, trekt droge kleren aan, leest in Lucid Investigations van Jocelyn Miron en gaat naar bed.

    Zij is op de dag die de 19e had moeten worden in de 18e blijven steken en beleeft haar Parijse dag opnieuw. Weer ziet ze een stukje brood in de ontbijtzaal van haar hotel op de grond vallen, de krant is dezelfde als de dag daarvoor en als ze haar man belt, blijkt dat hij alles wat ze hem de vorige avond telefonisch had verteld, niet meer weet. Maar niet alles begint van voor af aan. Een brandwond die ze op de eerste 18e november opliep, is niet weggegaan en pas op haar honderdeenentwintigste 18 november is de wond overgegaan in een litteken. Haar lijf en leden worden dus ‘gewoon’ ouder, maar haar leven blijft zich herhalen in dezelfde 18 november.

    Ontsnappen aan de tijdlus

    Omdat Thomas haar in Parijs denkt, kan zij zich onopgemerkt in de logeerkamer van hun huis ophouden waar ze haar man uitsluitend beleeft in de geluiden die hij in het huis maakt. Dat heeft ze echter niet steeds gedaan. In het begin maakt ze hem deelgenoot van het vreemde lot dat haar heeft getroffen en ze kan hem ervan overtuigen dat ze de waarheid spreekt door dingen te voorspellen die op de 18e gebeuren. Dat moet ze steeds opnieuw doen, voor hem begint elke 18e november blanco. Samen starten ze ondanks deze handicap hun eigen ‘lucid investigations’. Als detectives hangen ze de woonkamer vol met aanwijzingen, tijdstippen, gebeurtenissen en proberen ze de samenhang te doorgronden, zodat ze aan hun eindeloze tijdlus kunnen ontsnappen.

    Als Tara daar na zesenzeventig dagen mee ophoudt omdat het niets uithaalt, verwijdert ze alle sporen van hun speurtocht en van haar aanwezigheid in huis. Thomas begint opnieuw monter aan zijn dag en zij trekt zich terug in de logeerkamer, waar ze voor zichzelf aantekeningen begint te maken. Die aantekeningen vormen het boek dat we lezen, fragmentarische overwegingen, afwisselend in de verleden en tegenwoordige tijd geschreven. Geen dialogen, slechts vormgegeven door de nummering van de zoveelste 18 november, in het begin chronologisch, daarna springend door een spiralende tijd.

    Vol symbolen en verwijzingen

    Dit boek is net zo fascinerend als Groundhog Day, waarin weerman Phil Connors eveneens steeds dezelfde dag beleeft. Hij is zich daarvan bewust, zoals Tara Selter weet dat ze 18 november telkens over moet doen. Als Phil begrijpt dat hij kan doen en laten wat hij wil omdat hij elke dag opnieuw begint, vergrijpt hij zich aan vrouwen, misdraagt hij zich tegen oude bekenden, pleegt hij bankovervallen, maar verkeert hij na duizenden herhalingen in depressies en merkt hij dat zelfs zelfmoord niets oplost. Uiteindelijk rest hem niets anders dan zich aan de herhaling over te geven. Als hij het niet meer verwacht en vrede heeft met zichzelf en de wereld, springt de wekker toch nog naar 3 februari en ontsnapt hij aan het eindeloze wiel van herhaling. Hij bereikt een vorm van verlichting.

    Het hoofdpersonage van Solvej Balle misdraagt zich, althans in dit eerste deel, niet of nauwelijks. Ze voelt zich al schuldig als ze Thomas stiekem achtervolgt op zijn wandeling door het bos of als ze hem door het raam observeert als hij in het postkantoor met de baliemedewerkster spreekt. Ondanks de verschillen, heeft het boek overeenkomsten met de film. Zo barst het net als bij Groundhog Day van de symbolen en verwijzingen in het boek. In die zin is Over de berekening van ruimte I óók voor de lezer een ‘lucid investigation’. Ondertitel van het door Thomas eindeloos gelezen boek luidt bijvoorbeeld ‘Rises and Falls of Enlightenment Projects’. En als Tara de nachtelijke hemel bestudeert, kijkt ze naar Castor en Pollux – het sterrenbeeld Tweelingen, waarvan volgens de mythologie soms de een en dan de ander onsterfelijk is.

    Grote roman

    Wie een grote roman wil schrijven, moet een groot thema kiezen. Auteurs als Nabokov (Lolita), Melville (Moby Dick) en Tolstoj (Oorlog en Vrede) begrepen dat. Ook Solvej Balle heeft een groot thema aangeboord, het aftappen daarvan leidt net als bij Proust (Op zoek naar de verloren tijd) of A.F.Th. van der Heijden (De tandeloze tijd) tot een meerdelige roman over tijdsbeleving.  

    Dit eerste deel is vertaald door Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders, door uitgeverij Oevers op de cover gezet. Het tweede deel verschijnt deze maand en in april 2024 verschijnt deel drie. Deze eerste drie delen zijn door de Noordse Raad bekroond met de Literatuurprijs 2022.

     

     

  • Oogst week 40 – 2023

    De nachtzijde van de rivier

    De Britse schrijfster Jeanette Winterson (1959) publiceerde in 1985 Oranges are not the only fruit, een autobiografische roman over een lesbisch meisje dat opgroeit in een streng christelijk milieu. Ze verwierf er internationale bekendheid mee en van het boek werd ook een tv-serie gemaakt. Winterson studeerde Engels en begon aan een schrijverscarrière met verhalen, kinderboeken en essays. Ideeën uit de natuurwetenschap, tijd en ruimte, metafysica, fictie versus werkelijkheid en genderidentiteit zijn de kwesties waarover zij zich buigt. Haar eerste jeugdroman De tijdhoeder (2005) is een science-fictionverhaal en de roman Frankusstein, om er maar een te noemen, handelt onder meer over kunstmatige intelligentie en robotica.

    De nachtzijde van de rivier bestaat uit huiveringwekkende korte verhalen over verleiding, angst en wraak, liefde en verdriet. Van de geesten en de doden wel te verstaan en tegen de achtergrond van onze digitale wereld. We staan voortdurend met elkaar in contact. We weten alles over anderen en over de ontwikkelingen in de wereld. Wat we niet kennen is de wereld van de geesten, de verhalen van de doden. Winterson op haar website: ‘Ik geloofde nooit in geesten, totdat ik met ze samen begon te leven.’ Wintersons geesten hebben nieuwe manieren gevonden om ons te bereiken, verstoren met technologie de grens tussen leven en dood en regelen ontmoetingen met het bovennatuurlijke.

    De nachtzijde van de rivier
    Auteur: Jeanette Winterson
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim 2023

    Tenminste voor een bepaalde tijd

    Met het schrijven van Tenminste voor een bepaalde tijd komt de ik-verteller een onuitgesproken belofte aan Frida na. Het is 1974. Frida is de tiener die zwanger is en, zo komt de ik te weten van haar broer Nico met wie hij vriendschap heeft aangeknoopt, daarom door haar ouders van school wordt gehouden. De vijftienjarige ik is hopeloos verliefd op haar. ‘Want door Frida trad het leven – en zeker ook mijn leven – voor even uit zijn verstikkende begrenzing.’

    Hij is in de ban van zijn verliefdheid, maar ook van het verdriet om zijn zus die door een verkeersongeluk om het leven is gekomen. Al die heftige gevoelens kwellen hem voortdurend. Om daaraan en aan de droevige sfeer thuis te ontsnappen zoekt hij een baantje. De boekwinkel waarin hij gaat werken wordt zijn houvast, evenals het voor een klant bijhouden van een archief van mysterieuze verdwijningen. In het boek is het overlijden van de zus van de auteur een autobiografisch gegeven.

    Het verhaal speelt zich af in Zutphen, waar ook Heesens debuutroman Een naderend begin van iets nieuws (2021) – met dezelfde ik-verteller maar dan een paar jaar ouder – en de verhalenbundel Naar Zutphen (2019) zijn gesitueerd.

    Tenminste voor een bepaalde tijd
    Auteur: Hans Heesen
    Uitgeverij: Uitgeverij IJzer 2023

    Over de berekening van ruimte I

    De Deense schrijfster Solvej Balle (1962) studeerde literatuur en filosofie. In 1984 verscheen haar eerste boek, de novelle Lyrefugl. Vele verhalen en gedichten verder brak ze in 1993 door met de roman Ifjølge Loven en er volgde internationaal erkenning. Voor haar fictie laat Balle zich inspireren door Kafka en Borges, liefde en existentiële eenzaamheid zijn haar thema’s.
    Voor de delen een t/m drie van Over de berekening van ruimte – een titel die in totaal zeven romans zal beslaan – ontving ze in 2022 de Literatuurprijs van de Noordse Raad.

    In deel 1 botsen twee tijdsbelevingen. Thomas, samen met zijn vrouw Tara handelend in 18e eeuwse boeken, wordt elke ochtend wakker op 18 november. Zijn geheugen is gewist, zijn geestelijke gevangenschap doet denken aan dementie. Voor Tara loopt de tijd gewoon door en iedere dag vertelt zij hem wat er is gebeurd. Alles wat Tara ziet en hoort schrijft ze op. In het begin van de roman is het voor de 121e keer 18 november. Tara wordt elke dag ouder en voor haar is het haast een obsessie om te proberen bij 19 november te komen, in een wereld waar de tijd normaal verstrijkt. Maar wat is normaal? Op het mysterie tijd hebben natuurkundigen, filosofen en geriaters nog altijd geen antwoord. Solvej Balle houdt de lezer vast met de vraag wat er in Thomas’ en Tara’s wereld aan de hand is.

     

    Over de berekening van ruimte I
    Auteur: Solvej Balle
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
  • Honger

    Honger

    De nieuwe vertaling door Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders van Knut Hamsuns roman Honger, die vorig jaar uitkwam ter gelegenheid van Hamsuns zeventigste sterfjaar, was voor alle liefhebbers die fan waren geworden door de eerdere vertaling van Cora Polet (uit 1976) een confronterende ervaring. Het boek blonk als een geliefd schilderij dat na een schoonmaakbeurt alleen maar nog aan kracht heeft gewonnen. Het bekijken van Sult, de verfilming van Honger, heeft eenzelfde effect. De film van regisseur Henning Carlsen (1927-2014), uit 1966, is even fascinerend, meedogenloos en goed als het boek. Hij voegt er zelfs nog een weergaloze, fysieke dimensie aan toe.

    Per Oscarsson geeft het miskende genie Pontus, hongerkunstenaar en zenuwlijder die tevergeefs op zoek is naar een uitgever voor zijn werk (of anders tenminste een baantje om wat te verdienen) en die zijn toenemende wanhoop en ellende bestrijdt met trots en arrogantie, meesterlijk gestalte. Hoe hij als sjofel uitziend suspect figuur politieagenten overbluft met zijn vraag hoe laat het is, hoe hij probeert de knopen van zijn jasje te verpanden en toch zijn decorum te houden, het is superieur en het onthouden waard. Een tweede hoofdrol is voor de schitterend in zwart-wit gefotografeerde locaties. De film werd op locatie in Oslo gedraaid, op een moment dat daar nog net voldoende straten en panden te vinden waren uit het Kristiana, zoals de stad toentertijd heette, van het fin-de-siècle, de tijd waarin de roman speelt. Een jaar na de opnames waren de voornaamste filmlocaties gesloopt.

    Carlsen had naam gemaakt met een in cinéma vérité-stijl gefilmd documentaire drieluik over de opkomst van de Deense welvaartsstaat van begin jaren zestig, gevolgd door een clandestien in Zuid-Afrika gedraaide verfilming van Nadine Gordimers debuutroman Dilemma, toen hij gevraagd werd voor wat de eerste film in een samenwerkingsverband tussen Denemarken, Zweden en Noorwegen moest worden: Sult. De keuze om Honger te verfilmen – een Noors verhaal met een Deense regisseur en een Zweedse hoofdrolspeler – was ongetwijfeld ingegeven door commerciële motieven. En even ongetwijfeld is het aan de eigenwijsheid van de jonge Carlsen te danken dat dit geen smakeloze Scandinavische coproductiepudding heeft opgeleverd maar een prachtige film, die op het filmfestival van Cannes werd genomineerd voor een Gouden Palm. Het bleef bij een nominatie – wel werd Per Oscarsson in Cannes bekroond als beste acteur. 

    Sult, verkrijgbaar op dvd, wordt beschouwd als een meesterwerk van sociaal realisme, maar met alle hallucinaties van de hoofdpersoon en de vele fantastische uitvergrotingen zou ik het liever een meesterwerk van ‘sociaal surrealisme’ noemen.

     

     


    Hans Heesen, Filmhuisdirecteur, docent Filmacademie Amsterdam, schrijver van Naar Zutphen en Een naderend begin van iets nieuws (uitg. IJzer), schrijft maandelijks een filmcolumn.

     

     

     

     

  • Oogst week 18 – 2022

    K.L. Reich

    Niets ten nadele van de ontwerper van het omslag, maar het wekt afkeer op. Dat komt omdat er gebruik is gemaakt van het beeldmerk dat op tal van zaken stond die afkomstig waren uit het nazikamp Mauthausen. De letters K.L. Reich staan voor Konzentrationslager Reich. Voor de auteur van K.L. Reich, de Catalaanse schrijver Joaquim Amat-Piniella (1913 – 1974) was het een afbeelding die hij dagelijks zag tijdens zijn gevangenschap in Mauthausen.

    In deze semi-autobiografische roman verhaalt Joaquim Amat-Piniella over zijn ervaringen als gevangene in bijna vijf jaar naziconcentratiekampen. Hij doet dat aan de hand van diverse personages, van wie een aantal gebaseerd is op zijn vrienden.

    Het alter ego van de schrijver overleeft door pornografische tekeningen te maken voor de SS. Door zijn ogen zien we hoe de kampen werken: het corrupte netwerk van de kapo’s, de statusverschillen onder de gevangenen, het uitroeiingssysteem van de nazi’s, de systematische ondervoeding.
    Ondanks deze mensonterende omstandigheden proberen de Spanjaarden in kamp Mauthausen zich te organiseren in een verzetsbeweging die als voornaamste doel heeft de gruwelen van het concentratiekamp te overleven en zich te wapenen tegen de ‘kampgeest’, het morele nulpunt van het naziconcentratiekampsysteem waarnaar de gevangenen voortdurend dreigen af te zakken.

    Voordat hij in juni 1940 door de Duitsers in Frankrijk gevangengenomen werd en naar Mauthausen werd gedeporteerd studeerde Joaquim Amat-Piniella rechten. Die studie brak hij bij het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog af om in dienst te treden van het leger van de Republiek. Hij vocht aan diverse fronten en stak aan het einde van de burgeroorlog met een heleboel andere Spanjaarden de Franse grens over. Met zijn arrestatie tot gevolg.

     

    K.L. Reich
    Auteur: Joaquim Amat-Piniella
    Uitgeverij: Uitgeverij Nobelman

    Honger

    Deze maand verscheen bij uitgeverij Oevers een nieuwe vertaling van de Noorse klassieker Honger van Nobelprijswinnaar Knut Hamsun. Honger staat op de lijst van de honderd belangrijkste boeken uit de wereldliteratuur. Dat is een lijst die in 2002 werd samengesteld op initiatief van de gezamenlijke Noorse boekenclubs op basis van de inzendingen van honderd schrijvers uit 54 landen. Het is overigens een wat gedateerde lijst, de meest recente boeken op die lijst komen uit 1995 (De stad der blinden van José Saramago) en 1985 (Liefde in tijden van cholera van Gabriel García Márquez).

    In deze autobiografische roman schrijft Hamsun over de bittere armoede, honger en wanhoop van een jonge schrijver die vanaf 1880 een aantal jaar in Kristiania (Oslo) woonde.
    Het is niet alleen de honger die de hoofdpersoon kwelt, maar ook de mentale pijn die hij ervaart bij zijn gevecht om een plaats in de maatschappij en in de liefde. Hamsun verwerkt in Honger zijn eigen ervaringen uit een aantal zeer koude winters.

    Honger verscheen in 1890. In Nederland verscheen het voor het eerst in 1905 in een vertaling door Jeanette Gorter-Keyser, daarna in 1976 in een vertaling door Cora Polet. Nu, in 2022 is een vertaling verschenen door Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders.

    Honger
    Auteur: Knut Hamsun
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    Wit op wit

    Op de website van uitgeverij Kievenaar is te lezen dat ze boeken uitgeven ‘van vreemde vogels van onvaste bodem, van dames- en herenschrijvers die eigen werelden hebben geschapen omdat die juist iets draaglijker zijn dan de al bestaande.’
    Dat belooft wat!

    Een van hun titels is het onlangs verschenen Wit op wit van de Turkse schrijfster Ayşegül Savaş. In 2020 verscheen van deze auteur Lopen op het plafond waarin een bijzondere vriendschap ontstaat tussen een jonge Turkse vrouw en een wat oudere Britse schrijver. Beiden zijn openhartig in de talrijke persoonlijke gesprekken die ze hebben.

    Ook in Wit op wit krijgen we een beeld van de hoofdpersonen door de gesprekken die zij samen voeren. Een jonge studente gaat in de grote stad wonen om er onderzoek te doen. Ze huurt een appartement bij Agnes die kunstschilder is en er vaak niet zou zijn. Dat pakt anders uit. Agnes is er heel vaak en beiden hebben uitvoerige gesprekken. Over haar achtergrond, haar familie, haar huwelijk en haar kunst. Het begint erop te lijken dat Agnes kwetsbaarder is dan ze zich voordoet en het wordt duidelijk dat stabiliteit in een leven heel betrekkelijk en teer is.

    Van is Ayşegül Savaş is eerder werk verschenen in The New Yorker, The Paris Review, Granta, The Guardian, The Dublin Review. Ze woont en werkt in Parijs. Momenteel werkt ze aan een bundel essays’s.

    Wit op wit
    Auteur: Ayşegül Savaş
    Uitgeverij: Uitgeverij Kievenaar
  • Zijn soepele vertelstijl trekt de lezer moeiteloos het verhaal in

    Zijn soepele vertelstijl trekt de lezer moeiteloos het verhaal in

    De Noorse schrijver Dag Solstad heeft in eigen land een omvangrijk oeuvre opgebouwd en is meermaals genoemd als droomkandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur. In Nederland is de Noor nog nauwelijks bekend. Van de meer dan dertig boeken die hij heeft geschreven zijn er slechts enkelen in het Nederlands vertaald, waaronder Roman 11, boek 18, het eerste deel in de trilogie over Bjørn Hansen. Het boek verscheen in Noorwegen in 1992 en was in werkelijkheid ook de elfde roman van de schrijver. De andere twee delen van de trilogie verschenen in 2009 en 2019. Roman 11, boek 18 maakt niet alleen onderdeel uit van een trilogie, maar is zelf ook opgedeeld in drie episodes.

    Drie episodes

    In de eerste episode wordt verteld hoe Bjørn Hansen zijn vrouw en tweejarige zoon in de steek laat om samen te gaan wonen met een vrouw die in het provinciestadje Kongsberg woont. Hij geeft voor haar zijn baan en een veelbelovende carrière in Oslo op. Veertien jaar later verlaat hij de vrouw, maar blijft in Kongsberg wonen. In de tweede episode neemt zijn inmiddels volwassen zoon, net afgezwaaid uit militaire dienst en in Kongsberg het vak van optometrist wil gaan studeren, contact met hem op. Ondanks dat ze elkaar jaren niet hebben gezien of gesproken hebben ze elkaar nauwelijks iets te vertellen. Sterker nog, Bjørn Hansen ergert zich regelmatig aan zijn zoon, die hij erg pedant vindt. In de derde en laatste episode wil Bjørn een dramatische daad stellen als een soort protest tegen zijn tot dan toe volstrekt willekeurige leven waarop hij nauwelijks grip lijkt te hebben. Over deze nogal onbegrijpelijke daad kan hier weinig over worden gezegd aangezien dat de ontknoping van het verhaal zou weggeven. 

    Afstandelijke vertelstijl

    Wat onmiddellijk opvalt aan Roman 11, boek 18 is de afstandelijke vertelstijl. Het boek gaat over het leven van een doorsnee man in vogelvlucht beschreven zonder dat de lezer hem echt goed leert kennen. Wat verder opvalt is dat de schrijver de hoofdpersoon zeker drie tot vier keer per pagina Bjørn Hansen noemt in plaats van dat hij de hij-vorm gebruikt. Bjørn blijft daardoor grotendeels een mysterie en zijn keuzes in het leven blijven voor de lezer onverklaarbaar. Dat wringt soms. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat hij schijnbaar zonder enige gewetenswroeging zijn vrouw en zijn kind in de steek laat voor een andere vrouw? Er worden weinig woorden aan vuil gemaakt, behalve dat hij bang was dat hij anders van alles spijt zou krijgen. 

    Duidelijk wordt wel dat Bjørn het zelf eigenlijk ook allemaal niet zo precies weet. Bjørn Hansen beschrijft zichzelf in het begin van de roman als een wat stugge, introverte, niet erg spontane persoon, die het leven aan zich voorbij ziet glijden terwijl hij vergeefs op zoek is naar zingeving. Verder komen we te weten dat hij een man met weinig persoonlijke bezittingen is. Als hij zijn vrouw voor een andere verlaat, bestaat zijn bagage vooral uit boeken. 

    Aangenaam boek

    Hoewel het boek weinig dramatische hoogtepunten kent en Bjørn Hansen moeilijk is te doorgronden, is Roman 11, boek 18 wel een aangenaam boek om te lezen. Door zijn soepele vertelstijl trekt Solstad de lezer moeiteloos het verhaal in. Hij hanteert een gemoedelijke verhaaltempo, waarbij hij ruim baan geeft voor de soms wat wijdlopige gedachtes van de hoofdpersoon en de random ontmoetingen die hij heeft met andere mensen. Zo ontmoet hij een zingende tandarts en een huisarts die verslaafd is aan geestverruimende middelen. Het zijn dit soort momenten tezamen met een milde humor die het verhaal een zekere charme verlenen. Het eerste deel van deze trilogie smaakt in elk geval naar meer en het is dan ook te hopen dat de volgende twee delen snel worden vertaald.

     

     

  • Obsessie met schilder vanuit perspectief dementerende zus

    Obsessie met schilder vanuit perspectief dementerende zus

    De Noorse schrijver Jon Fosse (1959) wordt als een van de belangrijkste schrijvers van onze tijd gezien, hij ontving diverse prijzen in Noorwegen en Europa voor zijn krachtig, veeleisend en vernieuwend schrijven in alle literaire genres. In de jaren negentig van de vorige eeuw schreef hij ‘Melancholie I’ en ‘II’, een fictieve biografie over de Noorse schilder Lars Hertervig (1830-1902). In 2018 en 2020 zijn beide romans in het Nederlands vertaald en gepubliceerd door uitgeverij Oevers. In ‘Melancholia I’ probeerde Fosse de mentale staat van de schilder vast te leggen. Hertervig was schizofreen en straatarm, hij kwam uit een quakers gezin en schilderde wonderlijke, sprookjesachtige kustlandschappen. Fosse schrijft lange meanderende zinnen, vol herhalingen en monotone gedachten en zijn proza wordt wel vergeleken met minimalistische muziek.

    Verhaal van een dagdeel

    Fosse’s obsessie met de schilder vindt zijn vervolg in ‘Melancholie II’. Oline, de zuster van Lars, is de protagonist en we volgen haar kort na zijn dood in 1902. Net als in deel I beslaat het verhaal, dat eigenlijk niets om het lijf heeft, een dagdeel. Oline is oud en heeft zere voeten, ze strompelt langs de weg, met aan een snoer twee vissen die ze van visser Svein heeft gekregen, naar haar witte huisje met de rode voordeur bovenaan de heuvel. Halverwege ontmoet ze haar schoonzuster Signe die vraagt of ze even bij haar broer Sivert komt kijken. Sivert ligt op sterven. Oline wil eerst naar huis, ze kan toch niet met die vissen naar haar broer, bovendien moet ze naar het sekreet. Thuis aangekomen gaat ze meteen naar het hok waar zich de poepdoos bevindt en starend naar de dode vissenogen vervalt ze in een herinnering aan vroeger met haar broer Lars. Op de deur van het sekreet is een tekening geprikt, die ze ooit van Lars heeft gekregen.

    ‘Ze zijn zwart op dezelfde manier waarop Lars zwart is. De duisternis is dezelfde. Het is een duisternis die niet dood is, maar die straalt, een stralend duister, als het ware. 

    De tekeningen lijken op jou, zeg ik.
    Lars kijkt ineens naar mij.
    Hoezo dat? vraagt hij.
    Eh, ik weet niet.
    Maar ze lijken op jou, zeg ik.’

    Herhalende zinnen

    Het is inmiddels duidelijk dat Oline aan geheugenverlies lijdt. Sivert is vergeten, haar gedachten draaien om haar incontinentie, de vissen en Lars. Haar herinneringen zijn echter glashelder en ze beleeft de gebeurtenissen letterlijk alsof ze op haar netvlies staan. In de flashbacks denkt Oline vanuit de eerste persoon, maar soms verandert het perspectief binnen de zin weer terug naar het heden en wordt het personale perspectief gehanteerd. ‘Ik kijk naar moeder en ze kan toch niet hier op het sekreet blijven zitten, denkt Oline, ze kan hier toch niet zo op het sekreet blijven zitten denken aan vroeger en weer als een kind zijn, denkt Oline. Maar daar zat moeder te huilen. En de volgende ochtend stond de vloer helemaal blank. En Oline denkt dat ze nu overeind moet komen, ze kan hier niet op het sekreet blijven zitten, nu doen haar benen ook niet meer zeer, ze moet opstaan en naar de keuken lopen met de vis want het is koud, ze heeft het koud, ze kan hier toch niet op het sekreet blijven zitten, denkt Oline, maar is er iets gekomen?’

    Die zere voeten

    Door zijn simpele en herhalende zinnen kruipt de taal van Fosse je onder de huid. Hij bouwt het verhaal langzaam op en met de kleine stapjes die Oline zet, trekt hij de lezer in Oline’s hoofd en gedachtewereld en die is beklemmend. Niet zozeer om wat ze denkt, maar omdat ze zo ver van de realiteit afstaat, dat ze dementerend is en alleen woont. Als ze eindelijk in haar keukentje is en de vissen heeft schoongemaakt, mag ze gaan zitten. Maar het lot bepaalt anders. Ineens zijn de vissen weg en Oline moet opnieuw naar de zee, naar visser Svein voor eten en de hele wandeling herhaalt zich.

    (…)‘visser Svein wilde geen cent voor de vis hebben, misschien begreep hij dat ze niet veel geld had momenteel, maar heeft ze er iets over gezegd, nee geen woord heeft ze erover gezegd, geen woord heeft ze erover gezegd, denkt Oline. Nog een klein eindje, ja, dan mag ze even uitrusten, denkt Oline, maar ze moet nog even volhouden. En zodra ze blijft staan doen haar voeten minder zeer.’ 

    In tweede instantie gaat ze wel bij haar broer Sivert langs, wat een tamelijk hilarische scene oplevert. Haar schoonzuster Signe duwt haar nogal ruw de trap op en als Oline eindelijk naast Sivert zit, praat ze tegen hem en reikt hem zijn pijp aan zonder te zien dat hij al niet meer in leven is.
    De summiere terugblikken op Oline’s jeugd met Lars op het strand, het kinderrijke gezin, de vader die ook niet helemaal spoorde zijn de puzzelstukjes die een aardig beeld geven van de getormenteerde geest van de schilder, zijn jeugd en zijn leven in de natuur. Het zijn de terugblikken die zorgen voor een boeiende afwisseling met Oline’s beperkte heden in deze kleine roman, waarin de kracht bij het herhalende woord ligt en klein leed van het schrijnend dagelijks ongemak sterk uitvergroot.

     

     

  • ‘Als een mierenhoop onder de sneeuw’

    ‘Als een mierenhoop onder de sneeuw’

    Kunt u het zich voorstellen, een auteur op wiens geboortedag overal in het land de vlag wordt gehesen? Welnu, in Finland hangen ze elk jaar op 10 oktober de witte vlag met het blauwe kruis uit ter ere van schrijver des vaderlands Aleksis Kivi (1834-1872). Waarschijnlijk zegt die naam u niets, ook al verscheen zijn opus magnum De zeven broers in 1941 al eens in het Nederlands. Maar zoals vertaler Adriaan van der Hoeven in zijn nawoord uitlegt, was dat een niet al te beste tussenvertaling uit het Zweeds met allerlei ongeoorloofde ingrepen en weglatingen. Het werk is nu naar behoren overgedaan.

    In de jaren rond 1860, toen dit boek werd geschreven, was Finland een dunbevolkte uithoek van Europa, een perifeer gebied met een pre-industriële, agrarische samenleving waar de standaardtaal nog in de kinderschoenen stond, want hoewel 85% van de bevolking Fins sprak, drukte de elite zich uit in het Zweeds. Finstalige romans waren er niet, wel veel mondeling overgeleverde verhalen. Het voordeel was dat Kivi, een voorstander van de ‘verfinsing van Finland’, ongehinderd door de ballast van een literaire traditie aan de allereerste Finse roman kon werken. Het resultaat is De zeven broers, een roman die in feite een gigantische smeltkroes van literaire genres en technieken is geworden.

    Om te beginnen is dit boek een bildungsroman, het verhaal van zeven Finse broers die op vrij jonge leeftijd hun ouders verliezen en zich moeten weten te redden op de ouderlijke boerderij in Jukola, een eind ten noorden van Helsinki. Zij zijn naar vrijheid hunkerende natuurmensen die zich met hand en tand verzetten tegen de pogingen van de koster om hen te leren lezen en daarvoor zelfs een tijdje naar het noordelijkere Impivaara vluchten. Het liefst van al brengen ze hun dagen jagend en vissend door in de uitgestrekte wildernis. Toch zullen deze nobele wilden, deze ongerepte zielen met een niet door de beschaving aangetaste, edele inborst, uiteindelijk zwichten: met veel moeite maken ze zich het alfabet eigen en worden ze geciviliseerde christenmensen. De moraliserende toon op het einde van dit boek is dan ook eigen aan de negentiende eeuw.

    Desalniettemin is De zeven broers veel meer dan een moraliserende streekroman. Het boek heeft zeker ook kenmerken van de schelmenroman: de broers zijn speelse kwajongens die kosters, gerechtsdienaars en andere gezagsdragers op gewiekste wijze in hun hemd zetten (‘Schei toch uit met je kosters en dominees, je catechisaties en boeken en je overheidsdienaars met hun papierwinkels! Kwelgeesten zijn het allemaal!’). Er spreekt ook een verlangen uit naar een vrij, eenvoudig leven in de natuur dat we kennen van Henry David Thoreaus Walden en dergelijke. Maar bovenal is het een amalgaam van de drie hoofdgenres van de literatuur: epiek, lyriek en dramatiek.

    Drama zien we in de dialogen, die in toneelvorm zijn opgeschreven. De zeven bekvechtende broers gaan daarin de verbale strijd aan met elkaar in hun rijke volkstaal vol verwijzingen naar de bijbel en aparte beelden, zoals ‘slapen als een mierenhoop onder de sneeuw’:

    Eero: Timo, doe als die tollenaar; sla je op de borst, dan zullen we nog weleens zien wie van jullie hier de beste is.
    Juhani: Ach, voel jij je ook aangesproken, Eero, kleine tollenaar?
    Eero: Ja, de hoofdtollenaar, die kleine Zacheüs, voelt zich zeker aangesproken.
    Juhani: Die Zacheüs van jou en je slimmigheidjes interesseren me geen reet; ik ga lekker slapen. Ik keer jullie de rug toe en ga slapen als een mierenhoop onder de sneeuw, dat is wat ik wil.

    Lyriek komt terug in de vele liedjes en verzen, die de vertaler door hun rijm en metrum heel wat hoofdbrekens moeten hebben bezorgd. De zeven broers blijken immers begenadigde volksdichters te zijn die moeiteloos een spotlied uit hun mouw schudden:

    Laten we gaan,
    heuvels op en neer,
    castreren, aderlaten,
    handelen in teer.

    Kaisa snuiftabak mag zelf
    graag voor de dissel gaan,
    en Mikko, almaar pruimend,
    met zijn stok erachteraan.

    En tot slot ontbreekt het in deze roman niet aan epiek, in de vorm van de vele mondeling overgeleverde noordse mythen en sagen die door de zeven broers vrij letterlijk en als waargebeurd worden opgevat, ook al worden ze bevolkt door bergtrollen en andere vreemde wezens. Een voorbeeld is de legende van de slangenkoning:

    Er kwam een ruiter aan en die zag op de hei de koning van de slangen met een fonkelende kroon op zijn kop. Hij reed erop af, wipte met de punt van zijn zwaard de kroon van de kop van de koning, gaf zijn paard de sporen en ging er als de wind met zijn schat vandoor. Maar ook de slangen aarzelden geen seconde en zetten ogenblikkelijk razend van woede de achtervolging in.

    Reken daarbij nog de voortdurend wisselende registers, de stilistische variatie en de meerstemmigheid van de zeven broers, elk behept met hun eigen karakter en manier van spreken, en je krijgt een uiterst gelaagde totaalroman waarin heel veel aspecten van de Europese literatuurgeschiedenis samenkomen. Voor wie zelfs dat niet volstaat, is er altijd nog het natuurschoon van het land van duizend meren: ‘Het leven, het leven van een jonge man is net als deze bruisende, ruisende heide. En daarginds in het noordoosten rijst die barse berg Impivaara op en daar in het zuidwesten kabbelt het meer bij het kerkdorp en daar aan de einder kun je ook nog andere meren zien alsof ze een eeuwigheid bij ons vandaan zijn.’