• De uitgewiste Palestijnse wereld

    De uitgewiste Palestijnse wereld

    In de twee delen die de novelle Een klein detail telt, voert de Palestijnse schrijfster Adania Shibli (1974) twee verschillende hoofdpersonen op. In het eerste is dat de mannelijke commandant van een compagnie in 1949 in door Israël bezet gebied; in het tweede een Palestijnse journaliste die in huidige tijd probeert te reconstrueren wat er in dat jaar precies gebeurd is. In een interview uit 2017 (het jaar waarin de novelle in het Arabisch verscheen) zei Shibli dat het een bewuste keuze was: de man als vertegenwoordiger van een heersende wereld van orde en macht waar zij zichzelf nooit in thuis zou voelen, en de vrouw als onzeker en onderzoekend lid van een onderdrukt volk. Er zijn meer verschillen tussen de delen. Het eerste is in de derde persoon geschreven, het tweede in de eerste. Het eerste deel speelt zich af op één plek, het tweede is een reis door Israël en bezet gebied naar die ene plek. De commandant maakt de dienst uit. De journaliste loopt tijdens haar hele reis gevaar.

    Niemand heeft in de novelle een naam, de commandant niet, zijn ondergeschikten niet en de journaliste niet. Ook een meisje dat dat in beide delen een prominente rol speelt blijft naamloos. Daardoor bewaart Shibli een zekere afstand maar weet ze de lezer tegelijk onontkoombaar mee te sleuren in een algemener verhaal van onderdrukking dan alleen het Israëlisch-Palestijnse conflict. Shibli verhaalt niet alleen over het lot van de Palestijnen maar ook over hoe machthebbers in bredere zin de geschiedenis zo weten te draaien dat de onderdrukten niet worden gehoord.

    Verdrijving

    De commandant uit het eerste deel is met zijn compagnie gelegerd in de Negevwoestijn. Het is een jaar na de Nakba, de hardhandige verdrijving van Palestijnen uit hun gebied, die volgde op de stichting van de staat Israël in 1948. De commandant moet het gebied behoeden voor infiltranten vanuit Egypte. De dagelijkse patrouilles leveren aanvankelijk niets op, tot een groep bedoeïenen wordt ontdekt (nergens uit de tekst blijkt dat die kwaad in de zin hadden) en vermoord. De enige overlevende is een klein meisje dat meegenomen wordt naar het kamp en daar door de soldaten wordt verkracht en uiteindelijk vermoord. Dat voorval vindt plaats op 13 augustus 1949.
    De journaliste leest decennia later over dit incident in een krant. Ze wordt getroffen door het detail dat 13 augustus ook haar geboortedag is, een kwarteeuw later. Het is dus niet het verslag van het incident dat haar aan haar speurtocht zet, maar de datum ervan. Alsof het geweld zoveel omvattend is dat je er bijna gevoelloos voor wordt tenzij een detail je persoonlijk treft. Zoals je je van een schilderij dat je in een museum hebt gezien vooral herinnert dat er onderin een vlieg zat.

    Insectenbeet

    De journaliste begrijpt dat het verhaal in de krant is verteld vanuit Israëlisch perspectief en ze besluit zelf naar de nederzetting in de Negev te gaan om te proberen wat het verhaal in de ogen van het bedoeïenenmeisje was. Haar reis ernaar toe maakt duidelijk hoe moeilijk Palestijnen zich kunnen bewegen op hun voormalig grondgebied. De journaliste moet een auto huren via iemand die in tegenstelling tot haar als Palestijnse wel een creditkaart heeft en ze moet door diverse zones met evenzoveel controleposten, wat haar voortdurend angst bezorgt. Ze geeft zelfs een keer een Israëlische naam op als wordt gevraagd hoe ze heet.
    Shibli laat in dit tweede deel het angstzweet van haar protagoniste prachtig spiegelen met dat van de commandant uit het eerste deel die geïnfecteerd is door een insectenbeet en zweetaanvallen heeft. Hij wast zich voortdurend dwangmatig en elk insect dat hij ziet vermorzelt hij (zoals hij uiteindelijk ook het meisje vermoordt).
    Ook op een andere manier laat Shibli aan de hand van de reis van de journaliste zien wat de Palestijnen door de Nakba zijn kwijtgeraakt. Ze heeft in haar auto routekaarten uit de tijd vóór 1948 met de oorspronkelijke namen en uit de tijd erna waarop al die namen en wegen zijn weggevaagd en dorpen zijn verdwenen.

    Put

    Om te achterhalen wat er werkelijk is gebeurd bezoekt de journaliste verschillende musea en collecties om uiteindelijk alleen maar vast te kunnen stellen dat ze die geschiedenis ook van internet had kunnen halen. Er is één moment, zo beseft ze als het te laat is, dat het anders had kunnen lopen. Dat doet zich voor als ze in de buurt van de plek van het incident een oude vrouw ziet die het meegemaakt zou kunnen hebben. Ze kan die vrouw niet meer terugvinden als ze er spijt van krijgt dat ze haar niet heeft aangesproken. Haar getuigenis is veel meer waard dan de geschiedschrijving door de machthebber, lijkt Shibli hier te zeggen.

    Dat die geschiedenis door de overwinnaars wordt geschreven wordt schrijnend duidelijk in twee passages die dat bevestigen, de ene uit het eerste deel en de andere uit het tweede. In een toespraak tot zijn soldaten zegt de commandant bijvoorbeeld: ‘Als de Arabieren zich er op grond van hun rechtlijnige nationalistische gevoelens niet bij kunnen neerleggen dat wij ons hier vestigen (…) zullen we ons moeten gaan gedragen als een echt leger. Niemand heeft immers meer recht op dit gebied dan wij, nadat het eeuwenlang zo is verwaarloosd dat er alleen nog maar bedoeïenen leven met hun kuddes’.
    Dergelijke neerbuigende taal krijgt de journaliste in het tweede deel te horen van een Israëlische man die in een museum uitlegt wat de militairen in 1949 in het gebied deden: ‘Op een dag hebben ze tijdens een patrouille, in een nabijgelegen put het lichaam van een bedoeïenenmeisje gevonden. Wanneer Arabieren bedenkingen hebben over het gedrag van een meisje, vermoorden ze haar en gooien het lijk in een put’, waaraan de man toevoegt dat hij het jammer vindt dat ze er dat soort gewoonten op na houden.

    Een klein detail grijpt je op bijna elke pagina naar de strot. De lezer blijft met een opdoffer zitten. Dit verhaal moet gelezen worden.

     

  • Meisje in mijn hoofd

    Meisje in mijn hoofd

    Ik las een kleine roman over de moord op een bedoeïenmeisje in de Negev-woestijn door Israëlische soldaten. In mei 1948 riep toenmalig premier David Ben-Gurion de onafhankelijke staat Israël uit. Daarop vielen omliggende Arabische landen Israël binnen. Israël hield, met zijn net opgerichte leger, stand. In de zomer van 1949 werd de wapenstilstand getekend, de onrust bleef. Op dat moment in de geschiedenis begint Een klein detail van de Palestijnse schrijfster Adania Shibli.
    Op
     9 augustus 1949 slaan Israëlische soldaten hun kampement op in de Negev-woestijn. Vandaaruit wordt dagelijks gepatrouilleerd langs de zuidelijke grenslijn met Egypte. Honden janken in de nacht, soms brullen er kamelen, maar nooit treffen ze iemand. ‘het enige wat het gebied prijsgaf, waren zandstormen en stofwolken, die er enkel op uit leken te zijn hen te achtervolgen en te kwellen. (…) Maar soms zag hij hun tengere, zwarte gedaanten tussen de heuvels heen en weer dansen, maar zodra de jeep ronkend en sputterend in de buurt kwam, waren ze spoorloos verdwenen.’ 

    De ‘hij’ is de legercommandant, een gedisciplineerd man die zijn manschappen op het hart drukt goed voor hun kleding te zorgen, ‘zichzelf elke ochtend te scheren en zich goed te wassen’. In de eerste nacht wordt hij gebeten door een beest dat kriebelend over zijn been bewoog. Hij slaat het van zich af, op zijn dijbeen zitten twee kleine rode puntjes. Het is onduidelijk waardoor hij gebeten is. Ik vermoed een spin, een zwarte weduwe. Die beet is een klein detail.

    Er is geen verhaal over het meisje, of niemand kent haar verhaal, ook de schrijfster niet. Enkel dat ze tijdens een patrouille, waarbij haar Arabische groepsgenoten en hun kamelen werden neergeschoten, gevangen werd genomen. Soms schreeuwt ze van angst, omdat ze is lastiggevallen door soldaten. De legercommandant intrigeert me. Zijn idee was het meisje naar het hoofdkantoor van de legerleiding brengen. Of als ze een Arabische nederzetting tegenkwamen, haar daar achter te laten. Ik dacht niet dat hij het in zich had het meisje kwaad te doen. Is het door het gif van de spin? Hij heeft last van verkrampingen in armen en benen, hartkloppingen, hoofdpijnen. Hij verbood zijn soldaten het meisje lastig te vallen. In de nacht van 12 op 13 augustus gebeurt er iets waardoor hij de volgende ochtend besluit het meisje te laten doden. Dit eerste deel leest als het kijken naar een stomme film.

    In het tweede gedeelte (elk deel beslaat drieënzestig pagina’s) is een Palestijnse vrouw in de stad Ramallah aan het woord in een groot monologue interieur. Op een ochtend leest ze in een krantenartikel, geschreven door een Israëlische journalist, over het vermoorde bedoeïenmeisje op 13 augustus 1949. Wat haar treft, is de datum waarop het incident plaatsvond. Het meisje werd na te zijn verkracht, vermoord op de ochtend waarop zij, exact een kwart eeuw later, in 1974 werd geboren. Het incident vindt ze niet bijzonder. ‘Als je kijkt naar wat er dagelijks gebeurt op plekken als deze, die met veel kabaal door anderen worden bezet en waar de dood altijd aanwezig is. (…) Zelfs verkrachtingen vinden niet alleen plaats in oorlogen, maar ook in het dagelijkse leven. Moord, verkrachting, en soms beide tegelijk.’

    De dag waarop het gebeurde, linkt haar aan die gebeurtenis, waardoor ze het verhaal van het meisje wil leren kennen. ‘Misschien is dit kleine detail wel van doorslaggevend belang als we de volledige waarheid willen achterhalen, want door het verhaal van het meisje achterwege te laten, legt het artikel niet de volledige waarheid bloot.’ Ze belt met de Israëlische journalist, reist door Israelisch gebied, waarbij ze constant pasjes moet tonen om grenzen te passeren. Zeer voelbaar is de beklemming om ergens te zijn waar je niet gewenst bent. Als Adania Shibli iets wilde benadrukken dan is het misschien wel dat zo niet God, dan wel de mens in al zijn daden ondoorgrondelijk is.

    Het is een paar dagen geleden dat ik het boek uit las, maar gisteravond, tijdens de twee minuten stilte, kroop het meisje in mijn hoofd. Wat ik ook probeerde, als legde iemand mij op dat ik anderen moest herdenken, ik zag haar in de Negev-woestijn, het gebied dat sinds mensenheugenis werd bewoond door bedoeïen, dat zij geen weet had van een onafhankelijkheidsverklaring. 

     

     

    Een klein detail / Adania Shibli / vertaling Djûke Poppinga / uitg. Koppernik


    inge meijer

    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met het OV en leest.

     

     

  • Oogst week 17 – 2023

    Moeder, na vader

    In zijn nieuwste boek beschrijft Gerbrand Bakker in Moeder, na vader een jaar uit het leven van zijn 86-jarige moeder nadat zijn 90-jarige vader is overleden. Hij begint met het verhalen van de laatste maanden van zijn vader. Die is overleden aan spit, schrijft hij, ‘iets anders kan ik er niet van maken.’

    Met de details die we van Bakker in zijn andere autobiografische boeken als Jasper en zijn knecht en Knecht, alleen gewend zijn, beschrijft hij de laatste maanden van zijn vader, waarin de dokter, thuiszorgsters, fysiotherapeut, bed, sta-opstoel, rollator en pijnstillers het huis van zijn ouders in komen, terwijl langzaam maar zeker ook verwardheid zich van zijn vader meester maakt. Zij moeder, zelf ook niet meer gezond, ziet ‘met lichte wanhoop’ de achteruitgang. ‘(…) ze zei: “Het loopt allemaal zo anders, we hadden zo graag samen oud willen worden.” Toen zei iemand, ik zal het geweest kunnen zijn, dat dat al zover was, dat die tijd nú was. Dat ze nú samen oud waren, hij 90, zij 86. Alsof oud en gebrekkig zijn steeds maar weer vooruitgeschoven werd; ach, oud en gebrekkig en uiteindelijk dood, dat is iets voor in de toekomst.’

    Na vierenzestig jaar huwelijk blijft zijn moeder alleen achter, met haar verdriet. Alle kinderen hebben steeds de helpende hand geboden, aan vader en moeder en aan moeder alleen voor wie het nu allemaal niet meer zo hoeft. Toch is ze gehecht aan het leven, meer dan ze erg in heeft. Bakker beschrijft de hele tijdspanne op zijn bekende directe, feitelijke en daarmee ontroerende wijze en laat onderwerpen als zijn eigen leven, zijn vrienden en geliefden, de natuur en de literatuur niet buiten beschouwing.

     

    Moeder, na vader
    Auteur: Gerbrand Bakker
    Uitgeverij: De Arbeiderspers 2023

    een klein detail

    De Palestijnse schrijfster Adania Shibli (1974) publiceert in literaire en culturele tijdschriften in Europa en het Midden-Oosten. Ze schrijft romans, toneelstukken, korte verhalen en verhalende essays, waarbij haar thema’s alledaagse dingen in familieleven en liefde zijn, tegen de gewelddadige achtergrond van het Israël-Palestinaconflict.

    In een klein detail is haar uitgangspunt het waargebeurde verhaal van een Palestijns bedoeïenenmeisje dat in de nasleep van de Arabisch-Israëlische oorlog in de Negev-woestijn door Israëlische soldaten is verkracht en vermoord. Deze oorlog wordt door Israël als de Onafhankelijkheidsoorlog gevierd maar staat onder Palestijnen bekend als de Nakba, de Catastrofe.

    Het eerste deel van de novelle wordt verteld door een Israëlische commandant met psychopathische trekjes die met zijn mannen in de woestijn op zoek is naar Arabieren. In het tweede deel leest een naamloze, jonge Palestijnse vrouw uit Ramallah een artikel over het bedoeïenenmeisje. Het verhaal obsedeert haar en ze besluit de verkrachting en moord, ongeveer vijftig jaar na dato, te onderzoeken. Bang rijdt ze door Israël naar de plaats van de gebeurtenis. ‘Zodra ik achter het stuur van de kleine witte auto heb plaatsgenomen en het sleuteltje omdraai, lijkt het alsof een spin zijn web om me heen weeft, zo strak dat het een ondoordringbare barrière wordt, ook al zijn de draden nog zo breekbaar en dun. Dat is mijn angst die me de weg verspert, ontstaan uit mijn angst voor wegversperringen.’ In musea en archieven doorzoekt ze gegevens voordat ze uiteindelijk arriveert op de zandvlakte waar de misdaad heeft plaatsgevonden. Een verontrustende, meesterlijke ontknoping volgt.

    In een interview zegt Shibli: ‘Mijn werk (…) ontstaat uit en komt voort uit Palestina als een conditie van onrecht; uit het normaliseren van pijn en degradatie.’

    een klein detail
    Auteur: Adania Shibli
    Uitgeverij: Koppernik 2023

    Spektakel in Tokio Japanse foto's 1975-1981

    Journalist en publicist Ian Buruma is een Nederlandse sinoloog en japanoloog. Voordat hij New York als woonplaats koos, woonde hij onder meer in Hong Kong en in Tokio. Hij schrijft artikelen in binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften, en boeken in het Engels en Nederlands, vooral over Azië en met name Japan. Ook publiceert hij over een breed aantal onderwerpen op politiek en cultureel gebied in vooraanstaande kranten. De Tweede Wereldoorlog is een centraal thema in zijn werk. Zo publiceerde hij in 2013 1945, biografie van een jaar waarin hij een beeld geeft van de directe gevolgen van de oorlog in Europa, Amerika, Azië en de Sovjet-Unie.

    Minder bekend is dat Buruma ook fotografeert. In Spektakel in Tokio – Japanse foto’s 1975-1981 publiceert hij een ruime selectie van de foto’s die hij maakte in zijn tijd in Tokio. Hij zag er naast conformisme, rangen en standen en ingewikkelde etiquetteregels veel theatraliteit en excentriciteit die hij op foto’s vastlegde. Zelf maakte hij als acteur en danser in Tokio een tijdje deel uit van die wereld. Naast foto’s maakte hij er ook documentaires. In 2018 verscheen zijn boek Tokio mon amour over die periode. Deze verhalen worden met Spektakel in Tokio aangevuld met beelden van een onbekende kant van de wereldstad, waaronder die van achterbuurten, kermiswerkers, traditionele tatoeage-meesters, de theaterwereld.

    Spektakel in Tokio Japanse foto's 1975-1981
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact 2023