• De aarde roept

    De aarde roept

    Aarde eten – geofagie. Het gebeurt. Onder andere in Afrika en Zuid-Amerika, door zwangere vrouwen en hun baby’s. Om gezondheidsredenen. Het zou de stofwisseling bevorderen en infecties tegengaan. De ik-figuur in de korte debuutroman Aarde eten van de Argentijnse schrijfster, lerares en activiste Dolores Reyes eet ook aarde. Eerst om mensen die het vies vinden dwars te zitten, later ‘voor anderen die wilden praten. Anderen die er niet meer waren’. Ze internaliseert ze, zoals in de Bijbel profeten als Jeremia en Ezechiël het Woord van God aten. De opdracht van het boek laat niets aan duidelijkheid te wensen over: ter nagedachtenis aan Melina Romero, die in 2014 op zeventienjarige leeftijd verdween en een maand later dood werd teruggevonden, en aan Araceli Ramos, die door wurging om het leven werd gebracht. 

    Internaliseren

    De ik-figuur in Aarde eten kan weinig meer doen dan aarde eten, nu haar moeder is overleden en onder die aarde was gestopt, ‘de onbekende aarde van dit kerkhof waar we nooit hebben gelopen, mama of ik.’ Internaliseren, ‘om in het donker mijn dromen te zien. (…) Het voelt goed, ze onthult dingen, laat me zien.’ Zoals profeten zieners waren én onrecht aan de kaak stelden.
    Ze woont na de dood van haar moeder enige tijd bij een tante die niets van haar begrijpt en verhuist daarna samen met haar broer Walter, op wie ze gek is, naar een achterbuurt in een niet nader aangeduide stad. Ze leven van het salaris dat Walter in een garage verdient. Naar school gaat ze niet meer, zoals veel kinderen uit de buurt. Veel contact met de buitenwereld hebben ze niet en een telefoon hebben ze ook niet meer. Alleen enkele vrienden van Walter komen over de vloer om met zijn PlayStation te spelen.  

    Op een dag duikt een vrouw op die aan de ik-figuur vraagt of ze soms helderziend is. De vrouw zegt hulp nodig te hebben van iemand zoals zij, die aarde eet waarop een lichaam had gelegen. Ze zoekt Ian, haar zoon, zoals zoveel vrouwen in Argentinië doen. Ook Ian wilde nog steeds praten vanuit de buik van de ik-figuur, waarin de aarde als een foetus lag. Een man met een soortgelijke vraag volgt. Zijn nichtje María was nooit aangekomen op de verpleegkundeopleiding waar ze studeerde. De naam van de man is Ezequiel. Hij is politieagent en valt daarom volgens de ik-figuur niet helemaal te vertrouwen.

    Flesjes met aarde

    Mensen lieten in de tuin van de verder naamloze ik-figuur flesjes met aarde achter en een kaartje waarop de naam van een familielid stond. Mensen gaven geld, veel geld voor ‘het consult, ongeduldig vragend wat ze ziet’. Wat ze zag was vooral ‘heel veel licht’, antwoordde ze dan. Of een glinstering die veranderde in twee zwarte ogen. Een keer zag ze letters op een muur, maar ‘lezen in dromen was praktisch onmogelijk.’

    Zou María nog leven? Om haar te vinden, springt de ik in een rivier. Tevergeefs, want María blijkt verdronken. Ontvoerd en verdronken. Ezequiel, die dus wel degelijk een goed hart heeft, redt de ik-figuur uit het water van de immense rivier.
    De ik droomt veel. Gaandeweg het boek ook – zowat om het meestal korte, soms zelfs heel korte hoofdstuk – over haar oud-lerares juf Ana die haar steeds nader komt. Zij was op een dag ook verdwenen en werd vermoord teruggevonden in een fabrieksloods. Zo lopen werkelijkheid en droom telkens in elkaar over. 

    Latijns-Amerikaanse literatuur

    De sfeer van deze debuutroman doet dan ook denken aan die van andere Latijns-Amerikaanse schrijvers, waarin aarde en water vaak ook een grote rol spelen, evenals licht en donker. In die zin komt het boek aan de ene kant vertrouwd over, maar aan de andere kant is er ook een duidelijk verschil: Reyes schrijft niet in de barokke stijl die we kennen van veel Latijns-Amerikaanse schrijvers, maar in een uitgebeende, kale stijl. Zij paart het magisch-realisme uit de Latijns-Amerikaanse literatuur aan een politieke realiteit die ze slechts aanduidt. En al duidt ze deze alleen maar aan, het gaat je al lezend onder de huid zitten. Haar symbolische taal en de soms religieus geladen beelden zijn uiteindelijk één roep om de levenden en de doden bij name te (blijven) noemen, mannen en vrouwen. Een boodschap die zowel klein als groots is. Net als deze debuutroman zelf. 

     

     

  • Oogst week 16 – 2022

    Een Hollandse jongen aan de Ebro

    In de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) vochten vrijwilligers uit vele landen mee tegen generaal Franco. Een van hen was de 22-jarige Nederlandse metselaar Evert Ruivenkamp, die samen met ongeveer 650 andere Nederlanders naar Spanje vertrok om Franco’s fascisme te bestrijden. Wellicht als enige hield Ruivenkamp een dagboek bij. Uitgeverij Jurgen Maas heeft dit nu uitgegeven met als titel Een Hollandse jongen aan de Ebro.

    Evert, nooit eerder in het buiteland geweest, laaft zich aan het onbekende en heeft oog voor de leuke Spaanse meisjes. Hij voelt zich als op avontuur, zoals in zijn verslagen te lezen is. Die zijn aanvankelijk vrolijk, maar zijn toon verandert als hij de oorlog aan den lijve gaat ondervinden. Hij wordt ingezet aan het front, maakt kennis met de heersende ellende en ziet zijn kameraden sneuvelen. Voor zijn moed en plichtsbesef wordt hij in 1938 toegelaten als lid van de Spaanse Communistische Partij. Uiteindelijk keert hij terug naar Nederland waar hij bij het verzet gaat als Duitsland Nederland binnenvalt. In 1943 wordt hij opgepakt en gefusilleerd.
    Zijn dagboek doorstond de oorlogen op een of andere manier. Een paar jaar geleden werd het teruggevonden in het nachtkastje van zijn dan net overleden oudste zus.

    Yvonne Scholten, eindredacteur van de website Spanjestrijders.nl, schreef een inleiding en nawoord bij Een Hollandse jongen aan de Ebro. De website bevat namen en biografieën van de spanjestrijders en over twee van hen publiceerde Scholten een boek.

    Een Hollandse jongen aan de Ebro
    Auteur: Evert Ruivenkamp
    Uitgeverij: Jurgen Maas 2022

    Aarde eten

    De Argentijnse schrijfster Dolores Reyes (1978) studeerde literatuurwetenschappen en is leraar en feministisch activist, of activistisch feminist. Ze heeft zeven kinderen.

    Aarde eten uit 2019 is haar eerste roman, iets wat recensenten en lezers nauwelijks kunnen geloven omdat het als zo’n volmaakt en beheerst boek wordt gezien. ‘Voor de slachtoffers van femicide, voor hun nabestaanden’ staat er voor in het boek. In Argentinië vinden jaarlijks zo’n driehonderd moorden op vrouwen plaats, om het simpele feit dat ze vrouw zijn.

    De jonge dochter van de vrouw die op de eerste pagina’s van het boek begraven wordt, ontdekt dat ze door het eten van aarde visioenen krijgt van vermoorde en vermiste mensen.
    ‘Ze laten je hier achter, mama, ook al wil ik het niet. Ook al laten mijn handen niet los, jij blijft hier. Ik geloof dat ik weinig kan doen, behalve aarde eten van deze plek, zodat ze niet meer vijandig is, de onbekende aarde van dit kerkhof waar we nooit hebben gelopen, mama of ik. […] Ik doe mijn ogen dicht om met mijn handen op de aarde te steunen die jou nu toedekt, mama, en het wordt nacht in mijn hoofd. Ik knijp mijn vuisten dicht, schep haar op en breng haar naar mijn mond. De kracht van de aarde die jou verzwelgt is duister en smaakt naar boomstronk. Het voelt goed, ze onthult dingen, laat me zien.’

    Door het aarde eten krijgt ze visioenen. Dat wil ze niet bekend laten worden, maar mensen krijgen er toch lucht van en komen haar hulp vragen over verdwenen dierbaren, meestal vrouwen. Ze willen weten wat er met hen is gebeurd. In de sloppenwijk waarin de dochter woont is geweld aan de orde van de dag. Als zij ouder is voelt ze de verantwoordelijkheid tegenover de wanhopige zoekers toenemen. ‘Ik begon te zien dat degenen die naar iemand op zoek zijn iets hebben, een teken bij de ogen, de mond, het vleesgeworden mengsel van pijn, woede, kracht, wachten. Iets gebrokens, waarin degene die niet terugkeert leeft.’ laat Reyes haar aarde-eter vertellen. Als ze in een visioen de moord op haar broer voorziet, wil ze deze proberen te voorkomen, al weet ze niet hoe.
    El Paìs noemt Aarde eten ‘Een van de beste, krachtigste en meest complexe romans van de afgelopen tijd.’

    Aarde eten
    Auteur: Dolores Reyes
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek 2022

    Boekenmendel, De onzichtbare verzameling

    Uitgeverij AFdH geeft in één band twee verhalen van Stefan Zweig uit: Boekenmendel en De onzichtbare verzameling, vertaald door Ton Naaijkens. Met foto’s van Maria Austria.

    De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig (1881-1942) werd geboren in Wenen in een welgesteld joods zakenmilieu en was in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een van de meest populaire Duitstalige auteurs, zowel in eigen land als daarbuiten. Hij studeerde filosofie en literatuur en schreef biografieën, poëzie, drama, verhalen en essays met het perspectief veelal op het verleden gericht. Zweig was Europees georiënteerd, bracht mensen en idealen samen. In de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich vrijwillig als verslaggever, waarna hij grote weerzin tegen oorlog ontwikkelde. Na de opkomst van het nationaalsocialisme zwierf hij jarenlang door Europa. Daarna week hij uit naar Brazilië, waar hij in 1942 zelfmoord pleegde, samen met zijn vrouw. ‘Ik pas niet meer in deze tijd. Deze tijd bevalt mij niet meer,’ schrijft hij in zijn afscheidsbrief. Zijn grote psychologische inzicht – mede opgedaan in zijn vriendschap met Freud – komt terug in zijn verhalen.

    In Boekenmendel drijft de illegaal in Wenen verblijvende Oekraïense Jood Jacob Mendel, een geniale antiquaar, zijn boekhandel in het koffiehuis Gluck. De ik-verteller noemt hem een ‘voorwereldse boekensauriër van een uitstervend ras’. Mendel kent alle titels en alle prijzen van alle boeken en via de verteller wordt zijn tragische geschiedenis tegen het decor van de Eerste Wereldoorlog duidelijk.

    Ook het tweede verhaal, De onzichtbare verzameling, handelt over een gepassioneerde bibliofiel en verzamelaar, die te maken krijgt met de inflatie van na de Eerste Wereldoorlog. Zijn vrouw verkoopt goedbedoeld zijn kostbare grafiekcollectie tegen dumpprijzen.
    In beide verhalen zijn Zweigs grote thema’s te herkennen: Europa, dat Zweig zag als een samenhangend cultuurgebied, fanatisme en humanisme, plus zijn melancholie over de wereld van gisteren.

     

    Boekenmendel, De onzichtbare verzameling
    Auteur: Stefan Zweig
    Uitgeverij: AFdH 2022 (2e druk)