• Pleidooi voor intellectuele vrijheid voor vrouwen

    Pleidooi voor intellectuele vrijheid voor vrouwen

    De eersteling van uitgeverij Chaos betreft een nieuwe vertaling van Virginia Woolfs A Room of One’s Own uit 1929 met als toegevoegde waarde een briefwisseling tussen Simon(e) van Saarloos en Gloria Wekker. Een jonge generatie feminisme en postkoloniaal denken als opstapje naar Woolfs bekendste feministische werk. Een gedurfde aftrap.

    De vertaling van Monique ter Berg, hier genaamd Een kamer voor jezelf, leest prettig, maar is niet heel erg opzienbarend. Eerlijk gezegd klinkt een vertaald essay van Virginia Woolf in het Nederlands nogal stijfjes. Maar je kunt een vertaler daar moeilijk de schuld van geven, want Woolfs stijl is er een van melodie en ritme die vastligt in het Engels. In vertaling doen Woolfs zorgvuldig gekozen woorden en uitgerekte zinnen denken aan de stem van Anna Blaman of Maria Dermoût. De vertaling laat Woolfs stem in haar waarde. De rebelse dochter uit Londen klinkt eerder als een rebellerende dame uit Wassenaar. Ook prima.

    Woolfs essay ligt voor een groot gedeelte vastgeklonken in het Engeland van het interbellum. De nasleep van de Eerste Wereldoorlog, de eerste feministische golf, het begin van de verbrokkeling van ‘the empire’, nieuwe ideeën over een socialistische maatschappij – het is niet expliciet aanwezig, maar het is wel de achtergrond waartegen Woolfs pleidooi is geschreven. Eindelijk mogen vrouwen kiezen, studeren en werken, en daarmee zichzelf ontwikkelen, maar waarom gebruiken ze die vrijheid dan niet? Woolfs analyse draait in concentrische cirkels rondom haar conclusie: vrouwen zitten te veel vast in denkpatronen die door mannen zijn geschapen. Tijd om daar uit te stappen!

    Woolf stelt iets voor waar ze ongenadig op is teruggepakt door de decennia heen: met een inkomen van vijfhonderd pond per jaar kan een vrouw een kamer huren om daar zelf na te denken, te schrijven, een taal te vinden voor haarzelf. Een ruimte voor intellectuele ontplooiing, een ruimte zonder mannen. Die vijfhonderd pond is Woolf altijd blijven achtervolgen, want Woolf heeft makkelijk praten. Zij heeft als jonge vrouw een leuke erfenis ontvangen van een tante uit de koloniën.  De meeste vrouwen uit haar tijd hebben geen mogelijkheden om vijfhonderd pond te verdienen in een jaar en dat ook nog eens te besteden aan alleen zichzelf.

    De introducerende brieven van Saarloos en Wekker voegen minder toe dan ze op het eerste gezicht lijken te doen. Saarloos’ brief aan Wekker werkt vooral claustrofobisch met haar beschrijvingen van ruimtes, en soms zelfs van ruimtes in ruimtes. In haar brief stapt ze over van ruimte naar ruimte, wat ze lijkt te willen onderstrepen met de claim ‘Ik ben een danser’. Haar brief zou over Een kamer voor jezelf moeten gaan, maar ze lijkt eerdere de begrenzende functie van kamers te willen onderzoeken. Woolfs werk wordt hier en daar aangestipt, maar het gaat vooral over Simon(e) van Saarloos.

    Gloria Wekkers brief gaat eerst nog over haar eigen ervaring van het hebben van een eigen kamer, die min of meer in het verlengde ligt van hoe Saarloos het ervaart. Maar dan legt Wekker als snel de vinger op de zere, economische plek in Woolfs essay. Die erfenis van Woolf is geld dat in India is verdiend – een (post)koloniale nalatenschap die Woolf niet vermeldt als zodanig.
    Op basis van wat Woolf ergens anders in Een kamer voor jezelf zegt over zwarte vrouwen kan Wekker niet anders dan concluderen dat Woolf zoals veel andere schrijvers haar ogen sluit voor koloniale uitsluiting en onderdrukking. Een kamer voor jezelf is in hoge mate een wit essay.

    Woolfs minder verhulde antisemitische trekjes hebben al eerder aandacht gekregen. Doris Lessing, die in 2005 de introductie schreef voor de verzameling korte essays Carlyle’s House was er al snel klaar mee. Een van de verhalen, met de onthullende titel Jews, noemt ze een ‘unpleasant piece of writing’. Maar hier wordt het ook interessant. Virginia Woolf was samen met haar man en vrienden ook geïnteresseerd in socialisme, waren antifascistisch en uiteindelijk stond het echtpaar Woolf ook op een zwarte lijst van de nazi’s. Daarom schrijft Lessing ook: ‘It is always instructive to see what earthly crudities a writer has refined into balance – into maturity.’

    Wekker en Saarloos zijn meer geïnteresseerd in hun eigen positie en leeservaring dan in Virginia Woolf en beschouwen Een kamer voor jezelf als een op zichzelf staand moment. Dat past ook in de huidige debatten rondom canonisering en geschiedenis. Het is echter ronduit jammer dat Wekker haar brief afsluit met: ‘En laten we ervoor zorgen dat onze analyses omvattender en complexer zijn dan die van Virginia Woolf konden zijn.’ Het is niet de meest motiverende slotzin. Na Wekkers brief wordt de lezer in ieder geval gedwongen om zich (opnieuw) te positioneren ten opzichte van deze feministische klassieker.

    Virginia Woolf was een gecompliceerde schrijfster die zelf soms twijfelde over elk woord dat ze schreef, omdat ze ook geloofde in de kracht van het woord. Ze hield hartstochtelijk van discussie en daagde graag uit. ‘Er zullen leugens van mijn lippen vloeien, maar misschien gaan ze gepaard met enige waarheid; het is aan u om die waarheid op te sporen en te beslissen of ze het bewaren waard is. Zo niet, dan gooit u de hele boel maar in de prullenmand en vergeet het verder’ schrijft Virginia Woolf gedurfd in het begin van haar essay. Na bijna een eeuw is dat nog steeds een van de moedigste uitnodigingen om te gaan lezen.

     

  • Oogst week 12

    Zabor

    Met Moussa of de dood van een Arabier maakte Kamel Daoud in 2015 een daverend debuut in de literatuur. De roman borduurt voort op De vreemdeling van Albert Camus door zijn broer Haroen te laten reflecteren op de in zijn ogen zinloze dood van de naamloos gebleven Arabier.
    Daoud, van origine journalist, voelde zich gedwongen voor de literatuur te kiezen nadat hij vanwege opiniërende stukken over de aard van de islam voor islamofoob werd uitgemaakt en van koloniaal paternalisme beschuldigd.

    In zijn tweede roman Zabor bekent Kamel Daoud zich thematisch opnieuw tot de literatuur. Dit keer laat hij zijn personage Zabor, een jonge Algerijnse halfwees, boeken lezen en via die boeken toegang krijgen tot het leven. Hij laat hem ook schrijven, en al schrijvende is Zabor in staat de dood een loer te draaien. Een gave die van pas komt als hij aan het sterfbed van zijn vader zit. Zijn vader die hem verstoten heeft.

    Volgens de islam is de Zabor een van de heilige boeken die vóór de Koran zijn geopenbaard. Het wordt vaak gelijkgesteld met de Psalmen

    Zabor
    Auteur: Kamel Daoud
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Aardbei en chocola

    Het verhaal El lobo, el bosque y el hombre nuevo (De wolf, het bos en de nieuwe mens) van Senel Paz geniet grote bekendheid dankzij de verfilming als Fresia y chocolate (Aardbei en chocola) door Tomás Gutiérrez Alea en Juan Carlos Tabío. Het is het verhaal van twee mannen die een vorm van vriendschap onderhouden, die bepaald wordt door wat er kan en mag in het Cuba van Fidel Castro. Paz schreef het verhaal over twee mannen die in niets op elkaar lijken – Diego is een van het leven en de van kunst en literatuur genietende homoseksueel, David een jongen die het communistische regime aanhangt – in 1991.
    Diego ziet zich uiteindelijk genoodzaakt het land te verlaten. Aardbei en chocola, vertaald door Pieter Lamberts, is Davids kant van een  verhaal waarin argwaan omslaat in dankbaarheid.

    In 1994 verscheen het verhaal in de vertaling van Peter Venmans onder de titel De wolf, het bos en de nieuwe mens in het tijdschrift Yang.

    Aardbei en chocola
    Auteur: Senel Paz
    Uitgeverij: Zirimiri Press

    Na Mattias

    In Na Mattias van Peter Zantingh komen tien personen aan het woord die direct of indirect iets met Mattias te maken hadden. Dat Mattias dood is, is vanaf de eerste bladzijde duidelijk. Wat hem is overkomen niet. Dat gaat de lezer na verloop van tijd vermoeden. Zoals ook gaandeweg duidelijk wordt hoe de onderlinge verhoudingen liggen. En die zijn vaak veel minder hecht dan de constructie van de roman doet vermoeden.

    Na Mattias
    draait minder om Mattias dan de titel suggereert. Peter Zantingh portretteert tien personages die een eigen leven hebben. Zantingh kiest hun bezigheden zo dat ze bijdragen aan de hedendaagsheid van Na Mattias. Dat strookt niet altijd met het onderwerp rouw, dat overigens niet het overheersende thema van de roman is.

    Na Mattias
    Auteur: Peter Zantingh
    Uitgeverij: Das Mag Uitgeverij B.V.

    Een kamer voor jezelf : essay

    Uitgeverij Chaos debuteert met A Room of One’s Own (1929) van Virginia Woolf dat in 1958 voor het laatst in het Nederlands werd vertaald. In haar essay over vrouwen en fictie onderzoekt Virginia Woolf de oorzaak van het ondervertegenwoordigd zijn van vrouwelijke auteurs.

    Een kamer voor jezelf – vertaald door Monique ter Berg – wordt voorafgegaan door een briefwisseling tussen Simon(e) van Saarloos en Gloria Wekker die de voorwaarden die het volgens Viriginia Woolf voor vrouwen mogelijk maakten om fictie te schrijven – ‘een kamer voor jezelf’ en een jaarinkomen van vijfhonderd pond – in hun (culturele) context plaatsen. Dan blijkt Woolf als het om klasse en kolonialisme gaat met oogkleppen op te hebben gekeken. Ook de noodzaak om in afzondering te kunnen werken, wordt niet (meer) gedeeld.

    A Room of One’s Own / Een kamer voor jezelf herlezen in de huidige tijd mag dan manco’s aan het licht brengen. Het boek blijft een klassieker vanwege de welsprekende wijze waarop Virginia Woolf een kwestie aankaartte.

    Een kamer voor jezelf : essay
    Auteur: Virginia Woolf
    Uitgeverij: Uitgeverij Chaos