• Schrijf dat op

    Schrijf dat op

    Wat ik doe als ik schrijf. Ik zet de radio aan, of uit. Ga naar de gang, trek schoenen aan. Draai de voordeur van het nachtslot, kijk door het voordeurraam naar buiten, hang de sleutel aan het sleutelplankje, (deur enkel openen voor pakketbezorgers). Loop naar de kamer, zet de radio uit, of aan. Leg op tafel een stapel boeken, zet de laptop er op. Schuif er nog een boek onder. Denk aan de verschillende manieren hoe mensen verongelukken. Open een Word document, kijk naar de beschreven vellen papier op tafel. Tik de eerste regels over. Stop. Pak het luciferdoosje van tafel, steek een kaars aan, steek twee kaarsen aan en ook de derde. Kijk naar drie brandende kaarsen. 

    Loop naar de keuken, pak het brood uit de broodtrommel. Streel het brood, klop het meel eraf, durum meel (zoek dat op). Leg het op een plank, neem het broodmes uit de la. Zet het mes op het brood, snijd een plak af. Neem boter uit de koelkast, plantaardige boter (dat is belangrijk). Eet een stuk van het brood, ga naar de kamer. Typ twee minuten achter elkaar. Stop. Zoek in een kookboek een eenvoudig recept, açorda uit de Alentejo. Stamp knoflook en verse koriander fijn, doe er zout, olijfolie, azijn bij. Smeer het op een stuk brood, bewaar dat voor later. Ga op weg naar de kamer langs de boekenkast. Blijf staan, neem er een boek uit. Lees een bladzijde, zet het terug. Ga opnieuw naar de keuken, spoel bekers en bordjes af. Zet de verwarming aan. Denk aan de ontelbare manieren hoe mensen kunnen verongelukken.

    Wat ik doe als ik schrijf. Ik verschuif de sofa naar de andere kant van de kamer. Laat de kat naar buiten, of naar binnen. Lees over het conflicthuwelijk van de ouders van A.N. Ryst, (weet dat achter die naam Daan Remmerts de Vries zit). Denk aan de vele manieren hoe een mens…, enzovoort.  Schenk heet water in de theepot. Zet het compostemmertje bij de achterdeur. Ga voor het keukenraam staan, kijk naar buiten. Lees hoe de vader reageert als hij begrijpt dat zijn vrouw overweegt de Drion pil te nemen: ‘Mijn vader reageerde met een kort, haast jongensachtig lachje. “Als jij hem neemt,” zei hij, “dan hoef ik hem niet meer.”‘
    Lees een andere passage. Begrijp hoe verschillend een mens kan zijn.

    ‘Mijn moeder kwam ineens naast hem zitten. Ze nam een van zijn handen tussen de hare. “Tjee, wat koud…” Ik keek toe. Het was een zeldzaam gebaar van innigheid; bij mijn vader welden tranen op.
    “Ja… Ook tijdens die wandeling had ik steenkoude handen…”
    “Ja, dat hou je altijd,” zei mijn moeder. “Mensen die bloeddrukpillen slikken hebben altijd koude handen en voeten…”
    “Ja…” zijn mijn vader, met een brok in zijn keel.’

    Doe het boek dicht. Schuif de sofa weer terug. Eet het stuk brood besmeerd met het smeerseltje uit de Alentejo. Doe niet open voor collectes. Denk aan één manier hoe iemand verongelukken kan. Schrijf dat op. 

     

     

    Citaat uit: De nadagen / A.N. Ryst / Uitgeverij Querido (2018)


    Inge Meijer leest boeken helemaal uit, .

     

     

  • Een paradijs na de zondeval

    Een paradijs na de zondeval

    De verhalenbundel De blauwe maanvis van A.N. Ryst (pseudoniem van Daan Remmerts de Vries) bezorgt de lezer fraaie puzzels. In de eerste plaats kan deze zich afvragen tot welk episch genre de vijftien verhalen behoren: zitten er legendes tussen, mythes, sages, zijn het sprookjes of hebben ze van alles wat? En de tweede puzzel is: hoe verhouden de verhalen zich tot Rysts debuutroman, De harpij? Tenslotte is uiteraard de vraag wat het allemaal zou kunnen betekenen.

    Verschillende genres
    Neem de prostituee die met een aureool boven haar hoofd rondloopt, en die bezoek krijgt van een in het zwart geklede klant. Allemaal ingrediënten voor een legende, een verhaal waarin immers een centrale rol is weggelegd voor een heilige. Zeker als je weet dat de naam van de prostituee ook nog eens Isolde luidt.
    Of lees het verhaal over de man zonder hoofd, een half-mens zoals de halfgoden in een mythe. De titel van één van de verhalen, ‘Hermione’, brengt de lezer ook op dit spoor; immers: Hermione was een dochter van koning Menelaos en Helena van Sparta.
    En dan de duivel en een kat, de reus en een herder of de heks en de barbier – allemaal elementen uit de wereld van de sagen die cirkelen rond angstaanjagende zaken.
    Tenslotte is daar ook het verhaal van de nieuwsgierige onderzoeker en de heks dat zich op de grens van sage en sprookje beweegt.
    De plaats waar alle verhalen spelen wordt de ene keer omschreven als Tresértin, aan de kust, dan weer speelt het in de bergen of het dorp Lengeri, aan een smalle rivier, of in Tangeri, Kaluma of Garvón. Allemaal fantasievolle namen die de lezer terugvoeren naar vervlogen tijden waarin mensen nu uitgestorven beroepen beoefenden.
    Ryst zet zijn vaak eenzame personages neer met een schijnbaar groot gemak en met een virtuoze pen en fraaie sfeerbeschrijvingen

    De harpij
    De sfeer van de verhalen doet overigens sterk denken aan die uit Rysts debuut, De harpij, een kleine geschiedenis van het paradijs (2014). Het lijkt of de verhalenbundel De blauwe maanvis verder gaat waar deze roman stopt: het motto voor in de bundel is eraan ontleend, en de eerste zin van het eerste verhaal luidt meteen al: ‘Een kat was opgedoken in de hel’, de plaats die we kennen uit De harpij. Ook het personage Maradique, een duivel, duikt al na enkele pagina’s op. We kennen hem ook uit de roman, waarin hij zijn verhaal doet aan dr. Gossmeier.
    Zelfs na zoveel pagina’s roman is het thema an sich nog niet uitgeput: wat is de hemel, wat is de hel, wat een duivel en wat een engel? Zaait de engel Binuel in het tweede verhaal nu eenheid of verdeeldheid?
    Er zijn meer kunstenaars die werken aan een totaaloeuvre, vanuit één denkbeeld – in dit geval: een paradijs na de zondeval – en dit gaandeweg steeds weer, en meer, uitwerken en volmaken, maar de magisch-realistische sfeer die Ryst oproept is een unieke loot aan deze stam.

    De omgekeerde wereld
    Ryst werkt veel met het beeld van de omgekeerde wereld. Zo was ‘het toegestaan voor een man om na zonsondergang buiten te zijn, zolang hij door een vrouw werd begeleid.’
    In het verhaal ‘Herder en reus’ gaat het om een ingegraven reus die luistert maar geen antwoord geeft. Überhaupt niet praat, in tegenstelling tot de babbelzieke vrouw in Happy days van Samuel Beckett.
    Er zitten meer verwijzingen in de verhalen. Naar de schilderijen van Jeroen Bosch of Brueghel bijvoorbeeld met hun ‘zieken, kreupelen, gewonden en mismaakten’ of in de omschrijving van Joseph, de hoofdpersoon in ‘De zwakkeling’: ‘Hij had benen als zuilen, enorme handen en een borstkas als een regenton; maar zijn hoofd was merkwaardig verfijnd, met een smalle, lange neus – zoals die op iconische portretten wordt weergegeven –, met ingevallen wangen en dunne lippen en een magere baardgroei, hier en daar haar.’

    Het zijn allemaal metaforen die een diepere betekenis hebben, zoals ook legendes, mythes, sagen en sprookjes die in zich bergen. Ryst betreedt het paradijs na de zondeval en stelt vragen naar goed en kwaad. Het is aan de lezer om de puzzelstukjes in elkaar te passen die de schrijver voor ons klaarlegde in deze met duidelijk plezier en fantasie geschreven verhalen. De lezer heeft er nog een kluif aan, en ook dát maakt dit boek tot een geslaagde (lees)exercitie.