• Dolle koeien

    Dolle koeien

    Vorige week woensdag was een enorm opwindende dag waardoor ik alle inperkende leefregels van het afgelopen jaar gewoon vergat. De boekwinkels gingen open! Te kunnen staan voor metershoge en verstrekkende boekenwand vol kleurige kaften, strak in het gelid. Er langs te lopen, er hier en daar een uit te trekken, het doorbladeren, de geur van drukinkt, terugzetten. Boeken zijn zoveel meer dan leesmateriaal. Dan langs de boekentafels, bedachtzaam elke titel lezend, schrijversnaam registrerend, soms achterflap erbij nemend, want eigenlijk ken je het boek, is het fysieke contact enkel een bevestiging van hun bestaan. Toen belde ik voor een afspraak, kreeg een tijdslot van een half uur en kon de volgende dag gelijk komen. De opwinding was buitengewoon. Aan een ieder die voorbij mijn huis kwam liet ik weten: ‘Ik heb een afspraakje! Morgen, bij de boekhandel!’ Ik voelde me als een van die koeien die de hele winter op stal hebben gestaan.

    Als die na de winter weer naar buiten mogen, denderen ze met stampende poten over het veld, springen een gat in de lucht. Ze maken ongewone capriolen, werpen zich op de aarde, rollen zich om en springen weer op. Een uitzinnige bende. Opeens vond ik het spannend, zo’n afspraakje met de boekhandel. Zou ik me kunnen gedragen, geen boekstapels omver stoten, dozen van tafels laten glijden. Mijn rugzak kon ik beter niet om doen. En zouden ze me niet teveel achterna zitten daar tussen de boeken, er moest natuurlijk wel wat verkocht worden. Misschien moet ik een lijstje van titels maken, die bij binnenkomst afgeven, terwijl ik tussen de boeken scharrelde zouden zij ze voor me opzoeken en klaarleggen. Nee, wacht even, nu raak ik in de war, zo was het eerst. Het leek ineens wat teveel gevraagd. Ik, alleen in een boekenwinkel. Maar voor ik me zou bedenken, stapte ik op mijn fiets, was nog bijna te laat.

    Onderweg dacht ik, ‘Portemonnee?, Ja’. ‘Ojee, mondkapje?’ Ha, in jaszak, wel een gebruikte maar vooruit. Had ik niet meer tassen moeten meenemen (alsof ik vergeten aardappelen op het land ging rapen). Halverwege haalde ik een man met vettige haren op een rammelende fiets in. Even later reed hij mij achterop, vertraagde tot hij naast me fietste. Voor hij iets kon zeggen, riep ik, ‘Ik heb al een afspraakje’. Trapte gejaagd voort, nam de brug over de IJssel. Onder het poortje naast de boekwinkel, kwam een man me tegemoet, sprekend Wim Boevink van ‘Klein verslag’. Hij zeulde met twee volle tassen. Ik dacht, ‘Hij is me voor geweest’. Bezweet en met rood hoofd stond ik voor de boekwinkel, enigszins teleurgesteld dat de deur niet openzwaaide, iemand riep, ‘Daar bent u dan. Kom binnen’. Goed, eenmaal binnen, met mondkapje en ontsmette handen, haastte ik me langs schappen, rommelde in dozen. Nog steeds bezweet stapelde ik boeken op mijn arm alsof er iets te winnen was, stond binnen een half uur weer buiten met Patrick Modiano, A.S. Byatt, A.M. Homes, Elizabeth Jane Howard en Tove Ditlevsen. 

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, wordt geregeld verliefd op een verhaal, vergeet soms haar mondkapje.

  • Als je alles hebt wat je wilde: bitterzoete verhalen van A.M Homes

    Als je alles hebt wat je wilde: bitterzoete verhalen van A.M Homes

    Recensie door Maartje Spoelstra

    In Dagen van inkeer concentreert Homes zich op de menselijke relaties en het dagelijkse leven van Amerikanen die alles hebben wat hun hartje begeert. Dit is de derde verhalenbundel van Homes. Recent verschenen verschillende van haar romans in het Nederlands, waaronder Dit boek redt je leven, Een brandbaar huwelijk en In een land van moeders.

    Het eerste verhaal, ‘Broer op zondag’, sleept de lezer gelijk binnen in de wereld van welvarende dertigplussers tijdens een dagje op het strand. In dit verhaal kijkt de lezer door de ogen van Tom, plastisch chirurg. Hij bekijkt mensen door hun lichamen te bestuderen.  ‘Van alle mensen weet juist hij wat wel en wat niet echt is. Je hebt degenen die zich het vlees van hun botten af hebben gehongerd en degenen die het chirurgisch hebben laten weghalen of laten verplaatsen. Iedereen takelt anders af – de putjes in de dijen, de zwembandjes, het onvermijdelijke uitzakken. Hij kan er niets aan doen dat hij het ziet.’

    Het verhaal speelt tijdens een afspraak met vrienden, waarin Tom zijn eigen leven overpeinst. Hij twijfelt aan zijn bestaan, aan zijn vrienden, aan zijn beroep. ‘Hij luistert maar half, denkt aan de veranderlijkheid van het leven. Als hij deze mensen nu zou ontmoeten, weet hij niet of hij vrienden met ze zou worden, of hij elke zaterdagavond met ze zou eten (…)’. Zijn vrienden zoeken hem privé vaak op om advies te vragen over bepaalde lichaamsdelen, en dan vinden vaak intieme gesprekken plaats, waarin zijn vrienden niet alleen hun lichaam maar ook hun angsten blootgeven. ‘De vrouw van een van zijn vrienden buigt zich voorover en laat hem een rood plekje tussen haar borsten zien. “Wat denk je dat het is?” “Een insectenbeet”, zegt hij. “Geen huidkanker?” “Geen kanker”, zegt hij. “Niet ontstoken?” “Een insectenbeet?” zegt hij. “En dit dan?” Ze laat hem iets anders zien, alsof ze op bonuspunten hoopt.’ De vriendenclub lijkt niet in staat om de dingen die ze persoonlijk tegen Tom zeggen ook onderling te delen, en ook Tom lijkt niet in staat onderwerpen die hem bezighouden aan te snijden. Het verhaal meandert voort in betekenisloze gesprekken, terwijl de lezer weet dat er onder de oppervlakte veel meer speelt.

    Ditzelfde thema komt terug in het verhaal ‘Hallo allemaal’ en hierin wordt het tot het absurde doorgevoerd. Personages zijn obsessief bezig met hun uiterlijk: ze geven een aantal calorieën door aan de chef in plaats van een gerecht en hebben de hond liposuctie laten ondergaan. Homes schrijft buitengewoon goed, met name de gesprekken tussen personages zijn puntig en leuk. Haar stijl is ironisch op het riskante af, zoals in het verhaal ‘Dagen van inkeer’ waarin een oorlogscorrespondente op een congres over genocide aanwezig is. Ze beschrijft hoe een vrijwilliger haar vlak voor de lift bij de arm pakt en haar een linnen welkomsttas geeft, ‘afgeladen met genocidespullen’. Wanneer ze in haar kamer is pakt ze de tas uit: ‘… een beker van de plaatselijke universiteit, een schrijfblok en pen van een bekend wenskaartenbedrijf- “Als u de woorden niet kunt vinden, laat ons het dan zeggen” – en een enorme plak chocola van een farmaceutisch bedrijf dat een populair antidepressivum produceert. Op de wikkel staat: ‘Soms zou gelukkig worden simpel moeten zijn.’

    De oorlogscorrespondente ontmoet een oude studiegenoot op de conferentie en deze ontmoeting zorgt ervoor dat ze beiden reflecteren op hun leven tot nu toe. Af en toe wordt de nadruk op de crisis van de hoofdpersonages iets te nadrukkelijk, zoals de talloze keren dat de oorlogscorrespondente bij zichzelf bedenkt welke dingen ze tegen haar therapeut gaat zeggen, of wanneer ze reflecteert op haar momenteel moeilijke relatie. ‘Ze is eeuwig gefrustreerd en teleurgesteld. Ze vraagt zich af of dat typisch Joods is, een relatieding, of dat het gewoon aan haar ligt?’ Dit geldt voor meerdere verhalen in de bundel, waaronder ook het eerder genoemde ‘Broer op zondag’In het merendeel van de verhalen vindt er geen wending of abrupte verandering plaats waardoor het verhaal voor de lezer soms wat voorspelbaar wordt. Het is niettemin een krachtig stijlmiddel omdat het de lezer confronteert met dezelfde zoektocht als de personages.

    Het lijkt alsof Homes zichzelf af en toe heeft beperkt door te strak aan dit thema te willen vasthouden. Het zijn de verhalen waarin ze het dit thema wat losser behandelt die echt meeslepen en verrassen. Een voorbeeld daarvan is Je moeder was een vis, een familiekroniek in de vorm van een kort verhaal. Het heeft een mythische, sprookjesachtige sfeer, iets dat gelijk aan het begin van het verhaal duidelijk wordt: ‘Ze naait een verhaal, borduurt een sprookje, regel voor regel. Dit relaas gaat over haar overgrootmoeder die een zeemeerminnenpak voor zichzelf naaide en naar Amerika zwom. Het was een lange, zware tocht, en tegen de tijd dat ze in Maine aankwam, was haar pak een geworden met haar vlees.’ Een verrassend, sprankelend verhaal.

    Datzelfde geldt voor ‘De laatste keer dat het fijn was’. Dit verhaal is minder sprookjesachtig dan het voorgaande, maar hier wordt de kunde van Homes zichtbaar in de precieze beschrijvingen van pijnlijke situaties die een bitterzoete sfeer achterlaten. Wanneer een man de kamer van zijn grootmoeder in een verzorgingstehuis binnenkomt, schrijft ze: ‘Aan de muur rond haar bed hangen posters die het personeel voor haar heeft gemaakt om haar eraan te herinneren hoe ze heet, welk jaar het is en wie de premier is. U HOUDT VAN ZINGEN, staat er op de poster.’

    Wat thematiek betreft is het af en toe wat eentonig, maar Homes’ tragikomische situatiebeschrijvingen en haar ironische dialogen maken dit niettemin een zeer lezenswaardige bundel.

     

     

     

  • Oogst week 26

    Oogst week 26

    Een onbarmhartig pad

    Gerwin van der Werf (1969) is muziek docent en schreef daar op zeer aanstekelijke wijze over als columnist bij Trouw. In 2010 won hij de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd, in datzelfde jaar debuteerde hij met Gewapende man.
    Zijn inmiddels vierde roman, Een onbarmhartig pad gaat over een huwelijk dat op zijn einde loopt. Het stel in kwestie gaat op roadtrip door IJsland. Daar pikken ze een lifter op waarmee ze bevriend raken. Tiddo raakt zelfs zo vertrouwd met de lifter dat hij hem in een opwelling iets vertelt dat beter geheim had kunnen blijven. Dat beseft Tiddo te laat en nu is het zaak de lifter zo snel mogelijk kwijt te raken voor deze iets tegenover zijn vrouw kan loslaten. Dat leidt tot een wilde tocht over een van gevaarlijke wegen.
    Een onbarmhartig pad gaat, aldus de uitgever, ‘over een man die tot het uiterste gaat om te behouden wat hij eigenlijk al kwijt is’.

    Een onbarmhartig pad
    Auteur: Gerwin van der Werf
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Dagen van inkeer

    In Dagen van inkeer schrijft A.M. Homes (1961) over het moderne leven in Amerika waarin oppervlakkigheid en hypocrisie aan de oppervlakte liggen. In het titelverhaal ontmoeten twee oude vrienden elkaar tijdens een congres over genocide – zowel op spiritueel als fysiek vlak herontdekken ze elkaar en vinden ze troost in aloude tradities. In het satirische ‘Een prijs voor iedere speler’ wordt een man genomineerd voor het presidentschap terwijl hij boodschappen doet met zijn gezin. En in ‘Hallo allemaal’ schrijft Homes over een familie die zich volledig richt op uiterlijk vertoon, uit angst hun gevoelens te moeten onderzoeken.

    Naast een jeugdroman en twee verhalenbundels schreef Homes de romans: Het einde van Alice, In een land van moeders, Een brandbaar huwelijk en Dit boek redt je leven. In De dochter van de minnares beschrijft Homes het verhaal van haar adoptie en de absurde kennismaking met haar biologische ouders na dertig jaar. Vergeef ons werd in 2013 bekroond met de Women’s Prize for Fiction.
    Dagen van inkeer is het eerste nieuwe werk van Homes sinds het bekroonde Vergeef ons (2012) en volgens de uitgever ‘een belangwekkende toevoeging aan het oeuvre van een moedige, visionaire auteur.’

    Dagen van inkeer
    Auteur: A.M. Homes
    Uitgeverij: Bezige Bij, De

    De wintertuin

    Jan Konst is Literatuurwetenschapper en Neerlandicus en geeft sinds 1994 colleges als Hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Berlijn op het gebied van Nederlandse taal en literatuur vanaf 1800.  Een Duitse familie in de lange twintigste eeuw gaat over vier generaties van een familie. De twintigste eeuw in Duitsland kende oorlogen, revoluties, crises en dictaturen. Mensen vervielen in armoede, raakten moreel gecorrumpeerd, of kwamen zinloos om het leven. Aan de hand van oude foto’s, brieven, objecten en ‘oral history’ beschrijft Jan Konst de levens van zijn Duitse schoonfamilie. Dat waren gewone mensen in een turbulente tijd.

    De Saksische Hilde Grunewald, dochter van een gymnasiumleraar, zag alles: ze werd op een haar na honderd jaar oud. Haar lot, en dat van haar ouders, kinderen en kleinkinderen, weerspiegelt de Duitse geschiedenis. Van landarbeiders en dagloners klommen ze op tot fabrieksdirecteur, slotvoogdes en bankmanager. Maar algauw bevonden ze zich als soldaat op de slagvelden, in de vuurzee van het bombardement op Dresden, in een voor de helft geconfisqueerd appartement in het communistische Oost-Duitsland. En uiteindelijk tussen de feestende menigte aan de Brandenburger Tor toen Berlijn opnieuw één stad werd.

    De wintertuin
    Auteur: Jan Konst
    Uitgeverij: Balans
  • Morbide experimenten

    Morbide experimenten

    Op internet stuit ik op de aankondiging van een debuutroman waarin, zo meldt de aantrekkelijk bedoelde flaptekst, hoofdpersoon met broertje onder meer morbide experimenten uitvoert met dieren. Toevallig is het in dezelfde week waarin ik een passage lees, ook in een debuut, over muizen die in benzine worden gedoopt en aangestoken. De hele week denk ik over die passage na: niet zozeer omdat het zo’n gruwelijk beeld is, maar vooral omdat ik me afvraag wat de functie ervan is.
    Is het belangrijk voor het plot? Nee. Voegt het toe aan een bepaalde sfeer, het decor van het boek? Misschien. Toch zie ik steeds het beeld voor me van een redacteur die de schrijver in de nek hijgt: je moet verder gaan, meer durven, harder zijn.
    Ondertussen denk ik aan Lize Spit – of nee, specifieker, aan het stuk dat Christophe Van Gerrewey over Het smelt schreef in De Gids. Hierin schrijft hij, na een opsomming van alle gruwelijkheden die in Spits debuut plaatsvinden: ‘Niets in dit boek heeft meer dan één functie, en de smerigheid moet maar één ding opleveren: aandacht.’

    Dat is stevige kritiek. Het smelt staat al maanden op mijn twijfellijstje: ik ben nieuwsgierig en vind het interessant om te lezen wat mijn collega-schrijvers en generatiegenoten uitbrengen. Tegelijkertijd is er dat, ja, het experiment, de dieren, de gruwel. Hoe bepaal je wat je wel en niet leest – en hoe bepaal je of je overwegingen daarin zuiver zijn?
    ‘Het is altijd rare dingen met seks of rare dingen met dieren,’ verzuchtte een andere schrijver laatst. En dus dacht ik aan Wij van Elvis Peeters, die opent met de verkrachting en verdrinking van een kat. De scène zegt niet zozeer iets over het plot, maar is een aankondiging, een waarschuwing wellicht: weet waar je aan begint. Vervolgens stapelen de morbide experimenten zich op. Als roman over de gevaren van verveling is hij zeker geslaagd, maar ook hier de vraag: had dit onderzoek anders uitgevoerd kunnen worden? Met, bijvoorbeeld, minder?

    Ik noem nog twee voorbeelden: The wasp factory van Iain Banks en The End of Alice van A.M. Homes. Waar Banks ieder detail, iedere wending, iedere brandende wesp of hond in dienst stelt van het verhaal, van de psyche van de verteller en die van de broer, lijkt het alsof Homes de hele tijd die stem in haar nek hoorde hijgen: dat ze meer moest durven, dat ze alle grenzen over moest. Wat is toch die fascinatie met, in dit geval, seksueel geweld tegen kinderen en daar zo plastisch mogelijk over schrijven?
    Na het zoveelste vervolg op de film Saw werd gesproken over ‘martelporno’: geweld om de heerlijkheid van dat geweld, alles in dienst van het shockeren, niet meer en minder. Doodbeu ben ik dat geshockeer.
    Natuurlijk weet ik niet hoe het zit met die experimenten in het aangekondigde debuut, of en wat de functie ervan is. Hopelijk schrijft Christophe Van Gerrewey er een stuk over. Tot die tijd zijn er nog genoeg andere romans die op me wachten.

     


    Marijn Sikken mijmert en schrijft over lezen, verhalen en literatuur. Ze zit in de redactie van de Optimist en  in 2013 studeerde ze af aan de Schrijversvakschool. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen begin dit jaar bij Uitgeverij Cossee.

     

     

  • Waanzinnig en boeiend verhaal

    Waanzinnig en boeiend verhaal

    Richard, woonachtig in Los Angeles, is rijk, heeft een mooi huis, prijzige kunstwerken aan de muur, mooie Mercedes, een werkster die er elke dag is, een dietiste die zijn uitgebalanceerde maaltijden klaarmaakt, een filmster als buurman, kortom, Richard heeft alles waar velen van dromen. Hij hoeft alleen maar elke morgen op zijn computer te kijken hoe zijn financiële situatie is en eigenlijk maakt het niet uit of de beurs schommelt, hij heeft geld genoeg. Maar dan krijgt Richard pijn, heftige pijn en deze pijn maakt dat hij wakkerschudt uit zijn op zichzelf gericht leventje. Hij beseft dat hij wel bestaat maar niet lééft, dat hij geen contact meer heeft met het leven zelf en de mensen die hem lief zijn.

    Natuurlijk komt er eerst een ziekenhuis, een dokter aan te pas, maar wat hij mankeert? Hij belt zijn zoon om te melden dat hij in het ziekenhuis ligt en zijn ex-vrouw, die het zoals altijd, eigenlijk te druk heeft om met hem te praten. Ontslagen uit het ziekenhuis neemt hij een taxi en laat zich afzetten bij een donutzaak. Richard heeft een onweerstaanbare trek in donuts!

    De eigenaar, Anhil, blijkt een bijzonder mens en helpt hem zijn leven een nieuwe draai te geven. Richard blijkt veel meer in zich te hebben dan hij dacht, hij kan onzelfzuchtig zijn, hij gaat mensen helpen en handelt in een noodsituatie zelfs erg moedig.

    De nieuwe Richard bevalt hem veel beter. Na een gedwongen, tijdelijke verhuizing naar Mailbu ontmoet hij zijn buurman, een beroemd schrijver, die er een zeer apart leven op na houdt. Ook van hem leert Richard veel, o.a. dat beroemd zijn ook niet zaligmakend is.
    Maar uiteindelijk is het zijn zoon die hij gemist heeft, die hij weer wil leren kennen. De zoon wil ook wel maar misschien is er een te lange tijd overheen gegaan?

    Aanvankelijk vond ik het wel een erg Amerikaans verhaal, de sport- en voedingsgekte die Richard tentoon spreidt, de sympathieke, knappe filmster als buurman, het opgeklopte leven, de bizarre situaties die alleen in Amerika kunnen voorkomen. Maar langzamerhand verandert de toon en begint het verhaal je te boeien. Anhil en de excentrieke schrijver zijn apart en bijzonder. Wat als een waanzinnig verhaal begint wordt gaandeweg serieus. Richard komt eerst als een leeghoofd over, alleen geïnteresseerd in uiterlijkheden maar hoe meer je van hem te weten komt hoe interessanter hij wordt. Prettig boek.

     

    Voor meer informatie over de schrijfster:

    http://boeken.vpro.nl/personen/22544671/