Wouter Linmans – Revolutiekoorts – Onrust en oproer in november 1919

Boeiende verhalen over een mislukte revolutie

Recensie door René Leverink

Lang doet Wouter Linmans er niet over om de afloop van Revolutiekoorts, Onrust en oproer in november 1918 te verklappen. ‘Wat begon als een revolutionaire mars door Amsterdam, werd het bloedig einde van een links-radicale en anarchistische onderneming,’ schrijft hij al op bladzijde 11. Geen probleem, die spoiler. Het boek is immers niet bedoeld als een spannende historische roman. Revolutiekoorts is het onorthodoxe verslag van een vergeten episode in de vaderlandse geschiedenis.

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog broeiden op diverse plaatsen in Europa links-radicale sentimenten en ambities. In Rusland was de revolutie uitgebroken. In Duitsland werd massaal gestaakt door arbeiders en soldaten. Ook in Wenen, Boedapest en andere steden was er sociale onrust. In Nederland hield de socialistische voorman Pieter Jelles Troelstra begin november 1918 in de Tweede Kamer een vlammende, uren durende speech over zijn revolutionaire plannen. Afgelopen moest het zijn met de onderdrukking van het proletariaat. Weg met het kapitaal, tijd voor een beter leven voor de arbeider in een socialitische samenleving! Zijn vurige pleidooi kreeg weinig weerklank. Zelfs Troelstra’s sociaaldemocratische tijdgenoten moesten niets hebben van zijn oproep tot revolutie. De grote socialistenleider had zijn kruit verschoten. 

Brede maatschappelijke onvrede

Maar links Nederland bestond uit meer dan alleen terughoudende sociaaldemocraten. De bevolking had het in de oorlogsjaren, ondanks Nederlands neutraliteit, voor de kiezen gehad. Er was tekort aan alles. Voedsel en brandstof waren onbetaalbaar geworden; kinderen stierven van honger, ziekte en kou. En dat terwijl een kleine groep uitbuiters, oplichters, smokkelaars en louche handelaren zich schatrijk scharrelde. Dit alles leidde tot brede maatschappelijke onvrede. De in de negentiende eeuw ontstane arbeidersbeweging bewoog onder aanvoering van Ferdinand Domela Nieuwenhuis steeds meer in de richting van het anarchisme. Andere radicaal-linkse prominenten waren David Wijnkoop en Henriëtte Roland Holst. In Rotterdam, Leiden en vooral Amsterdam groeide eind 1918 de onrust.

Na de ‘vergissing van Troelstra’ in de Tweede Kamer ontstond het besef dat het anders moest. Anarchisten en marxisten organiseerden op 13 november een massabijeenkomst in de Amsterdamse Diamantbeurs, een groot gebouw aan het Weesperplein. Wijnkoop en Domela Nieuwenhuis riepen op tot revolutie. Er hing een opgewonden sfeer, een gevoel van ‘nu of nooit’, schrijft Linmans: ‘De geestdrift stond op de gezichten geschreven.’ Na toespraken van de anarchistische dominee N.J.C. Schermerhorn en Henriëtte Roland Holst besloot men de straat op te gaan. Waarom precies is volgens Linmans nooit helemaal duidelijk geworden. Maar over de route was iedereen het eens: langs de Oranje-Nassaukazerne en de cavalariekazerne aan de Sarphatistraat. Daar stonden militairen te popelen om zich aan te sluiten, zo ging het gerucht. Bovendien viel er wat te plunderen: wapens en munitie. Drieduizend anarchisten, vakbondslieden en andere radicale Amsterdammers gingen luidkeels op pad, Wijnkoop en Roland Holst voorop. Linmans: ‘Voor de ramen van de woonhuizen langs de route verschenen silhouetten van bezorgde burgers. Zij zullen zich bij het zien van de demonstranten wel hebben afgevraagd waar deze avond toe zou leiden.’ Tot dodelijk geweld, bleek even later. 

Kortstondig oproer

Het ging mis bij de cavaleriekazerne. Een van de betogers, halverwege in de optocht, zwaaide met een bijl. Het toegangshek werd geforceerd, de militairen voelden zich bedreigd en grepen hun karabijnen. Na een waarschuwingsschot in de lucht volgde een tweede salvo, gericht op de aanvallers. Die schoten terug. Uiteindelijk kwamen bij de schermutseling vier arbeiders om het leven. Ondanks alles ging de demonstratie door. Op het Beursplein sprak Wijnkoop de betogers nog eens toe: morgen begint de revolutie, komt allen naar het Damrak! Maar het arbeidersvolk had z’n lesje geleerd: nog geen twintig man kwam de volgende dag opdagen. Linmans: ‘De revolutie ging eigenlijk nog voordat die goed en wel begonnen was uit als een nachtkaars.’

De beschrijving van het kortstondige oproer beslaat in Revolutiekoorts maar een bladzijde of vijftien. Dat is nog heel wat meer dan Geert Mak erover schrijft in zijn ‘kleine geschiedenis van Amsterdam’, namelijk: ‘Op de 13de november kwam de revolutie in Amsterdam, en ging er direct ook weer ten onder.’ Linmans vindt dat die beperkte aandacht ‘geen recht [doet] aan de gewelddadige aard van de gebeurtenissen en de schok die dat teweegbracht’. In navolging van de Britse historicus George Rudé kiest Linmans voor een aanpak die verder gaat en dieper graaft dan het traditionele historische onderzoek naar collectieve protesten en politieke gedragingen. In plaats van containerbegrippen als ‘de massa’ en ‘het volk’ te gebruiken en de demonstranten als een homogene groep te beschouwen ‘probeer ik in dit boek het oproer van 1918 te reconstrueren en de betrokken personen beter te begrijpen. Het is de bedoeling om nu eens niet te blijven hangen in versimpelde voorstellingen van zaken, maar tot in detail weer te geven wat er gebeurde en wie daarbij betrokken waren. De ambities, ideeën en gevoelens van de oproermakers staan centraal. Wie waren zij, wat deden ze en vooral: wat waren hun drijfveren?’

Dit lijkt een hachelijke onderneming. Van maar zo’n veertig betogers zijn de namen bekend. Het zijn degenen die zich uitten in artikelen, boeken of ingezonden brieven, genoemd worden in krantenartikelen of processen verbaal of de aandacht trokken bij vergaderingen of openbare bijeenkomsten. Op die manier verzamelt Linmans informatie over een aantal vooraanstaande (ook letterlijk) deelnemers. Zo komen we van alles te weten over aanvoerders als Domela Nieuwenhuis, Wijnkoop en Roland Holst, en over een aantal revolutionairen uit de tweede lijn. 

Verhalen uit archieven en toevallige bronnen

Maar om ‘de massa’ een gezicht te geven, moest Linmans ‘de archieven in’. Dat kunnen gemeentelijke registers zijn (geboorte, huwelijk, adressen, verhuizingen, boetes, veroordelingen), maar ook toevallige andere bronnen. Zo liepen op 13 november 1918 twee typografen mee, vader en zoon Hippe. Johan Hippe, de zoon, komt in 1977 aan het woord in de VARA-serie Voorwaarts en niet vergeten. Hij vertelt over de schietpartij, waar ze vlakbij stonden. Linmans gaat vervolgens dieper in op de rol die Hippe na de oorlog speelde in de arbeidersbeweging. Bijvoorbeeld over Hippes strijd tegen alcoholgebruik onder de arbeiders: ‘Schaart u onder de banier der onthouding, zoodat deze als een hoogen dijk, de alles met zich meesleurende stroom alcohol kan sluiten, dit tot verheffing der geheele menschheid.’ 

De verhalen die Linmans uit de archieven opdiept, hebben – in diverse varianten – vaak een vergelijkbare strekking. Het gaat meestal om arbeiders met grote gezinnen, wonend in beroerde omstandigheden (weinig ruimte, veel vocht en kou) en dan ook regelmatig verhuizend (van twee hoog voor hier naar drie hoog achter daar). Vaak zijn ze opgegroeid in een links-radicale familietraditie, met ouders die ook al actief waren in de arbeidersbeweging.

Zo weet Linmans heel wat boven water te krijgen en schetst hij op die manier een fascinerend beeld van de revolutionaire maatschappelijke context in de eerste helft van de vorige eeuw – en van het leven überhaupt in die periode, met name dat in Amsterdam. Zo verhaalt hij over de moeder van een van de demonstranten, die in 1916 in Amsterdam een leidende rol speelde bij een protestactie van honderden vrouwen tegen het voedseltekort: ‘De meesten waren nog in schort gekleed. Ze droegen een kind op de ene arm, en in de andere een paraplu tegen de regen. Op de punten van de paraplu’s waren  rotte aardappelen en ‘regeeringsbrood’ gestoken.’ Soms schiet Linmans wat door in zijn fact-finding. Ene Dirk Dech was ‘1 meter 62 lang, had blauwe ogen en bruin haar (net als zijn broer), zijn gezicht was ‘ovaal’ en zijn neus en voorhoofd waren door de keurmeester (van de militaire dienst/rl) als ‘gewoon’ beoordeeld.’ 

‘Het leidde tot niets’, is de conclusie van de auteur over de mislukte revolutie van november 1918. Maar daarmee doet hij zichzelf te kort. De gebeurtenis leidde op z’n minst tot een boeiend, goed geschreven persoonlijk feitenrelaas over een ten onrechte vergeten of gebagatelliseerd kantelpunt in de Nederlandse geschiedenis. 

 

 

Omslag Revolutiekoorts – Onrust en oproer in november 1919 - Wouter Linmans
Revolutiekoorts – Onrust en oproer in november 1919
Wouter Linmans
Verschenen bij: Atheneum-Polak & Van Gennep (2024)
ISBN: 978902531355 5
295 pagina's
Prijs: € 24,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van René Leverink:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Score: 2
Lust tot leven

Lust tot leven

Over 'Bekentenissen van Zeno' van Italo Svevo
Score: 1
Score: 1