Toen Wessel te Gussinklo vijf jaar geleden na het winnen van de Book Spotprijs voor De hoogstapelaar, voor Literair Nederland werd geïnterviewd, vertelde hij bezig te zijn aan zijn laatste boek. Het werd wel heel lang, te veel bladzijden voor één boek. Daarom dacht hij eraan om het op te splitsen in twee delen. In 2021 verscheen dan ook het lijvige Op weg naar de Hartz en ging men ervan uit dat het zijn laatste was, zeker nadat de auteur op 18 oktober 2023 overleden was.
Maar onlangs, precies een jaar na zijn overlijden bracht uitgeverij Koppernik De uitverkorene uit, het vijfde en onvoltooide deel van de Ewout Meyster-cyclus. Een boek waaraan hij tot de avond voor zijn dood gewerkt heeft. En misschien is het onvoltooide ook in deze zin logisch, Wessel te Gussinklo bleef vervlochten met zijn alter ego en kon er onmogelijk een punt achter zetten. De zoekende Ewout was het symbool geworden voor de met de wereld worstelende Wessel Gussinklo. Bijna veertig jaar lang ging hij op stap met Ewout, als kind en puber die zijn plaats zoekt in De verboden tuin (1986) en De opdracht (1995), en dan na jarenlange stilte de sublieme come-back van Ewout Meyster in De hoogstapelaar (2019) en Op weg naar De Hartz (2021).
Eigenzinnige stijl
Gussinklo bleef altijd op de achtergrond in de literaire wereld en brak nooit echt door bij het grote publiek. Erkenning kwam er pas nadat hij in 2019 de Book Spot literatuurprijs won en twee jaar later de Boekenbon literatuurprijs. Toch kwamen zijn boeken niet op de bestsellerlijsten. Dat is te wijten aan te Gussinklo’s eigenzinnige manier van schrijven. Hij had een zeer eigen en aparte stijl, niet om te plezieren, wel om zijn overtuiging mee te geven. Hij wilde dat wat ongrijpbaar en onpeilbaar was toch naar boven brengen. Hij gebruikte een taal waar anderen al lang afstand van genomen hadden. Zijn diepgaande en haarfijne analyses raken tot in het diepste van de ziel en zijn soms moeilijk te doorgronden. Hij vond zichzelf ook een schrijver pur sang en weigerde mee te gaan in de compromissen waaraan populaire schrijvers zich vaak aan overgeven. Ook in De uitverkorene viert die eigenzinnige stijl weer hoogtij.
In De Uitverkorene bevindt Ewout zich nog steeds in De Hartz, de bijzondere hogeschool met zijn bizarre docenten en studenten die ook onderwerp waren in Op Weg naar De Hartz. Ewout blijft worstelen met zichzelf, maar zijn vriend Meindert probeert zorg te dragen voor hem. Tijdens een lezing van een Duitse professor overstijgt Ewout zichzelf en geeft hij openlijk commentaar. Dat levert hem veel respect op bij de toplieden van het instituut. Tot zijn verwondering wordt hij uitgenodigd tot de hoogste kringen en mag meedenken in de discussies. Tegelijkertijd wordt hij verslonden door een bijna dierlijke lust voor de sensuele Thérèse die steeds zijn pad kruist. Dat De uitverkorene onafgewerkt bleef, is duidelijk.
Onophoudelijke woordenstroom
Het geheel is wat chaotisch en wat meer structuur was zeker gewenst. Maar eens te meer toont het werk de stilistische hoogstandjes die eigen zijn aan Wessel te Gussinklo. Hij schrijft in een onophoudelijke woordenstroom, een stream-of-consciousness, die in een zenuwachtig en opzwepend ritme doorgaat, waardoor je als lezer steeds sneller mee moet lezen en soms naar adem moet happen. De stijl, de woordenschat en het ritme zijn van een onnavolgbare uitmuntendheid. Ewout zet de lezer een spiegel voor van de mens die worstelt met zichzelf en de wereld, die zoekt naar waarheid, maar waarvoor de verlossing steeds uitblijft, hoe hard je het ook probeert.
Wessel te Gussinklo wordt gemist. Ewout Meyster lijkt veroordeeld om voor eeuwig in De Hartz te blijven, of toch niet. In een pakkend nawoord schrijft zijn weduwe Odilia over de laatste dagen. Hoe Wessel tot op het einde doorging, met correcties, aanpassingen, juiste zinswendingen en hoe zij die allemaal opnam. Even voor zijn dood liet hij toch iets los over waar het naartoe ging met Ewout. In een mooi slotakkoord schrijft Odilia hoe zij het vervolg ziet van het personage dat al zo lang de lezer meeneemt op zijn tocht, een visie ingefluisterd door een stervende Wessel te Gussinklo.
Lees hier het interview met Wessel te Gussinklo.









