In De duistere winkel beschrijft Georges Perec hoe hij in oktober 1971 droomde dat zijn roman La Disparition, waarin de vijfde letter van het alfabet niet voorkomt, toch vol E’s stond die hij over het hoofd had gezien. Iets dergelijks overkwam Walter Abish na de publicatie van zijn Alphabetical Africa, de roman die eveneens rond een contrainte (een dwingende regel die de schrijver zichzelf oplegt) is opgebouwd, toen iemand hem op een feestje had verteld dat hij diverse keren de fout was ingegaan. ‘Dat meen je niet!’, schijnt Abish te hebben gezegd: ‘Mijn uitgever en ik hebben het boek keer op keer gecontroleerd op fouten!’ De contrainte van Abish is dat zijn roman van 52 hoofdstukken zodanig is opgebouwd dat het eerste alleen bestaat uit woorden die met een A beginnen, het tweede uit woorden met als eerste letter A of B en zo door tot hoofdstuk 26, waarna het omgekeerde gebeurt: er gaat nu in elk hoofdstuk weer een beginletter af in omgekeerde volgorde tot in het 52e hoofdstuk alleen weer de A overblijft.
Vertaalbaarheid
Bijzonder aan deze twee romans van Perec (uit 1969) en Abish (uit 1974) is dat ze allebei hun lettertoer uithaalden zonder dat ze elkaar(s werk) kenden – dat kwam later pas. Het ontzag voor ieders prestatie wordt nog groter als je bedenkt dat ze niet, zoals wij, digitale zoek- en controlemogelijkheden hadden, maar slechts pen en typemachine.
La Disparition werd later in meer dan tien talen vertaald (in het Nederlands als ’t Manco), maar Alphabetical Africa tot nu toe slechts in het Duits. Daar is nu een Nederlandse editie bij gekomen: Alfabetisch Afrika. Vertaler is Guido van de Wiel die eerder ook voor ’t Manco tekende. Je moet ook wel een beetje gek zijn om die uitdaging aan te gaan. Toen Van de Wiel in een essay over vertalen las dat met de roman van Abish ‘de grenzen van de vertaalbaarheid’ waren bereikt wist hij meteen wat hem te doen stond.
Alfabetisch Afrika gaat in het kort over een roofmoord op een juwelier in Antibes, waarvan in eerste instantie twee mannen, Alex en Allen, en een vrouw Alva, als verdachten worden gepresenteerd. Gaandeweg blijken er meer betrokkenen te zijn, waaronder Koning(in) – ze wordt zowel vrouwelijk als mannelijk voorgesteld – Quat en de verteller van de roman. De zoektocht leidt naar Afrika, niet alleen omdat de geroofde juwelen daar terecht zijn gekomen, maar ook omdat Alex en Allen de daar verblijvende Alva willen veroveren. Deze Alva lijkt uiteindelijk te trouwen met de verteller, die bovendien de auteur van het boek blijkt te zijn dat we zojuist hebben gelezen.
Litanie
Het is een dun en af en toe verwarrend verhaal. Maar daar is het Abish ook niet om te doen. Het belangrijkste aan Alfabetisch Afrika is hoe dat verhaal verteld wordt. Abish wil vooral laten zien hoe ons belangrijkste communicatiemiddel, de taal, ons bespeelt. Hij doet dat door de verteller en daarmee de lezer stap voor stap een letter beschikbaar te stellen en hen er in het tweede deel van het boek steeds weer van een te beroven. Dat is niet de enige contrainte die Abish zich oplegde. Hij laat ook elk hoofdstuk beginnen met de letter die beschikbaar komt of weer verdwijnt. Dat doet iets met onze perceptie van de informatie die we krijgen.
Bovendien bouwt hij nog kleinere opgelegde spelletjes in: we treffen in Alfabetisch Afrika (vaak alfabetische) opsommingen: in het hoofdstuk waarin de S voor het laatst mag worden gebruikt lezen we hoe de koningin twee pagina’s lang weeklaagt in woorden die allemaal beginnen met een S voorafgegaan door ‘same’ of in vertaling door ‘saai’; een bijna hallucinerende litanie van klachten over het aankomende verdwijnen van die letter. Verder zijn er de talloze alliteraties en intertekstuele verwijzingen, zoals naar Heart of Darkness van Joseph Conrad dat eveneens gaat over een indringing in Afrika.
Geheugenverlies
Tot slot laat Abish op een soms komische manier zien hoe slecht wij Afrika echt kennen. Die wetenschap is gebaseerd op het beeld dat we ons hebben gevormd van het continent; van het echte Afrika weten we bar weinig. Daarom wemelt het in de roman van kaarten en plattegronden, maar ‘de kaart is niet het gebied’, schrijft vertaler Van de Wiel in zijn zeer informatieve Nawoord.
Het verhaal van de moord op de juwelier en de jacht van Alex en Allen op Alva in Afrika staat geheel in dienst van de contrainte in de roman. In het eerste deel komen er met de groei van het aantal beschikbare letters steeds meer Afrikaanse landen bij en groeit de informatie. In de tweede helft gebeurt het omgekeerde. Dat loopt uiteindelijk uit op steeds meer destructie: delen van Afrika, en uiteindelijk steden en gebouwen worden vernietigd terwijl op metaniveau de beschikbare taal steeds meer wordt ontmanteld. Naast die inkrimping van het continent Afrika krijgen de protagonisten steeds meer te maken met geheugenverlies. Dat wordt bovendien verbeeld door de grote rol die agressieve mieren spelen. In het Duits heten die Ameisen, het woord dat Abish ook gebruikt. Met opzet, want het is een anagram van amnesie.
Moet het schrijven van Alphabetical Africa al een halsbrekende onderneming zijn geweest voor Abish, dat geldt nog meer voor een vertaling. Guido van de Wiel heeft zich soms met ware Houdini-acts moeten redden. Dat heeft hij bewonderenswaardig gedaan. Om een idee van de problemen te geven: Abish heeft al in hoofdstuk A het lidwoord ‘an’ beschikbaar, maar de vertaler kan ‘een’ pas gebruiken in hoofdstuk E. Daar staat weer tegenover dat hij ‘de’ al kan inzetten in hoofdstuk D waar Abisch dat pas in hoofdstuk T (‘the’) kan. Toch blijft dat voor de vertaler een beperking want als dit lidwoord in het oorspronkelijke werk niet voorkomt heeft de vertaler die ruimte alsnog niet.
Tweetalig
De beperkte beschikbaarheid van de letters bepaalt daarnaast hoe het verhaal verteld kan worden. In de hoofdstukken A tot en met H is steeds sprake van ‘auteur’. Dan is nog niet duidelijk dat hij dezelfde is als de verteller. Dat blijkt pas in hoofdstuk I, waar zowel Abish als Van de Wiel verder kunnen gaan in de eerste persoon: ‘I’ in het Engels en ‘ik’ in het Nederlands. Nog verder in het verhaal kan zijn aandeel in de moord op de juwelier worden verteld.
Guido van de Wiel ging bij zijn vertaling acribisch te werk. In twee uitgebreide logboeken gaat hij uitvoerig in op thema’s en achtergronden van Abish en zijn werk en verantwoordt hij zijn vertaalkeuzes zeer precies, compleet met alternatieven en argumenten om die wel of niet te gebruiken. Een voortreffelijke keuze is dat Alfabetisch Afrika tweetalig is uitgegeven zodat alle vertaalvondsten direct controleerbaar zijn. Van de Wiel noemt in die logboeken onder andere 101 plaatsen waar Abish per ongeluk tegen zijn eigen contrainte in is gegaan: hij gebruikt bijvoorbeeld het voorzetsel ‘in’ al vóór hoofdstuk I in de eerste helft en na hoofdstuk I in de helft waarin letters verdwijnen.
Deze logboeken zijn op internet gratis te downloaden.
Liefhebbers van werken van OuLiPo-ers (de werkplaats voor potentiële literatuur) waarvan Perec lid was maar Abish niet, hebben met Alphabetical AfricaI een vergaand voorbeeld van wat deze literatuur vermag. Van de Wiel noemt het zelfs ‘het meest oulipiaanse werk dat er bestaat zonder te zijn vervaardigd door een OuLiPo-auteur’.











