Trudy van Wijk – Geef niet mee!

De dichter van het …en toch

Recensie door Michiel van Diggelen

Op een grafmonument op begraafplaats Ockenburg in Den Haag staat de naam Ellen Warmond. Daaronder haar geboorte- en sterfjaar (1930-2011) en daaronder de aanduiding ‘Dichter’. Dichten was de essentie van haar leven. Trudy van Wijk (1951 – 2020), die in 2003 al een proefschrift over Warmonds dichterschap voltooide, schreef een biografie over haar, ook al vond Ellen Warmond dat haar privéleven niemand wat aanging. Van Wijk overleed voordat ze de biografie helemaal af had. De biografie werd geredigeerd en voltooid door Bertram Mourits, hoofd collecties van het Literatuurmuseum. In Geef niet mee!, staan de eerste dertig jaar van Warmonds leven centraal. De vijftig jaren die er op volgen krijgen veel minder aandacht. Het is niet duidelijk waarom Van Wijk zo weinig aandacht aan de laatste jaren van Warmonds leven schenkt en of ze dit zo bedoeld heeft.

Ellen Warmond is het pseudoniem voor Pietronella Cornelia) van Yperen. Een naam die ze vrijwel nooit gebruikte. Een verzoek voor een interview, geadresseerd met haar geboortenaam, weigerde ze omdat ze geen interviews gaf. Ze schreef verder: ‘Ik moet u afraden brieven aan mij te adresseren aan ‘Van Yperen’, want die naam gebruik ik alleen voor dingen als de belasting, dus een dergelijke aanhef wekt mijn wantrouwen.’ 

Kleinburgerlijkheid ontstijgend

De biografie volgt het leven van Ellen Warmond chronologisch. Ze werd geboren in Rotterdam in een kleinburgerlijk christelijk gezin. Vader probeerde het arbeidersmilieu te ontvluchten, maar slaagde daar niet in. Ze deed laatdunkend over haar afkomst, terwijl er in haar ouderlijk huis toch opvallend veel gelezen en gemusiceerd werd. Het verhaal dat zij over haar jeugd vertelt is beladen met schaamte over ‘nette armoede’. Ze voelde zich niet begrepen en probeerde aan haar milieu te ontsnappen door te gaan dansen. Ze wilde kunstenares worden, boven het alledaagse uitstijgen. Haar danslerares Staluse Pera, die als vrouw haar eigen weg koos dwars tegen burgerlijke conventies in, was haar grote voorbeeld.

Warmond hield van vrouwen. Als jonge danseres maakte ze kennis met Emmy Hemelraad, die een stuk ouder was. Haar grote liefde in de jaren vijftig was de oudere schrijfster Anna Blaman, die haar volgens Van Wijk wilde modelleren als een Pygmalion. Blaman ontdekte haar als dichteres en was haar moreel kompas, maar zij wilde tot Warmonds verdriet geen vaste relatie met haar. Dat verwerkte ze in haar gedichten. Na de dood van Blaman in 1960 zou het nog lange tijd duren voordat Warmond een vaste relatie kreeg. In 1965 kwam ze in Israël de reisleidster Eveline Witjas tegen, met wie ze jarenlang samenleefde, maar de relatie hield geen stand. Warmond was geen gemakkelijk mens, ze klaagde veel en vaak. De ex-geliefden bleven elkaar wel regelmatig zien, maar waren de laatste jaren van haar leven niet langer samen.

Ontsnappen aan de werkelijkheid

Van Wijk schrijft dat het bombardement van en de oorlogstijd in Rotterdam een belangrijke rol hebben gespeeld in Warmonds leven. ‘Waarschijnlijk werd tijdens deze periode de kiem gelegd voor een belangrijk thema in het werk van Warmond: de discrepantie tussen romantische verwachtingen en de ontnuchterende en ontluisterende werkelijkheid.’ Ze kwam tot het besef dat ze het volgende moment dood kon zijn en hield er een levenslange angst voor vuur en een afkeer van geweld aan over. Door de oorlog zag ze het bestaan als zinloos en absurd. Alleen door het schrijven van gedichten kon ze ontsnappen aan de bizarre werkelijkheid. Haar debuutalbum Proeftuin (1953) opent met het gedicht ‘Excuus’: ‘Om het inoperabel tekort / van gebaren die onvoltooid / en gedachten die verzwegen / blijven om alles wat nooit / kan worden prijsgegeven / beroep ik me op het gedicht / als machteloos tegenwicht.’

Na Proeftuin verschenen er nog twintig poëziebundels en drie verhalenbundels van haar hand. In 1999 verscheen Kaalslag, haar laatste bundel. Van Wijk laat zien hoe de gedichten en de verhalen samenhangen met de gebeurtenissen en ervaringen in Ellens eigen leven. Ellen Warmonds poëzie stemt op het eerste gezicht niet bepaald vrolijk. In haar werk is de invloed van het existentialisme merkbaar. Ze kleedde de wereld en zichzelf uit tot op het bot. Ze voelde zich een vreemdeling op aarde. Ellen had geen hoge pet op van de mens, die ze een ‘dom dier’ en een ‘bedroefde blinde’ noemde. Ook van God verwachtte ze niets. De goden zijn volgens haar even machteloos als de mensen. Ook de oosterse goden brengen geen verlichting, want ‘een boeddha bijvoorbeeld in/ dit typisch hollandsch landschap/zou blaffen van hooikoorts.’ Carrière maken heeft geen zin, want ‘het onvermoeibaar draven op de plaats’ is het hoogst haalbare. Zelfs liefde ontmaskerde ze: ‘we houden niet elkaar/maar onze verloren jeugd in de armen.’

Een van onze grote dichters

Warmond is een van onze grote dichters, die als geen ander het naoorlogs levensgevoel onder woorden heeft gebracht. Ze wilde niet als specifiek vrouwelijk dichter onderscheiden worden, zo bleek onder meer bij de uitreiking van de Ann Bijns Prijs aan haar in 1987. Die prijs werd uitgereikt aan een ‘specifiek vrouwelijk geluid’. Zij zag hierin een vorm van discriminatie, alsof er een specifiek mannelijk of vrouwelijk geluid bestond. Ze wilde niet in een hokje worden geplaatst. ‘Ze schreef geen doelgroepenpoëzie,’ schrijft Van Wijk. 

De laatste levensjaren van Warmond waren ontluisterend. Na de scheiding van Eveline Witjas leefde ze als kluizenaar. Ze zag vrijwel niemand meer, zat vol zelfverwijt en dronk veel. Mede doordat zij al meer dan tien jaar geen nieuw werk had gepubliceerd, bracht haar overlijden in 2011 maar weinig journalisten ertoe een necrologie te schrijven. Helaas komen we in de biografie niet te weten of Warmond na 1999 nog gedichten heeft geschreven. Ze hield wel een dagboek bij, maar gaf opdracht dat te verbranden.

Het leven had voor Ellen Warmond geen van bovenaf gegeven zin. Maar het bood wel een ‘kristal van kansen’, van mogelijkheden om er zin aan te geven. Warmond probeerde – hoe onsamenhangend ook – een eigen wereldbeeld te ontwikkelen. Dichten is voor haar een antidotum tegen het zinloze, toevallige en absurde bestaan. Maar het was niet alleen een persoonlijke behoefte: haar gedichten hadden ook een functie. Ze zag ze als lampen waardoor niet alleen zij, maar ook lezers ‘uitzicht op inzicht’ kunnen verkrijgen. 

Hoop en verlangen naar betere tijden

Het laatste wat een mens volgens Warmond moet doen is zich neerleggen bij de gang van zaken. Ze geeft niet mee, verzet zich tegen hokjesgeest, berusting en luiheid. Ze noemt dat ‘het gooien van stenen door de ruit van verstarring’. In de jaren zestig en zeventig keerde ze zich in haar poëzie ook tegen de onderdrukking van mensen en volkeren en tegen oorlog. Haar latere werk werd steeds somberder en kaler. Ondanks de lichamelijke aftakeling bleef ze moedig in haar poging ‘het eigen ik net zo lang /recht in de ogen zien/ tot het een weerwoord weet.’ 

Van Wijk bekritiseert de feministische literatuurwetenschapper Maaike Meijer die volgens haar een te somber beeld van het werk van Warmond schetst. Meijer plaatst Warmonds werk onder de noemer ‘De Grote Melancholie’, dat als volgt wordt omschreven: ‘een sterk gevoel van onheil en depressie. Het leven wordt als dood, nutteloos en waardeloos afgeschilderd.’ Warmond is voor Trudy van Wijk een dichter die door alle ellende heen verlangde naar lichtheid, overgave en zorgeloosheid. Ze bleef hopen op, en verlangen naar beter. Een van haar mooiste gedichten die dit illustreert is ‘Kleine akte van geloof’:

‘Hopende op meer dan dit
 Hopende op geluk
 de lachwekkend ontroerende bloesem
 die geen vrucht draagt

 iedere ochtend een kans
 iedere avond een aanloop
 naar later misschien
 misschien?

 en elke dag opnieuw
 verwachten wat niet bestaat

 dit weten tot in de polsslag
 dit weten met elke vezel
 en toch?

 en toch.’

De biografie van Trudy van Wijk biedt geen nieuwe kijk op Warmonds gedichten, wel plaatst het haar gedichten in een context. Ook schuwt ze de donkere zijden van Warmonds bestaan niet, waarmee ze recht doet aan een dichter die zichzelf genadeloos durfde te analyseren. Warmond bleef ‘met open ogen/in de leegte zien.’ 



 

Omslag Geef niet mee! - Trudy van Wijk
Geef niet mee!
Trudy van Wijk
Verschenen bij: Walburg Pers (2024)
ISBN: 9789464563252
304 pagina's
Prijs: € 24,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Michiel van Diggelen:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Score: 2
Score: 1