Dagerman schrijft ver voorbij clichés

Recensie door: Dit is meer dan het zoveelste boek over de Tweede Wereldoorlog

Stig Dagerman staat niet bekend als een schrijver die in zijn werk luchtige onderwerpen onder de loep nam: dood, angst, schaamte, eenzaamheid en armoede behoren tot de vaakst terugkerende thema’s. In veel van de verhalen in Natte sneeuw plaatst Dagerman zijn personages in benepen omstandigheden, en toont hij aan de hand van een reeks treffend gekozen scènes, de complexiteit en intensiteit van hun emoties. Zo draait Open de deur, Richard om een vrouw die lijdt onder de continue dronkenschap en losbandigheid van haar echtgenoot en hem haar smarten voor het voetlicht wil brengen, maar niet weet hoe ze dat moet aanpakken.

In De verrassing verkneukelen een moeder en haar zoon zich om een opname die zij samen maakten voor de verjaardag van de opa van het kind. Opa neemt de verrassing met grote ondankbaarheid in ontvangst: de teleurstelling van de moeder en het kind zijn schrijnend. Ook in Een kind doden – de titel behoeft weinig toelichting – en in De hond en het lot, gaat over een man die op een tragische manier zijn dood tegemoet treedt en de hond die hij achterlaat, confronteert Dagerman de lezer met de rauwe, onversneden ellende van zijn personages. Die manier van schrijven maakt de emotionele ervaringen van de personages invoelbaar en onontkoombaar.

Thematisch uniform, stilistisch divers

Dagerman was geen schrijver die zijn lezers een hart onder de riem stak: hij had weinig bemoedigende boodschappen te delen. Maar het zou verkeerd zijn om de bundel Natte sneeuw op grond van de thematische overeenkomsten tussen de verhalen te beschrijven als een eenvormig product. Hoe vergelijkbaar de thematiek in de verhalen is, zo verschillend zijn de teksten immers in hun stijl. Dagerman deinsde er niet voor terug om met verschillende verteltranten en genres te experimenteren. Sommige verhalen zijn wat lichtvoetiger en voorzien van een goede dosis humor, zoals Een kleine tragedie, Mijn zoon rookt meerschuimpijpenWaar is mijn Noorse trui?. Soms zijn ze duister (De rode wagons), soms horrorachtig (De vreemde man, Zaterdagsreis), en soms absurdistisch (Het proces), surrealistisch (De lord die ik roeide) of satirisch (De man die niet wilde huilen).

De souplesse en de vanzelfsprekendheid waarmee Dagerman van het een op het andere verhaal tussen verschillende genres schakelde, vestigen Dagerman ten enenmale als zeer veelzijdig auteur. Dit maakt hem als schrijver uniek en voorziet zijn verhalen bovendien van een positieve dimensie die zich op een interessante manier tot de neerslachtige thematiek verhoudt. De expertise die Dagerman in het bedrijven van al die verschillende genres aan de dag legde, maakt immers duidelijk dat hij de volledige controle had over zijn teksten. Te midden van alle ellende, van alle willekeur en tragiek moet het schrijven een troost, een rots in de branding voor Dagerman zijn geweest. Geen ruimte geven aan die dimensie van Dagermans schrijverschap zou een miskenning van zijn oeuvre inhouden.

Voorbij de ‘alledaagse’ creativiteit

Dagermans thematische stokpaardjes – dood, angst en eenzaamheid – zijn stevig verankerd en vertegenwoordigd in de wereldliteratuur in het algemeen. Bij het behandelen van dergelijke weinig opzienbarende, en vanuit literair oogpunt gezien wellicht zelfs wat banale, thema’s ligt het gevaar in clichés te vervallen daarom voortdurend op de loer. Maar Stig Dagerman behoort tot een select groepje van schrijvers – Clarice Lispector en Juan Carlos Onetti behoren ook tot dat groepje – die, waar zij ook over schrijven, nooit op een cliché te betrappen zijn. Deze schrijvers naderen de essentie van het mens-zijn nog net iets dichter dan andere schrijvers. Alsof zij toegang hebben tot een voor anderen ontoegankelijke bron van kennis. De materie in die bron, die zich nog een stukje dichter bij de kern van de menselijke conditie lijkt te bevinden dan de ‘gewone’ fantasie of creativiteit, is tamelijk abstract van aard en is dus moeilijk in woorden te vatten. Maar Stig Dagerman vindt die woorden toch.

Vanuit een kunstzinnig en literair perspectief is dat bewonderenswaardig, maar zorgt het er ook voor dat zijn teksten bij tijd en wijle willekeurig en onnavolgbaar aanvoelen. De ontoegankelijkheid die in Dagermans verhalen regelmatig de kop opsteekt, maakt dat Natte sneeuw bepaald geen lichte kost is. De teksten vergen concentratie en een bereidwilligheid om diep te graven in de eigen, menselijke ervaring, en in de relaties tussen tekst, auteur en lezer. Dat zal de lezer niet gemakkelijk vallen, maar voor wie die uitdaging aangaat zal het lezen van Natte sneeuw een bijzonder bevredigende ervaring zijn.

 

 

Recent