In De grote vloed slingert Sjoerd Kuyper ons meteen het verhaal in: het is 4 mei 2029 als Moos wakker wordt doordat het bed van zijn opa vanaf de benedenverdieping omhoog gespoeld is en tegen het voeteneind van zijn eigen bed botst, hoog in de torenkamer. Opa denkt dat hij in bed geplast heeft, maar de wereld is onder water gelopen door de grote vloed, en de bedden drijven op de stroom. […] Het boek leest als een op zichzelf staand avontuur vol grappige, bijna surrealistische wendingen. De maatschappijkritische ondertoon is weliswaar steeds aanwezig, maar neemt nooit de overhand.
Lees de hele recensie op Jong Literair Nederland.









