Sheila Sitalsing – Waar ik me voor schaam

Hoe lang houdt de schaamte aan?

Recensie door Helena van Dijk

De moeder van journalist, columnist, econoom en schrijver Sheila Sitalsing (1968) deed aan ‘zwijgen door te spreken. Ze kwebbelde onschuldige oorlogsanekdotes aan elkaar tot een lange woordenslinger die ze om haar geheim heen wikkelde, tot er niets meer van te zien was.’ Wat dat geheim precies was ontdekken haar dochters pas na haar dood, in een nagelaten schrijven. De opa van Sheila Sitalsing, Sjarrel, blijkt ‘fout’ te zijn geweest in de Tweede Wereldoorlog. Daarover is in het gezin nooit gesproken; zelfs de vader van Sitalsing is nooit op de hoogte gebracht van het verleden van zijn schoonvader. Het resultaat van de zoektocht die Sheila Sitalsing vervolgens ondernam is de inhoud van haar nieuwe non-fictieboek Waar ik me voor schaam. Op de voorkant staat een foto van haar moeder. Ze is ongeveer tien jaar oud en lid van de Jeugdstorm, een organisatie die zeer nauwe banden had met de NSB.

De vragen die het nagelaten schrijven oproepen zijn enorm invoelbaar. Waarom zou iemand bijvoorbeeld jarenlang zwijgen over zo’n groot en gevoelig geheim? Waar moet je beginnen om dat te begrijpen en wat kun je doen om het zwijgen te doorbreken? Het besef dringt zich op dat er inmiddels zeer veel mensen moeten rondlopen die in meer of mindere mate verwant zijn aan een ‘foute’ voorouder. De vorm van het boek is daarom een soort instructieboek, met elf ‘wenken’ hoe je zou kunnen omgaan met die kennis. Dat klinkt wat saai en zakelijk, maar dat is het allerminst. Iedere wenk begint met een bepaald principe dat vervolgens door een kleine toevoeging iets lichts krijgt. Neem bijvoorbeeld de vierde wenk: wees mild voor de gebutsten (we zijn allemaal verkreukeld).

Bruine dozen

De zoektocht naar het verleden van haar opa begint voor Sheila Sitalsing in de bruine dozen van het Nationaal Archief. Ze onthullen een aantal belangrijke feiten, bijvoorbeeld dat opa Sjarrel en oma Tootje vanaf 1935 lid waren van de NSB, dat opa een redelijk hoge positie binnen die partij had weten te bemachtigen en dat hij na de oorlog lang gevangen heeft gezeten. Toen was hij inmiddels gescheiden van zijn vrouw. Oma Tootje heeft een poosje vastgezeten in Westerbork (haar dochter woonde toen tijdelijk bij een oma) en heeft na haar vrijlating tien jaar niet mogen stemmen. Naast antwoorden op een aantal vragen blijkt ook dat uiteraard lang niet alles in de bruine dozen terug te vinden is. Waarom haar opa altijd een ‘groot Jodenhater’ (in de nagelaten woorden van haar moeder) geweest is, kan niet worden achterhaald.

De schaamte waar in de titel van het boek sprake van is, kleeft zoals gezegd mogelijk ook aan andere nazaten van de ongeveer vierhonderdduizend (!) mensen naar wie na de Tweede Wereldoorlog onderzoek is gedaan over mogelijke collaboratie. ‘Het idee dat nakomelingen of verwanten van daders ook een soort daders zijn, blijft terugkeren bij het bekend worden van nieuwe daders en nieuwe verwanten met een hardnekkigheid die verwondert.’ Kinderen van collaborateurs hebben vaak een nare jeugd gehad, doordat ze sociaal uitgesloten werden, gepest werden op school, of uit huis werden geplaatst. Kinderen van NSB’ers lijden daarom soms ook aan trauma’s, vergelijkbaar met die van oorlogsslachtoffers, betoogt Sitalsing. Het punt is alleen dat er weinig aandacht is geweest voor deze groep, aan wie de schande van collaboratie generaties lang is blijven plakken. Eén van de twee motto’s van het boek luidt: ‘Het is wat om kind van ouders te zijn.’ (Pieter Coen Blom, psychiater.) De moeder van Sheila Sitalsing heeft dat beslist aan den lijve ondervonden; het heeft haar hele leven gekleurd.

Lidmaatschap van de NSB

De ‘wenk’ waarin beschreven wordt hoe opa Sjarrel is opgegroeid en waarin een mogelijke verklaring gezocht wordt voor zijn lidmaatschap van de NSB is een prettige onderbreking van de ‘wenken’ waarin het vooral gaat om het onderzoek, omdat het silhouet van de tot dan toe wat abstracte opa meer vorm krijgt. Iets verderop in het boek wordt in een andere ‘wenk’ ook ingezoomd op hoe het oma Tootje en opa Sjarrel is vergaan na de bevrijding. Deze biografische beschrijvingen zijn fijn om te lezen. Ze zijn invoelbaar en met compassie geschreven en tegelijkertijd is het overduidelijk dat Sitalsing ze niet inzet als een soort verzachtende omstandigheden.

Midden in het boek bevindt zich een uitgebreide lijst met zaken ten aanzien van het verleden waarvoor Sheila Sitalsing zich schaamt. Ze schaamt zich ervoor dat ze de letter C in de opsommingslijst eigenlijk het ergst vond (‘Dat mijn moeder zich niet vertrouwd genoeg heeft gevoeld met haar eigen dochters om over haar echte oorlog te praten. Dat ze een lulverhaal heeft opgehangen. Dat de vertrouwelijkheid niet echt was.’), terwijl er bij de andere letters objectief gezien ergere zaken staan.

Waar ik me voor schaam is rijk aan feiten en inzichten. Zo blijkt de Shoah pas twintig jaar na de bevrijding voor het eerst herdacht te worden op 4 mei. Aan het eind van het boek wordt ook aandacht besteed aan het digitaal openbaar maken van het Nationaal Archief en welke haken en ogen daaraan kunnen zitten voor nabestaanden van die vierhonderdduizend mensen naar wie onderzoek gedaan is. Tegelijkertijd is het fijn om te beseffen dat je als dit soort nabestaande niet de enige bent en blijkt er een Werkgroep Herkenning te bestaan die lotgenotencontact mogelijk maakt. Dat is belangrijk, want ongeveer een derde van de kinderen en een vijfde van de kleinkinderen blijkt ergens in hun leven in enige mate psychische of fysieke klachten te ontwikkelen die gerelateerd kunnen worden aan het collaboratieverleden van hun voorouders.

De pubers

Ondanks het gewicht van de thema’s die in het boek naar voren komen is Waar ik me voor schaam geen zwaar boek geworden. Dat komt niet alleen door de heldere, licht ironische stijl waarin het geschreven is, maar zeker ook door de blik die ‘de pubers’, de kinderen van Sitalsing (en dus de achterkleinkinderen van opa Sjarrel en oma Tootje) geregeld werpen op de gebeurtenissen uit het verleden. Het zwijgen van hun oma interpreteren zij niet als jokken. Zij zijn als TikTok- en Instagramgeneratie gewend aan ‘gefilterde werkelijkheden’ en kijken op een ontwapenende manier naar de zaken waar hun moeder zich voor schaamt en waar hun oma over zweeg. Misschien heeft een collaboratieverleden de afstand van enkele generaties nodig om de schaamte voorbij te geraken.

 

Omslag Waar ik me voor schaam - Sheila Sitalsing
Waar ik me voor schaam
Sheila Sitalsing
Verschenen bij: De Bezige Bij (2025)
ISBN: 9789403133867
208 pagina's
Prijs: € 22,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Helena van Dijk:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Score: 3
Score: 2
Score: 2