Sabrine Ingabire – Lotgenoten

De kunst van rake zinnen  

Recensie door Juno Blaauw

‘Bij Zwarte meisjes voel ik me ongemakkelijk.’ Met de eerste zin van haar debuutroman Lotgenoten laat Sabrine Ingabire, een jonge Rwandees-Belgische schrijver, zien dat ze de kunst van rake zinnen beheerst. Het zit hem niet in de controverse, de lichte paniek die je als lezer voelt. Mag je zoiets zeggen? Of misschien vooral, wie mag zoiets zeggen en wie niet? Het sterke is dat Ingabire die zeven woorden niet inzet puur om te provoceren. Ze heeft ze nodig om het thema van Lotgenoten van het begin af aan ondubbelzinnig te verwoorden. Het is de dertigjarige Ajali, Ingabires hoofdpersoon en net als zij van Rwandees-Belgische afkomst, die spreekt, in een kort hoofdstuk, genaamd #0. Dat hoofdstuk fungeert als een inleiding voor een terugblik die het hele boek zal duren. ‘Als ik als tiener eerlijk met mezelf had kunnen zijn,’ gaat Ajali verder, ‘dan was dat de kern geweest van mijn wezen: dat ik me bij zij die het meest op me leken het ongemakkelijkst voelde.’

Leven in het land van de kolonisator

Tiener Ajali woont met haar vader en moeder in het Belgische Gent. Haar broer, die een stevig aantal jaar ouder is, komt een jaar na het afronden van zijn studie weer thuiswonen. ‘Het ging niet goed met hem. Dat zag ik. Dat zag iedereen. Maar niemand zei er wat van. En wat moest ik zeggen als zelfs zijn eigen ouders — de ouders die hem zo graag hadden gewild — niets zeiden?’

Wat volgt is een pijnlijk eerlijke bespreking van Ajali’s leven in het laatste jaar van de middelbare school en haar worsteling zich te verhouden tot de mensen om haar heen en het land waarin ze woont. Niet toevallig vervult het enige hoofdstuk dat zich twee jaar eerder afspeelt, als Ajali veertien en vijftien jaar is, een sleutelrol in het verhaal. Een makkelijk hoofdstuk is dat niet. Ajali’s vertwijfeling is onmiskenbaar in de hoeveelheid onbeantwoorde vragen die ze zichzelf stelt, maar het hoofdstuk leest daardoor wel minder vlot dan de rest van het boek.

Dat Ajali opgroeit in België doet ertoe. Na de Eerste Wereldoorlog werd Rwanda, dat eind negentiende eeuw door Duitsland was geannexeerd, aan België toegewezen. Waar de Duitsers het bij een kleine aanwezigheid hadden gehouden, waren de Belgen actieve kolonisators, die grote winsten onttrokken ten koste van de lokale bevolking. Daarnaast gebruikten en versterkten zij bestaande machtsverhoudingen tussen bevolkingsgroepen voor hun eigen doeleinden, en consolideerden deze onder andere door vanaf 1931 op Rwandese identiteitskaarten te vermelden tot welke groep iemand behoorde, Tutsi’s, Hutu’s of Twa. Het meest verschrikkelijk gevolg daarvan, de genocide van 1994, liet decennia op zich wachten, maar kan onmogelijk los gezien worden van de Belgische kolonisatie.

Lotgenoten

Hoewel het Belgische koloniale verleden en de impact van het sindsdien voortdurende racisme in de Belgische samenleving in het hele boek doorklinken, bespreekt Ingabire nergens de details van het verleden van Ajali’s ouders. Ajali is in België geboren, als enige van haar familie, en is geen onderdeel van de vanzelfsprekende vertrouwdheid die haar ouders en broer hebben met andere Rwandezen in België. ‘Deze vrienden, die geen vrienden waren, waren wel degelijk familie, hoewel ze geen familie waren.’ Dit is waar de titel terugkomt. Deze mensen zijn haar ouders’ lotgenoten. ‘En het maakte niet uit dat ze nooit diepe gesprekken voerden over hun diepste dromen of angsten, het maakte niet uit dat ze elkaars lievelingskleuren niet kenden, dat ze elkaar eigenlijk helemaal niet zo leuk of grappig vonden: het lot had hen samengebracht, en het lot had hen samengehouden, ondanks de kolonisatie, en de oorlogen, en het alomtegenwoordige racisme in hun ongastvrije gastland.’

Ajali weet niet wat er is voorgevallen in de levens van haar ouders, niet werkelijk, en niemand vertelt het haar. Ze is geen onderdeel van het lotgenootschap. Toch slaat de titel van het boek ook op haar, want al is depressie een ‘witte mensen ziekte’, zowel Ajali als haar broer lijden eraan, ieder op hun eigen manier. Ook zij zijn lotgenoten, in een samenleving die hen beoordeelt op basis van kleur, waarin elke dag een strijd is tegen vooroordelen en discriminatie. Begrip, en vooral de vanzelfsprekendheid ervan, blijft vaak uit, zelfs tussen Ajali en haar broer. Pas als er iets verschrikkelijks gebeurt lukt het hen om elkaar te vinden. ‘Ik keek mijn broer voor het eerst in maanden aan. Echt, echt, aan. Alsof ik zijn ziel zou kunnen zien, zoals hij in staat bleek mijn ziel te zien.’

Taal, saamhorigheid en uitsluiting

Het meest opvallende aan Lotgenoten is misschien wel de manier waarop Ingabire taal gebruikt. Het zit hem in de treffende zinnen. Ingabire heeft de discipline te zorgen dat ieder woord klinkt als het juiste, dat haar zinnen precies lijken te zeggen wat ze wil zeggen. Daarnaast speelt ze met meertaligheid, en vooral de betekenis ervan. Naarmate het boek vordert wordt duidelijk met wie Ajali welke taal spreekt en welke woorden in die taal wel of niet kunnen worden gebruikt. Ajali spreekt Frans met haar familie en andere Rwandezen, Nederlands met haar Vlaamse vrienden en dan is er nog het Kinyarwanda, de taal van haar ouders en hun lotgenoten, die Ajali niet en haar broer wel beheerst. Ingabire weet tastbaar te maken dat taal meer is dan een manier om met elkaar te communiceren, het gaat om saamhorigheid en uitsluiting, om wie erbij hoort en wie niet, om de gedachteloze manier waarop Ajali’s Vlaamse vrienden het n-woord gebruiken, in 2011 nog! Ook Ajali zelf ziet zich genoodzaakt het te gebruiken, maar wel alleen als ze in het Nederlands én met hen praat.

Geen college

Ingabire slaagt erin een aangrijpend en geloofwaardig verhaal neer te zetten, dat ook nog eens prettig leest. Echt een boek om een paar uur in te verdwijnen, overigens niet alleen voor volwassenen, maar ook voor oudere tieners. Dat alleen is reden genoeg om Lotgenoten te lezen, maar Ingabire krijgt meer voor elkaar. De ingenieuze manier waarop zij de impact van racisme invoelbaar maakt en laat zien dat de gevolgen ervan doorsijpelen in ieder onderdeel van iemands leven is bewonderenswaardig. Dit maakt het boek niet alleen een aanrader voor mensen die deze gevolgen aan den lijve ondervinden, maar vooral ook voor mensen die zich hier niet of onvoldoende van bewust zijn en er mede daardoor aan bijdragen. Dat Ingabire dit voor elkaar krijgt zonder te verzanden in ellenlange uitleg of het geven van ‘colleges’ is een grote verdienste.

 

 

Omslag Lotgenoten - Sabrine Ingabire
Lotgenoten
Sabrine Ingabire
Verschenen bij: Uitgeverij Pluim/Dipsaus (2024)
ISBN: 9789493339019
185 pagina's
Prijs: € 22,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Juno Blaauw:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Score: 1
Score: 1
Score: 1