Pjeroo Roobjee – Vissertjes

Geuren uit zijn parfumcollectie

Recensie door Anna Husson

Met Vissertjes voegt Pjeroo Roobjee (1945) op tachtigjarige leeftijd een nieuw hoofdstuk toe aan een oeuvre dat zich nooit in hokjes liet dwingen. De lancering van de roman vond plaats in de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde en was meer dan een gewone boekpresentatie; ze onderstreepte een kunstenaarschap dat zich consequent heeft verzet tegen vormdwang en verwachtingspatronen. Roobjee is zowel beeldend kunstenaar als schrijver en blijft zich onttrekken aan literaire conventies. Hij volgt geen traditie en flirt niet met vorm. Hij slaat het bord kapot en laat de scherven voor zich spreken.

De roman begint niet met een vertrouwd of klassiek uitgangspunt, maar met een ontregelende scène. Op Paaszondag 1992 staat er plotseling een zwarte tiener voor de deur van Joël Troch, die hem zonder aarzelen aanspreekt als haar vader. Of dat inderdaad waar is, blijft in het ongewisse. In plaats van een zoektocht naar de waarheid, ontvouwt zich een grillige stroom van zijpaden en absurde dialogen tussen Joël en andere personages, waarin de schaarse houvast telkens weer verdwijnt. 

De roman als structuurloze ervaring

Joël Troch is een mislukte schrijver en noemt zichzelf een ‘filosoof van het chique nietsdoen’. Hij laat zich meevoeren door de tijd, maar we leren weinig van hem zelf. Zijn verleden komt in fragmenten, vaak getriggerd door geuren uit zijn parfumcollectie, maar blijft vluchtig en onvolledig. Deze zintuiglijke flarden – melancholisch, woedend of absurd – vormen geen klassieke vertelscènes, maar vage indrukken die geen dieper inzicht in zijn karakter geven. Wat rest is een man die zich liever verliest in de tijd dan zich te verhouden tot zijn eigen bestaan.

Tijd, ruimte en perspectief verschuiven voortdurend. Personages verschijnen, spreken en verdwijnen. Wat belangrijk is, is niet wie ze zijn, maar wat ze zeggen. De roman bevat scherpe zinnen, poëtische erupties en conversaties die soms op het randje van het onbegrijpelijke balanceren. Het resultaat is een ervaring in plaats van een traditioneel verhaal. Deze ervaring kan verwarrend, veeleisend en soms frustrerend zijn. Joël zegt het zelf duidelijk: ‘Er zal in mijn geschrijf geen actie vindbaar zijn, geen dramatische situaties of psychologische conflicten. Ik zal mijn personages, die geen duidelijk omlijnde individualiteit zullen hebben en vaak zelfs niet over een naam zullen beschikken, aan het woord laten of, hinkend op twee gedachten dub ik daar wreed over, snoer hen knakaf de mond.’ Dit sluit perfect aan bij de roman die je leest.

Satire met scheermesranden

Temidden van deze stilistische ontregeling klinkt scherpe maatschappijkritiek. Roobjee spaart niets en niemand. Het holle jargon van de zelfhulpcultuur, het opgeblazen media-intellectualisme en de oppervlakkige schijn van maatschappelijke betrokkenheid worden genadeloos gefileerd. De ironie is niet luchtig maar duister, bijtend en confronterend. De wereld die Roobjee schetst is kil en op drift: ‘in deze tijd die vanzelfsprekende moordlust en bloedvergietende eigenliefde als de meest vertrouwde emoties promoot en de dwingelandij van de opengetrapte deuren der staathuishoudkundige opiniefabriek.’ 

Toch wringt er iets in de manier waarop Roobjee zijn personages neerzet. De groteske overdrijving roept vragen op over de bedoeling en de impact ervan. Bijvoorbeeld de oversekste nicht, wiens seksualiteit op een overdreven en karikaturale manier wordt gepresenteerd, of de verstandelijk beperkte man die als lustobject wordt afgeschilderd. Daarnaast is er het zwarte pubermeisje, dat meer fungeert als een symbolische projectie dan als een volwaardig personage met eigen diepte en autonomie. Deze figuren lijken vooral bestaande stereotypen te bevestigen in plaats van ze te ondermijnen of kritisch te bevragen. Daardoor dreigt de betekenis van de satire te verdampen, omdat het onduidelijk wordt waar de spot precies op gericht is en wat er wordt bekritiseerd.

Een treffend voorbeeld hiervan is de reactie van Joëls moeder op het bezoek van de zwarte tiener. Ze zegt: ‘Wat gaan de mensen daar weer van zeggen?!’ gevolgd door: ‘En de familie?! Om nog maar van de kennissen en variabele relaties te zwijgen?! Eerst die averechtse doeningen met jongens en mannen en nu dat geval met die vuile dweil van een zwart schandaal!’ Met deze woorden legt Roobjee iets bloot over de sociale hypocrisie en de bekrompenheid binnen de gemeenschap. Tegelijkertijd blijft het echter onduidelijk wie precies het mikpunt van de spot is: is het de moeder zelf, de gemeenschap, de zwarte tiener, of de vooroordelen die allemaal onder de oppervlakte spelen? Deze ambiguïteit maakt het lastig om de satire eenduidig te interpreteren.

Een zeldzaam moment van stilte

Juist om die reden vallen de contemplatieve hoofdstukken op. Wanneer Joël zich herinnert hoe hij met zijn vader ging vissen of met zijn grootvader de markt bezocht, daalt het tempo. Ironie maakt plaats voor verwondering, zinnen ademen, beelden resoneren. De geur van paling, het klotsen van water – het zijn sobere details die zonder effectbejag ontroeren.

In die passages verkiest Roobjee precisie boven overdaad. Hij laat zien dat zijn stijl, hoe explosief die ook is, ruimte kan maken voor tederheid. Joëls verlangen om opnieuw ‘vissertje’ te zijn – klein, verbonden, onschuldig – raakt aan een dieper verlies. Hier is de roman geen daad van opstand, maar een poging tot verzoening met het verleden.

Vissertjes is geen roman die de lezer uitnodigt, maar eerder uitdaagt. Het roept op tot herlezing en weerstand, met een ongrijpbaarheid die zowel intrigeert als verwart. Roobjee lijkt meer geïnteresseerd in de botsing dan in betekenis, schrijft om te verstoren en gelooft dat literatuur een ruimte moet zijn waar conflict en spanning kunnen ontstaan. Of deze spanning iets opent of juist muren opwerpt, blijft onduidelijk. Wat echter onmiskenbaar is, is de compromisloze aard van het werk. Wie zich er niet in kan vinden, valt niets te verwijten, maar wie zich eraan overgeeft, ontdekt een eigenzinnige stem die de lezer niet gemakkelijk loslaat.

 

Omslag Vissertjes - Pjeroo Roobjee
Vissertjes
Pjeroo Roobjee
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789025318451
192 pagina's
Prijs: € 21,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Anna Husson:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Score: 2
Score: 1
Score: 1