Baumgartner van Paul Auster begint alledaags, maar wordt gaandeweg bevreemdend. Op een dag in de lente van 2018 laat Seymour (Sy) Baumgartner, een 71-jarige weduwnaar, een aluminium eierpannetje droogkoken en brandt zijn hand. Hij wordt gebeld, denkt dat het zijn lastige zuster is, maar het blijkt de meteropnemer. Dan brengt Molly, de pakjesbezorger, hem een boek, en krijgt hij het dochtertje van de werkster aan de telefoon. Die vertelt dat haar vader in het ziekenhuis ligt en haar moeder niet kan komen. Vervolgens valt hij onprettig als hij de meteropnemer voorgaat op de wankele keldertrap. Zijn hoofd loopt om, of is het de ouderdom.
Na vijfentwintig bladzijden weten we meer over hem. Hij is professor in de filosofie/fenomenologie aan Princeton, New Jersey en werkt aan een essay over de pseudoniemen van Kierkegaard. Onaardig is Baumgartner ook, hij verwenst de meteropnemer vanwege diens vermeende gezeur – en is eenzaam. Omwille van het contact met Molly de pakjesbezorger, bestelt hij telkens nieuwe boeken. Zijn eenzaamheid is het resultaat van jarenlange rouw. De aluminium pan is niet zonder betekenis, hij kocht hem veertig jaar geleden als straatarme student in een winkel waar hij voor het eerst Anna, zijn grote liefde, zag. Ze trouwden en leefden decennialang gelukkig tot zij negen zomers geleden tijdens het zwemmen in zee verdronk. Duidelijk is dat het om een echte Paul Auster gaat.
Overeenkomsten
Zo is Anna Blume bijvoorbeeld de hoofdpersoon in de roman In het land der laatste dingen (In the Country of Last Things, 1987), op zoek naar haar broer in een ver dystopisch land. In de roman, Maanpaleis (Moon Palace, 1989) blijkt zij de verdwenen vriendin van een medestudent van de hoofdpersoon. Overigens heeft Baumgartners Anna slechts de naam gemeen met de andere Anna. Bovendien lijkt het erop dat veel van Austers romanpersonages niet alleen dezelfde plaats- en tijdlijn hebben als de auteur, maar ook allerlei andere elementen met hem delen. Jeugd in New Jersey als kind van seculiere ouders uit de Joodse ‘middle class’ met een Oost-Europese migrantenachtergrond. Vader en moeder elk op hun eigen manier afstandelijk. Leven van de hand in de tand als student in Manhattan (en Parijs), trouwen met een vrouw die vertaler of schrijver is en wonen in Brooklyn. Soms is er een zuster en soms is er een zoon. Vaak is er sprake van honkbal.
De overeenkomsten worden niet enkel ontleend aan interviews met Auster, maar ook aan diverse autobiografische teksten van hem, de meeste zijn verzameld in Groundwork (2013 – Levenswerk). Helemaal exact zijn ze nooit. Zo vertelt de roman 4 3 2 1 (2017) op vier alternatieve manieren het levensverhaal van Archie Ferguson, waarvan in elk universum wel elementen samenvallen met het leven van Auster.
Teksten van Anna Blume
Al woont de oude Baumgartner in New Jersey en niet zoals de auteur in Brooklyn, zijn Anna Blume is wel vertaler en dichter. En wat voor een, er zijn twee autobiografische teksten van haar hand, een ontroerende beschrijving van een jeugdliefde die haar ontviel en een relaas over de nacht waarin Baumgartner haar ten huwelijk vroeg. Beide zijn zeer goed geschreven, net als haar gedicht ‘Lexicon’. Dit talent blijkt Baumgartner ook te bezitten. Zijn essays lezen we niet, maar wel het verhaal dat hij heeft geschreven over een bezoek in 2017 aan Stanislav, de geboorteplaats van zijn grootvader van moederskant, Auster in Oekraïne, tijdens een PEN-congres in Lviv. Hij vindt er weinig sporen, maar een dichter vertelt hem het verhaal over de honderden wolven die het lege stadje in 1944 bevolkten toen de Duitsers en de lokale bevolking waren vertrokken. Baumgartner heeft geen enkel bewijs voor het verhaal over de wolven kunnen vinden, maar blijft het belangrijk vinden.
Eigen ervaringen worden fictie
Er vindt een keerpunt in zijn eenzame bestaan plaats als hij gedroomd heeft dat Anna hem geruststellend toespreekt. Vanaf dat moment wil hij zijn leven weer in beweging zetten, onder meer door zijn minnares ten huwelijk te vragen. Dat wordt niets. Auster laat haar letterlijk van het toneel verdwijnen en neemt de geschiedenis van Baumgartner pas na een jaar weer op.
Intussen is de lezer door de stroom van herinneringen aan zijn vader en moeder, veel te weten gekomen over Baumgartners jeugd en achtergrond van zijn familie. Daarnaast zijn er indringende ervaringen die hij nooit vergeet. In twee gevallen gaat het om het gedrag van een kind in de trein. Aan het einde van de roman duikt er een lichtpuntje op in Baumgartners leven. Had hij als eerste poging tot rouwverwerking een bloemlezing van Anna’s poëzie gemaakt en uitgegeven, nu dient zich een jonge promovenda aan die ook ongepubliceerd werk van haar bij het onderzoek wil betrekken. Hoe de ‘Saga’ van S.T. Baumgartner afloopt, vertelt de roman niet.
Baumgartner is een ode aan de verbeeldingskracht, juist door de manier waarop Austers eigen ervaringen veranderen in fictie. Uit recente interviews weten we dat hij zo ziek is dat hij al een jaar niet meer heeft geschreven. Maar ook dat hij voor de verhalen over kinderen in de trein en de wolven in Oekraïne uit eigen ervaring putte. Zwanenzang is een afschuwelijk woord.









