De auteur Patrick Joyce is Brit van Ierse afkomst, en ja uit een boerenfamilie. Hij is emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Manchester, met als specialisatie sociale geschiedenis. Zijn familieachtergrond inspireerde hem het lijvige Boerencultuur – Hoe het platteland verdwijnt uit onze herinnering te schrijven over de geschiedenis en cultuur van het Europese boerenleven. Boeren zijn al vele duizenden jaren aanwezig. Ze belandden vanuit wat tegenwoordig Turkije is zo’n 6000 jaar geleden in West- en Noord-Europa. Nog niet zo lang terug was de meerderheid van de wereldbevolking boer, of werkte op het land. Die erfenis is snel aan het verdwijnen door industrialisatie en een nog steeds toenemende bevolking, maar ook door andere claims op ruimte zoals die van de natuur.
Joyce wilde, bij wijze van spreken voor het te laat is, die cultuur en plattelandsgeschiedenis in kaart brengen. Het is een ietwat nostalgische lofzang op het boerenleven in al zijn uiteenlopende facetten: tradities, verhalen, religie, vieringen, opstanden, de omgang met dieren, de inrichting van de boerenwoning, de plaats en (gebrek aan) waardering in de maatschappij. Daarin is de schrijver geslaagd, het is een hommage geworden meer dan een sociaaleconomische analyse van de toekomst van de agrarische sector. Nu zijn boeken in die hoek wijd gezaaid, maar zo’n breed historisch-cultureel eerbetoon aan deze beroepssector was er nog niet. Of boeren ‘altijd het fundament zijn geweest waarop het hele bouwwerk van de beschaving rust‘ is de vraag. Immers, ook andere onderdelen van de maatschappij, van adel tot burgerij, van geestelijkheid tot legers, van heersers tot onderdanen buiten de boerenstand bepaalden de samenleving.
Het boerenleven van ooit
Joye focust op Ierland waar zijn familie vandaan komt, op Polen en Italië. Andere landen worden niet of nauwelijks genoemd. Zijn toevallige kennis van en betrokkenheid bij die drie landen bepaalden die keuze. Daarmee is het boek ook minder representatief voor het totaal van de agrarische populatie. Er zijn landen die, hoewel in elkaars nabijheid, totaal anders van karakter zijn: Ierland met de hongersnood in de19e eeuw, Engeland met een vroege industriële revolutie. Verwacht geen analyse van de toekomst van de landbouw, van natuurbeheer-boer tot bio-boer, of van de ecologische- en klimaataspecten van landbouw. Geen verhaal over stikstof maar vooral leerstof over de rijke geschiedenis van het boerenbestaan, compleet met de bittere armoede die daaraan vaak was gekoppeld. Het is daarmee een romantisch boek geworden vol van heimwee. De uitwassen van de agro-industrie en de soms absurd grote ecologische voetafdruk van sommige producten, zoals avocado’s en kiwi’s, komen niet aan de orde. Wel is de historische blik uiterst breed, ook letterlijk waar aan de hand van foto’s talloze aspecten van het boerenleven van ooit, van kleding tot huwelijksrituelen, worden geanalyseerd. Soms gaat het boek wel erg in op details, bijvoorbeeld waar het de collecties van musea betreft. Maar een duik in de rijke historie van de Europese boerencultuur is leerzaam, en geeft weer eens een ander perspectief dan de verpolitiseerde discussie over de toekomst van de landbouw. De rijkdom van die geschiedenis is de moeite van het lezen waard. Het is een schatkamer die tot nu toe niet als zodanig is beschreven.
Kloek historisch werk
Resteert Joyces vraag of het bijna verdwijnen van het traditionele boerenleven nu de meest fundamentele maatschappelijke verandering in de tweede helft van de twintigste eeuw was. De auteur richt zich uitsluitend op de kleine traditionele boerenbedrijven. Hij kijkt alleen terug en niet vooruit. Dat is zijn goed recht, maar het is jammer dat hij daarmee voorbijgaat aan de huidige grote industriële agrarische bedrijven en de daarmee samenhangende problemen. De landbouwsector bezit in Nederland nog altijd tegen de 50 procent van de grondoppervlakte. Dat er steeds minder mensen op het land werken qua percentage van de beroepsbevolking doet daaraan niets af.
Joyce levert een kloek historisch werk af met veel nostalgie en soms vergaande conclusies, zoals dat ‘een deel van onszelf is verloren gegaan’. Zijn we, zoals Joyce zegt, losgezongen van een verleden dat nog heel recent is? Hiermee romantiseert en verabsoluteert hij het agrarische verleden wel heel erg. Misschien leeft het minder in Ierland, maar in Nederland is er een tendens om meer dan vroeger te eten van de boer uit de buurt, van kleine winkels tot restaurants. Veel mensen zijn trots op lokale en streekproducten. Kamperen bij de boer en andere vormen van een combinatie van agrarisch bedrijf en recreatie zijn niet weg te denken uit onze samenleving. De leefwijze van onze voorouders zijn we verloren, is de teneur van het boek. Wie zich in die warme nostalgie wil verdiepen, leze dit boek. Wie mee wil praten over het Nederlandse landbouwbeleid anno 2024 heeft er minder aan.











