Nu de biografie van Hugo Claus (1929-2008) verschenen is, werd zijn stem weer uit het geluidsarchief gehaald. Op radio 4 was te horen hoe Claus poëzie vergeleek met voetbal. Verontwaardigd vond hij dat wie een toegangsticket voor een voetbalwedstrijd kocht, voor datzelfde geld een boekwinkel kon binnenstappen om twee of drie dichtbundels te kopen. Dat men meer waar voor zijn geld zou hebben. En waarom ‘men’ dat dan niet deed. Men zou willen dat het zo eenvoudig lag. Er zijn er die van voetbal en poëzie houden, er zijn er meer die enkel aan voetbal tijd en geld spenderen. Liefde kan niet gedwongen worden. Ofschoon literair tijdschrift Het liegend konijn een goed begin is voor wie zich aan de poëzie wil wagen.
Het liegend konijn verschijnt tweemaal per jaar met gedichten die nog glanzen van de nieuwigheid. Gevestigde dichters als Erik Lindner, ‘Dromen zijn rommelige verhalen’, Tomas Lieske met ‘Vier gedichten over Charlotte de Bourbon (1547-1582), Halverwege gaan de paarden spreken, hun taal is Pools en halverwege.’ Eva Gerlach, ‘Er is geluid dat ons bereikt ook als we / niet luisteren, niets horen. Tik, tik, tik,’. Bernard Wesseling met negen gedichten: ‘Iemand moet zijn uiterste best doen en jammerlijk falen / opdat jij kunt uitblinken’. En Florence Tonk: ‘We weten het / allemaal wel / dat stralen van sterren / veelal / signalen zijn / uit het hiernamaals / (…).’
De nog niet alom bekende, maar wel veel geprezen Alara Adilow stond drie gedichten af over verwondingen, bedriegen en liefde. Adilow is een veelbelovende Nederlandse dichteres van Somalische afkomst. Haar debuutbundel Mythen en stoplichten werd vorig jaar bekroond met de Herman de Coninckprijs, de C. Buddingh Prijs en stond op de shortlist van de Grote Poëzieprijs. Haar stijl is overrompelend. ‘haar verwonde mond lag in mijn adem / Lag stil, stil lag ik daar genaakt in haar / en ik dacht adem en ik ademde en adem’.
Er zijn jonge dichters die, zoals een goed dichter betaamt, in de voetsporen treden van dichters die hen voorgingen. Kevin Amse schreef, geïnspireerd door Hugo Claus, het gedicht ‘Drang’. Elk couplet begint met, ‘Hoe’. ‘Hoe we de dagen als een kamerjas van ons af laten glijden / dit vermetel vrijen, je ranke vingers als kluiven in mijn mond.’ Een gedicht van twaalf coupletten, de stem van Claus klinkt er in door. Er zijn meerder dichters die in reactie op, of in de geest van de oude dichters schrijven. Strofen die gedragen worden op de wind die eerdere dichters hebben aangewakkerd, verrijkt de poëzie van nu. In reactie op Dylan Thomas schrijft Bo Vanluchene, ‘zo razen wij razend uit alle macht / gapen wij tot tranen, de dag / is niet van ons, alleen de goede nacht’.
Anne Louïse van den Dool verwerkte de aankoop van een huis in vier gedichten: ‘Onderpand, ‘Fundering’, ‘Vochtdoorslag’ en ‘Meerwerk’. Uit een ‘onafhankelijk opgesteld bouwkundig’ rapport blijkt de dreiging van een miskoop.
‘terwijl we de pagina’s omslaan vult onze blik zich met optrekkend vocht / tussen onze beglazing wordt condensatie aangetroffen / zwijgend zetten we parafen onder veertig papieren / we bedanken voor de buitenkans’. Een meesterlijke gedichtenreeks, gretig uit voor te dragen aan huiszoekende vrienden en familieleden. Er valt zowaar een les te leren uit poëzie.
Honderdzeventig gedichten van zesendertig dichters. Het Liegend konijn heeft er patent op dat wanneer je erin duikt, onderdompelend de poëzie ondergaat, er met moeite uitkomt. Dat de verwondering, het genieten en de bewondering de kop opsteken. Werd in eerdere edities, haast traditie, werk opgenomen van een enkele (jonge) debutant op de laatste pagina’s van het tijdschrift, is er nu werk van een tiental nog niet met een bundel gedebuteerde dichters opgenomen (jong en oud).
Dat het afhangt van hoe je de bal legt voor je schiet, of hoe een dichtregel wordt aangevlogen om de toeschouwer/lezer te bereiken. ‘overgiet de jonge sla / met afwaswater, trek alle leven / en vierendeel de spliterwten.’ Zo weet Ludwig van de Voorde ‘jonge sla’ slim op te voeren in zijn poëzie, dat (voorgezaaid door Kopland) altijd goed wordt verstaan.









