Nicolas Lunabba (1981) groeide op in een achterstandswijk in het Zweedse Malmö. Hij keert er later terug in de rol van basketbalcoach en jongerenwerker. Zijn debuut Ben je verdrietig als ik doodga? werd zeer goed ontvangen. Het op waargebeurde feiten gebaseerde boek biedt een inkijkje in een wereld waar de gemiddelde literaire lezer niet snel mee te maken zal hebben. Het vraagt even wat doorzettingsvermogen om je over te geven aan het uit eenenzeventig korte hoofdstukken bestaande verhaal, omdat het er in veel opzichten nogal ruw aan toe gaat, niet in de laatste plaats op verbaal gebied.
‘Toen ik een paar jaar geleden in de bovenbouw van een basisschool werkte, werd ik zo razend op een jongen die Hassan heette, dat ik hem in blinde woede bij zijn kraag greep en op de grond smeet. Ik drukte hem met mijn volle gewicht tegen de vloer en schreeuwde in zijn gezicht: “Jij loopt me niet te fucken! Jij loopt me niet te fucken!” terwijl ik met mijn vuist op de vloer naast zijn hoofd sloeg.’
Nicolas, Nick in het boek, is zich ervan bewust dat hij geneigd is om terug te vallen op geweld, terwijl hij er tegelijkertijd een enorme afschuw van heeft. Het zijn voor hem de restanten van een jeugd in een achterstandswijk waar het recht van de sterkste gold.
Brieven aan Elijah
Het boek is geschreven in de ik-vorm en richt zich in briefvorm tot een jij, ene Elijah. De moeder van Elijah heeft een alcoholprobleem, vader is niet in beeld. Nick heeft duidelijk een zwak voor de jongen die een bijzonder talent voor basketbal blijkt te hebben. Elijah en zijn vrienden Abbe en Josef verlaten Nydala, de wijk waar ze wonen, nauwelijks. Ze bevinden zich veel op straat, maken ruzie met iedereen en halen van alles uit wat niet mag. Hun school is de slechtste school van Zweden. Op een gegeven moment neemt Nick tegen alle protocollen in Elijah in huis, voor één nacht per week, overigens wel in overleg met diens moeder. Binnen de kortste keren woont Elijah echter permanent bij Nick.
Nick heeft een tweekamerappartement en Elijah slaapt aanvankelijk op de bank in de woonkamer. Op het gebied van privacy is het duidelijk dat Nick een hoge prijs betaalt voor de keuze die hij gemaakt heeft. Anderzijds merk je dat hij hoe langer hoe meer verknocht raakt aan Elijah en dat hij er alles aan wil doen om hem een toekomst te bieden. Ze eten altijd buiten de deur, omdat Nick nooit kookt. Tijdens de maaltijden hebben ze de mooiste gesprekken. Elijah is altijd eerlijk wanneer hij met Nick praat en laat alleen bij hem zijn ware gevoelens zien. Hij is duidelijk enorm gesteld op Nick. Nick op zijn beurt houdt zijn gevoelens zoveel mogelijk verborgen voor Elijah, maar laat in het boek via een soort brief waarin hij terugkijkt weten hoe hij de tijd met Elijah heeft beleefd: ‘Toen je afgelopen week thuiskwam en huilde in de hal omdat de samenleving de waarde niet ziet van een jongen van kleur met een grote bek, voelde ik daarom een steek van geluk. Ja, dat was precies wat ik voelde. Geluk. Ik had medelijden met je, maar ik was ook blij. Je verdriet bood me de kans je te troosten, en tegelijk mezelf te troosten. Het was een heerlijk gevoel.’
Een mens van vlees en bloed
Ben je verdrietig als ik doodga? is onder meer een aanklacht tegen de politiek die zo veel jongens in achterstandswijken aan hun lot overlaat. Lunabba citeert een aantal statistieken waaruit blijkt hoe gering te kansen van jongeren zijn om aan die omgeving te ontsnappen en hoe enorm groot het risico is om in de criminaliteit te belanden. Toch is de toon nergens belerend en is Lunabba evenmin huiverig om kritisch naar zichzelf te kijken. Nick is echt een mens van vlees en bloed en Lunabba heeft een prachtig round character van hem weten te maken. Mooi wordt het ook wanneer Nick zijn liefde voor literatuur beschrijft en zelfs Elijah aan het lezen weet te krijgen.
Het contrast tussen Abbe en Josef, de vrienden van Elijah die verzwolgen worden door het bendegeweld dat regeert in de wijk enerzijds en Elijah zelf die onder invloed en met hulp van Nick goede keuzes gaat maken voor zijn toekomst anderzijds, wordt groter en groter. Toch krijg je nergens het gevoel dat Nick en Elijah de toekomst met vertrouwen tegemoet zien, integendeel. De zorgen die Nick zich maakt over zijn protegé zijn enorm invoelbaar. Bij iedere sirene die klinkt is er de paniek dat Elijah betrokken zou kunnen zijn bij een van de vele en regelmatig zelfs dodelijke incidenten die zich voordoen. Nick haalt zich als een bezorgde ouder gruwelijke scenario’s in zijn hoofd, waarin Elijah als slachtoffer niet meer te redden valt. Soms is het lastig om te onderscheiden wat werkelijkheid is en wat zich in het angstige hoofd van Nick afspeelt.
Ben je verdrietig als ik doodga? roept een buitengewone bewondering op voor mensen zoals Nick die zich inzetten voor kinderen als Elijah, een jongen die niet per se als heel sympathiek naar voren komt. Nick beschrijft hem als irritant, onsportief, gewelddadig en als een pestkop. Hij haat de rommel die de jongen maakt in zijn appartement en het feit dat hij ‘boert en ruft’, dat hij zonder het te vragen spullen leent, dat hij nooit dankbaarheid toont en dat hij impulsief foute beslissingen neemt. Het is een boek dat je doet beseffen hoe moeilijk iemands leven kan zijn wanneer hij op een bepaalde plek geboren wordt. De manier waarop Nick en Elijah communiceren met woorden als bro, fonna, retegoed en fokking zijn iets om als lezer doorheen te kijken. Het boek verdient het om helemaal gelezen te worden, al was het alleen maar vanwege het laatste hoofdstuk dat je het bloed in de aderen bijna doet stollen.











