Een man, een vrouw en een huis op een witte vlakte. Dit zijn de ingrediënten die dichter, componist en theatermaker Micha Hamel opvoert in Het zwarte raam, wat in 2021 ook als muziektheaterstuk is uitgevoerd. Hoewel de setting post-apocalyptisch is, is het zeker niet de zoveelste dystopie. Dat het als theaterstuk is bedacht laat zich lezen in hoe dicht de personages elkaar op de lip zitten en door de kluchtige inslag. Terwijl de houtvoorraad van de man en vrouw steeds meer slinkt en de wanhoop toeneemt komt er een onverwachte waarheid aan het licht.
Hoewel het gegeven vrij simpel is kun je er veel kanten mee op, maar de cabin fever besluipt je al snel. De vrouw schrijft aan een roman, de man gaat naar buiten om te werken. Wat voor werk weet zij niet, met deze gegevens moet de lezer het doen tot later in het verhaal. Er is een hoop herhaling in het schetsen van de situatie, telkens met een andere toon. Zo begint bijna elk hoofdstuk met een variatie van het huis, de haard, de vrouw en dan gaat de deur open. Een neiging tot deconstructie en het doorbreken van de vierde wand (een stilistische techniek waarbij de acteur zich rechtstreeks tot het publiek wendt) is Hamel ook niet vreemd in Het Zwarte Raam. De dichter in Hamel komt ook om de hoek kijken in de taalspelletjes en typografische trucjes, net als in zijn vorige boek, de poëziebundel is daar iemand. Bijvoorbeeld als hij de woorden letterlijk over de pagina laat rennen met maar twee woorden op een witte pagina, om de rennende man te symboliseren. Zo is de witte vlakte waar de vrouw en de man op leven ook de figuurlijke witte vlakte van het papier van de vrouw. Een tabula rasa waar alles in en op kan ontstaan, zoals de wonderlijke gedachtelezer die later in het verhaal komt kijken om de boel flink op te schudden.
Vrije val
De man doet er wanhopig alles aan om te voorkomen dat de vrouw te weten komt wat er werkelijk nog buiten is en hoe de beschaving eraan toe is. En dat is niet best, wat gespiegeld wordt in de steeds grimmigere sfeer in de relatie van de man en vrouw. ‘Als ze wist wat hij dagelijks doet, zou alles instorten.’ Dat de buitenwereld onbekend is voor de vrouw betekent dat ze erover kan verzinnen wat ze wil. Ze doet dit door het mysterieuze zwarte raam, waardoor ze de toekomst kan zien. De spanningen rond het aankomende einde van de wereld leiden de man tot het opvoeren van allerhande toneelstukjes. Zo komt hij met het volgende liedje over de wereld: ‘Alles wat wit was is paars / Alles wat groen was is bruin / Alles wat blauw was is zwart’
Het duurt niet lang voor ze beginnen met ruzie maken en ze zelfs met een bijl achter elkaar aan zitten. Een licht absurdistische toets van Hamel zijn de gortdroge beschrijvingen van spullen en gebruiksvoorwerpen regelrecht van Wikipedia: ‘Wat is een huis? Een huis is een door mensen gemaakt bouwsel, dat bedoeld is als beschutting tegen de elementen.’ Soms werkt dat goed en soms voelt het overbodig en flauw, vooral als hij het trucje te vaak achter elkaar herhaalt.
Om de vrije val van de relatie enigszins stop te zetten huurt de vrouw een gedachtelezer in om achter de geheimen van de man te komen. Dit is de droge humor ten top en een van de sterkere momenten van het verhaal. De gedachtelezer komt binnen als een volstrekt ongeleid projectiel. Hij is het onbekende element en zet alles op losse schroeven door zijn excentrieke gedrag en capriolen. Zijn bijdragen worden in het begin in hoofdletters opgetekend en hij spreekt exclusief in archaïsmen en raadsels. Als hij een boekje opendoet over de waarheid die de man probeert achter te houden, dreigen de verhoudingen in elkaar te storten. De vrouw gaat met dingen gooien en de man krijgt een aanval van razernij waarbij hij alles kort en klein slaat. Om dit af te sluiten met een knipoog zegt de gedachtelezer: ‘We zijn nu op pagina 89 van dit verhaal en ik vind dat ik het hartstikke goed doe.’
Laatste getuigen
De man en de vrouw zijn de laatste getuigen van deze wereld. Er is een mogelijk verband met de klimaatcrisis, maar er is erg veel onbekend over deze wereld. Is het een virtuele realiteit of bestaat ze alleen bij gratie van een grillige god? Het zwarte raam dient als een soort portaal naar de toekomst, maar waar komt het vandaan? De bedoeling van de tekst lijkt gedeeltelijk te zijn om te ontregelen. Ook altijd aanwezig is de subtiel omfloerste stem van de alwetende verteller die soms met zijn wijsheden strooit en sart of verwarring zaait. Wat ook opvalt is de vrij korte spanningsboog, het duurt niet lang tot de grote onthulling om de hoek komt kijken die dan al niet meer als een echte verrassing aanvoelt.
De licht experimentele opzet met de absurdistische elementen zal niet iedereen aanspreken maar is bij vlagen hilarisch en maakt nieuwsgierig. Wat wel stoort is dat het geheel op sommige plekken nog leest als een toneeltekst, inclusief regieaanwijzingen. Dat werkt licht bevreemdend, al zal het de bedoeling zijn. Ook het insulaire van de twee karakters met hun vinnige dialogen lijkt dit te bevestigen. In die zin is het een soort solipsistische tekst, ze staat op zichzelf en creëert zichzelf. De dialogen zijn scherp maar het gebrek aan beschrijving en opvulling van de blinde vlekken geeft dat het geheel minder beklijft. Alles bij elkaar is de novelle een frisse wind en een ode aan de onstandvastigheid van de liefde. Op de laatste ijsschots blijven de man en de vrouw over. Misschien is het goed het advies van de gedachtelezer in gedachten te houden: ‘VLUCHT NIET, MENSEN, VLUCHT NIET JULLIE ZORGEN ZIJN VOORBIJ KIJK NAAR ELKAAR EN NAAR JEZELF VIA MIJ VIA MIJ VIA MIJ.’









