Louis Paul Boon – De zwarte hand - Het jaar 1901

God noch Duivel kon er wat aan verhelpen

Recensie door Ben Koops

De geëngageerde Louis Paul Boon bleef zijn hele leven verknocht aan het stadje Aalst waar hij het levenslicht zag. Als ultralinkse socialist bleef hij altijd begaan met de arbeiders en was hij gefascineerd door de mogelijkheden van het socialisme in een tijd van grote industriële omwentelingen. Dat hij eigenlijk enorm pessimistisch was over de samenleving lees je voortdurend terug in zijn werk. Hij bleef altijd hopen op een soort utopisch anarchisme, dat dit zich nooit manifesteerde was voor hem geen reden om het erbij te laten. Hij stortte zich op de gemeente- en politiearchieven van Aalst en schiep daaruit het drietal Pieter Daens, De zwarte hand en Het jaar 1901, waarin hij zich met goesting en smaak uitleeft op ‘die gore klerezooi´ in Aalst.

In het kloeke negentiende deel van zijn verzamelde werk zijn De zwarte hand en Het jaar 1901 samen uitgegeven door het Louis Paul Boon documentatiecentrum en de Arbeiderspers. In het omvangrijke oeuvre van Louis Paul Boon is de strijd tegen armoede en onrecht een rode draad. Beide thema’s komen sterk naar de voorgrond in De zwarte hand, een bundeling fragmentarische verhalen over een bende anarchisten in Aalst rond 1900. Hoofdpersoon is daarbij de ruwe en waarschijnlijk corrupte smeris Johan Dabbers die bij de jacht op de bende van de Zwarte Hand volledig verstrikt raakt in allerlei andere zaken. Daarbij wordt hij steeds op de hielen gezeten door zijn antagonist en plaatsgenoot, de stokebrand Aart Nielsen. Nielsen en Dabbers waren beiden gebaseerd op echt bestaande personen, al heeft Boon de meeste feiten verfraaid of naar zijn hand gezet. Veel van de beschreven incidenten hebben daadwerkelijk plaatsgevonden maar er was nooit sprake van een bende. De Zwarte Hand is dus niet te vergelijken met Pieter Daens dat wel een documentaire roman is. Weliswaar komen sommige personages uit Pieter Daens terug in De zwarte hand maar dan als bij-personage.

Giftige adem van de stad

In de krottenwijken van Aalst ziet niet alleen Johan Dabbers het licht, ook het communisme en anarchisme vinden er vruchtbare voedingsgrond volgens Boon. Er zijn stakende arbeiders, opstandige socialisten, er worden anarchistische vlugschriften verspreid en het stadsbestuur ontvreemdt geld uit de kas. De arbeiderswijken staan volgestampt met krotten die onder de fabrieksrook als zwammen opschieten. Er is ontluisterende armoede in de industriestad en alles wat los en vast zit wordt gestolen. ‘Welke giftige adem hing boven het stadje?’ De misdaad floreert volop en Dabbers kan het aantal dieven nauwelijks bijhouden, overal wordt hij ingehaald door de feiten. In korte tijd drukt de Zwarte Hand al snel een stempel op de gebeurtenissen in Aalst. ‘De Zwarte Hand lag op de stad gedrukt, alles verstikkend, alles worgend.’ De wapenfeiten van de Zwarte Hand zijn vooral diefstal en vandalisme, waarbij ze de politie graag op het verkeerde been zetten.

De bende wordt zo genoemd vanwege de zwarte handafdruk die op de plaats delict wordt achtergelaten als teken. Ze dragen kapmantels en vrouwenrokken en overvallen voornamelijk welgestelde lieden en fabrieken. Als spoken verdwijnen ze na de slag geslagen te hebben in de omliggende landerijen. De politie van Aalst grijpt keer op keer mis en verdenkt zowat het halve stadje. Zijdelings stipt Boon hierbij veel zaken aan; het reilen en zeilen van de Belgische socialisten, misstanden in de behandeling van arbeiders, corruptie van de heersende macht en machtsmisbruik. Vaak neemt hij het op voor de benadeelde arbeiders. Hij suggereert dat de armoede de arbeiders uit behoeftigheid aanzette tot misdaad, de omstandigheden ‘verbeesten’ hen zodat ze tot alles in staat zijn. Gefrustreerd door het socialisme in België maakt Boon van de politieverslagen een soort crime noir vertelling waarin allerlei louche figuren zich verdringen om elkaar een loer te draaien. Mogelijk was hij daarbij ook geïnspireerd door het werk van de Amerikaanse schrijver John Dos Passos.

Aan de hand van de politieverslagen zien we de ondergang van Dabbers als hij in een zedenzaak verstrikt raakt. Het gaat zelfs zover dat de rechtbank de politie in Aalst medeplichtig verklaart. Telkens is er het dubbelspel waarbij de politie zelf de grootste bandieten zijn en de misdadigers als een soort Robin Hood het onrecht blootleggen. Een thema waar Boon in De bende van Jan de Lichte al mee schermde.

Volksverhalen met de Franse slag

Boon beschrijft de liederlijke toestanden en uitwassen in Aalst met een onverbeterlijk romantische inborst. Tussen de twee boeken ontwikkelt zijn verteltrant zich in een meer minimalistische richting. Waar in De Zwarte Hand de verteller nog aanwezig is om regelmatig commentaar te geven op de gebeurtenissen staan in Het jaar 1901, dat voornamelijk over dezelfde zaken gaat, alleen de kale verslagen uit het archief. Het is een bloemlezing of een krans los van elkaar staande kolderieke of meer serieuze scènes die uit het dagelijks leven zijn gegrepen. De volgorde lijkt willekeurig en er zijn geen vaste personages, wel een paar bekende gezichten. Vaak lijkt er wel een bedoeling achter te zitten, al was het maar om de mensen ‘een geweten te schoppen’ en te tonen hoe het er werkelijk aan toeging aan de onderkant van de maatschappij. Alles bij elkaar biedt het een panoramisch beeld op het leven rond de eeuwwisseling.

In De Zwarte Hand volgen de gebeurtenissen elkaar heel snel op en is er veel herhaling. De stad Aalst is eigenlijk het hoofdpersonage en alles grijpt min of meer coherent in elkaar. Dan is er nog de enorme lijst van personages waarbij sommigen maar een of twee keer worden genoemd. Boon speelt ook met het verhaal van de socialistische anarchist Frans van der Niepen, de inspiratie voor Aart Nielsen. Waarbij hij een mysterieus dagboek noemt en zogenaamde jeugdherinneringen van zijn moeder. Kortom, hij gaat met de Franse slag te werk, wat ook blijkt uit de stadsarchieven waar hij met ruwe hand doorheen is gegaan, aantekeningen makend en met rode pen onderstrepend. Ook moet zijn eigenzinnige kijk op spelling genoemd worden, waarbij hij veel volks- en streektaal bezigt en steevast de c voor de k gebruikt bijvoorbeeld. Iets wat de redactie er bewust in heeft gehouden.

Het boek is wel een flinke kluif waarbij het nawoord van honderd pagina’s nog wat olie op het vuur gooit met vermiste manuscripten die opeens weer opduiken, het gaat allemaal op zijn onnavolgbare Booniaans. Al slaagt hij misschien niet helemaal in zijn opzet, de fictionele stad Aalst blijft een indrukwekkend bouwsel. Het is bewonderenswaardig hoe hij tracht om het vergeefse streven van een antiheld en het reilen en zeilen van een stad met elkaar te verbinden. Het idealisme van de cultuurpessimist doordrenkt de hele levendige boel. ‘Zo was de stad, en geen God, geen Duivel, die er wat aan verhelpen kon.’

 

 

Omslag De zwarte hand - Het jaar 1901  - Louis Paul Boon
De zwarte hand - Het jaar 1901
Louis Paul Boon
Verschenen bij: De Arbeiderspers (2024)
ISBN: 9789029552448
632 pagina's
Prijs: € 32,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Ben Koops:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Duitse humor

Duitse humor

Over 'Het eigenlijke' van Iris Hanika
Score: 1
Score: 1
Score: 1