Lisette Lewin – Een hart van prikkeldraad

Een duivelspact

Recensie door Els van Swol

‘De woonkamer was volgestouwd met kleedjes, kussens, tafeltjes, vetplanten op de vensterbank, snuisterijtjes. Aan de muur prijkten een olieverfschilderijtje van een zeegezicht met aan de horizon op de baren een eenzaam zeil, en een schelpenschilderijtje met “groeten uit Katwijk”.’ Het is alsof Tsjechov of Toergenjev een huiskamer beschrijven, een raak getroffen voorbeeld van het beeldende schrijven van Lisette Lewin – in dit geval van een Nederlandse huiskamer uit de jaren twintig-dertig van de vorige eeuw. Het is de woonkamer van de grootouders van de ik-figuur uit de uit 1992 daterende en nu opnieuw uitgegeven roman Een hart van prikkeldraad van oud-journaliste en schrijfster Lisette Lewin.

De ik-figuur beschrijft zichzelf als een alleenganger. Dat ‘kwam voor iedereen goed uit, want geliefd was ik niet’ zo aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Greetje heet ze. Greetje van der Plas. Haar eerste vriendje, een Pool, heet Mendel. Hij houdt haar ten onrechte voor joods, net als hijzelf, maar ze spuit alleen maar anti-joodse vooroordelen. Na een avondje is het dan ook alweer uit. En dat terwijl ze verre van anti-joods is opgevoed. Tegenover de buitenwereld blijft ze volhouden dat ‘Max’ (zoals ze hem is gaan noemen) naar de Verenigde Staten is vertrokken en hopelijk ooit terugkomt.

Greta en Heinz

Mendel wordt opgevolgd door een Duitser in uniform, Heinz Leinweber. Zelf noemt ze zich inmiddels Greta. Of, zoals Heinz haar noemt: Gretchen. ‘”Greta!” verbeterde ik zwakjes’. Greta leest Nietzsche, Heinz (Hein noemt zij hem tegen haar ouders) speelt Wagner, waarmee Lewin twee sjablonen van stal haalt van mannen die in de tijd van nazisympathieën al dan niet terecht in dat kamp worden getrokken.
Lewin geeft Greetje/Greta/Gretchen als 17-jarige ouwelijke trekjes mee. Niet alleen omdat ze Nietzsche leest, maar ook omdat ze de sjans van Heinz ‘nogal vermoeiend’ vindt en zich ‘een hoog kapsel, met kammetjes en sierspelden’ laat aanmeten. Heinz worden wat minder nazi-welgevallige uitspraken in de mond gelegd, zoals zijn bewondering voor dirigent Bruno Walter en de violist Yehudi Menuhin. En de terechte wetenschap dat Nietzsche absoluut geen antisemiet was.
Raak is het motto uit Bizets opera Carmen voorin het boek, temeer daar Nietzsche zijn voorliefde voor Wagner op een gegeven moment inruilt voor Bizet: Si tu ne m’aimes pas, je t’aime / Si je t’aime, prends garde à toi!. Het tweede motto verwijst, behalve naar Greetjes hart, naar de titel van het boek en is ontleend aan een soldatenliedje uit de mobilisatietijd: Blonde Mientje heeft een hart van prikkeldraad / Blijf maar thuis… / Prikkeldraad!!

Ingenieus maar niet zo strak

Alles wat Heinz over Nietzsche en Wagner vertelt, schrijft Greta na de oorlog, in de jaren vijftig op in haar dagboek, waaruit ze regelmatig citeert. Hierin vermeldt ze ook dat Heinz haar een hoertje noemt en dat haar ouders erachter komen dat ze met een veel oudere Duitser heult. Ze verlaat daarop het ouderlijk huis. Ze moet van Heinz naar Strauss’ opera Salomé luisteren, een opera over een vrouw die de man moet behagen. Dit libretto rijmt met haar leven, net zoals het verhaal over oom Arie, die tegen het eind van de oorlog opeens ‘goed’ wordt, rijmt met de houding van de ik-figuur die opeens gaat twijfelen of haar ideologie, ontleend aan die van de nazi’s, wel de juiste is. De een uit opportunisme, de ander meer gemeend. Zulke voorbeelden geven aan hoe ingenieus Lewin deze omvangrijke roman heeft opgebouwd en uitgewerkt.

Hetzelfde geldt voor de verhaallijn, die steeds zwartere randen begint te vertonen. Op een gegeven moment beveelt ze een vriend van Heinz, Dietrich, aan dat hij maar eens bij haar tante en oom in ‘Het Kaashuisje’ moet gaan kijken, ‘want daar is het niet pluis’ (lees: zij haten de nazi’s). Pure rancune omdat ze daar ooit de winkel werd uitgeschopt vanwege haar nazisympathieën. Zoals Heinz haar het in bezit genomen huis uitzet als ‘Mutti’ (zijn vrouw) komt en Greta even moet verkassen naar een pension.

Behalve ingenieus is de roman een enkele keer ook op het randje van sentimenteel. Als de ik-figuur bijvoorbeeld na de oorlog op een stormachtige dag in een restaurant het verhaal aanhoort van een vrouw wier zoon in het laatste oorlogsjaar op straat is vermoord, staat er dat ‘het raam huilt’. Niet de vrouw zelf huilt, het is de regen die langs het raam druipt. Schijnheilig kijkt ze toe en liegt er tegenover de vrouw – die net als destijds Mendel in haar een joodse meent te zien – lustig op los. Tot haar naam, haar identiteit aan toe. Ze noemt zich Jessica, variant op de joodse naam Jiska: hij ziet uit naar God. Een duidelijk voorbeeld van toe-eigening. In dit geval misschien omdat de hoofdpersoon zich een slachtofferrol wil aanmeten.

Dit neemt tussen haakjes niet weg dat de opbouw van het boek met terugblikken, dagboekfragmenten en met elkaar rijmende verhaallijnen, misschien wat strakker en meer uitgedund had mogen zijn, waardoor het ongetwijfeld aan kracht had gewonnen.

Medicijnen en destructie

Als Jessica Carvalho schrijft de ik-figuur zich na de oorlog in voor een studie medicijnen aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Ze raakt wederom verliefd op een joodse jongen, Eli, wiens eerste meisje in de oorlog spoorloos is verdwenen. Haar studie medicijnen staat haaks op de destructieve kracht die ze steeds meer tentoonspreidt. Ook Eli laat haar vallen. Ze heeft onenightstands en een verhouding met een docent, dr. Bonebakker, die bij de Joodse Raad en in Westerbork heeft gezeten. Het is overigens uitgerekend in zijn huis dat Heinz en zij hebben gewoond. Als lezer denk je inmiddels: hoe krijgt Jessica het weer voor elkaar! En Lisette Lewin. Ze neemt wraak op Bonebakker, die voor zijn vrouw kiest en maakt zijn carrière en huwelijk kapot.

Vervolgens gaat ze in Spandau op zoek naar Heinz. En – o toeval – op straat komt ze hem, zijn vrouw, kleinzoon en diens wanstaltige hond tegen. Een beschrijving die de lezer weer terugvoert naar Russische romans waarin zulke beschrijvingen bon ton zijn. Het boek verliest door dit toeval nog meer aan geloofwaardigheid, of het moet zijn dat de auteur al dan niet terecht wil benadrukken dat je nooit van je verleden los kunt komen, al speel je een rol en verander je je naam.
Ook op Heinz neemt ze wraak, en uiteindelijk ook op Eli. ‘O God, dat ik mij met één wrake wreke!’ schrijft ze in haar dagboek, de Bijbel citerend. Al ziet ze het zelf niet als wraak, want berouw kent ze niet.

 

Omslag Een hart van prikkeldraad - Lisette Lewin
Een hart van prikkeldraad
Lisette Lewin
Verschenen bij: Nijgh & Van Ditmar 2024
ISBN: 9789038815237
478 pagina's
Prijs: € 20,00

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Els van Swol:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Spooksels

Spooksels

Over 'Het huwelijksportret' van Maggie O'Farrell
Score: 2
Score: 2
Score: 1