Op 10 augustus 1856 werd Last Island (l’Isle Dernière), een zandafzetting in de Golf van Mexico, getroffen door een orkaan die het eiland volledig verwoestte. Het was een populair vakantieoord voor inwoners van het iets noordelijker gelegen New Orleans. Op de dag van het noodweer hadden zo’n vierhonderd mensen bij de opkomende storm hun huisjes verlaten en het enige hotel opgezocht waar ze de dag muziek makend en dansend doorbrachten tot alles voorbij zou zijn. De orkaan bleek zo vernietigend dat het eiland met het hotel compleet werd weggevaagd.
De Grieks-Ierse schrijver Lafkadio Hearn (1850-1904) was als journalist werkzaam in onder andere New Orleans toen hij bijna dertig jaar later, in 1883, een legende hoorde vertellen dat slechts één meisje van vier de orkaan had overleefd. Het kind was gevonden door een visser op een klein eiland en door hem en zijn vrouw opgevoed. Toen ze later door familie was teruggehaald naar Orleans zou ze niet aan de stad hebben kunnen wennen en was ze, zo wilde het verhaal, teruggekeerd naar haar adoptieouders om weer in de natuur te leven. Hearn was getroffen door het verhaal en bezocht in 1886 en 1887 wat van eiland over was en begon er aan zijn novelle Chita. Herinnering aan Last Island. Hij verscheen aanvankelijk als feuilleton en in 1889 als roman. Vorig jaar verscheen er een Nederlandse vertaling van.
Natuur
De titel Chita geeft de kern van Hearns eigen interpretatie van de gebeurtenissen uit 1856 niet goed weer. Natuurlijk is Chita (de naam van het meisje in de novelle) één van de belangrijkste personages, maar de ondertitel komt dichter bij wat de auteur wil doen. Niet voor niets duikt Chita pas op als we op de helft van de novelle zijn. Hearn beschrijft eigenlijk een ander thema: de onmetelijke grootheid van de natuur tegenover de hooghartigheid van de mens.
Chita bestaat uit drie delen. Vooral in het eerste daarvan (‘De legende van l’Isle Dernière’) blijkt dat contrast in de uitbundige beschrijving van de kracht van de natuur in de uitloop van de Mississippi in de Golf van Mexico tegenover de vakantievierende toeristen op het eiland; die denken de orkaan die zich al enkele dagen aankondigt te kunnen weerstaan door de dag dansend in het hotel door te brengen. Maar: ‘de gele Mississippi is eeuwig bezig om op te bouwen; de zee is eeuwig doende om af te breken’. Het doet denken aan de ondergang van de Titanic terwijl het orkest doorspeelt – de ramp uit 1912 die Hearn dus nog niet kon kennen.
Geologie
Ook in ‘Uit de kracht van de zee’, het tweede deel, doet Hearn iets dergelijks. Hij plaatst in een geologische uitweiding het korte leven van de mens tegenover de ouderdom van de aarde. Pas daarna begint het verhaal van het meisje (ze blijkt een Creoolse dochter van een tot slaaf gemaakte) dat, eenmaal opgenomen in het gezin van visser Feliu Viosca en zijn vrouw Carmen, de naam Conchita (Chita) krijgt. Betekenisvol want concha betekent schelp, een verwijzing naar de titel van deel 2 én het feit dat Feliu haar uit de zee opviste.
De verwikkelingen in het derde deel, ‘De schaduw van het tij’ kunnen hier moeilijk worden samengevat zonder een spoiler te geven. Laat hier volstaan dat blijkt hoe ondoorgrondelijk de lotgevallen van de mens zijn.
Naadloos
Chita is de eerste roman van Lafkadio Hearn in een Nederlandse vertaling door Barbara de Lange. Zij vertaalde in 2024 een Japanse verhalenbundel van dezelfde schrijver: Kwaidan. Japanse spookverhalen uit 1904.
Hearn was de zoon van een Ierse vader en een Griekse moeder en werd geboren op het eiland Lefkas; zijn voornaam Lafkadio verwijst ernaar. Zijn ouders bekommerden zich nauwelijks om hem en stalden hem als kind al bij een tante in Ierland. Vandaar zocht hij jong zijn heil in de VS waar hij journalist werd. Toen hij in die functie eens in Japan verzeild raakte werd hij zo verliefd op dat land dat hij er trouwde met de samoeraidochter Koizumi Yakumo en haar familienaam aannam.
De Nederlandse vertaling van Kwaidan gaat vergezeld van een nawoord door Jannie Regnerus. Zij woonde kort in Japan. Wie nu Chita leest valt op hoezeer Hearn in die novelle en in de spookverhalen van vijftien jaar later dezelfde auteur is. Regnerus heeft het over de antropomorfe benadering van de natuur in Kwaidan. Die is eveneens overtuigend aanwezig in Chita. En de wereld van spoken en geesten in de Japanse verhalen is ook in de novelle te herkennen waarin diverse keren geesten en ouders verschijnen in dromen. Regnerus stelt zelfs over wat Hearn in Japan doet: het ‘sluit naadloos aan op zijn voorgeschiedenis’.
Dat kun je na lezing van Chita onderschrijven. Het lijkt immers niet gewaagd te veronderstellen dat de geschiedenis van het geredde meisje dat haar ouders verloor en door anderen werd opgevoed Hearn geraakt zal hebben vanwege zijn eigen problematische jeugd met ouders die hem aan zijn lot overlieten.








