Kristien De Wolf – Mooie Jo

Een liefdevol en mooi geschreven roman

Recensie door Joke Aartsen

‘Ik voer onze divina commedia op’ zegt Felix aan het begin van de prachtige biografische roman Mooie Jo. Schrijfster Kristien De Wolf geeft hem en zijn levenspartner Jo een stem in deze roman die een boeiend beeld geeft van het leven van haar oom Jonathan, ‘Jo’, Stormvogel.

De geschiedenis van Felix en Jo samen begint wat Felix betreft in 1974 in de Astrabioscoop in Antwerpen tijdens een vertoning van de film Papillon. Als Felix maar enigszins de kans krijgt vertelt hij het ‘Astra-verhaal’, zegt Jo. Jo ziet hem die keer niet maar hij heeft vrede met Felix’ versie, want het is ‘ons scheppingsverhaal, onze oerknal (…)’. Volgens Felix is Jo onweerstaanbaar mooi. Hij heeft Mona Lisa ogen, waar hij op foto’s meestal mee in de verte staart. Op die foto’s ziet hij er te oud uit voor zijn jaren, zegt Felix, en meestal ook slechtgezind. Die laatste kwalificatie is geen verwijt, voegt Jo toe, ‘Hij leerde mij kennen. Dat is alles.’

Jo groeit op vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw in Vlaanderen in een goed katholiek gezin. Daar is hij op twaalfjarige leeftijd slachtoffer van misbruik door een aalmoezenier van de scouting die een familievriend van het gezin is. Vanaf die hete zomer ‘springt de duivel uit zijn mond’, zoals hij het zelf zegt, en is hij onhandelbaar op de middelbare school. In het boek wordt vooral de latere volwassen periode uit het gezamenlijke leven van Felix en Jo beschreven. Het lijkt het goed gekomen met Jo, maar de roman laat vele achterkanten van die buitenkant zien.

Lieve vriendschap

Misbruik is een belangrijk thema: hoe het ontstaat, hoe een kind erin wordt meegezogen en wat de gevolgen zijn. Broeder Marc, die het volledige vertrouwen geniet van Jo’s moeder en die volgend jaar Jo’s godsdienstleraar zal worden, bouwt het ‘vriendengenot’ langzaam uit. Jo mag met hem mee uit smokkelen, eerst één keer per week, later vaker. Hij geniet van deze tochten, van traktaties, van de verhalen van de Boeddha, zoals hij hem vanwege zijn postuur noemt, en van de lieve vriendschap. Hij voelt zich geliefd en gewild. Dit verandert als de Boeddha de allang overschreden grenzen verder overschrijdt. ‘De nieuwe dingen zijn kleverig en vies. (…) Ik wil dit niet meer doen, zelfs als het gevoel in mijn buik een fijn gevoel is (…).’ Kort daarna verdwijnt de Boeddha. Jo blijft achter met een voor hem onoplosbaar schuld- en schaamtegevoel en met angst en onzekerheid omdat hij niet weet bij wie of waar hij absolutie kan vragen. Misschien mist hij de Boeddha zelfs wel. De knappe beschrijving van het spel van macht, misbruik, ontluikende seksualiteit, verwarring en kwetsbaarheid laat heel goed zien hoe schrijnend subtiel zo’n proces zich voltrekt en hoe het een leven lang doorwerkt.

Later, op het seminarie, ontwikkelt Jo weer een vertrouwensrelatie met een volwassen geestelijke, namelijk met pater Augustinus. Deze pater is verliefd op Jo, maar houdt zijn handen thuis. Ze bouwen een sterke vertrouwensband op en Augustinus is de enige tegen wie Jo ooit over zijn misbruikverleden vertelt. Als Jo de opleiding al lang en breed verlaten heeft en samenwoont met Felix zoekt Augustinus hem nog altijd op. Hij is levenslang belangrijk voor Jo.

Ook Felix ontkomt niet aan grensoverschrijdend ‘vriendenplezier’. ‘Gelukkig was hij al een flink pak ouder toen het hem overkwam’, zegt Jo. ‘Ik was een hoer en ik wist het zelf niet’, quasigrapt Felix zelf in retrospectief. Hij laat zich namelijk voor het misbruik betalen met materiële zaken als een horloge, een platenspeler, gratis kunstlessen enzovoort.

Wisselende perspectieven

Homoseksualiteit is een ander belangrijk thema. Jo stroomt na een aantal rampjaren op de Latijns-Griekse middelbare school af naar een vakschool. Pater Ben inspireert hem om naar het seminarie te gaan. Dat lijkt hem wel wat want het lijkt op de scouts, hij ziet een toekomst in Afrika in het verschiet én hier zou ‘niemand (…) er ooit achter hoeven komen hoe ik was’. Natuurlijk gaat iedereen er wel achter komen, maar gelukkig is het uit de kast komen dankzij zijn vader geen enkel probleem. Pa legt het thuisfront het zwijgen op als Jo met een mannelijke partner aan komt zetten en dat is dat. Felix heeft een moeder die wat dat betreft voor haar zoon gaat staan.

Het laatste hoofdstuk, ‘Papillon’, heeft een citaat van Gerard Reve meegekregen, de schrijver die onder andere ophef veroorzaakte door zijn relatie en samenwonen met twee mannen. In dit hoofdstuk verschijnt Bas ten tonele met wie Felix en Jo in hun boerderijtje Stormnest een periode een gelukkige driehoeksrelatie beleven. Bas’ ouders zijn in wél in alle staten als ze erachter komen dat Bas van de mannenliefde is, maar Jo en Felix weten dit verzet binnen de kortste keren te breken. Jo schrijft een werkelijk prachtige brief naar Bas’ ouders en zij worden in Stormnest te eten uitgenodigd. De brief is onweerstaanbaar. De ouders van Bas én zijn grootmoeder komen en ze worden met alle egards en aanstekelijke liefde en luchtigheid ontvangen door de ouders van Felix en Jo, die ook aanwezig zijn. Lijdend voorwerp Bas zit er even ‘als een bevroren vogeltje’ bij, maar ‘er was niets dan liefde in ons huis’ en niet veel later zit Bas ‘te glinsteren van geluk’.

Onbekende ziekte slaat toe

Vanaf de late jaren ’70 vallen mannen in de omgeving van de hoofdpersonen ‘als vliegen’ door een onbekende ziekte. In de VS schijnen dokters niet meer bij lijders aan de zogenoemde homokanker langs te willen komen. In homocircuits wordt iedereen op zichzelf teruggeworpen en heerst de angst. Sommigen worden hypochonder, anderen proberen te doen alsof de ziekte en het noodlot dat hun vriendenkring treft niet bestaat.

Buiten de proloog, getiteld Alles leeft, en de epiloog met de titel Niets eindigt heeft het boek vijf hoofdstukken. Felix blikt eerst terug op Jo en hun gezamenlijke leven, daarna wordt vanuit Jo’s perspectief vooral zijn tijd tot het seminarie beschreven. In de andere drie hoofdstukken wordt vanuit de wisselende perspectieven van Jo, Felix en pater Augustinus door hun geschiedenis gemeanderd, waarbij een volgende verteller de draad steeds weer oppakt van zijn voorganger en het verhaal verder breit, een afwisseling die de lezersblik op een prettige manier verruimt. Het taalgebruik in de roman is verzorgd, fraai en origineel en gelukkig niet helemaal ontdaan van Vlaamse accenten.

‘Je moet leren om de bui te pakken’, zegt Jo tegen Bas. ‘Gewoon blijven staan. Het is maar water.’ De buien die over hemzelf uitgestort worden, zijn niet zo makkelijk te verdragen. Hij doet zijn best maar gelukkig worden is voor hem niet eenvoudig. Hij trekt zich meer en meer terug, zet ‘streepjes op de muren van zijn cel’ die het leven voor hem is. Het is een verdrietig slot van een liefdevol en mooi geschreven roman over mensen en (familie)relaties tegen het decor van de tweede helft van de twintigste eeuw in Vlaanderen die zeer de moeite van het lezen waard is.

 

 

Omslag Mooie Jo - Kristien De Wolf
Mooie Jo
Kristien De Wolf
Verschenen bij: Borgerhoff & Lamberigts (2024)
ISBN: 9789464778243
408 pagina's
Prijs: € 24,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Joke Aartsen:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Score: 1
Score: 1
Score: 1