Koen Stassijns – Het huis waar alles verdwijnt

Een voorbereiding op wat komen gaat

Recensie door Hettie Marzak

In deze bundel wordt al snel duidelijk, ook zonder de achterflap  gelezen te hebben, dat iemand aan het woord is die afscheid neemt. Van zijn verleden, van zijn dierbaren, van het leven zelf. Bij de dichter Koen Stassijns (1953) is longkanker vastgesteld. Zijn bundel Het huis waar alles verdwijnt bestaande uit drie afdelingen, is een reflectie op deze diagnose. Het huis uit de titel is een metafoor voor het lichaam en voor het leven zelf, waarvan de bestaande zekerheden hem een voor een ontvallen. Hoewel zijn ziekte slecht één keer bij name wordt genoemd in het eerste deel van het gedicht ‘Herinneringen’, als een arts de diagnose stelt, is de hele bundel een voorbereiding op wat komen gaat. 

In de eerste afdeling, ‘Nieuwe hemelingen’ is een verwijzing naar zijn bundel Hemelingen (2019). Hemelingen zijn overleden mensen. Zij zijn gaan ‘hemelen’ en zijn engelen geworden. Stassijns schrijft gedichten over zijn eigen hemelingen en over het bestaan dat hij voortaan zonder hen moet leiden. Ze helpen hem in moeilijke tijden en beloven hem te begeleiden als het zo ver zal komen wanneer hij zelf aan de beurt is om een hemeling te worden.

De angst te verliezen

De dichter herinnert zich zijn ouders, zijn geboortedorp en schooljaren. In pakkende beelden zonder sentimentaliteit beschrijft hij voorvallen alsof hij er al afstand van heeft genomen en hij een buitenstaander is die naar de film van zijn eigen leven kijkt. Hoogte- en dieptepunten worden beschreven: ‘ik kan ze alleen bewaren in schamele woorden’, zegt hij in gedicht ‘2. Mijn moeders’. Hoewel de dichter aangeeft niet bang te zijn voor de dood, lijkt dat gezegd te zijn om zichzelf moed in te spreken, zichzelf te troosten.

De angst die wel degelijk door de bundel waart, is niet zozeer om te sterven als wel om alles al te moeten verliezen voordat het werkelijke einde zich aankondigt. Dat begint al vroeg: als kleine jongen aan moeders hand beseft hij al dat wij als mensen weerloos zijn tegen de grote overmacht die ieder van ons beheerst. Hij verliest vrienden, een echtgenote, zijn ouders; is het niet door de dood, dan wel door het leven dat mensen uiteen slaat. Alles en iedereen is een herinnering geworden.

‘Wat heb ik te verliezen. Ik ben er goed in
 geworden. Drie vrouwen, drie dochters ben
 ik kwijtgeraakt, mijn abonnement op God,
 ten slotte vele vrienden. Ik ben een vod
 geworden, een aftandse vlag zonder land.’

Dicht hij in de eerste strofe van ‘Mijn hemelingen’. In de laatste strofe, waarin ‘Hij’ de dood voorstelt, wordt de indruk gewekt dat de dichter zelf alles van waarde ontdoet om er gemakkelijker afscheid van te kunnen nemen:

‘Hij gomt de hartstocht weg uit mijn herinnering.
 Wat heb ik te verliezen? Een lichaam, een vriend,
 een vrouw die me bedroog, een God die me blind
 misbruikte toen ik een onooglijke jongen was?
 Of een leven dat zijn zin in het vergeten vindt.’

Oefeningen in sterven

In de tweede afdeling, ‘Het huis waar alles verdwijnt’, worden gebeurtenissen, voorwerpen en mensen van hun belang ontdaan. Soms klinkt dat bitter en gedesillusioneerd alsof de dichter bij leven al koud en ongevoelig tegenover wat hem eigenlijk lief moet zijn, staat. Het lijkt een afweermechanisme tegen pijn en angst, de dood voor willen zijn om als het erop aan komt van tevoren afgedaan te hebben met alle aardse zaken. Het huis staat centraal en is een symbool voor alles waarop de dichter dacht te kunnen bouwen: zijn lichaam, zijn leven, zijn ouders, zijn relatie met een vrouw.  ‘Mensen willen weten wat ze aan elkaar hebben/ maar wij vergissen ons zo vaak.’ Maar ook: ‘we hebben geleerd// om ook ons huis van tegenslagen te bouwen.’ De herinneringen kunnen ook troost bieden, niet alles was verkeerd, al blijven er meer vragen dan antwoorden over.

De laatste afdeling, ‘De laatste meters’ bevat gedichten met titels als de kleine cyclus ‘Oefeningen in sterven’ en ‘De verlossing’. De naderende dood lijkt niet meer zo afgrijselijk, maar eerder een ‘één worden met het wit’. De dood wordt zelfs liefkozend toegesproken met een zelfbedacht koosnaampje, ‘Doodjedood’, een ‘maatje’, en er is sprake van ‘rusten in de schoot van de dood’. De dichter lijkt zich verzoend te hebben met zijn nabije einde: ‘Het komt, het nadert, het glijdt op me af,/ het wacht nog even en het neemt zijn tijd./ Ik weet dat het niet lang meer duurt, het tuurt/ voortdurend naar een kwetsbaar ogenblik.’ 

Verhalend en melancholiek

De gedichten zijn melancholiek en verhalend, zoals een droom die na het ontwaken werd opgeschreven, of als een sprookje, een oud verhaal. Dat wordt nog versterkt doordat de dichter begrippen uit de Griekse mythologie in zijn gedichten verwerkt, zoals de hellehond Cerberos, de rivier de Styx die de grens vormt tussen de boven- en de onderwereld. Of de Lethe, de rivier in de onderwereld die alles doet vergeten als je van het water gedronken hebt. Het meest veelzeggende gedicht is het allerlaatste uit de bundel, waarin alles samenkomt wat de dichter eerder heeft aangeroerd.

‘Het dode kind

 Ik hield een dood kind in mijn armen en wist niet
 waar het vandaan was gekomen, uit welke kamer
 van mijn hart. Ik zag dat ik niet droomde, het lag
 daar stil, verstard, ik stutte zijn hoofd met een hand
 en voelde een lijfje dat in zichzelf verzonk.

 Ik wiegde het, als om iets goed te maken, zong
 een liedje waarop het gaandeweg in zou slapen.
 Ik zong van lammetjes en hun wollige schapen
 die, eens geschoren, wolken werden die de sprong
 naar de hemel en de eeuwigheid zouden wagen.

 Maar het kind verdween niet uit mijn schoot, het bleef
 hier liggen, met zijn verglaasde ogen halfopen.
 En hoezeer ik het wou overdragen aan de tijd,
 het haakte zich vast. Toen keek ik het aan en trok
 bleek weg. Het leek als twee druppels water op mij.’

Wie geconfronteerd wordt met de dood van zichzelf of van een ander, kan troost en herkenning vinden in de gedichten van Stassijns, maar ook de bevestiging van angst en onwetendheid. De opdrachten die hij zichzelf geeft of die hij opgelegd krijgt door een innerlijke stem zijn bedoeld om te helpen het sterven te vergemakkelijken. Hij brengt zichzelf dichter bij de dood door in zijn gedichten te onderzoeken wat er allemaal bij komt kijken als je sterft. Of dat voor iedereen geldt, is nog maar de vraag. Sterven is een eenzaam proces, net als geboren worden. Dat de dichter met deze bundel een dappere poging heeft ondernomen zich met de dood te verzoenen, is duidelijk.

 

 

Omslag Het huis waar alles verdwijnt - Koen Stassijns
Het huis waar alles verdwijnt
Koen Stassijns
Verschenen bij: Atlas Contact (2024)
ISBN: 9789025463328
78 pagina's
Prijs: € 19,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hettie Marzak:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Score: 2
Score: 2
Score: 2